Zitten, zo heerlijk

Nooit eerder liet een zomervakantie zo lang op zich wachten. Hij draalde, teutte, draaide om zijn as, deed een sur place, nam een verkeerde afslag, verdween volledig uit het zicht, keerde terug als een treiterig lachende fata morgana. 20 juli als wrede luchtspiegeling.

Ondertussen vloeiden de krachten weg. De nakijkstapel weigerde te slinken. Rode inkt vermengde zich osmotisch met mijn bloed tot een verhouding 50:50. Sluipstress en ordinaire recht-voor-zijn-raap-stress tastten in eendrachtige samenwerking de vitaliteit aan. Donderdag – een dag voor 20 juli – hadden we een activiteitendag, afscheid van vijf collega’s (veteranen), een buffet en ’s avonds een schoolfeest.

Op weg naar dat feest in het prachtige Thalia Theater zag ik een bankje. Ik kneep in de remmen. Het was in een vreugdeloze IJmuidense wijk. Ik zeeg neer om de huisdichteres even te app-en/eppen/appen. Het appie/eppie vloog naar Gent, waar zij optrad, en ik bleef zitten. Zitten, wat kan dat heerlijk zijn. De straat was verlaten, dat zit meteen een stuk beter. Ik zat naast een viskar en dat rook je. Een half uur deed ik niets ander dan blijven zitten en me afvragen of in het visaroma de wijting overheerste of de kabeljauw.

.

visspecialist2

.

Gisteren (15, 16, 17, 18, 19, 20 juli!) was de laatste dag. Een dag van toespraken, cadeautjes en tranen. Veel tranen: ondanks alle waarschuwingen tegen watermisbruik werd er door de collega’s danig op los geplengd. Primaire tranen en secundaire tranen: tranen zien doet tranen. Daarna besprenkelden we het voorbije jaar alcoholisch en toen was ik echt vrij.

’s Avonds om tien uur lag ik – drained – op de bank toen de huisdichteres me opporde om nog even te wandelen. Dat viel nog lang niet mee. De benen deden een soort langzaam-aan-staking. Het is vakantie, dreinden ze, we zouden toch niks meer moeten? Gelukkig was er bij het Dolhuys een openluchtconcert. Van verre hoorden we dat het mooi was (wat wil je, Carina Vinke deed mee, ontdekten we later). Wat een tractatie! Maar ook al was het Dingetje geweest, die daar optrad met Rubberen Kaplaarzen (als ze maar waterdicht zijn, om garnalen mee te vissen), dan nog zou ik dat hebben aangegrepen om te gaan zitten en te blijven zitten.

.

struikelmuziek

.

P.S. Maar alle vermoeidheid is relatief. Vanochtend in het koffiehuis werd mij van een naburig tafeltje een millennial-gesprek opgedrongen over iemand die een dermate heftige burn-out had dat alle lichaamsfuncties dienst weigerden als hij een woord hoorde dat met een ‘w’ begon of met ‘erk’ eindigde. Hij werd ‘s nachts hyper- of non-ventilerend op een brancard afgevoerd, dat soort w*rk. Zo, wat zal ik nu eens gaan doen?

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Oorlogskachel

Veertig graden Celsius volgende week, volgens sommige voorspellingen. Uit protest (altijd in de contramine, dat RaDa!) een warm blogje over een kachel.

Ik trof ‘m aan op het volkstuincomplex dat ik telkens weer oprakel de laatste week (als er íemand een volkstuincomplex heeft, been ik het wel). Het was, zo werd mij verteld, een kachel met een verhaal. Hij stond te staan in een schuur ergens bij een Friese boer, en toen die het verrukte kreetje van de huidige eigenares hoorde, zei hij: “Och, niem/noam/njem maar mee dat dink/doang/tjeng als je ‘m hebben wolt/woal/wul/woel” (ik weet niet hoe Friese boeren ‘neem’, ding’ en ‘wil’ zeggen, maar helemaal normaal is het vast niet.

.

kachelvoor

.

Het was een gerenommeerd Deens merk, Morsø, dat al sinds 1853 bestaat. Van voren mag ie er wezen en hij brandt als het duin bij Heemskerk, maar het zijaanzicht is waar het me hier om gaat. Volgens het verhaal zou de Duitse bezettingsmacht in WOII de kachelfabriek hebben willen inzetten voor de wapenproductie, wat de Denen niet aanstond. De kachel maakt geen geheim van zijn neutraliteit / pacifisme

.

deenkachel

.

Boven de vredesduif staat een Deense tekst, die op het scherm niet helemaal te lezen valt, maar zoveel betekent als ‘Bij Morsø ijzerwerk ben ik gemaakt/ als kachel en niet als wapen / Blijf weg, onvrede / koude of hoosbui, Ik verspreid warmte in dit huis.’ Maar nu dus even niet.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Mastjaar en beurtjaar

3800 iepen telt Haarlem volgens Spaarnelanden, of moet ik schrijven ‘telde’? Er is iepziekte geconstateerd en alle bomen die het onder de leden hebben, gaan voor de bijl. Of wat ze tegenwoordig gebruiken. Aan deze oude stomp aan de Schotersingel, een van de eerste slachtoffers, valt dat niet af te zien.

.

iepziek3

.

Vakmanschap is meesterschap? Maar de rooiers krijgen nog gelegenheid genoeg om te oefenen. Iepziekte is even besmettelijk als de builenpest in zijn goede tijd. Boosdoener is een schimmel die wordt verspreid door de iepspintkever. Als die kever wordt aangetroffen, neemt men geen enkel risico en moet de boom subiet om. Ook als wortels van naburige bomen elkaar raken, is er trouwens besmettingsgevaar.

.

iepziek1

.

Het is een akelig gezicht, die gevelde bomen op voor mij de mooiste plek van Haarlem. De droogte zou een factor kunnen zijn, volgens hen die het weten kunnen. En vorig jaar was een ‘mastjaar’. Een mastjaar? Dan produceren bomen meer zaad dan gemiddeld, en (meneer pastoor wist het vroeger al) dat tast weerstand en vitaliteit aan. Introibit de iepspintkever.

Grappig, op het volkstuincomplex waarover ik nou al drie blogjes dooremmer, hoorde ik vrijdag de term ‘beurtjaar’. Hun pruimenboom heeft een soort cyclus. Meestal draagt hij vrachten pruimen, maar af en toe slaat hij een jaar over. Een sabbatical year, om even bij te tanken. Dat heet in tuinderskringen een beurtjaar.

Overigens worden de omgehakte iepen vervangen door nieuwe, van een resistente soort, waar die kever op kan zitten tot ie een ons weegt. Zie verder hier.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Twee Bloemendalen

Soms zou ik een gesloten, alomvattend wereldbeeld willen hebben in plaats van het rommeltje aan feiten, vluchtige inzichten en verwaaiende conclusies waarmee ik me nu behelp.

Zodat ik tevergeefs poog twee Bloemendalen aan elkaar te lijmen. Ik die zelf zo makkelijk te lijmen ben. Eerst lees ik in het HD over de tentoonstelling in Museum Haarlem van het werk van Simon de Heer (1885-1970), de minst ‘entartete’ aller schilders, die in zijn broodwinning voorzag door de Bloemendaalse fine fleur te portretteren. Stapper noch schuinsmarcheerder – hoe kan je zo iemand serieus nemen als kunstenaar? Hoe dan ook een vakman. Kijk naar Mejuffrouw Annie op de canapé (1918). zeker een schilderij voor boven de bank, om met Piet Zwaanswijk te spreken. Als ik straks op die expositie rondloop sluit ik niet uit dat er een beetje weemoed in mij trekt of uit mij lekt (met weemoed weet je nooit welke kant hij uitgaat)

.

SH02000

.

In datzelfde Bloemendaal staat ook het klooster van de Zusters van de Goede Herder, die ooit de ‘liefdesgestichten’ runden. Met wasserijen en naaiateliers, waar tussen 1860 en 1970 naar schatting 15.000 meisjes (verwaarloosde kinderen, wezen of ‘gevallen vrouwen’) onvrijwillig te werk werden gesteld. Twee van hen reisden naar Bloemendaal, om erkenning te zoeken bij kloosterdirecteur Hubert Janssen. In Ierland kwam het tot een nationaal onderzoek, hier was onbetaalde dwangarbeid slechts een voetnoot in Deetmans rapport over seksueel misbruik door de kerk.

Janssen is bezig het inmiddels lege klooster op te doeken en verkopen. Hij betuigde weliswaar spijt, maar op enige financiële genoegdoening hoeven de vrouwen niet te rekenen (‘verjaard’). Bij het artikel in NRC staan recente foto’s van een achttal vrouwen, vergezeld van grimmige citaten: ‘Je mocht niet denken, niet praten. Je was niemand. Je was van hen. Niet meer van jezelf’, zegt Lies Visser (geb. 1953), opgesloten in Almelo en Bloemendaal van 1966 tot 1969.

De opdrachten kregen de werkplaatsen van de Kerk, ziekenhuizen, overheid, confectiewinkels en de lokale katholieke bourgeoisie. Mejuffrouw Annies, zeg maar, vanaf de canapé.  En dat 14 hectare grote landgoed van de nu vertrokken nonnen, Dennenheuvel, passeer ik regelmatig. Er komen woningen. De wervende leuze die ze hebben bedacht: ‘Landgoed met een missie’. ‘Omdat samen-leven beter is.’

 

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Homo loquens

Voor dat we een babbelende, keuvelende, kwetterende, smiespelende, rebbelende, beppende, smoezende, zwatelende, koeterwalende, zelden stille soort zijn (homo loquens) is het verwonderlijk dat echt contact zo vaak onhaalbaar blijkt. Neem de afgelopen week.

Een 17-jarige jongen die vastberaden de armen kruist. “Dat doe ik niet,” zegt hij. “Nee, dat doe ik niet.” Hij herhaalde binnen een kort bestek nog vijf maal dat hij het niet deed. Echt niet. Ik drong aan, pleitte, overreedde, paaide, kietelde, bleef redelijk – sprak mijn hele repertoire aan. Het eind van het verhaal was dat hij het niet deed.

Twee volwassenen die zich samen hebben verschanst in een schuttersputje. Alles wat ik zeg ketst af. Voorbeelden worden afgedaan als incidenten en toevallige uitzonderingen. Verwijten lijken hen niet te deren. Nee, dat herkennen ze niet. Het gesprek duurt ruim een uur, zonder dat van toenadering sprake is.

De man op een feestje wiens woordenvloed nooit -eb wordt. Onstuitbaar draagt hij anekdotes aan, als een wanhopige winkelbediende in de Cronjéstraat die steeds naar achteren gaat om nieuwe schoenendozen te halen voor zijn verwende klant. De held van de anekdotes kan er maar een zijn, al dertig jaar dezelfde, vermoed ik.

In de praktijk moet je je er eerder over verbazen dat het tegenovergestelde je soms overkomt. Dat je iemand nauwelijks vijf minuten kent en weet dat de woorden voorlopig zullen blijven komen, tot intens wederzijds genoegen. Gek, dat zijn tevens de gesprekken waarbij het er in wezen niet toe doet waar ze over gaan.

.

borjegezondklein

.

P.S. Bij het volkstuincomplex van die paarse bonen werd ik vandaag getrakteerd op een koud, maar o zo gezond buffet: met ‘bloemenboter’ (midden onder), kerriesalade, gevulde paprika’s en pesto van Oost-Indische kers (?!?). Alles verrukkelijk. Er stond daar ook een interessante Deense kachel, waarover later meer.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Toverbonen

Hier in de buurt is een volkstuincomplex waar de huisdichteres iemand kent die het aanbod van de Dekamarkt graag aanvult met onbespoten, griezelig verse groente.

Die moet vervolgens op, voordat hij verlept. Er zijn dagen dat ik vrees een boekmaag en een lebmaag te ontwikkelen, zo veel verse kruiden, sla, andijvie en snijbiet krijg ik dan te vermalen en verstouwen. Vandaag was er iets bijzonders geoogst: de paarse sperzieboon. Samen met zijn conformistische groene broertjes/zusjes (ik heb ze niet gesekst) zag hij er zo uit in de pan.

.

paarsboon

.

Weer eens wat anders! Alleen, na het koken was van de fraaie paars-groene combi nauwelijks iets over.

.

ontpaarst

.

Dat was even slikken, al waren we gewaarschuwd voor deze assimilatie. Ook qua smaak waren ze niet van de groene te onderscheiden. Waar doet de natuur het allemaal voor?

P.S. Het is alweer tien jaar geleden dat de huisdichteres en ik in het Wapen van Kennemerland optraden met een special over Vergeten groenten, waarvan sommigen nu nog vergetener en ongegetener zijn.

Datadozen

Straatjournaal juli ‘18

Voor een datahotel moet je niet bij Booking.com zijn. Ik weet helaas niet bij wie wel. Het is een van die dingen waar je nooit bij stilstaat. Mijn eigen data gaan via een gordiaanse wirwar van snoertjes en draden naar router en modem en bij de voordeur naar buiten, vanwaar ze samen verder reizen met de bits en bytes van de buren: UPC345679 (beveiligd), NetwerkvanNol, 2-girls-one-router, Van-god-los, Netgek (onbeveiligd), enz.

Hier om de hoek staat een kastje dat soms een inwendig onderzoek krijgt van een buikige man in een Ziggo-hesje, maar dan? Ik stel me dikkere en dikkere kabels voor in primaire kleuren – glasvezel? – en die moeten ergens aansluiting vinden bij hun overzeese vrienden. Maar waar? Ja, bij een ‘hub’, maar veel kan ik me er niet bij voorstellen. Normaal etaleer ik mijn onbenulligheid niet graag, maar in dit geval durf ik het omdat ik vermoed dat u er evenmin veel digi-kaas van hebt gegeten. We sturen onze foto’s blijmoedig ‘the cloud’ in, maar waar zweeft die wolk?

Een paar maanden geleden stond in de Volkskrant een interessant stuk over de Equinixtoren, een 73 meter hoog datapakhuis in het Amsterdamse Science Park. Acht van de twaalf verdiepingen (11.500 m2) bestaan uit verhuurbare ‘white space’. Er is ruimte voor 4200 ‘kooien’; in een kooi passen 32 servers. Dan kom je op 134.400 servers, met daartussen looppaadjes voor de reparatiedienst. Verder bevat het gebouw koeltorens, dieselgeneratoren, elektrische installaties en een brandblussysteem. Gezellig!

.

equanax

. 

Bij de Equinixtoren is volgens het artikel een bewuste poging gedaan het uiterlijk niet al te afstotelijk te maken. Het mocht geen ‘doodse loods’ worden, was de uitdrukkelijke opdracht aan de architecten. Ga d’r maar aan staan, zonder ramen. Een geraffineerd streepjespatroon op de gevel doet het gebouw minder plomp lijken. Niettemin, van buitenaf is de functie er niet aan af te zien. Een kluis zo groot als een flatgebouw? De grootste straalkachel ter wereld?

De meeste bedrijven huren servercapaciteit in een ‘datahotel’. Echt grote jongens als Google en Facebook bouwen hun eigen doodse loodsen en blokkendozen. In Wieringerwerf zette Microsoft voor 5 miljard euro een ‘hyperscale datacenter’ neer. Alles van Office 365 gaat daarheen. En onlangs werd bekend dat in datzelfde glastuinbouwgebied, met de romantische naam Agriport A7, een vergelijkbaar complex komt, van 70 hectare (zet u dat zelf even om naar voetbalvelden?). Van wie, wordt angstvallig geheimgehouden door de provincie Noord-Holland en andere betrokkenen, maar volgens geruchten is het Amazon*.

En Rutte rules! Stijn Grove van NIFA (Netherlands Foreign Investment Agency) bejubelt in het HD het ‘fantastische vestigingsklimaat’ voor datacenters en ik… Ik kan moeilijk protesteren (Netgek, UPC345679 en ik doen net zo hard mee met de data). Wel voel ik me steeds vaker een ‘boertje van buten’, maar dan omgekeerd.

Als ik incidenteel op de snelweg kom – voor mij vreemd gebied – zie ik aan de andere kant van de vangrail zuurstofloze sloten en weiland zonder weidevogels, met alleen een paar symbolische sierkoeien. En verder een verbazingwekkende verscheidenheid aan schaamteloos utilitaire gebouwen. Van een agressieve lelijkheid. Wat zijn het? Gigantische distributiecentra? Koelcellen? Megastallen? Champignonkwekerijen? Opslagbedrijven? Brandt binnen altijd licht? Werken er robots? Illegalen?

Terug in mijn vertrouwde Haarlem zie ik gevels uit de Gouden Eeuw en beschermde stadsgezichten. In mijn tuttige bakfietsbuurt zijn de winkeltjes en horeca o zo trendy en o zo duurzaam. Zolang wifi en iPod het doen en de bezorgers van Bol.com en Ali Express binnen 24 uur arriveren, zoemt iedereen tevreden als een server in een vijfsterren datahotel. Dat die luxe alleen mogelijk is door ontelbare lelijke rechthoekige dozen langs de snelweg, vergeten we maar al te graag.


*Het bleek Google

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Grenzen

Veel aandacht voor normoverschrijdend gedrag in het HD deze warme dagen. Ten eerste die geschorste huisarts uit Velserbroek met een ‘roving eye’ en overactieve handen met eigen ethische opvattingen.

Dan is er de Haarlemse zorgmijder die bekend staat als ‘zoon van Moebarak’. Have en goed voert hij met zich mee – een rusteloos privétransport dat zowel ergernis als medelijden wekt. Een paar maanden geleden zat ik op zondagochtend bij Cups and (sic!) Leafs. Hij parkeerde zijn hoog opgetaste winkelwagen in de Zijlstraat en vroeg beleefd of hij even naar het toilet mocht. Het werd beleefd toegestaan.

Het duurde even. En nog langer. En toen nog vijf minuten. De zoon van Moebarak verscheen weer, groette en zette zijn eenpersoons karavaan in beweging. De serveerster verdween naar achteren en bij terugkomst glimlachte ze naar mij – een korte, uiterst discrete glimlach die meer zei dan duizend woorden en betekende dat de inspectie geen onregelmatigheden en onrechtmatigheden aan het licht had gebracht (de schrikbeelden kunnen jullie desgewenst zonder mijn hulp oproepen, mag ik hopen?). Daarbinnen was alles glimmend, blinkend en fris, als haar glimlach.

Ten slotte was er de ’28-jarige man die gekleed in alleen een onderbroek ongevraagd woningen aan ’t Krom binnenging’. Tot zover niet veel bijzonders (een soort onbezoldigde On That Ass-reclame). Echt gezellig werd het pas toen de politie de slipdrager wilde aanhouden en die over onvermoede atletische kwaliteiten bleek te beschikken: ‘In een poging uit handen van de politie te blijven beklom hij onder meer een brandtrap, sprong in een bootje, klom op muurtjes en ging (ongevraagd! RaDa-reda) diverse tuinen in.’ Onderschat ze niet, die verwarde mannen in onderbroek! Agenten in uniform hadden uiteindelijk assistentie van een politiehond nodig om hem in de kladden te grijpen – hoewel, kladden? Hij droeg maar één klad.

.

nooduitgang

..

Overigens vrees ik zelf een horecaverbod. Vanochtend in mijn vaste koffietent, waar ik de enige gast was, liet de serveerster een glas aan diggelen vallen. Nota bene: ik had haar geen compliment gemaakt. “Dat is de eerste keer!” zei ze. Dat zei die andere woensdag ook. Misschien is er meer aan hand?

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

De complimenten

Een terrasklever wil ik mezelf niet noemen, maar in deze dagen van verschroeide aarde, onderduikend grondwater en zero humiditeit is de verleiding om na een niet zo spetterende werkdag een vochtig tot nat biertje te pakken wel erg groot. Zeker als de terugweg langs het sublieme Driehuizer café Middeloo voert.

Dus daar zat ik vanmiddag rond half zes. Nou wil ik mezelf (als ik het teveel over mezelf heb, hoor ik dat wel, hè, ik kan als geen ander tegen kritiek, al zeg ik het zelf) – nou wil ik mezelf geen echte prater noemen, een conversationalist, laat staan een geboren verteller of raconteur, maar soms… soms lekt het er gewoon lekker uit, misschien meer dan de gemiddelde gesprekspartner lief is. Zo ook vanmiddag rond half zes (of had ik dat al verteld?).

Ik was in dorstige afwachting van mijn derde vaasje en luisterde samen met een pientere jonge collega ademloos naar mijn eigen bevlogen betoog over de stijl van leidinggeven en hoe essentieel het is voor ieder organisatie dat superieuren, chefs en alle andere managemensen regelmatig hun waardering uiten. Bovengeschikten, als jullie meelezen, onderschat nooit, nooit, nooit het belang van een eenvoudig bedankje, het schouderklopje… [hier naderde de serveerster met mijn vaasje – ik kom daar vaker, ze is goedlachs, guitig en efficiënt] en het effect van het doorvoelde, welgemeende compliment. En terwijl mijn nietsvermoedende vaasje vakkundig op het viltje werd gepositioneerd, zei ik, complimenteus, bij wijze van humorgrapje: “Dat heb je héél, héél erg goed gedaan!”

Waarschijnlijk zei ik het iets te heftig. Ze schrok. In één vloeiende beweging gooide ze het glas om, de inhoud gutste over mijn gretig drinkende broek, het glas lag aan gruzelementen.

.

kletselschade

.

Een complimentje geven, het klinkt zo makkelijk. Maar in de praktijk is het niet iedereen gegeven. Met de kennis van nu zou ik zeggen: begin voorzichtig en als je het doet, doe het met mate.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Hersendoof

Windkracht 4… Hoe vaak maak je dat mee in een mensenleven? Oostenwind ook nog, hè! Awakenings-woordvoerder Tim Boersma doet het in het HD voorkomen alsof het om een ‘freak of nature’ gaat. Overmacht, een grillig natuurverschijnsel waardoor de verzamelde decibellen van zijn acht podia twee dagen lang als miljoenen agressieve wespen richting Haarlem werden verdreven.

Die podia staan bij de Houtrakpolder, met zo’n 40.000 feestgangers eromheen. Een Rude Awakening, zo mocht je het het technofestival wel noemen voor de ‘omwonenden’ in de ruimste zin des woords – lees Haarlem, Spaarndam en Bloemendaal en Heemstede. Nou bracht ik het weekend grotendeels zwetend en vloekend door in NS-bussen/-treinen, maar toen ik zondagavond nog een precisiewerkje moest doen, tokkelden die irritante, aanhoudende technonootjes als hagelstenen op mijn schedeldak.

Bij het inlezen zag ik op de site lagertoontje.nl een oude reactie van iemand die beweerde dat de geluidsgolven zowel hem als zijn vrouw een hartaandoening dreigden te bezorgen. ‘Wat ik niet begrijp is dat de mensen plezier van zo’n herrie hebben – ze zullen hersensdoof zijn.’ Oh nee, ‘hersendood’ stond er. Maar hun muzieksmaak is het punt niet. Saillant: volgens Boersma hebben hij en zijn gabbermaatjes zich aan alle vergunningen en afspraken gehouden, maar ‘op een windkracht vier uit het oosten hebben wij geen invloed.’

En ‘even zachter zetten is geen optie’, beweert hij (er zit geen ‘zachter’ knop op die enorme mengpanelen?). Laat het RaDa eens meedenken. Kan er geen reusachtig windscherm worden opgetrokken aan de oostkant van het terrein? Dan krijgt de wind (4 op de schaal van Beaufort) geen vat op de muziek. Doe er voor de zekerheid nog een geluidswal bij aan de ander kant (zoals bij snelwegen, maar dan veel hoger), een nieuwe verdedigingslinie voor Haarlems trommelvliezen. Alleen, drie jaar geleden was de Zaanstreek de klos, toen waaide de wind uit een andere hoek. Wind waait, wind draait. Moet je daarom niet ook een zuidwal en… weet je, voor de zekerheid zou vier wallen het beste zijn. Met nog een dak erop, want geluid zoekt altijd…

Nee, wacht eens even! Vier muren met een dak?!?! Waar heb ik dat eerder gezien? Een soort gebouw, zeg maar. Liefst geïsoleerd. En dat al dan niet helse muziek daar dan binnen blijft! Geniaal!

.

JHML1206

.

P.S. Ann Demeester heeft een petitie opgesteld om de gemeente aan te zetten financieel bij te dragen aan een renovatie van het Frans Hals. Wie Straaltje Zonlicht heeft gelezen, weet dat de RaDa-reda zich als één man achter haar opstelt. Hier kun je tekenen.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.