Hangop

Met Kerst zou ik een nagerecht maken en ik kwam uit op iets met hangop en slagroom, tutti fruti, cranberry compote en een kletskop erbij. Hangop had ik nooit eerder gemaakt maar het zou moeilijk zijn het te laten mislukken, had ik begrepen.

Alles pakte dan ook goed uit (panned out well). Wat ik niet verwachtte: het maken van die hangop – hoe simpel ook – schonk me een kneuterig soort voldoening. Was het de uitgestelde bevrediging van 8 uur wachten? Hoe dan ook, ik wou nog een keer. We schaften zelfs een heuse kaasdoek aan, maar die was nog niet gewassen toen ik gisteren opnieuw hangophunkering voelde opkomen.

Ah… er was nog een schoon linnen tasje. Tasje natmaken en uitwringen, twee liter Boerenlandyoghurt erin, dichtknopen en met snelbinders boven een pan bevestigen zodat de yoghurt kan uitlekken [die snelbinders vind je in andere recepten niet terug, het belangrijkste is dat de yoghurt vrij hangt]. Weldra begint de yoghurt knus te druppen uit die strak gespannen buidel, terwijl jij denkt aan preïncarnaties waarin je op klompen geiten molk, boter karnde en kaasstengels oogstte.

.

hangop1

.

Dat drupsel (de wei) kun je zo je wilt de volgende ochtend opdrinken (het is yoghurt zonder hangop). De hangop (yoghurt zonder wei) is nog net smeuïg. Het volume is met meer dan de helft geslonken en de smaak is drie keer zo lekker. Slagroom, aardbeien, kersen, banaan, granola, siroop, advocaat, frambozen, mango en andere toevoegingen zijn volstrekt onnodig, maar ach, jullie weten hoe dat gaat.

.

hangop

.

Trouwens, hangop met kweepeer?!?!? Of mispel? Ik rond nu snel af, ik moet nodig ergens watertanden…


Groen P.S: heeft ieder weldenkend mens die petitie tegen de Dolhuysbrug al getekend? Het kan nog een paar dagen.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Wienenpop

Simsalabim, ik lees het HD en Muggenmeester Jos Wienen verandert voor mijn ogen in een Spitting Image-pop, de romp gevuld met stijfsel, houtwol en een Katwijkse visgraat en de bril vervaardigd van twee opgepoetste vooroorlogse stuivers.

Ga maar na: het Haarlemse Stembureau had een volstrekt onbenullig conflictje met Louise van Zetten over de registratie van haar partijnaam Hart voor Haarlem, die de kiezer mogelijkerwijs in verwarring zou brengen. Terwijl andere politici in feeststemming hun kalkoenen vulden en de kerstboom optuigden, moest Louise haar zaak bepleiten bij de Raad van State.

[Onontwarbare kluwen details weggelaten]

Voordat er uitspraak werd gedaan, kwam het alsnog tot een vergelijk (ze hoefde de partijnaam niet te veranderen in Hart op de Tong of Haar[lem] op de tanden). Van Zetten wenste evenwel niet op te draaien voor de griffiekosten, zijnde de somma van…………….. €333.

Jos Wienen van zijn kant wilde slechts tekenen voor de helft, naar beneden afgerond €165 – . Alsof hij eerst zijn oude sok onder zijn matras vandaan had gehaald, al het kleingeld met beverige vingers bij elkaar had gelegd en echt niet verder kwam dan €157. Met het statiegeld van de lege flessen erbij kwam hij tot €163. Misschien als hij zijn bretels naar de lommerd bracht…?

Slechte verliezer? Schrieperigheid? Halsstarrigheid? Hoe dan ook, de rechter was er snel klaar mee: de gemeente dient het hele bedrag te voldoen.

.

wienenschriep

.

In schril contrast met deze beschamende schrieperigheid staat het bedrag van twee ton dat door de gemeente is uitgetrokken voor een nieuw onderzoek naar de Dolhuysbrug. Wat het RaDa daarvan denkt is bekend. NIET DOEN! NIET DOEN!! NIET DOEN!!! (Zie ook hier, met een link naar mijn tv-column)

De petitie daartegen kan nog een paar dagen getekend worden en is echt niet uitsluitend bedoeld voor buurtbewoners. Ga naar geenbrug.nl en sluit u aan bij de tegenstanders.

. 

680-1338-IMG_3691

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

De wet van Canon

Murphy’s Law (what can go wrong will go wrong) kent iedereen en wellicht ook de aanvullende Sod’s Law (at the worst possible moment). Tegen een verfijning daarvan waarschuw ik deadlineverslaafde studenten regelmatig. Noem het Epson’s Law. Of de Wet van Canon: printers voelen aan wanneer ze móeten presteren en kunnen de druk niet aan.

Een ongevraagd bewijs daarvan kregen wij zelf gisteravond om 9 uur. De huisdichteres moest de volgende ochtend naar de hoofdstad voor een werkafspraak met haar uitgever en was voornemens 149 nieuwe publicabele verhalen en verhaaltjes uit te printen. Ik lag grieperig op bed en hoorde haar jammerkreetvloekklacht door de slaapkamerdeur heen. De printer haperde! Hij kreeg wegtrekkers en uitvalverschijnselen en baarde uiteindelijk alleen nog blanco vellen.

Ze had al een cartridge vervangen, dat bracht geen soelaas, en mijn snotkop stond niet naar gemorrrel en gefrommel, met onzekere afloop. De situatie was uitzichtloos, tenzij… Ik inventariseerde de buren: hoe goed waren we met ze en hoe goed schatte ik hun printers? Sommigen (mij erg dierbaar) zag ik ervoor aan nog vooroorlogse matrixprintertjes te gebruiken, erfstukken die met de hand moesten worden opgedraaid. Maar Paul…?

De huidichteres stak schuin de donkere straat over met een pak A4, een USB-stick en het onvoltooide drukwerk. Ik ging terug naar bed. Na 20 miuten kwam ze neuriënd de trap op. “Sommige mensen zijn zó aardig…!” Ze had niet eens lang hoeven stamelen en schutteren. Ze mocht direct binnenkomen. Het was zo geregeld en de kwaliteit was beter dan de onze. Het enige gênante moment was toen ze vaststelden waar het printen moest worden hervat. Uhhh.. Bij een verhaal over een man met smaakpapillen in zijn darmen en anus. Hoe dat is? “Ik ben bereid om in je bek te schijten!”

Aldus de laatste zin. De Wet van Canon? Ik heb een andere theorie: die preutse printer van ons staakte uit principe.

.

chocovlag

Falende vlaggenprinter bij Zandvoort

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Dromenland

Uit Straatjournaal jan. ‘18

Dit jaar alweer de foute goede voornemens gekozen? En je eigen motivatie en doorzettingsvermogen schromelijk overschat? Het is nog niet te laat om over te stappen!

Goede voornemens heb je in twee categorieën: prettige dingen (roken, pimpelen, snoepen, geld over de balk smijten) die je minder zou moeten doen en onplezierige dingen die je meer hoort te doen (rauwkost eten of je onderwerpen aan de martelwerktuigen in de sportschool – op een tegennatuurlijk vroeg tijdstip of anders na het werk, als ieder fatsoenlijk mens afgepeigerd op de sofa ligt). Foute goede voornemens zijn een recept voor mislukking, vandaar dat 85% van de Nederlanders februari in gaat met een knagende frustratie en een verlaagd zelfbeeld.

Het revolutionaire van míjn goede voornemen is dat je meer doet aan iets aangenaams en natuurlijks. Ik heb het over slapen. Slapen – voor de meesten van ons staat dat gelijk aan de tijd dat we niet naar een beeldscherm turen; tegenwoordig komt dat gemiddeld neer op 6,8 uur. Nota bene, in 1942 was het bijna acht uur. Gemiddeld – stropers en nachtclubdanseressen inbegrepen!

De westerse wereld heeft een epidemisch slaapprobleem. Kijk eens rond (als je zelf toevallig wakker bent) in een wachtkamer of een forensentrein. Op klaarlichte dag zitten ettelijke volwassenen te dommelen en doezelen. Want onze houding tegenover slapen is op zijn zachtst gezegd ambivalent. Baby’s mogen nog gelukzalig soezen, die worden niet snel voor lui uitgemaakt. Op latere leeftijd ligt het gecompliceerder. Enerzijds kunnen veel volwassenen in het weekend niets heerlijkers bedenken dan uitslapen; tegelijk doen we onszelf stelselmatig tekort en benijden we politici en andere workaholics die pochen met vier à vijf uur toe te kunnen. Stoer! We vragen ons zelden af in hoeverre de kwaliteit van de besluitvorming eronder lijdt als ze met duffe koppen doorvergaderen tot in het holst van de nacht. En wat heb je liever als je onder het mes moet, een chirurg die het klokje rond heeft geslapen of een kortslaper?

Het verschilt individueel, maar volgens deskundigen slaap je genoeg als je zonder wekker ontwaakt op het gewenste tijdstip. Oei! Zelf haal ik kantje boord 7 uur. Ik had daar nooit van wakker gelegen, tot ik deze maand een artikel las over neurowetenschapper Matthew Walker van de University of California. Die is er heilig van overtuigd dat slaapgebrek een ernstig maatschappelijk probleem is. En niet alleen doordat we overdag slechter functioneren, trager reageren en aan empathie inboeten.

In zijn boek Why we Sleep legt Walker een verband tussen weinig slapen en (onder meer) suikerziekte, obesitas, depressie en Alzheimer. Wat dat laatste betreft, tijdens de slaap wordt amyloïd afgebroken, de toxische plaque die zich afzet tussen zenuwcellen. Wie weinig slaapt (wij bijna allemaal) heeft daarom een grotere kans op de ziekte. Het boek is een even hartstochtelijk als onweerlegbaar pleidooi voor acht uur per nacht: cru gezegd komt het erop neer dat de onderhoudsploegen van het brein de kans moeten krijgen rustig hun werk te doen.

Vanuit een oogpunt van volksgezondheid (zowel geestelijk als lichamelijk) zou het dus heilzaam zijn als als de overheid een goede nachtrust stimuleerde; als Ziggo en KPN bijvoorbeeld door een wetswijziging werden gedwongen ’s avonds om 9 uur de stekker eruit te trekken. De TV op zwart en op alle schermen en schermpjes de melding ‘error 2100: u schakelt in na bedtijd’.

Ik zie het alleen nog niet snel gebeuren. Er rest mij dus weinig anders dan zelf het goede voornemen ten uitvoer te brengen: minstens 8 uur nachtrust in 2018. Met onmiddellijke ingang. Nou, ik kruip maar eens onder de wol.

.

maan

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Dokken

We waren in Gent – hoe Nieuwjaarsochtend beter te beginnen dan met een wandeling? En we boften erg met een lokale gids/vriendin die spontaan mee wilde. Eerst wees ze ons plichtsgetrouw op een paar gave geveltjes en werden we meegetroond naar het Groot Begijnhof Sint Elisabeth.

En natuurlijk, natuurlijk waren wij bereid ons te vergapen. Aan de strak gecoiffeerde bomen, aan de bemoste stenen muren en de heiligenbeeldjes her en der in nissen, net genoeg aangetast door de tand des tijds. Het was daar schitterend.

.

gentabdij

,

We gluurden naar binnen. In de kerk stond de kerstkribbe nog opgesteld, bewaakt door een onthoofde non (????)

,

nonzonderhoofd

.

Tot zover niets ongewoons. Toen ontmoetten we die onaanstuurbare feestvierder en vervolgens sloegen we over de kasseien rechtsaf langs de waterkant. De dokken. Een niemandsland met een verleden én een rijke toekomst – maar nu nog even niet. Links hadden we uitzicht over de grandeur van de binnenstad en aan de rechterzijde passeerden we vastberaden nieuwbouw, vervallen loodsen en fabrieken waarin lieden van allerlei allooi beschutting vonden tegen de elementen. Veel graffiti en andere ongesubsidieerde scheppingsdrang.

.

gentdok5

.

gentdok4

.

Het mooist waren de oude oranje gewelven, het voegwerk aangevreten door muurplanten:

.

dokgent1

.

gentdok2

.

gentdok3

.

Wat ben ik blij dat ik dit  alles nog in deze afgetakelde staat heb gezien; over 20 jaar zijn die oude dokken gesaneerd, gesteriliseerd en in oorspronkelijke toestand hersteld met steun van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (dat op infoborden zijn goede bedoelingen al kenbaar maakt). Dan meren er jachten aan flaneren er toeristen. Nu waren wij de enigen – klappertandend maar uitgelaten.

.

gestrand

.

Oh nee, er waren nog twee anderen; twee dames met rolkoffers, de vermaledijde kinderkopjes verwensend en foeterend op de pijl van Google Maps die hun deze verlatenheid in had gestuurd, op zoek naar een parkeergarage.

Meer Gent hier (over het socialistisch verleden), hier (openbare toiletten), hier (de St. Baafsabdij) en hier (brug over de Leie).

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

.

Vooruit

Een weekje congé rond de jaarwisseling en prompt miste de RaDa-reda de staking in het streekvervoer. Een paar weken na mijn ode aan de nieuwe bussen van Connexxion blijkt dat de blazen van de chauffeurs van die imposante gevaartes vaak op knappen staan: de krapte van hun rijschema’s staat een sanitaire stop niet toe.

En zo hebben ze meer grieven over hun arbeidsomstandigheden en werkdruk. Wie wacht met optrekken/wegscheuren omdat een bejaarde in het gangpad naar een zakje gevallen peren grabbelt, moet vrezen voor sancties van de perronchef (of een klikkende boordcomputer?).

In Gent, waar wij verbleven, was de bus op Oudejaarsdag gratis – sympathiek, toch? De chauffeurs maakten een onopgejutte indruk, al valt niet uit te sluiten dat die net zo neoliberaal worden afgeknepen als hun Hollandse collega’s. Gek, opkomen voor je rechten als werknemer lijkt in Nederland haast iets moderns. In Gent word je er op meerdere plekken in de historische stad aan herinnerd dat voor sociale verworvenheden ooit fel gestreden en geleden is. De socialistische Coöperatie Vooruit bezat in zijn hoogtijdagen een royaal pand aan de Vrijdagmarkt en telde voor de Eerste Wereldoorlog 10.000 leden.

.

vooruit3

.

Vooruit gaf een dagblad uit en had een eigen vermaakspaleis – nu in renovatie, maar nog steeds in gebruik als café en theater. Toen wij er binnengluurden was de nieuwjaarsreceptie van de gemeente in volle gang. En menig Connexxion-chauffeur zou met afgunst naar de WC kijken.

.

vooruit2

.

Onze favoriete pleisterplaats was een paar wijken verderop, bij het Ledebergplein. Daar bevindt zich het Achturenhuis. Knus, warmmenselijk, precies roezemoezig genoeg. De naam van de brasserie verwijst niet naar de tijd dat de stamgast er gemiddeld verblijft, maar naar de campagne voor de achturige werkdag. Aan de muur hangt een kopie van het forse schilderij ‘De klok slaat 5 ure’ uit 1905 van Achiel de Martelaere.

.

vooruit1

.

We keken er met gepast ontzag naar, en keuvelden wat over kapitalistische uitbuiting. Zo lang het duurde, althans.

.

averbodebier

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Eerste ontmoeting

De eerste dag van 2018 was bijna op de helft. De meeste Vlamingen waren nog aan het bekomen van de oudejaarsviering. Wij wandelden monter met een Gentse vriendin naar de kades / kaaien van de Schelde voor een frisse ochtendwandeling.

De man die wij aan de andere kant van de weg zagen zwalken, verkeerde in een heel ander stadium dan wij. Aanvankelijk wekte hij onze lachlust op met zijn karikatuur van dronkenschap. Optimistische reuzenpassen afgewisseld met onmachtige surplaces, linker- en rechterbeen verwikkeld in een hopeloze identiteitscrisis, knikkende en zwikkende knieën. Minder komisch werd het toen een van zijn evenwichtsstunts hem de brede rijbaan op zwierde. Op de wegen bij station Dampoort kan hard gereden worden. Tot een koerscorrectie leek hij niet in staat of anders had hij geen benul van het verkeer.

Wij aarzelden; hij zag er verschoten uit: blonde dreadlocks en nou ja… Representatief was anders. En (wie weet wat hij had gebruikt om in deze staat te geraken) agressie viel niet uit te sluiten. Ik stak niettemin de zebra over, beduidde tegemoetkomende auto’s vaart te minderen en benaderde hem via een omtrekkende beweging. Daarna maande ik hem zo tactvol mogelijk richting trottoir. Uit zijn intens blauwe ogen bleek niet of en hoe hij mij waarnam, maar hij leek mij mijn padvindersgedrag ook niet kwalijk te nemen. Op mijn hypnotiserende woorden (“het is daar te gevaarlijk, meneer”) mompelde hij iets onverstaanbaars.

Veilig op de stoep draaide hij een soort oriëntatierondje, terwijl ik verder ging met mijn elementaire verkeerslessen. En toen gebeurde het ongelofelijke. Gedreven door welke demonen? / aangetrokken door wat voor visioenen? – zette de stuurloze strompelaar van zojuist het op een lichtvoetig drafje, diagonaal over het enorme kruispunt, in tegengestelde richting. Wij hapten naar adem, maar hij haalde heelhuids de overkant, waar zijn vorderingen aan ons zicht werden onttrokken.

2018, het kan nog een jaar vol verrassende ontmoetingen worden.

.

longunwindingroad

.Long unwinding road bij Dampoort

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Afteldagen

Ik weet niet of er een nationale behoefte is aan een naam voor de vier dagen tussen Kerst en Oudjaar? De Toptiendagen? De Lijstjesdagen? Desgevraagd zou het RaDa iets met ‘tellen’ willen voorstellen: de Afteldagen of anders gewoon de Teldagen, waarin je loom op de bank ligt en de balans van het jaar opmaakt – successen wegstreept tegen zeperds, je zegeningen telt en verliezen afschrijft.

Wat dat laatste betreft, hoelang blijf je hopen? In januari kocht ik dure handschoenen. Na enig twijfelen, want ik ben een sloddervos. Het ging een paar weken goed, tot ik in het donker langs de Lodewijk van Deijssellaan fietste. Ik frommelde en rommelde wat in een jaszak en toen ontbrak ineens een van mijn handschoenen.

.

eenling

.

Het kon niet anders of hij lag op een strook van niet langer dan 200 meter vanaf het Mendelcollege. Ik speurde en tuurde, maar zag ‘m nergens. De volgende dag keerde ik terug, nu voor het invallen van de duisternis. Ik hoopte dat iemand de handschoen op een zichtbare plek zou hebben neergelegd. Elke keer als ik nadien langs kwam, hoopte ik ‘m uit de goot te kunnen redden, besmeurd en verfomfaaid. Het zat me niet lekker. Zijn chique, glanzende wederhelft (zie boven) weigerde ik weg te gooien. Want je weet maar nooit, dacht ik aanvankelijk.

Die ander ligt al maanden in een kast. Als eenling. Overbodig. Telkens als ik ‘m zie voel ik een stil verwijt. De kans op een hereniging van het stel is miniem. Dus ik geef ‘m nog tot 6 januari 2018, dan is het welletjes.

.

handschoen

.

Jammer dat ik op mijn 21ste niet een grote partij identieke handschoenen heb gekocht. Dan had ik een verloren linker- of rechterhandschoen telkens direct kunnen vervangen, zonder wroeging en zonder een gang naar de winkel.

.

verlorenhandschoen

.

Gisteren in Zandvoort zag ik diverse vondelingen.


Nou, tel ze, allemaal en tot 2018!


Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Sporen

Mijn huidige huis kocht ik bijna twintig jaar geleden van een goede vriend van me; hij vertrok naar Frankrijk, waar hij in 2007 aan een hartaanval overleed.

Af en toe komt er nog post voor hem; geen handgeschreven brieven maar brochures van een deftige herenmodezaak, waarop zijn achternaam verhaspeld is. Opzeggen zou een kleine moeite zijn, maar dat doe ik niet. Elke keer dat ze een Winter Sale aankondigen zal ik even aan mijn vriend denken.

Ik nam bij de verhuizing ook een aanzienlijk deel van de inboedel over. Twee kachels staan er nog steeds; het meubilair verdwijnt stuksgewijs naar Rataplan: een eettafel, een bureau, de kapstok, lampen. De boekenkast is een blijvertje, die voelt inmiddels als ‘van mij’. Van het interieur is door de jaren heen het nodige vervangen of overgeschilderd – steeds meer ‘sporen’ van zijn bestaan worden gewist. Het laminaat beneden lag er al, maar is niet heilig – dat zal er op een dag aan moeten geloven.

Het meest ‘van hem’ is het glas-in-loodraam op de benedenverdieping, dat hij zelf ontwierp. Natuurlijk niet als monument voor zichzelf, maar dat is het voor mij mettertijd wel geworden. Als de zon er door schijnt, maak ik hem een postuum complimentje. Daarna komen herinneringen vanzelf.

.

ronsglas

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Kerstboodschap

Slagroom, yoghurt, tuttifrutti, handperen, vanillestokjes, gember, roomboter, schapenkaas – mijn eigen Kerstboodschappenlijstje viel te overzien.

Het was niet buitensporig druk in de Dekamarkt zaterdagmiddag. Voor het schappenvullend personeel was het wel aanpoten en er waren veel onwennige shoppers. Alsof ze het nog moesten leren of door hun vrouw op pad waren gestuurd. “Hier, als jij dit nou haalt, alles staat op het briefje, want ik moet nog voor 12 personen roséaardappels in staartstervorm snijden en voor de pasteivulling moet ik al die duiven nog plukken.”

Bij de stellage met kaas stond een gebrilde man in een groene boswachtersoutfit te kijken of hij zojuist zijn kompas in een snelstromend beekje had laten vallen. Behoedzaam sprak hij een winkelmeisje aan. “Ik zoek de lijkgies, weet u die te staan?” Toen ze bedenkelijk keek, varieerde hij met ‘lieggees’. Terwijl zij ook deze nieuwe fonetische poging probeerde te koppelen aan een kaassoort uit het assortiment, bracht hij uit: “Het is een Chinese vrucht…”

Nu kon ik uitkomst bieden, al schatte ik de kans meer dan 80% dat hij met verse lychees thuiskwam in plaats van het gewenste blikje, of andersom. En dan moet zo’n man van zo’n vrouw weer terug, onder protest, nadat ze eerst samen nog even hebben geoefend op de uitspraak.

************

Bij de rij voor de kassa stond ik voor een echtpaar zonder karretje; hun enige aanschaf was een zakje bakpoeder. “Wilt u vóór?” vroeg ik. Dat wilden ze graag. “Ja, ík wacht wel…” bromde verongelijkt een besnorde veertiger met een zwarte hoed. Rekenkundig maakte het niet uit in welke volgorde de klanten voor hem werden geholpen, leek mij, maar als ik niet in functie ben leg ik niet graag dingen uit.

De hoeddrager had wel een karretje, met daarin alleen een pak met vier Page wc-rollen. “Wilt u óók voor?” vroeg ik gemaakt hoffelijk. Nee, dat wilde hij niet. Hij wilde gewoon verongelijkt zijn (al zei hij dat laatste er niet bij).

.

merel

,

Boom zonder Kerstlichies bij het Ripperda-complex, waarin vanmiddag een merel uit volle borst zat te zingen. Alsof het al mei was.

Santa-kleurig P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.