Sjoelkolade

Met de kerstdis in het vooruitzicht is dit bij uitstek het weekend om te oefenen en experimenteren met de gerechten van uw keuze. Het verschil tussen de prof en de amateur is dat de eerste onder alle omstandigheden tot een topprestatie in staat is.

De amateur overschat zichzelf. Een luchtig dessert dat in een lui weekend uit de losse pols wordt bereid voor vier personen, kan hopeloos floppen als je het moet maken voor een gezelschap van zestien, in een vreemde keuken, na een copieuze lunch, terwijl kinderen krijsen en ravotten, Slade ’tis Christmas!!!! brult en je schoonmoeder over je schouder meekijkt.

Vandaag koken we Sjoelkolade, een toetje uit de Schotse Hooglanden met eenvoudige ingrediënten. Goed te doen, ook voor de beginner, mits hij over de juiste mindset beschikt. Het smaakt hoe dan ook, maar het verschil tussen opgetogen ‘oeehs’ en teleurgestelde ‘glwuhhhs’ zit in de presentatie. Overmoed en onverschilligheid zijn direct zichtbaar in het resultaat.

.

drieflop

.

Er zijn hele kuddes thuiskoks die hier genoegen mee nemen, maar voor de feestdagen zou ik zelf de lat wat hoger leggen. Eerste vereiste is natuurlijk dat het beslag de juiste consistentie en temperatuur heeft, maar verder is het vooral een kwestie van persoonlijkheid. De een kiest voor veilige maar fantasieloze mopjes of bolletjes.

,

sjoe8 

.

Anderen, veelal met een logische, rationele insteek, gaan voor cleane schijfjes – de schuifjes waaraan sjoelkolade zijn naam ontleent. Makkelijk te verdelen en nooit ruzie.

.

schijftop

.

Maar ook de showkok kan aan sjoelkolade zij hart ophalen. Hieronder het betere kijk-mij-eens-met-losse-handen-werk. Koken met schwung en bravoure! Als je twijfelt of het voor je is weggelegd, is dit het weekend om het te proberen! Veel succes en eet smakelijk!

.

zwier

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

Glasplaatjes

Op de Eerste Hulp kennen ze die glasplaten van het Stationsplein, boven de fietsenstalling. Bij regen, om maar te zwijgen van sneeuw, krijgt geen zoolprofiel er vat op. En ze zijn minder flexibel dan menige heupbot.

.

statglasoverzicht

.

Het glas is in de loop der jaren op allerlei manieren beschadigd en aangetast. Als babyboemelaar nam ik gisteren even de tijd om het aan een nadere inspectie te onderwerpen. Kijk even mee naar mijn selectie.

.

statglas3

.

statglas4

.

statglas10

.

statglas11

.

statglas12

.

statglas14

.

Misschien tijd om al die platen weg te slopen, in te lijsten en in een galerie te hangen?

P.S. Ik vermoed dat ik al eerder zo’n serie heb gemaakt, maar deze foto’s zijn van gisteren

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook


Toeristen turven

Kwestie van focussen, maar toen ik (nog 100% cafeïnevrij) door de regiopagina’s van het HD swipete/zwiepte, las ik de kop ‘Twintig senioren meten aantal bezoekers in Haarlem’.

Ik was direct enthousiast. ja, geef die oudjes een maatschappelijke taak. zet ze op parkbankjes en terrassen en laat ze toeristen turven, zoals vrijwilligers dat nu al doen bij de vogelteldag. Ontspannen je pensioen indexeren en de eenzaamheid verzachten door aan voorbijgangers te vragen: ‘U bent zeker niet van hier?’ ‘Gaat u ook nog naar musea?’

Helaas, de werkelijkheid is weer eens prozaïscher. Er stond niet ‘senioren’ maar ‘sensoren’. Ze worden in 2020 geplaatst door artificieel intelligente mensen van bureau RMC, dat ‘een deel van de wifi-signalen van mobiele telefoons en tablets’ onderschept (het zogenaamde MAC-adres). Als ik dus met mijn unieke MAC-adres (bijvoorbeeld 00:0B:7E:D1:11:C6) dag in dag uit rondjes om de Bavo loop, concluderen ze na zes maanden dat ik geen toerist ben. Maar het blijft een weinig verfijnd instrument, want iemands herkomst (Oostenrijk of Oisterwijk) verraden de sensoren niet. RaDa-gokje: twintig senioren zouden tegen een geringe vergoeding minstens zulke nuttige informatie leveren als je ze elke week met hun scoreformulier uitnodigt op het stadhuis, met koffie en appeltaart.

.

aaalscholvers

.

Een geheim experiment van de gemeente Haarlem waarbij in de omgeving van het Dolhuys aalscholvers werden getraind om toeristen te herkennen is gestaakt.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

Jassengeluk

Straatjournaal december ‘19

Soms word ik gelukkig van een boek, jawel, zelfs al heet het Drive Your Plow Over the Bones of the Dead. Dat is van Olga Tokarczuk, de Poolse auteur die dit jaar de Nobelprijs voor Literatuur won. Zoals die vrouw over een jas kan schrijven! Nee, ik meen het.

De bejaarde hoofdpersoon uit dat boek met die naargeestige titel (nog niet in het Nederlands vertaald) woont alleen in een somber, dunbevolkt bosgebied tegen de Tsjechische grens aan. Ze is ziekelijk, slonzig en mensenschuw en gelooft heilig in astrologie. Ze gruwt van alle wreedheden die jagers en stropers begaan; dat er binnen korte tijd vier mannen beestachtig worden omgebracht in het woud komt haar geestelijke stabiliteit evenmin ten goede.

Maar nu die jas. Die zoekt ze bij een soort kringloopwinkel: “Ik heb een warme jas nodig,” zegt ze schuchter. Als het winkelmeisje bemoedigend knikt, vervolgt ze na een korte pauze: “Een die me warm houdt en beschermt tegen de regen. Hij moet anders zijn dan alle andere jassen, niet grijs of zwart, niet zo een die per vergissing wordt meenomen uit de garderobe. Hij moet zakken hebben, veel zakken, voor sleutels, hondensnoepjes, een mobieltje, paperassen – dan hoef ik geen tas mee te nemen en houd ik mijn handen vrij.” Ze krijgt een knalrode donzen jas aangereikt, precies wat ze verlangt. Ja, hij zat als gegoten. Ik voelde me als een pelsdiertje dat zijn gestolen vacht terugkreeg. In een zak vond ik een kleine schelp, een cadeautje van de vorige eigenaar, wilde ik graag denken. Bij wijze van wens: dat de jas je goede diensten mag bewijzen.

Nou maak ik me sterk dat de meesten van jullie ook een jas hebben. Of vijf. Ik heb er ook een, alleen sta je er zo zelden bij stil. Dat het bezit ervan niet vanzelfsprekend is en een reden tot geluk kan zijn. De mensen die ik ken zijn vooral bezig hun zolders en kasten leeg te Marie Kondoën (en ze net zo hard weer vol te Zalandoën en Bol.commen).

Gisteren haalde ik mijn vrouw van de trein op het Kennemerplein, achter het Station. Ik was vroeg en ging zitten op het stenen muurtje dat twee bomen beschermt. Er buitelden zes aangeschoten vrouwen naar buiten, joelend en giebelend. Twee tienermeisjes zwierden naar binnen, gierend van het lachen. “Het is volle maan,” wist een jonge man die plotseling in mijn nabijheid was opgerezen. Hij drentelde wat. “Mag ik u wat vragen?” Ik maakte geen bezwaar, maar zijn vraag wilde niet komen. Ik had een vermoeden welke vraag het was. “Ik ben wat gespannen…” “Ik ben totaal ontspannen,” wijsneusde ik, “neem de tijd.” Hij humhumde een aanloopje. “Heeft u misschien vijftig cent voor me?”

Hoog zette hij niet in. Ik slikte een paar altijd voorradige flauwe grapjes in en vroeg waarvoor. Voor onderdak die ene nacht. Het was een heel verhaal. “Ik kom er even bij zitten als u het goed vindt.” Hij miste een paar voortanden, maar zijn ogen straalden intense vriendelijkheid. Morgen kon hij in een doorstroomwoning, maar vannacht had de Wilhelminastraat geen plek meer en…

De complicaties bespaar ik jullie, Zijn verslaving had hij overwonnen en hij werkte aan zijn levensverhaal. Een boek. Samen met Bert Voskuil, kende ik die? Hij kwam in Nieuwe Revu in december. Ik had hem net een briefje van vijf gegeven toen mijn vrouw aankwam. Hij schudde haar warm de hand en prees mijn inborst. Hij liep weg, bedacht zich. “Hij heeft allemaal mooie dingen over u verteld!’ vertrouwde hij mijn vrouw toe. Wat niet zo was. “Zo is het wel goed,” lachte ik. Hij struinde tunnel in. Na twintig meter draaide hij zich om en zwaaide, zwaaide, zwaaide. En wij zwaaiden terug.

P.S. Van de huisdichteres staan ook drie stukjes in dit december-nummer.

.

herfstig

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

Ruigoord

‘Ruigoord dorp’ heet de halte van bus 382 officieel. We stapten er uit omdat de huisdichteres was uitgenodigd voor het zondagse cultureel programma in het kerkje. Het was alweer een paar jaar geleden dat ik in deze vreemde enclave was geweest. Hoe heette het dorpje van Asterix en Obelix ook weer, vroegen we ons af.

.

ruigoord

.

Kon ik die windturbines vergeten zijn? Er stond er een pal naast de bushalte. Hoog!

.

ruigoordwindmolen

.

De wieken zwiepten agressiever dan je je vanuit de verte kunt voorstellen, alsof ze alle bezoekers wilden onthoofden of popelden om dat omcirkelde antikapitalistische dorp met een gecoördineerde actie aan te vallen. Hun schaduwen zeisden onophoudelijk door bomen en struikgewas.

.

windmolen2

,

Al wat beweegt zal in beweging blijven
Erop en/of eronder: een keus is er niet
Niets dat beklijft en alles zal verdwijnen
Je leven een vuurwerk… of niet.

Simon Vinkenoog – wie anders? – zoals geciteerd op de kerkmuur. Heeft hij die molens nog meegemaakt? Ook elders in het dorp krijgt de voorbijganger politieke en spirituele boodschappen mee. De kerk staat nog steeds/ een stille overwinnaar in vliegtuiggeraas’. Ja, Schiphol is dichtbij en als je opkijkt zie je een begrenzing van chemische opslagtanks en reusachtige schepen in de haven. Hoe gaan toekomstige archeologen dit duiden? Zullen ze de Ruigoord-bewoners neerzetten als een sekte van olie-aanbidders?

.

ruigkerk

.

In veel voortuinen staan pogingen tot kunst en creativiteit, soms intact maar meestal vergaan. En soms weet je het niet.

.

ruigkunst

.

Zo ziet Ruigoord eruit vanaf de havendijk, tegen de schemering.

.

ruigavondschemer

.

Al slenterend door de omgeving wist ik niet wat ervan te denken. Hoe gek, wanhopig of idealistisch moet je zijn om daar te wonen? Toen moest het programma nog beginnen. Ik kan er hier geen recht aan doen, maar het was fantastisch! De poëzie, maar vooral Patrick Bakkenes, die na zijn interview over Kantelaars van de Sixties een knop omzette en de teksten voor zijn rekening nam in een sublieme muziekimprovisatie.

Waarna we langs de Westpoortweg weer op de bus naar Sloterdijk stapten. Voordat we de bewoonde wereld bereikten, voerde de route kilometers lang door een donker niemandsland: distributiecentra, opslagloodsen, silo’s, recyclingbedrijven en later kantoordozen. Het voelde als een spookrit. Gekte van een ander soort.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

.

.

Hou OP!

“Gast, wacht! Ik ga je dit verhaal heel-le-maal vertellen…” De jongeman die achter me plaatsnam in de trein zei het op een toon of hij zojuist het laatste hoofdstuk van de Decamerone had geschreven.

Hij was echt ‘ziek blij’, stak hij van wal tegen zijn metgezel, maar mijn aandacht verflauwde weldra toen hij de verschillende stadia van een sollicitatieprocedure door begon te nemen – hij deed iets met ‘comfort management’. Af en toe ving ik niettemin een paar zinnen op. “Ik wil me ontwikkelen!” had hij zijn superieuren ingepeperd en de boodschap was overgekomen.

Even daarna riep de man naast hem op niet te negeren toon en geluidssterkte: “Hou OP! Hou OP!” Het ging over een reisvergoeding (‘echt ziek veel!’) en een vette bonus na een overplaatsing naar Bergen op Zoom. “Hou OP!” Bij (letterlijk) de achtste herhaling kon ik het plaatsen. ‘Hou op!’ was modernees voor ‘dat meen je niet!’

Hij begon in januari en die nieuwe baan was een cluster van projecten, wat veel goeds beloofde voor zijn ‘leercurve’. ‘Echt fucking chill’, daarover waren de jongemannen het roerend eens. Alleen, de sociale contacten daarginder? Hij had zijn plan klaar: “Ik ga Tinder maximaal aangooien!”  De omgang met nieuwe collega’s? Geen probleem. “Ik ga de eerste week alleen maar roze koeken uitdelen. Je moet gewoon vrienden kopen.”

We reden Haarlem in, maar pas nadat hij had onthuld wat zijn ‘einddoel’ voor de dag was. Hij had zijn zinnen gezet op een nieuwe piek voor de Kerstboom.

Een nieuwe piek… Ik gaf hem een goede kans om te slagen. Het was er echt de dag voor. En die roze koeken konden later ook nog.

,

piekdrukte

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

Spook- en slachthuis

.

IMG_3776

.

Het Slachthuisterrein ligt niet echt in mijn loop, maar het tijdelijke Spookhuis van een aantal Haarlemse kunstenaars sprak erg tot de verbeelding. Dus wij erheen.

Het werd een enerverende rit door het gebouw, waarbij de voormalige bestemming zich licht liet raden: zacht druppelend, listig sijpelend en woest spuitend bloed, moordlustige slagers met blikkerende vleesmessen en manshoge bijlen, karkassen bungelend aan vleeshaken. Het gekrijs van varkens in doodsangst echode door de ruimtes, wedijverend met het hysterische gegil van de kinderen in het wagonnetje voor ons.

.

spookypan1

.

De camera kreeg last van de bibberatie en uitvalverschijnselen.

.

spookypan2

.

Na afloop dronken we in de stad een warme chocolademelk met een kaneelbeschuitje.

How the Dutch die

How the Poor Die is een essay van George Orwell over zijn ervaringen in een ziekenhuis in Parijs. De titel schoot me te binnen toen ik gisteren een paar provincies verderop in een verzorgingshotel was.

Een 93-jarige oom was gevallen en zijn toestand was plotseling zo snel verslechterd dat we wisten dat het einde geen kwestie van dagen meer was. We zágen het ook, bij binnenkomst. Mijn eigen contacten met hem stonden al heel lang op een laag pitje, maar voor mijn moeder had hij altijd veel betekend. Hij was ook geliefd, zo bleek. ‘s Middags maakten vrienden en familieleden van drie generaties hun opwachting in het kamertje en probeerden contact met hem te krijgen.

We maakten een wandelingetje om de zorginstelling heen en aten met een klein gezelschap wat in de cafetaria. Waarna de meesten vertrokken en mijn moeder naar binnen ging voor het definitieve afscheid. Ik zat met mijn vrouw in een obligaat zithoekje. Onzichtbaar voor ons, bij de receptie, stond de cafetariaploeg op het punt naar huis te gaan. Ze babbelden vrolijk over vuurwerk, met net genoeg smeu in het dialect om mijn aandacht te trekken. En toen was het stil, zo stil als het in een leeg gebouw kan zijn.

.

zorggang

.

Ik staarde de gang in. De verwisselbare gang. Ik dacht aan eerdere keren dat ik in zulke gangen had gezeten. Aan miljoenen Nederlanders die in zulke gangen hebben gezeten en zullen zitten. Systeemplafonds, een leuning langs de muur, deuren met naambordjes en om de zes meter ‘kunst’ waar niemand bij stilstaat.

Ik bedoel het niet bitter. Ik weet het niet beter. Het is ‘how the Dutch die’. Dus we zaten daar in het zithoekje en wachtten en staarden. Er was een moment dat mijn geest een flauw grapje uithaalde en de gang op zijn kop zette. Zou iemand het merken als het echt gebeurde, vroeg ik me af, of zou de zorg gewoon doorgaan? Nou ja, kijk zelf maar.

.

zorggang2

.

Blauwblauw

Bestaat er zoiets als een fijnstofscepticus? Het kan aan mij liggen (is mijn gezichtsvermogen overnight verbeterd?), maar het komt mij voor alsof al het roet dezer dagen op de gelijknamige Pieten zit en geheime luchtwassers van Delftwijk tot Meerwijk in de hoogste stand staan. Staakt Tata, zijn er sproeivliegtuigen actief met blauwsel?

Fake blue of niet, vandaag liep ik, babyboemelaar, door de stad en zag (op de plek waar ik hem verwachtte, daar niet van) de oude Bavo poseren als werden er nieuwe ansichtkaarten van hem gemaakt. En dan krijg je dit:

.

bavo1

.

bavo2

.

bavo3

.

bavo4

.

Blauw P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

Op een wolk

‘Lyrisch-satirisch weblog’, zo prees ik het RaDa aan in de oertijd, maar misschien is die bipolaire kreet aan herziening toe.

Post-pensioen is de balans zoek aan het raken. Gaan we toe naar een moment waarop ik alleen nog maar langs de Schotersingel en door de duinen drentel en onophoudelijk natuurschoon jullie kant op stream? (Het klinkt als science fiction, maar wie weet) kwispelstaartend mijn eigen RaDa-drone uitlaat om jullie ook nog vanuit een bird’s eye view te laten genieten van alles wat God (lang geleden) en de mens (het laatste millennium) hebben geschapen?

En dat de bavocentristische actualiteit me geen lor meer kan schelen? De megaprojecten en affairettes uit de ingezonden brievenrubriek, pukkeltjes en muggenbultjes (pun intended) op de dikke rug van de stad? En dat ik alle politieke poppetjes laat dansen, tot ze niet meer kunnen?

Zaterdagmiddag wandelde ik met de huisdichteres en een vriendin door de Kennemerduinen naar IJmuiden. Waar wij liepen scheen de zon, verderop hing een wolk te hangen. Een fotogenieke wolk. Het duurde alleen wel een half uur eer ik doorhad dat er vrijwel geen wind stond en dat ik steeds dezelfde wolk had gefotografeerd, met steeds een andere voorgrond/ondergrond.

Geen wind, dat is niet vaak. Bij Tata hadden de rookpluimen moeite hogere luchtlagen te bereiken en de grote wolk te supplementeren. Het zorgde voor vreemde effecten. Nou ja, kijk zelf maar.

.

wol3

.

wol7

.

wolk8

.

wolk10

.

wolk11

.

wolk13

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook