Sprinkhaan

Hoe vaak kan iets aanwaaimuziek zijn? De afgelopen winter wandelden de huisdichteres en ik via Penningsveer naar Spaarndam. Het vroor licht, maar het was zonnig en windstil.

We passeerden een boerderij toen uit een schuur ineens vinnige, punkachtige muziek knetterde. Daar was een bandje aan het repeteren. Inner city-muziek onder de hooiberg. Het klonk lekker. We rustten uit op een bruggetje vlakbij en aten een boterham. Er werd serieus gerepeteerd, af en toe deden ze een introotje meermalen of legden alles stil omdat het beter moest. Op een gegeven moment kwam er een mooi meisje aanfietsen met een gitaar op haar rug. Ze slenterde naar de schuur om het collectief te versterken. Zou het de zangeres zijn?

Misschien was het helemaal niet zo’n mooi meisje, maar ze werd dat in mijn herinnering wel.

.

punkboerderij

.

Vanmiddag liepen we de route in omgekeerde richting. “Weet je nog, van de winter…?” vroeg ik aan de huisdichteres. We schraapten onze herinneringen aan die dag bij elkaar (er was ook nog een eigenwijze reiger op het ijs van de sloot) en toen hadden we een déjà écouté. Er klonk een basloopje in de verte en daarna iets Joy Division-achtigs. Waarschijnlijk oefende de anonieme band daar iedere zondagmiddag (of elke dag), maar hoe dan ook, het is leuk als aanwaaimuziek nog een keer terugwaait.

En we hadden een tegenligger. Een forse sprinkhaan van een centimeter of vijf. In de verte naderden drie ruiters, maar daar had hij lak aan.

.

tegenligger

.

Zijn lichaamstaal verried geen angst. Zouden er nog 60 miljard vriendjes van hem in aantocht zijn, die nu nog bezig waren Spaarnwoude kaal te vreten?

.

kommaaropalsjedurft

.

Toen ik mijn tas op de grond had gelegd om een foto te maken ging hij onverhoeds in de aanval.

Hier is hij op iets meer dan ware grootte en dan zie je hoe zijn vleugels en lijf perfecte schutkleuren hebben; hij lijkt kunstig samengesteld uit boomblaadjes, tot de nervatuur aan toe.

sprinkhaan

.

Oh wacht… zojuist verdacht ik de sprinkhaan en zijn 60 miljard knaagmaatjes er nog van de hele polder te willen ontgroenen, maar als het een sabelsprinkhaan is, voedt hij zich met andere insecten.

Zo zie je maar weer, een mens is nooit te oud over leren. Waarover later meer, InHolland!

.

lerenisdurven

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Fluïde

Anti-terrorismepaaltjes met erectiestoornissen en ruim baan voor auto’s links en rechts, veel meer Haarlems nieuws brengt het HD niet vandaag. Nee, dan Bloemendaal, daar zet Margot Klompmaker haar veldwerk voort.

Daar bullyen ze om het al dan niet plaatsen van lichtmasten bij de hockeyvelden 3 en 4 bij landgoed Caprera. De gemeenteraad en de club zijn voor, de omwonenden tegen. Die beroepen zich op afspraken uit 2000. Het verzet tegen de aanleg van kunstgras werd destijds gestaakt op voorwaarde dat er geen lichtmasten kwamen.

Afspraak is afspraak, zou je denken, als niet-Bloemendaler, niet-hockeyer en niet-jurist. Maar bij de inspraakronde gisteren (ik baseer me op HD c.q. MK) gewaagde een van de sprekers (jurist, clubsponsor en ouder) van een ‘fluïde afspraak’ en als zodanig ‘niet voor de eeuwigheid’.

De eeuwigheid en 17 jaar, daar zit nog wel enig licht tussen, maar toch… Die fluïde afspraken klotsten maar door mijn hoofd de rest van deze dag. Hoe werkt zoiets? Je denkt in je naïviteit een afspraak te hebben zo hard als een hockeybal. Wat blijkt, hij is zo fluïde als een uit zijn hoorntje gevallen ijsbolletje tijdens een hittegolf. Er likt een hond aan, het smelt en sijpelt richting goot, waarna een onweersbui de laatste resten van de stoep spoelt. Afspraak? Fluïde afspraak!

Het was [noodbruggetje] weer een dag van verregaande fluïditeit. Een kilometer voor ik mijn werk bereikte barstte er bij Santpoort een bui los die gepaard ging met een gave regenboog, te groot om in zijn geheel in beeld te vangen, maar mooi genoeg om hier te tonen.

.

santpoortnoord

.

Op de terugweg kwam ik terecht in een geestdriftig gespetter en gekletter, dat ik (regenkleding aan) vrolijk neuriënd onderging, tot een passerende auto langs de Brederodelaan een zodanige plets water opwierp dat ik naar adem happend in de remmen kneep, denkend aan een flauwe, fluïde grap. Het leek niet zo te zijn. De weg stond vrijwel blank en passerende auto’s leken door een sloot te rijden.

.

spetter

.

fietsmeet

.

Onder ons doordrenkte fietsers zorgde de hoosbui voor een fijn soort bevrijding en lotsverbondenheid. We knikten elkaar toe met een blik van verstandhouding: ach wat, kom maar op met die nattigheid, het mocht best een litertje meer zijn. Thuis wachtten droge handdoeken en een behaaglijk weekend.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Mug shots

Noem het ontsnobbing, noem het hersenverweking (of liever nog noem het voor de verandering eens helemaal niks!) maar op mijn leesmenu stonden deze zomer ineens enkele detectives.

Voor mij praktisch onontgonnen gebied (zoals ik nog nooit in Afrika, Australië of Azië ben geweest). Zo ontdekte ik Edmund Crispin (The Moving Toyshop, uit 1946, opgedragen aan Philip Larkin), met een professor uit Oxford als hoofdpersoon/speurder. Een genot om te lezen door de humor en stilistische brille.

Al lezend maak je je (of ik me) een voorstelling van de auteur (echte naam Bruce Montgomery en teven componist). Crispin, dus dat ‘knisperig’ zat al in mijn hoofd toen ik ontluisterende passages las over zijn alcoholisme en ontwenningskuren: …on one occasion [Rossiter] found him more or less crawling up the walls. Although he had nothing in his hand, he was flicking the ash of an imaginary cigarette and stubbing it out. Daar is weinig knisperigs aan. Het zal me er niet van weerhouden meer boeken van hem te lezen, daar niet van. Ze liggen al klaar.

Josephine Tey was een andere ontdekking. Ik begon met The Daughter of Time (waarin een bedlegerige detective vanuit het ziekenhuis aan een ‘cold case’ tegen Richard III werkt). En omdat we dit jaar niet naar Schotland gingen las ik ter compensatie The Singing Sands (1952). Ook al zo geestig en onsentimenteel. Nieuwsgierig geworden naar de schrijfster vond ik deze prachtige foto:

.

 

.Momenteel ben ik bezig aan mijn eerste Dorothy L. Sayers, The Nine Tailors (1934), waarin een hoofdrol is weggelegd voor kerkklokken en hun luiders. ‘Ringing the changes‘ kende ik eigenlijk alleen als uitdrukking voor ongeïnspireerd variëren op een thema. [Zelfspotgrapje over klok en klepel weggelaten]. Sayers legt de principes van deze eeuwenoude, typisch Engelse tak van sport/folklore/manie gewetensvol uit (zie ook hier); de scène waarin de dominee van Fenchurch St.Paul zijn ‘dreamteam’ voorstelt aan invaller/detective Peter Wimsey deed me een paar keer in de lach schieten. Ze beginnen aan een recordpoging die de hele Oudejaarsnacht zal duren.

Voor een indruk van de lichamelijke inspanningen en de wiskundige principes zie dit filmpje.

Nogmaals over het uiterlijk van de schrijver: Sayers’ mug shots zijn net als die van Josephine Tey erg de moeite waard.

Overigens (je moet ergens beginnen) liet ik mijn boekenkeus onder meer bepalen door de zeer nuttige site Five Books (the best books on everything).

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

 

Weeromstuit

.

bolwerk

Schotersingel

.

De weeromstuitsverwachting voor gisteren en vandaag: onvoorspelbaar voor de tijd van het jaar.

Wisselend uitzinnig met perioden van storthagel en stuifregen, met tussendoor tropenkolder in de vorm van gedesoriënteerde zonnestralen in horizontale en hemelwaartse richting. In de nacht plaatselijk droge donder, gepaard met knol- en bolbliksem. Overdag blijft de lucht blauw, grijs, geelbruin, bruingeel en zwart, met tegen het vallen van de avond kans op geknakte regenbogen en verspreide Irma-kloontjes. Kijken op Buienrader heeft geen zin. Neem als u van huis gaat paraplu, zuidwester, sneeuwschoenen, wollen sjaals, zonnebrand en lieslaarzen mee. Ook morgen is het weer aanhoudend wasselvillig en kwispelturig.

.

weeromstuit

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.


Licht en lawaai

Heibel in Bloemendaal, op twee fronten. De strandpaviljoenhouders zijn ontdaan dat zij met ingang van 2018 veel minder feesten mogen organiseren.

We hebben het niet over feestjes met een kring, waar tante Jo onder het genot van een advocaatje met slagroom vertelt over haar nieuwe steunzolen. Als the likes of Bloomingdale, Fuel en Vroeger een feestje geven, trillen op het strand de uitjes van je broodje haring en ontvluchten schar en schol schielijk de territoriale wateren. Er zijn jaarlijks ruwweg 150 feesten, incidenteel met 8000 bezoekers en de ME als ongenode gast.

De gemeente Bloemendaal wil, in de woorden van wethouder Nico Heijink in HD, een ‘hoogwaardig strand’: “Dit moet ook een emmertje-schepje strand zijn.” De reductie van het aantal feesten was reeds aangekondigd in het bestemmingsplan 2013, waarin de strandtent werd bestempeld als ‘kleine horeca’. De paviljoenhouders (me dunkt geen jongens die ’s nachts de kleine lettertjes van ambtelijke stukken pogen te doorgronden) hadden nog lopende contracten en dachten kennelijk dat de bui wel over zou waaien. En nu… en nu…

Ze eisen een definitie van een feest (RaDa: een kring waarin tante Jo…) en dringen aan op een overgangssituatie. Het RaDa (motto: de enige goede decibel is een dode decibel) stelt voor ze tot 2019 een verroest booreiland te geven op 3 km achter de horizon en een vergunning voor uitsluitend akoestische muziek.

Meer sympathie kan ik opbrengen voor de omwonenden van hockeyclub Bloemendaal, die zich verzetten tegen een verdere aantasting van landgoed Caprera. Een geniepig amendement in het nieuwe bestemmingsplan wil de bouw van lichtmasten bij veld 3 en 4 toestaan (ik baseer me hier eveneens op Margot Klompmaker, HD-correspondent in de betere buurten). Bij de aanleg van de kunstvelden werd in 2004 afgesproken dat die er niet zouden komen.

De omwonenden beweren begaan te zijn met de vleermuizen, maar al leefden er alleen schorpioenen en blinde vinken in die duinen, dan nog zouden ze tegen die masten zijn natuurlijk. En terecht! Het is daar prachtig. En er is gelukkig nog hoop, want liefst drie stichtingen hebben de hakken in het zand gezet (Schapenduinen, Duinbehoud en Ons Bloemendaal) en een beetje Bloemendaler spant net zo vaak een juridische procedure aan als hij met lege sherryflessen naar de glasbak gaat.

Overigens, die uit zijn jasje groeiende hockeyclub verweert zich door te zeggen dat ze veel leden uit Haarlem krijgen, waar de ‘hockeymogelijkheden niet in overeenstemming zijn met het aantal inwoners’. Als dat zo is, moeten wij ons dat als stad aantrekken – kunnen we geen dependance van Bloemendaal onderbrengen in het oude Haarlemstadion? Eventuele vleermuizen jagen we wel weg.

.

zandsculptuur

.

P.S. Tegen het middaguur kwamen wij uit station Zandvoort en dachten een oorlogsmonument te zien. Het bleek een zandsculptuur voor het EK, gemaakt door de Oekraïner Vlacheslav Iemelianenko, dat het Circuit uitbeeldde. Na het bewonderd te hebben liepen we de stilte van het Kraansvlak in, die duurde tot er om 13.oo uur iemand met een zwart-wit geblokte vlag zwaaide. Shit, een lawaaidag… De rest van de wandeling legden wij af in helse herrie. De enige goede decibel…

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Fiep, Ron & Neil

Geschreven voor Straatjournaal (sept. ‘17)

Ik moet jullie mijn vakantiekiekjes nog laten zien! Kijk, dit is Atilla de Haan, met zijn vrouw Atilla de Hen. Die twee zaten in een ruime volière waar de mussen vrijwillig in floepten om voer te stelen. En dit is Piep, de moederkloek, met haar samengestelde gezin. Twee grijze kuikens, een lichtbruin en drie zwart-witte. We bevrijdden ze ’s ochtends uit hun ren en dan scharrelden ze op het erf en in de tuin hun eigen kostje bij elkaar. In de mestvaalt vonden ze wormen.

‘Moet je zien hoe sterk haar achterpoten zijn’ riep ik geestdriftig tegen mijn vrouw, toen Piep in haar ijver veel hooi en stof deed opstuiven, haar kontje naar mij toegewend. Achterpoten? Ahum… Als stadsmens valt er van alles te ontdekken als je een week in een Drents gehucht bivakkeert, in een tot woonhuis omgebouwde boerderij. Je posteert je met een mok koffie in een tuinstoel en kijkt om je heen. Zo viel het mij op hoe veel er geautomatiseerd is in de natuur. De bramen werden vanzelf donkerpaars en peren rijpten tevreden in de zon – daar hoefden wij niets aan te doen. Muggen werden verwijderd door hoogopgeleide stuntvliegers, de huiszwaluwen. In een veld naast ons voedde een merrie haar veulen op. Het zogen werd nog gedoogd, maar lang zou het niet meer duren.

Maar het meeste plezier beleefde ik toch aan Piep en haar gebroed. De eerste dag opereerden ze als een zevenkoppig, 14-potig wezen; angstvallig dicht bij elkaar, alle snaveltjes dezelfde kant uit en in het midden de moederkloek: steeds waakzaam, soms agressief. Tegen het eind van de week was het meer een los samenwerkingsverband. De kuikens zwermden uit; ze kregen een eigen karakter en we gaven ze namen. De twee dikke grijze waren Bolletje en Wolletje; de zwart-witten doopten we Fiep en Ron en de eerste met een hanenkam was Neil. De rappe, magere noemden we Vivianne, ter ere van Miedema, die Nederland naar de Europese titel had geschoten. Ze kwamen gretig aanrennen als we ze bosbessen voerden, of vis en frietjes. Spinazie en prei bliefden ze niet, sperciebonen wel. Af en toe kwamen er romantische ideeën bij me op. Zo zouden alle kippen moeten leven, dacht ik dan. In rust en eenvoud. En in vrijheid.

.

Piep

. 

Ik zag ook de problemen. Als je 17 miljoen Nederlanders drie keer in de week een ei bij het ontbijt wilt geven, moet je de zaken grootschaliger aanpakken. Alleen al in Barneveld worden jaarlijks een miljard eieren gelegd door de 3 miljoen daar gehouden leghennen. Zelf hadden wij trouwens geen eieren. Piep was net broeds geweest en die van Atilla de Hen waren bevrucht. Voor eieren moesten we naar de Plus, in het dorp verderop. Dat ze ze daar wel hadden, sprak niet eens voor zich, want juist die week waren enorme partijen eieren vernietigd vanwege een te hoog fipronil-gehalte. Sommige pluimveehouders kozen er om economische redenen voor om alle kippen te ruimen.

Het zoveelste schandaal in de bio-industrie. Het stemde bitter. Als consument voel je je medeplichtig, zelfs al zoek je in de schappen altijd de groenste bakjes uit, met schaterlachende kippen en protserige certificaten (AH verkoopt 38 verschillende soorten eieren). Op ons erf konden we het niet helemaal van ons af zetten, ondanks dat guitige gegrut, gepik en gegraaf om ons heen. “Jullie moeten het zeggen als jullie bloedluis hebben, Fiep, Ron en Neil! Dan krijgen jullie fipronil.”

Kippen hebben niks met naamgrappen en wrange humor. Gelukkig hebben ze ook geen weet van het lijden van soortgenoten elders in de wereld. Dus die van ons leefden in rust en eenvoud.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Paal en perk

‘Centrum is terrorisme-proof’ kopte het HD vanochtend. Hufterproof, foolproof en bulletproof kende ik al, maar ‘terrorisme-proof’?

Een kleine Google-proef leert dat het woord niet erg gangbaar is – en doorgaans betreft het dan één gebouw (de Eiffeltoren), een auto (van de koninklijke familie) of een cockpitdeur. Met een heel terrorisme-proof stadscentrum doen we het dus niet beroerd. Uit het HD wordt overigens niet duidelijk of burgemeester Jos Wienen het woord zelf bezigde of dat het hem in de mond werd gelegd door een gedienstige journalist.

Hoe dan ook, Amsterdam en andere risicosteden wapenen zich met logge betonblokken tegen moordzuchtige chauffeurs. In Haarlem hebben we gelukkig paaltjes om de straten af te sluiten. De bestaande paaltjes worden binnenkort gereviseerd (paalrot is endemisch in deze stad). Vervolgens moet er volgens de laatste telling nog welgeteld één paaltje bij (bij de kruising Jansstraat/Nieuwe Gracht), maar dan zitten we safe, aldus de burgervader, of zo safe als mogelijk is in deze boze wereld.

“Het is voor Haarlemmers prettig om te weten dat we wel over onze veiligheid nadenken.” Van paranoia en angstzaaien kunnen we Wienen niet betichten. Zo vermeldt hij terloops dat Haarlems paaltjes pas om elf uur ’s ochtends omhoog gaan (terroristen zijn zoals iedereen weet notoire langslapers). Nog een weetje: de Cronjéstraat en het winkelcentrum Schalkwijk blijven paalloos. Een béétje terrorist wil daar niet dood gevonden worden, lijkt Wienen te impliceren.

P.S. Grappig hoe zo’n cijferpuzzeltje een gedeelte van het brein kraakt en zich niet laat uitzetten. Vanmiddag was ik even in een Haarlems Museum en… hier óók al?

.

breinkraker

.

Maar het was niet de zoveelste aflevering van de Haarlemse publieke IQ-test (die vraagtekentjes heb ik er zelf in gefröbeld). Iemand die weet welk Museum?

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Moe

If you liked school, you will love work heet een verhalenbundel van Irvine Welsh die ik niet gelezen heb. Maar die titel schiet nogal eens daar mijn hoofd. Voor mij vallen werk en school samen, dat speelt mee.

Na zes weken vakantie meldde ik me weer, zonder tegenzin. Fit, gebruind, het hoofd pruttelend en zoemend van plannen en nieuwe ideetjes. Zo’n eerste dag zijn alleen de collega’s er nog (fit, gebruind). Er wordt druk vergaderd en overlegd en met agenda’s gezwaaid en voor ik er erg in had, zat ik aan een infuus van andermans/-vrouws stress. Dinsdag ontmoette ik de eerste nieuwe klassen (fit, gebruind, sommige zelfs gemotiveerd en blij me te zien) en aan het eind van die eerste, op zich fijne lesdag vond ik mijzelf thuis terug op mijn allesbegrijpende bankstel. Afgebladderd, leeggezogen, het hoofd suizend en knetterend van bulletpoints, afvinklijstjes en onbeantwoorde post. Mijn nek zat in een krik, de stofwisseling was per direct gestaakt, de ogen weigerden te focussen op de krant. Het was die intense vermoeidheid die ik verdrongen had en waar ik dus na elke vakantie weer van schrik. Zal het iedere dag zo zijn?

Gisteren, na de tweede lesdag (zes lesuren), was ik weer afgeknoedeld en bezoedeld, maar er was een begin van gewenning (verzoening?) en donderdag is mijn vrije dag. Ik wandelde het centrum in, zo langzaam mogelijk, om ergens te gaan eten, zo langzaam mogelijk. De stad druppelde mijn bewustzijn binnen, maar het ging niet van harte. Hé, een nieuwe Haarlemse hersenkraker…

.

puzzelmaker

.

Nadenken, daar was ik nog niet aan toe. De koe aan de Vleeshal heeft (hoe lang al?) een roetneus, zag ik.

.

vleeshalkoe

.

Ik at Indonesisch bij Flamboyant (hoe lang zitten die daar al niet?) en wandelde terug, de stad een eerlijke kans gevend mij terug te vinden. De Vernieuwde Gracht bijvoorbeeld.

.

vernieuwde gracht

.

Nou ja, zo zag hij er niet echt uit… Mijn fotoprogramma heeft een knop waarmee je het beeld verBreitnert.

Vanochtend werd ik verkwikt wakker. Trek in koffie, een bezoekje aan de boekwinkel en geïnteresseerd in de wereld en wijde omgeving. Zin om een RaDaatje te schrijven.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Twee Hongaren

We zouden per trein naar Utrecht reizen, samen met een nieuwe kennis, een oudere, ontwikkelde heer van Hongaarse afkomst. Door de drukte konden we pas in A’dam bij elkaar zitten. Ferenc bleek in Nederland geboren. Zijn Hongaars had hij op vijfjarige leeftijd afgezworen, maar later had hij het weer geleerd, vertelde hij.

Een stevige man met een solide dossiertas, vulde naast mij de laatste vrije zitplaats in de coupé. Wij vervolgden ons verkennende gesprek over het Hongaars, waarbij ik me voor die taalfamilie uit lang vervlogen colleges Taalkunde de term Fins-Oegrisch herinnerde.

“Wist u dat het Fins en het Hongaars maar vijf woorden gemeen hebben?” interrumpeerde de nieuwe man. Hij noemde er twee of drie en haperde. Ferenc stelde een vraag, waarop zich een wellevend gesprekje in melodieus Hongaars ontspon. Ik luisterde geboeid naar deze hartverwarmende hereniging van twee landgenoten. Op de achtergrond zwol een rapsodie van Béla Bartók aan, de Donau ruiste machtig en ik meende het kruidige aroma van goulash te bespeuren. Toen ze zich na de eerste begeestering onze aanwezigheid herinnerden, schakelden ze terug naar het Nederlands. Kennelijk  hadden ze het gehad over modern idioom. “Weet je wat ‘verkeersfile’ is?”

“Ja, ‘doego’*, dat wist Ferenc nog wel, maar helemaal up to date was hij toch niet. Gabor was in 1956 hier gekomen, met zijn gevluchte ouders. Ik vroeg waarom de Polen hier zoveel talrijker waren dan Hongaren, waarop het gesprek zich verplaatste naar de economie. Terstond werd een breuklijn zichtbaar. Ferenc zag het niet zo zonnig in. Hij kende academici die in arren moede emigreerden. Een gepensioneerde vriendin van hem moest rondkomen van €250. Gábor was niet zo van de schrijnende gevallen. Hij had zijn cijfers paraat en die toonden onmiskenbaar aan dat… Zijn tas verleende hem extra autoriteit.

Het was maar een kleine stap van economie naar politiek. Viktor Orbán schoof aan. Een slechte man, zoveel wist ik zelfs nog. Die wilde dat wij voor zijn grenshek met Servië betaalden… Maar Gábor verguisde de Nederlandse pers. Die lui baseerden hun opinies op een paar onbeholpen terrasgesprekjes in Boedapest. In dat hek zaten trouwens zes deuren. Een Syriër die beleefd aanklopte mocht heus naar binnen. Daar had Ferenc wel wat op af te dingen. Zag ik. Hij zei het niet. Gábor had nog meer geharnaste meningen. Over een paar maanden kwam zijn rapport uit, kondigde hij aan, waarin hij een aantal heersende misvattingen zou ontkrachten.

Het gesprek tussen de landgenoten bleef onverminderd beschaafd en vriendelijk; er viel tot Utrecht geen onvertogen woord. Maar toen we uitstapten was die breuklijn verbreed tot een gapende kloof en de rapsodie was overgegaan in een schel duet gespeeld op twee ontstemde violen.

.

bartok

Foto: Keith Bramich

*dugó

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Ruimte

In de stad is het woekeren met de ruimte en dat gebeurt soms met groot vernuft, getuige het HD van vanochtend.

Zo wordt er uiteindelijk toch gebouwd bij het Scharrelbosje in het Ramplaankwartier. Dit is nog niet het vernuft (ik was tegen die bouw), maar er donderde deze week een hijskraan om en wonder boven wonder bleef de schade beperkt. Huizen, auto’s, voorbijgangers en scharrelende kinderen bleven gespaard. Het moet passen en meten geweest zijn voor die kraan.

Elders in het HD gaat het over de onstuitbare groei van kunstgras, als product dan – het gewone gras bedekt nog maar de helft van de amateurvelden en is op weg een bedreigde soort te worden. De sportcomplexen kunnen niet uitgebreid worden (ruimtegebrek) en kunstgras kan intensiever bespeeld worden.

Ruimtebesparende suggestie van het RaDa aan de gemeente Haarlem: de VOETBALFLAT. Zoiets als de parkeergarage/varkensflat, maar dan met twaalf kunstgrasvelden boven elkaar. Goedbeschouwd is het van de zotte wat een enorm oppervlak van de stad de balletjetrappers van TYBB, Geel Wit, EDO, OG, Schoten en HFC mogen bedekken met hun steriele polyethyleensprietjes. Stapelen die kunstgrasvelden!

In het kader van de A-climatisering nog een paar anticlaustrofobische foto’s van de vakantie. Eerst Schier, met zeealsem en de huisdichteres op weg naar de einder:

.

zeealsem

.

schier

.

In Groningen zijn ze ook niet van het kunstgras: de aardappels worden er bewaard onder echte grond, die ze na gebruik keurig kammen (het torenspitsje is Kloosterburen).

.

voren

.

De koeien langs de waddendijk bij Noordpolderzijl konden hun kont zeker keren.

.

Noordpolderzijl

.

Nog meer leegte, bij Warffum, maar dat is gedeeltelijk schijn.

.

trekkerloos

.

De foto werd genomen op het moment dat een landbouwtractor zijn draai maakte. Toen hij naderde (volgende foto) had hij in zijn spoor tientallen exemplaren van die in de 20ste eeuw geëvolueerde soort, de trekkermeeuw (gedijend bij  motorgeraas en dieseldampen).

.

trekkermeeuw

.

Die beestjes wisten wanneer de boer moet keren. En dat dat even duurde. Dan parkeerden ze zichzelf één baan verderop en nadat de manoeuvre was voltooid en de boer weer optrok, sloten ze weer aan om in de omgewoelde aarde te zoeken naar iets van hun gading.

.

trekkermeeuw2

.

Mooi, die natuur.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.