Vliesweer

Vliesweer, zoals Chinezen zeggen die de ‘l’ goed uit kunnen spreken. Gisteren wandelden we door de Kennemerduinen (veel nieuwe wintermeertjes daar!) en bij het aloude Vogelmeer viel het mij op dat er een kabbelgrens over het water lag.

.

vliesvogelmeeer

.

Pas daarna drong het tot me door dat het water rond het eilandje bevroren was. Dichter bij huis had ik ‘s ochtends al een rondje Schotersingel gemaakt. Vogels lijkt het gevoelsmatig niet zoveel uit te maken of er een laagje ijs ligt. Het kan vriezen, het kan dooien – de vliesvogels beschouwen het leven staand en de wakvogels watertrappen.

.

wakvogels

.

Vanochtend waren er minder wakken. En weer was het mooi.

.

schotersingelvlies

.

.

vliesbocht

.

Een eenzame vlieskoet liet zich niets aan mij gelegen liggen

.

vlieskoet

.

En ik kwam een wakmens tegen. Hij liep richting Verspronckbrug in een pak dat ik zonder de gebruikelijke attributen eerst niet thuis kon brengen. Formule 1? Het muntje viel pas toen ik verderop deze surfplank in het gras zag liggen, met bijbehorende peddel. Aan het gat in het vlies te zien had hij een manmoedige poging gedaan tot ijssurfen. Om te concluderen dat het zonder ijsbreker niet echt opschoot…

.

vliessurfer

.

Pech voor hem, maar jee, wat was het prachtig dit weekend!

Paars PS In de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

.

Anti-reclame

Zelf heb ik geen nee-nees-ticker, zoals HD  dat afbreekt. Ik ben van jan-ee: wel hui-saan-huisbladen en geen ongeadresseerd dru-kwerk. De meeste folde-raars houden zich daar braaf aan.

Op initiatief van Sander van den Raadt van Trots Haarlem wordt straks overgestapt op een ander systeem. Wie wél reclame in de bus wil krijgen, dient een ja-jas-ticker te plakken. Zonder zo’n s-ticker blijf je ervan gevrijwaard: 34 kilo minder naar de papierbak te sjouwen op jaarbasis (en hoeveel gederfde voordeeltjes en cadeau-aanbiedingen?). In Amsterdam gaat het al zo, met dien verstande dat politieke partijen wél gerechtigd zijn hun promotiemateriaal te storten (een jaj-aja-sticker werd te lastig).

Meer anti-reclame in de raad deze week (ik heb het allemaal van Annalaura Mold-ucci): Louise van Zetten (Hart voor Haarlem) kantte zich fel tegen een reclamebord langs de Kleine Houtweg – geplaatst met dank aan gemeentelijke contracten met JC Decaux. Daar heeft Louise wel een puntje, vind ik. Zo word ik bij mijn geliefde Schotersingel sinds een paar weken warm gemaakt voor het S-toffenspektakel in Vijfhuizen. Stoffenspektakel… het prikkelt de fantasie, daar niet van, maar kunnen ze niet een spandoek maken van een spectaculair stofje en dat ergens ophangen in de buurt van de Cruqui-us Cruq-uius Cru-quius?

.

stoffenspektakel

.

Paars PS In de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

1000 woorden

A picture paints a thousand words, wil het gezegde en in deze HD-3D-tijd met zijn tirannieke schermen en schermpjes twijfelen weinigen daaraan. Ik wel, vanochtend.

Ik las in Findings van de Schotse schrijfster Kathleen Jamie een essay over haar dwaaltocht door de lege museumzalen van Surgeons’ Hall in Edinburgh, waar rond 1800 veel pionierswerk werd verricht op het gebied van anatomie en chirurgie. Het is een verhaal met een louche kant; de leveranciers van stoffelijke overschotten openden soms verse graven om aan de vraag te voldoen en het beruchte moordenaarsduo Burke en Hare had zijn eigen, efficiëntere methode om de aanvoer te garanderen.

Daarvan is niets meer te bespeuren als Kathleen Jamie langs de vitrines slentert; eindeloze rijen met studieobjecten op sterk water – nierstenen, tumoren, vergroeiingen, door kogels verbrijzelde botten, enz. Het lijden van vorige generaties. Het Royal College is voor haar een ‘place of symmetry and pallid light, wherein one moves slowly and thinks clearly. By its white elegance and its host of the passive dead, I am reminded of the visions of heaven that used to disturb me as a child.’

Ze ziet een doosje met ‘fleams’, minuscule vlijmen waarmee chirurgen aderen openden, ter genezing of in dienst van de wetenschap. Er staat een pot met een kaal skelet waarvan bizar genoeg wel alle bijbehorende aderen nog in de conserveringsvloeistof zwemmen; het vlees werd door Dr Barclay weggescalpeerd, met precies vakmanschap en eindeloze toewijding.

Het toeval wil dat ik binnen afzienbare tijd zelf naar Edinburgh ga. En ga ik dan naar dat museum? Het zou best kunnen van niet; na Jamie’s fascinerende beschrijving kan het eigenlijk alleen maar tegenvallen. Dan wordt de steriele tijdloosheid misschien verstoord door dreinende peuters of schoolklassen met antwoordbladen. En eigenlijk, met dank aan die 2000 (?) woorden, heb ik het nu al gezien.

.

burke-and-hare-robbing-gr-z

.

Paars PS In de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

NexTdoor

Haarlem krijgt een scheidingshotel, zo is al een tijdje bekend. NexT zal het heten en het biedt een tijdelijk onderkomen aan mensen wier huwelijk op de klippen is gelopen of in zwaar weer zit. Moet kunnen, zo’n hotel, dacht ik eerst schouderophalend – waarom niet?

Kijk, hier is een plaatje van NexT zoals het er uit zal zien op een zonnige dag in de nabije toekomst.

.

scheidinghotel

.

Vier verdiepingen franjeloosheid, zoals we dat inmiddels kennen van talloze projecten – ik hoop dat die architecten in hun eigen huwelijk wat meer speelsheid betonen, anders geef ik ze een goede kans zelf in dit zielloze bouwsel te eindigen.

Goed, dat hotel hebben we. Nu alleen nog een locatie waar het past. Met wat passen en meten. En woekeren met de ruimte. En wat knutselen met het bestemmingsplan. Neem bijvoorbeeld die parkeerplaats achter de voormalige Publieksdienst, die inmiddels is omgebouwd tot een hotel. Schuin achter het Patronaat. Er is daar ruimte voor een klein parkje, met bomen, een fonteintje en een paar bankjes. OF – van tweeën een – voor NexT. Laten we de situatie ter plekke even opnemen.

.

propbouw

.

Ik was er al bang voor. Het nieuwe hotelletje / appartementencomplex komt ingeklemd te liggen tussen twee vleugels van het grote hotel. Smijt je trouwring nijdig uit het raam en hij komt waarschijnlijk vast te zitten tussen de belendende muren zonder de grond te bereiken. En pal ertegenover heb je de bestaande woningen in de Ruychaverstraat. Boffen die mensen even!

Het druist in tegen ieder ruimtelijk inzicht. Hoe noemde het RaDa (over zijn pis) dit soort gedrochtelijke constructies ook weer? Juist ja, propbouw!!!

Paars PS In de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

P.S. afbeelding hbb-groep

Akoniet

Er moet iets bijzonder zijn, daar in de oksel van Prinsen Bolwerk en Spaarne. Iets waardoor de winterakoniet het juist op die plek zo goed doet. Op het zuiden, op een glooiing in de luwte van ijzige noordenwind. Of is de bodem er decennialang gevoed door overgewaaid chocoladepoeder van Droste?

.

akoniet

.

Hoe dan ook, elk jaar ben ik blij als ze weer uit de knop komen. In 2011 kiekte ik ze rond Valentijnsdag, en dit jaar scheelt het niet veel.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Busbaan

Straatjournaal feb. ‘18

Werken, waarom doen zoveel mensen het eigenlijk nog? Complete sectoren brengen hun werknemers louter stress, treurnis en frustratie. Onderbezetting, overbelasting, wanbetaling. Bureaucratie, beknotting en ontmenselijking. Bezuinigingsoperaties en reorganisaties. Bestaansonzekerheid door fusies en overnames.

Het rijtje zwaarbeproefde beroepsgroepen kan iedereen opdreunen: lager, middelbaar en hoger onderwijs, brandweer en politie (met uitzondering van een enkele zelfverwennende ondernemingsraad), bankpersoneel, de gezondheidszorg van eerste hulp tot laatste hulp, de belastingdienst, de verzamelde uitgeklede keuringsdiensten, schoonmakers, rechters, cipiers en alle managers die lijden onder weer andere managers.

When I was just a little girl, I asked my mother, what will I be? zong ooit Mary Hopkin in Que sera, sera. Ja, meissie, blij dat je het niet aan mij vraagt. Soms heb ik even de illusie dat er mensen zijn die dagelijks fluitend naar hun werk gaan. Zo reden er in deze regio eind december ineens nieuwe, glimmende bussen. Sommige zo lang dat je na het inchecken bijna alternatief vervoer nodig had om de achterbank te bereiken. En felrode dubbeldekkers die met hoge frequentie soeverein van A naar B zoefden. Zo’n voertuig besturen, dat moet toch een machtig gevoel zijn, dacht ik in mijn onschuld.

Alleen, op 4 januari staakte het streekvervoer. Voornaamste grief van de chauffeurs was hun hoge werkdruk. Aan het idee van een dienstregeling zijn ze van oudsher gewend, maar tegenwoordig telt iedere seconde, zozeer dat ze bij de halte in gewetensnood komen als er iemand op het laatste moment aan komt hollen. Gassen (en op schema blijven) of vriendelijk wachten en van de baas op hun donder krijgen? En de ritten sluiten zo naadloos op elkaar aan dat een fatsoenlijk plaspauze erbij inschiet. Het rijdt niet lekker als je op knappen staat.

Worden jullie nou ook pissig als je zoiets leest? Kan Connexxion geen bus ontwerpen die op urine rijdt, vroeg ik me af, dan kan de bestuurder 8 uur achter elkaar doorjakkeren zonder losgekoppeld te worden. Intuïtief wil je de schuld geven aan ‘de moderne tijd’ als je leest hoe die chauffeurs worden afgeknepen, maar dat is larie. Ga maar na, kort na die staking las ik in NRC over de gamification van het autorijden.

Steeds meer automerken ‘belonen’ goed rijgedrag, las ik in een geestig artikel van Maarten van Gestel. De bestuurder van een Toyota Prius verzamelt punten. Wie langzaam optrekt en veel cruiset, krijgt 80 punten op een schaal van 100. Bumperklevers en afsnijders krijgen strafpunten. Hoe infantiel het ook klinkt, het werkt. Die autogiganten zijn niet gek. Bezitters van een Opel Ampera proberen een balletje in het midden van hun scherm te houden, zuinige Ford-rijders zien een boompje in hun display […] en wie een Nissan Leaf heeft, strijdt online om de titel ‘beste Leaf-rijder’ ter wereld.

De Faculteit Industrial Design van de TU Eindhoven heeft zelfs een Smart-mobility-squad. Het moet voor die gasten toch een koud kunstje zijn een dergelijk spelletje te ontwerpen voor buschauffeurs? Gewacht tot alle passagiers op hun stoel zitten alvorens op te trekken? Duimpje omhoog! Verdwaalde toeristen afgepoeierd? Duimpje omlaag! Voldoende gedronken én geplast tussen de ritten? Petje af! En de scores worden zichtbaar gemaakt voor het publiek: eens per maand krijgt iedere chauffeur door de directeur van Arriva of Connexxion nieuwe insignes op de revers van zijn uniform gespeld. De besten krijgen een bonus. Zó pak je dat aan in deze app-happy tijden!

En zo was dit stukje bijna op een optimistische noot geëindigd. Bijna, want waar hebben we het over? Dit is de eenentwintigste eeuw. Voordat die chauffeurs nog drie keer een plas kunnen doen worden ze vervangen door een robot, al dan niet met het uiterlijk van Fred Teeven.

.

busbij

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Donsjes

Een stuk uit één stuk zit er geloof ik niet in vandaag.

.

donshond

.

‘Moest jij niet bij Menno zijn?’ hoorde ik de ene nabestaande aan de andere vragen bij een uitvaart. Is er al een site www.prikdebegrafenis.nl?

Voor mij was het vandaag geen dilemma waar ik heen wilde. Wel ontmoette ik Menno Wigman (oud-leerling van mijn school) kort geleden nog bij een vergaderingetje over het gebruik van een van zijn dichtregels ter nagedachtenis aan een dierbare conrector. Aardige man. Zie hier voor het gedicht ‘Onbegonnen werk’ en een in memoriam.

Het leven is een kansspel – op  weg naar de uitvaart las ik in New Scientist over de ontwikkeling van de dobbelsteen. Tot 1450 zat bij de meeste dobbelstenen de 1 tegenover de 2, 3 tegenover 4; 5 en 6 zaten op de twee overige plekken. Nadien veranderde de configuratie: 1 en 6 werden overburen, 2 en 5 ook – het totaal is steeds 7 ogen. Rolden de dobbelstenen zo eerlijker? Een andere theorie is dat middeleeuwers makkelijker berustten in de nukken van het lod/Got het lot/God dan de moderne mens. Statistiek kon ze gestolen worden (nou ja, die bestond nog niet).

Geluk viel mij ook ten deel deze week; ik schaak weinig meer, alleen de zeven externe partijen met mijn team. Deze week moest ik weer eens opdraven en bakte er bitter weinig van. Een remise-aanbod sloeg ik strijdvaardig af, ik stak mijn hoofd in een zelf geknoopte strop en kon daarna weinig anders meer dan afwachten tot mijn tegenstander de lus aantrok. Alleen maakte die een blunder die hem na twee zetten tot opgave dwong. Ik had niets gepresteerd, maar mijn toevallige, onverdiende puntje was goed voor de matchoverwinning. Zoiets zou een mens geen voldoening mogen schenken. Zou mogen… zou mogen… alleen bleek iets in mij daar maling aan te hebben. Ook een dag later lichtten mijn oogjes nog op als ik terugdacht aan dat ‘gestolen’ punt. Tja, wat doe je ertegen?

Die hond op de foto dacht misschien zijn geluksdag te hebben en tussen de donsjes nog een kluif te vinden. Zwanenbout of ganzenvleugel.

.

donstwee

.

Pech voor ‘m! Een Utrechtenaar / Utrechter had een schaakpartij verloren en de frustratie langs de Singel afgereageerd door zijn hoofdkussen te attaqueren met zijn tanden of een mes. Of hij wilde in het belang van de wetenschap weten hoeveel veertjes er in een kussen zitten. Best veel!

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Gebroken groep

Zondagmiddag rond enen, ze waren er vroeg bij. Op de Grote Markt had ik dat groepje al vreemde (dronken?) strapatsen uit zien halen en luidbundig horen lachen. Een van hen droeg een fluorescerend groene trainingsbroek, twee hadden dolle mutsjes – dat werk.

Jongens én meisjes, dus geen vrijgezellenparty en het was geen ontgroenseizoen. Afijn, ze hadden niet direct mijn warmste belangstelling, ik liep de Barteljorisstraat in en ging naar binnen bij Tromp, voor kaas en yoghurt. Terwijl ik afrekende, verscheen hetzelfde groepje weer in beeld en ik zag hoe de kassameisjes elkaar bedenkelijk aankeken. Er lag een gebroken rauw ei op straat. Het groepje bescheurde het, tot een van de kassameisjes naar buiten kwam. “Wie van jullie gaat dat opruimen?”

De verbazing had niet groter kunnen zijn als ze gevraagd had wie van hen zich ter plekke gratis wilde laten steriliseren met een ongewassen kaasschaaf.

“Dat ei wordt bij ons straks naar binnen gelopen, dan zitten wij met de viezigheid.” Ze zei het niet agressief. Toen er twee van de vijf begripvol knikten, had ze het pleit eigenlijk al gewonnen. De jongen met de veel te groene broek pruttelde iets, hoe hij dat ei dan weg moest krijgen. Nou, daar wist ze wel wat op. Hij moest mee de winkel in, om keukenpapier te halen.

Ontdaan van zijn groep, zag hij er jaren jonger uit. Sullig. Onbenullig. Op zijn voorhoofd stond zijn naam – Melvyn of Kevin of Trevor. Hij praatje netjes. “We hebben een personeelsuitstapje met opdrachten,” meldde hij ongevraagd. Het meisje nam dit voor kennisgeving aan en legde hem uit wat er van hem werd verwacht bij zijn corvee. Dat kwam wel in orde met het deppen en boenen.

In de Kruisstraat kwam diezelfde knul weer joelend langsstuiven, achtervolgd door een maatje. Had hun hernieuwde vrolijkheid iets geforceerds, of hoopte ik dat alleen maar?

.

zoekdeplek

.

In Straatjournaal hebben Jan Heijer en Hein Kruijver zo’n ‘zoek-de-plek-rubriek’. Het is maar zelden dat ik het antwoord weet. Zelf denk ik dat deze makkelijk is.

.Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Hard gelag

In de Sir Edmund van vorige week las ik de rubriek Beter Leven (wat is dat toch met het leven, dat het zo zelden goed genoeg is?) over de vraag of je minder gaat lachen naarmate je ouder wordt. 

Jammer, het artikel verschafte geen eenduidig antwoord, er bestaat te weinig steekhoudend onderzoek naar lachfrequentie. Alleen in Canada werd deelnemers gevraagd bij te houden hoe vaak ze per dag lachten. Het gemiddelde was 17 keer daags.

Zeventien? Twee keer per uur…? Ik heb het niet geturfd, maar daar zit ik al dik boven in de tien minuten dat ik aan dit tot u toe nog niet bijster humoristische stukje tik. En er zijn dagen… Mijn gegniffel / gegrinnik / gegnuif / geschater is zeker niet altijd pure vrolijkheid. Gisteren was een goede lachdag, die zijn climax kreeg in het café waar we de werkweek graag afsluiten. Deze week was ik daar nog harder aan toe dan gebruikelijk. Ik zat net, de eerste Brugse Zot was nog niet ingeschonken toen ik via whats-app vernam dat een vriendin was overleden. Vijftig. Ik wist dat dat bericht een dezer dagen moest komen. Maar toch… De Dood was sowieso opdringerig de afgelopen tien dagen (hoe vaak lacht die per dag?).

Ik verkeerde in erg prettig gezelschap, precies de collega’s die ik zelf uitgekozen zou hebben, en de stemming steeg. We bereikten het moment dat iedereen zijn ideale uggelage bereikt heeft – zichzelf grappig vindt en anderen bovendien (= 130 lachjes per uur? Dat moet je laten volgen door dagenlange norsheid om weer op die 17 te komen).

Er kwam een gebrilde man binnen, een bekende van een van ons, met een innemende, rimpelige, loszittende lach. Hij hield zich een tijdje op bij de kapstok en maakte een das los van het haakje. Hij liep ermee naar een lamp, keek en keerde terug naar de kapstok. “Een vriend van mij heeft hier gisteren een grijze das laten liggen.” Er hing nóg een grijze das. Ook die hield hij bij het licht. Hij twijfelde. Grijs, maar was het het goede grijs? “Kan je het anders niet ruiken?” vroeg een van mijn tafeldames jolig. Toen hij wéér een grijze sjaal had opgespeurd en in dubio stond, was het mijn beurt blijk te geven van mijn geestigheid én enorme belezenheid. “Meneer, dit is hopeloos. Weet u hoeveel tinten grijs er zijn? Vijftig!”

Dat erwtje van verdriet voelde ik wel ergens zitten, maar wat was ik blij met die middag, Met die mensen, de ongein, de verbondenheid, de aangeschotenheid en ons gelach, om hoe weinig soms ook.

.

vrijmibo

.

P.S. Het Engels heeft voor zover ik kan nagaan geen woord voor ‘goedlachs’. Wat zegt dat over een land met zoveel humoristen?

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Bavomoorden?

Hoe groot en gevaarlijk moet een stad minimaal zijn om als locatie te dienen voor een detectivereeks?

Die vraag rees toen ik vanochtend las in Rebus’s Scotland van Ian Rankin. Over een paar weken ga ik met school naar Edinburgh en bij het inlezen (Google ten best books about…) struikelde ik over boeken van Ian Rankin, wiens personage Inspector Rebus in de Schotse hoofdstad opereert. Ik las Knots and Crosses, het eerste deel van de serie, waarvan ik er mettertijd vast nog wel een paar zal consumeren.

Rebus groeit met Rankin mee, ze doorlopen dezelfde actuele en maatschappelijke ontwikkelingen, al zijn ze niet even oud. Ze hebben veel gemeen qua achtergrond, maar verschillen ook. Zo schrijft Rankin over zijn eigen creatie: ‘It’s fortunate I’ll never meet him. I have the feeling we wouldn’t get along.’

Edinburgh heeft zo’n 500.000 inwoners, heeft een haven en is internationaal georiënteerd; het voelt groot genoeg voor een gestage productie van zware delicten. Amsterdam heeft Baantjer, Maastricht heeft Flikken (tv, weliswaar), maar Haarlem? De menselijke verbeelding vermag veel, evenals de menselijke wreedheid, maar ik vermoed dat ‘onze’ serie (Spaarnemoorden, Dooie Muggen) na drie of vier deeltjes uh… dood zou bloeden / een natuurlijke dood zou sterven bij gebrek aan een werkelijk giftige voedingsbodem.

Het is mijn genre niet, dus wie weet zie ik een lokale grootheid over het hoofd. Zoektermen als ‘detectiveschrijver, Haarlem’ leveren weinig op. Bies van Ede schreef Doodstil; veelzeggend, hij situeerde dat in het eponieme Groningse dorp in plaats van het Rozenprieel of de Vijfhoek.

Leuke bijvangst bij ‘detective Haarlem’: recherchebureau Rebuss. Jammer, ze hebben hun basis in 030 (= Zeist), anders had ik eens op de koffie kunnen gaan om te onderzoeken hoe we het doen als misdaadstad, en of er een gat in de markt is.

.

onderdeloep

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.