Paksneeuw

Vroeger had je paksneeuw. Die je dan met je blote (!), onbeschermde (!) handen oppakte en tot ballen kneedde. Kom daar vandaag de dag eens om. Een buurjongetje hanteerde een mij onbekend apparaat (al geef ik toe dat dat niet veel zegt. Om sociologische redenen weet ik niet wat de mama’s & papa’s van nu voor hummelgerelateerde attributen aanschaffen. Begrippen als ‘Maxi-Cosi’ en ‘babyshower’ komen mij niet aanwaaien).

.

sneeuwballenroller

.

Hoe dan ook, het apparaat leek op zo’n tang waar ze in de ijssalon de bolletjes mee scheppen. De sneeuwlaag van vannacht was dun en wilde het eigenlijk alweer voor gezien houden, dus het joch moest duchtig schrapen voor hij genoeg had voor één bal, maar die was dan ook volmaakt rond en mooi compact. Hij legde een voorraad aan, in afwachting van een weerloos oud vrouwtje… Nee, zo zijn ze niet tegenwoordig – het ethisch besef is aanmerkelijk sterker ontwikkeld dan bij mijn generatie op die leeftijd.

En ja, onze automatische schamperaar floepte aan. Heeft hij misschien ook nog een ander apparaat, dat de ballen voor hem gooit? Over tien jaar blijven ze binnen en vuren vanachter een console hun sneeuwballen af. Maar dat was flauw. In het Bolwerk was de opwinding als vanouds voelbaar. Opgetogen kinderen met sleetjes zochten de hellingen waar de sneeuw nog enigszins ongerept was. “Ja, dat plekje had ik ook in gedachte,” hoorde ik de ene vijfjarige op uiterst redelijke toon zeggen tegen een andere. Het taalgevoel is… uh… ook anders ontwikkeld dan bij mijn generatie op die leeftijd.

Het was behelpen, maar iedereen maakte er het beste van. De beoogde sneeuwmannen werden moddermannen. Of je moest je ambities bijstellen en genoegen nemen met een kindermaatje:

.

sneeuwpopje

.

Maar goede wil en motivatie waren ruim voorhanden. En hopelijk was dit een eerste begin – een warming-up voor de winter, als ik even wat metaforen mag klutsen. Let it snow, let it snow, let it snow!

.

neeuwhelling

.

P.S. wie bij ‘zoeken’ zoekt op ‘onvermoede apparaten’ vindt meer ‘onvermoede apparaten’ , zoals de Dieptemeter.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Kruimeltje

Ik geloof dat Kruimeltje in zijn jonge jaren ook weleens naar een woofcamp was geweest. Margot Klompmaker schrijft er vandaag over in het HD: over baasjes en honden die elkaars taal niet verstaan en in zo’n blafkamp bijles krijgen van ‘tolk’ Marit Hendriksen.

Kruimeltje was de Belgische herder van de overbuurvrouw/ een vriendin van ons. Ja, was. Deze week hoorden we dat hij is gestorven. Nogal vroeg, maar de slijtage was al bespeurbaar. Zijn beste kwispeljaren lagen achter hem – vroeger was hij niet te houden (letterlijk bijna) als hij mij aan de overkant van de straat zag en dan moest en zou hij even aan mijn hand lebberen. Fietsers op het voetpad langs het Bolwerk, ‘zijn’ territorium, mocht hij graag mores leren. En als hij op grote afstand, aan de andere kant van de Schotersingel, een oude bekende (hond) zag, werd hij een en al zintuig. Dat was een mooi gezicht.

Ik overdrijf niet als ik schrijf dat Kruimeltje en onze vriendin vrijwel onafscheidelijk waren. Hun vroegste ommetje maakten ze zo rond de tijd dat ik mijn tas onder de snelbinders doe om naar mijn werk te gaan. Dan was er meestal wel tijd voor een nogal fysieke begroeting – met Kruimeltje, niet met de vriendin. In de loop der jaren waren zijn manieren beter geworden; zo wist hij door schade en schande dat de meeste mensen het hem niet in dank afnamen als hij met ontembaar enthousiasme tegen ze opsprong en zijn modderpoten op hun revers stempelde. Maar hij wist ook dat ik een zwak voor hem had en het vier van de vijf keer toeliet.

Graag had ik nog één of twee modderpootjes van hem gehad, als afscheid, maar helaas… zoals het kan gaan, ineens was hij weg. 

.

gloed2

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Kerstspreiding

Straatjournaal december

Willen jullie méér Kerstmis of minder Kerstmis? Ik stel me voor hoe ik dit al dan niet demagogisch roep tegen twintigduizend lezers van Straatjournaal. Handen omhoog voor meer? Eenmaal, andermaal…?

Het is geen loze vraag, die Kerst ligt niet in beton gegoten, zoals politici dat uitdrukken. Een kort historisch overzicht: bij het concilie van Mainz in het jaar des Heren 813 werd Vierde Kerstdag afgeschaft. Een kleine duizend jaar later, in 1773, sneuvelde ook Derde Kerstdag, op last van de overheid. Wij hangen nu aan onze twee dagen, maar de meeste Amerikanen houden het na Christmas Day al voor gezien. Op Tweede Kerstdag werken ze gewoon en daarna eten ze kalkoenkliekjes. Wanneer ze fatsoenlijk naar de Meubelboulevard gaan is mij een raadsel.

Shakespeares komedie Twelfth Night verwijst naar Driekoningenavond, het einde van de twaalf dagen die Engelsen in die tijd uittrokken om de geboorte van Christus te vieren. Bijna twee weken schransen en slempen? Zelfs met een hulplever en drie bijmagen zou ik al op fifth night moeten afhaken, vrees ik.

Niet dat ik calorieënvrees heb, integendeel. Het recept voor een traditionele plumpudding ligt klaar op de keukentafel. De laatste zondag voor de Advent, vijf weken voor Kerst, helpen alle gezinsleden in Engeland beurtelings mee om de ingrediënten van het gerecht te mengen. Dat ritueel versterkt de saamhorigheid en betrokkenheid. Stir-up Sunday, noemen ze die dag. Na het roeren wordt het mengsel tot een bal gekneed en gestoomd – zeven of acht uur lang.

Tussen Stir-up Sunday (dit jaar 25 november) en 25 december moet de pudding rusten en rijpen. Voor het opdienen wordt hij opnieuw verhit en eventueel geflambeerd of overgoten met karamelsaus. Een reden dat de pudding zo’n instituut werd was de lange houdbaarheid. In de tijd van het Empire konden ver weg gestationeerde troepen en officials daardoor toch getrakteerd worden op a taste of home. En ook symboliek speelde mee. In de pudding werden gedroogd fruit en specerijen uit dat hele, machtige wereldrijk samengebald.

Vijf weken is het minimum, maar met een beetje geluk blijft zo’n gestoomde pudding dertien (13!) maanden goed. En dat brengt mij bij mijn idee van Kerst-spreiding. Want de makke van Kerst is toch dat een heel volk het tegelijk wil vieren, met alle hectiek en paniek van dien. Neem alleen al de bloedige onderhandelingen over de datum van het gezellig samenzijn. 25 of 26? Mijn schoonfamilie begint rond Moederdag al te steggelen. Iedereen tot in de derde graad van verwantschap delibereert mee. Wie heeft er nachtdienst, kinder- en huisdierenopvang, vervoer? Etc.

In de aanloop naar de dag dat Maria is uitgerekend, doen vriend en vijand er alles aan om de Kerst-hysterie aan te jagen: DJ’s, meteorologen met hun sneeuwvoorspellingen, dennen- en kaarsenkwekers, topkoks, pastoors, stollenbakkers en poeliers. Het lijkt een complot om ons een Kerst-overdosis te bezorgen. Kerst-coaches en Kerst-therapeuten knappen massaal af en de eerste Kerstbomen worden rond 19 december alweer het raam uit geflikkerd door Kerst-slachtoffers die het niet langer trekken. Te vroeg gepiekt!

Ik weiger me nog langer gek te laten maken. Zeker, die plumpudding stoom ik volgens schema op 25 november. En vervolgens laat ik ‘m rijpen. Maar dit jaar zet ik ‘m pas in als het mij uitkomt. Ergens in februari, vermoedelijk, als ik in een winterdipje zit of – spontaan! – behoefte krijg aan wat menselijke warmte in een ongedwongen sfeer. “Hé, moet je horen. Ik heb nog een rustende plumpudding staan. En een goede wijn. Hebben jullie zin?”

Noem het een pop-up Xmas. En mocht het er niet van komen, is er geen man overboord. Dertien maanden houdbaar! Want vergeet niet, volgend jaar is het wéér Kerstmis.

.

Christmas pudding

.

Zie ook Zest!

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Balen

Op zondag 2 december zat ik hoog in zo’n dubbeldekkersnelbus naar A’dam Zuid (lijn 346) en bij een bouwterrein bij de Schipholweg zoefde ik langs een lange afzetting van van die witte plastic zandbalen. Het was een fantastisch gezicht. Om goede foto’s te maken ging het te snel, dus ik besloot later terug te gaan op de fiets.

Ik ging er onbevangen heen – in gedachten probeerde ik tevergeefs een soort time lapse video af te spelen van hoe de entree naar Schalkwijk door de decennia heen veranderd is. Europaweg, Van der Valk, ziekenhuis, etc. Zoals je in filmpjes wildbloemen ziet ontluiken en verwelken. Wat is er weg, wat is er nieuw, etc. Als niet-automobilist kom ik daar niet echt regelmatig, maar zelfs dan… Hoe zag het eruit in 1980, 1990, 2000 en 2010? Hopeloos!

Dat van die fiets bleek een naïef idee. Voor fietsers is langs die Schipholweg geen enkele voorziening. Voor voetgangers evenmin. Ik dropte mijn fiets bij een bushalte en ploeterde plompverloren door de berm, terwijl het verkeer langsraasde. Die balen markeerden de bouwvlakte nog, maar het gebulder en de stank van het verkeer joegen me te zeer op om op mijn gemak te kunnen fotograferen. Wat een vierbaans hel daar – of was het zesbaans? Straks is de nieuwbouw af en hopelijk maken ze dan ook een paar viaducten en tunneltjes.

.

balen

.

balen2

.

Om niet helemaal kleurloos te eindigen op deze grauwe dag, plaats ik hier de laatste december-bloemen, gisteren gefotografeerd bij de Stadskweektuin.

.

herfstbloemen

.

P.S. Even opscheppen: de huisdichteres staat  vandaag met interview plus prachtige foto in het Parool (p. 16-17). In ieder geval is de publicatie van Wat als we niet waren betoverd niet ongemerkt voorbij gegaan.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

.

Roodenburgh

Voor een fikse duinwandeling was het te grillig, ons vaste antimufheidsommetje langs het Bolwerk stond blank en zo boemelden we duf de andere kant op, richting Stadskweektuin.

Tom&Ron van de blommenzaak probeerden ons met Glühwein en een walmend houtvuur te verleiden tot de aanschaf van een Kerstboom en andere seizoensgebonden evergreens, wat in zoverre lukte dat we tot onze eigen verbazing een maretak kochten voor €3,95 (moet zo’n druïde wel helemaal met zijn snoeimes voor de mareboom in, dus…).

Bij de Kleverlaan begonnen de ogen te wennen aan het daglicht. Op een gazon stond een gek standbeeldje – het staat er vermoedelijk al sinds 1921 en we zijn er al tientallen keren langs gekomen, maar ineens stond het er. Paddestoelen, met daaronder aan vier zijden een schuilende figuur: twee kabouterachtigen

.

kabouter2

.

en twee ontevreden kijkende nudistes

.

kabouter

.

Het beeld stond voor een huizengroep waarvan we de schoonheid voor het eerst echt op ons lieten inwerken. 

.

onderdak

.

We drentelden de poort in, bewonderden de luiken, het metselwerk, de sierlijke kozijnen en het gave schilderwerk. Een bewoner vertelde ons desgevraagd dat het buurtje was gebouwd voor onderwijzers, door Coöperatieve Woonvereeniging Onder Dak. De architect was J. Roodenburgh (1886-1972). Tegenwoordig worden de woningen ook te koop aangeboden, vertelde ze er zorgelijk achteraan – het was een beschermd stadsgezicht weliswaar, maar toch… Op de terugweg maakten we nogmaals een slinger door het wijkje, nu door de Dusartstraat. De zon scheen inmiddels en het werd er nóg mooier op. Nog iets: Ron&Tom bleken ons vakkundig te hebben geconditioneerd met hun kransen en ander commerciële kerstmeuk.

.

geenkerst2

.

Ja, soms hangt er ook gewoon écht iets aan een boom zonder dat er een elastiekje of touwtje uit China aan te pas komt.

P.S. Over die woningbouwvereniging Onder Dak kon ik op het Grote Boze Wereldwijde Web weinig vinden. Wel dit

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Vogelvoerverbod

‘Verdordening’ vertypte ik me toen ik de herkomst van ‘verordening’ wilde opzoeken. De zoektocht stelde teleur- zowel ‘verordonneren’ / ‘commanderen’  als ‘orde scheppen/rangschikken’ stammen af (zo concludeer ik na 90 seconden intensief onderzoek) van het Latijnse ordo.

Is Haarlem de stad met de hoogste verordeningsdichtheid? Ik vroeg het me af toen het HD vanochtend een gemeentelijke verordening aankondigde die het voeren van vogels verbiedt. De krant voert (ahum) de 68-jarige Sylvia de Mooy uit de Leidsebuurt op als een van de hoofdschuldigen aan de duivenoverlast aldaar. Berouwvol is ze niet:” Ik ben weduwe. Die duiven zijn alles wat ik heb.” Op haar beurt zou ze ook wel een paar verordeningen weten: een tegen trampolinespringen in de tuin, bijvoorbeeld, en voetballende kinderen. En haar invalideparkeerplaats wordt (in weerwil van de verordening) vaak ingepikt door fietsen.

Waar staat het RaDa in dezen? In het verleden heb ik me in besloten kring weleens positief positief uitgelaten over een jachtseizoen van 365 dagen voor meeuwen – alle wapens van katapult tot Kalasjnikov toegestaan en geen vergunning nodig. Anderzijds (er is altijd een anderzijds) wie is er niet vertederd als hij een opa met kleinkind brood aan de eendjes ziet voeren? En denk eens aan mijn buurman die dankzij zijn zonnebloempitten een kolonie puttertjes heeft weten te stichten? Wil je dat verbieden?

Van ver(d)ordeningen komen ver(d)ordeningen. Het zal wel eindigen met een ondoorgrondelijk systeem waarbij uitsluitend pasjeshouders op bepaalde plekken en tijden mogen voeren aan bepaalde hulpbehoevende soorten. Mensen van bewezen eenzaamheid eerst, die dan tevens de verplichting op zich nemen de omgeving van hun tuin of balkon vogelpoepvrij te houden. Of wellicht worden er speciale volières gebouwd waar liefhebbers zich kunnen uitleven. 2019 zal het leren.

.

kauw

.

Het brutale jonge kauwtje dat in september op het terras van het Dolhuys een fors stuk boterkoek van mijn schoteltje griste met een duikvlucht die grote routine verried.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Zest!

Voor Straatjournaal schreef ik een column over Kerstspreiding, waarin ik plechtig aankondigde op Stir-up Sunday (25 november) een traditionele Christmas pudding te zullen maken.

Dat kwam er niet van. De strekking van mijn stuk was dat je zo’n voorgekookte, gare pudding maar liefst 13 maanden kan bewaren. Het moment van opwarmen en opdienen kun je daarom naar eigen believen kiezen: op 25 december, maar net zo goed op Blue Monday of Goede Vrijdag. Leve de flexibele Kerst!

Maar zoals dat gaat, ik begon met ruim een week vertraging aan fase een van de bereiding. En er waren geen familieleden paraat om beurtelings te roeren, zoals het ritueel voorschrijft. En ik wilde het niervet weglaten (om vegetariërs niet in gewetensnood te brengen). Later vond ik ergens een heerlijk uitziende  glutenvrije variant – van dat recept zou de hele familie mee kunnen eten, op de geheelonthouders na, want de cognac was me heilig. En mooi meegenomen, alles kon in een etmaal gepiept zijn. Dus als de onderneming nu mislukte, was er niks aan de hand, dan maakte ik met Kerst iets anders.

Het begon met veel hak- en snijwerk: 2 ons gedroogd fruit (cranberry’s, rozijnen, dadels, pruimen, abrikozen). Kaneel en andere specerijen erbij, plus cognac en appelsap. En sinaasappelrasp. Orange zest! Ik leerde het woord ‘zest’ kennen (lang, lang geleden) in de uitdrukking zest for life (levenslust) en pas later als citroen- of sinaasappelschil. Het mengsel moest een nacht trekken in de koelkast, maar toen…

.

plumpudding

.

Toen ik het deksel van de schaal haalde, slaakte ik een genotskreet. En nog een zucht erachteraan. Zest!Zest!Zest!Zest!Zest!Zest! Ik weerstond de verleiding die schaal ter plekke leeg te lepelen. Dus na drie volle eetlepels hield ik op. Nadat ik de hele zwik met bloem tot een brij had gemengd, kon het stomen beginnen. Alles in een beboterde tulbandvorm en die twee uur afgedekt in een pan kokend water zetten. Het keren ging soepel en toen had ik dit.

.

plum3

.

Zeer presentabel, niet? En de smaak is (mag ik even snoeven?) onovertroffen. Ja, hij zou nog geflambeerd kunnen worden en er mag slagroom over. Maar jee, ook zo doet dat spul al wonderen voor mijn zest for life.

P.S. De column plaats ik hier over een week.

P.S. Ik ben geen ervaren kok, het recept kan goed door amateurs geprobeerd worden.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Boerenhesjes

Het nabeeld van de gele hesjes is nog niet verdwenen van je netvlies of het volgende protest komt er al overheen: een boerenopstand bij het Provinciehuis.

Mijn aandacht werd getrokken door over een breed front fout geparkeerde landbouwtrekkers, met daaraan spandoeken. De spelling maakte her en der een geïmproviseerde indruk. WIJ ZEGGEN NEE TEGEN DIT WANIDEE (later was een ‘a’ toegevoegd, maar ‘wanidee’ heeft eigenlijk wel iets).

.

boerenprotest3

.

Uit de spandoeken maakte ik op dat de Provincie weidegebied wil omzetten in rietlanden: DE POLDERS ONDER WATER/KOEIEN NIET MEER IN HET LAND/DE PROVINCIE HEEFT DIT IN DE HAND. Er schoot me iets te binnen over voorgestelde maatregelen tegen bodemdaling. Juist ja, hier staat het.

.

boerenprotest4

.

Er stonden enkele boeren bij hun meegereisde frituurwagen – van café De Drie Zwanen uit Den Ilp (STADSFRIET VERTROUWEN WE NIET!) – maar het merendeel was op de thee bij Remkes, aan dit laarzenpark te zien. Hadden ze die uit beleefdheid buiten gelaten? Of was er een duistere symboliek? Laarzen die evenals het boerenbestaan binnenkort overbodig werden?

.

laarzem

.

Het is moeilijk geen sympathie voor de mannen te hebben. Een bodemdaling van 27 cm in veertig jaar? Veengebieden verantwoordelijk voor 2% van de CO2-uitstoot? Als je met je laarzen in de modder staat, ben je van zulke cijfers niet direct onder de indruk, kan ik me zo voorstellen.

.

boerenprotest2

.

P.S. Zoek de overeenkomst tussen plaatje 2 en een foto bij het Louwman Museum (RaDa van gisteren)

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Louwman Museum

Uit mijzelf zou ik, autoloos burger, nooit naar het Louwman Museum zijn gegaan, maar mijn Haagse broer en zijn vrouw vierden er hun verjaarspartijtje. Lunch met oldtimers toe, zeg maar.

Het bleek een gouden greep. We wandelden er ontspannen heen vanaf het station – een half uur door de herfstende parken langs de Bezuidenhoutseweg. Het stalinistisch aandoende beeld bij de entree wekte niet direct ons enthousiasme.

.

Louwmans1

.

Dit in tegenstelling tot de getoonde auto’s. Ook als je zoals ik nog nooit onder een motorkap hebt gekeken en geen accu van een krukas kan onderscheiden, kan je niet anders dan onder de indruk raken van de schoonheid en soliditeit van sommige ontwerpen. En verrast zijn dat de elektrische auto niet iets is van de laatste decennia.

.

louw3

.

Om een idee te geven van de variëteit aan merken, modellen en soorten jat ik even een pagina uit het collectieoverzicht.

.

collectielouwman

.

De Humber van Churchill staat er ook geparkeerd, met king size asbakken; een slee van Elvis; een taxi uit The Godfather en een bolide van James Bond. Het museum etaleert zowel het menselijk vernuft als de pronkzucht van de hele rijken. Als Maharadja van Nabha wil je niet gezien worden in een Daf.

.

swan car

.

Iets met een zwaan, zou dat niet leuk zijn? En dan voor de kleine ritjes op het landgoed nog een Mini erbij. Moeder uit 1910, ‘baby swan’ tien jaar jonger. Het is zo’n museum waar iedereen iets van zijn gading vindt en waar je rustig twee of drie keer terug kunt komen zonder je te vervelen. We reden in mijn moeders auto terug naar huis en bekeken de weggebruikers met nieuwe ogen. Ik bedoel, wat is er eigenlijk mis met meer geel op straat?

.

20181201_152259

.Pegaso-Z102 Cúpula (1952, Spaans)

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Kinderyoga

Vanavond rond zeven uur. Ik fietste door het duister (er was geen keus, er was geen licht) van Driehuis naar Haarlem. Een enkeling haalde mij in of kwam mij tegemoet. Slechts tweemaal ving ik langs de 10 km van mijn route een menselijke stem op. Beide malen luid telefonerende eenlingen.

Ergens bij Westerveld uitte een petdragende jongeling deze intrigerende tekst: “Da’s bij ons op het werk nationale snuifdag, ouwe!”

Hij articuleerde goed, dus daar lag het niet aan dat ik zijn mededeling niet kon plaatsen. Op het Zwarte Pad bij Santpoort-Zuid naderde een fel verlichte fiets. Terwijl ze mij passeerde, krijste de berijdster met een schelle uithaal tegen haar mobiel: “Kom op, het is maar fokking kinderyoga!”

Metrisch vond ik het sterk – had ik in het wild een jambische pentameter gevangen? Nah… bij nader inzien niet, maar voor een beetje rapper of tekstdichter moet er toch iets te doen zijn met “Kom op, het is maar fokking kinderyoga!”

Vervolgens voelde ik me een beetje mismoedig worden. Snuifdag? Kinderyoga? Fokking kinderyoga? Hoeveel (of hoe weinig?) begrijp ik nog van mijn medemensen? Overigens, ik wil van mijn twijfel niet die twee toevallige telefoneurs de schuld geven. Ik had het me vandaag al diverse malen eerder afgevraagd.

.

lighht

.

.propbouw2

.

P.S. Foto’s genomen langs bovengenoemde route: fel verlichte sportvelden en de Propbouw bij het Mendel/honkbalstadion die ras vordert.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.