Medelijden

Half elf ’s avonds, het was geen goede tijd voor een laptop om er de brui aan te geven (hebben ze daar geen instelling voor? Crashes na/ voor 4 p.m.?). Maar de mijne flikte het en mij lukt het dan niet de klep met een ferme, morgen-is-er-weer-een-dag-klap te sluiten.

Na het opstarten zei hij steeds monter ‘Asus: Explore the world’ en vervolgens verscheen er een grijs cirkeltje dat tergend traag op het zwarte scherm ronddraaide, als een waterrad in een lui, vervuild beekje. Ik kreeg het kreng niet aan de praat en ging gefrustreerd naar bed, tegen half twee. Mijn hoofd kreeg ik niet meer rustig – sneltoetsen en commando’s trokken langs, al dan niet gecorrumpeerd: F2, Ctr-Alt-Delete, F7, Startknop-Del, Win-toets-R, batterij eruit, F10, F*Ctr, F11, F12, Fn$, Shift-Win-Zero.

Toen ik om half acht naar de energiek tutende wekker tastte, stiet ik die van het nachtkastje. In plaats van de twee wijzers toonde het display nu een dikke zwarte middenstip. Kapot. In de keuken liet ik een aardbei uit mijn jatten vallen en bij mijn poging die te onderscheppen, ging ik er met één platvoet bovenop staan. Geest noch lichaam waren in vorm, zoveel was toen al duidelijk. Mijn handen grepen met pervers genoegen de verkeerde voorwerpen, als ze al niet misgrepen. Zwoeren de dingen samen die dag? Alles klemde, haperde, stokte, liep vast, liet los, weigerde dienst – maakte mij het leven zuur.

Met de laptop onder de arm fietste ik naar PC Hulp. De klant voor mij stond er nog hulpelozer bij dan ik, dat was een schrale troost. Ik hoefde pas laat te werken, dus er was tijd voor koffie bij Westhoff. Alleen had ik nog steeds geen rust in mijn donder. Ik slurpte de espresso te heet naar binnen, propte het warme krentenbolletje in mijn mond en stond in een vloeiende beweging op om het lege kopje beleefd te retourneren bij het meisje achter de toonbank. Alleen, wat doet zo’n kopje op zo’n dag? Het ontsnapt en kiest het luchtruim. Ik grabbelde het van de vloer. Nu was het moment voor een kwinkslag waarmee ik zulke situaties doorgaans red. Maar wat doet een kwinkslag op zo’n dag? Die smoort in die kleffe krentenbol. Toen ik me oprichtte, zag ik de blik waarmee het meisje mij gadesloeg. Stakker, zei die blik. Stakker. Ik was het voorwerp van medelijden.

Thuis zette ik DVD-speler aan om een luistertoets samen te stellen voor een les die middag. Toen de eerste opzet klaar was, pakte ik de afstandsbediening om het een en ander te controleren. Ik drukte op de <<-toets en… het geluid werd zachter. Terugspoelen, ho maar. Ook niet bij herhaalde pogingen. Ik gaf het op.

Toen ik op de fiets stapte, brak het pedaal niet af en het stuur evenmin. Soms zit het mee.

P.S. Die wekker deed het eerst twee dagen niet, en toen was hij hersteld. Ook de afstandsbediening heeft zichzelf genezen. Of anders was het spanningsveld om mij heen teruggekeerd naar normale waarden. Wie zal het zeggen? (Hier meer over zulk mysterieus herstel)

Paars PS In de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Pluizenbolletjes

De laptop zoemt weer en het RaDa krabbelt overeind, met behulp van Open Live Writer. De voorganger, Windows Live Writer wordt niet meer ondersteund door het grote Microsoft, blijkt.

Eerst maar eens kijken of het nieuwe, open source product me ook een pluizenbollenplaatje laat plaatsen.

pluizenbol2

 

Ah… dat zit. Gisteren gezien tijdens een avondwandeling in de omgeving van het Ripperdacomplex. De huisdichteres (eens wordt zij de initiator van de werkgroep tactiele werkvormen – zie ook Kruiskopgenot) stoof erop af, maar kwam bedrogen uit.

 

pluizenbol

.

Aaibaar zag het spul eruit, beslaapbaar bijna, maar het voelde ruw en stug aan. Daar zou je geen pruik van verdragen. Er liggen trouwens een paar aardige straatjes achter de voormalige kazerne en wij waren verrast hoe dicht we ineens bij de Noorderkerk waren (zie ook Roomse Praktijken).

We sluiten dit experimentele blogje af met een huiskamervraag waarop ik het antwoord zelf schuldig moet blijven. In de Frans Halsbuurt verwonder ik me al een tijdje over dit opschrift: Schoter Pakhuis ‘t Zieke.

 

Schoterpakhuis

 

Anyone?

Tweaking

Het is al een tijdje stil op het RaDa. Deze week legde mijn laptop het loodje. Later meer over de laatste stuiptrekkingen, het scherm dat in de rouw ging en de noodzakelijke externe hulp. 

Windows 10 werd opnieuw geïnstalleerd. Er waren geen onvervangbare bestanden verloren gegaan voor het nageslacht. De software was wel foetsie en sommige programma’s waren niet meer terug te vinden. Windows Live Writer, bijvoorbeeld, waarmee ik de RaDa-stukjes publiceer. En alle persoonlijke instellingen waren naar hun grootje, dus ik tweak me een slag in de rondte om alles weer enigszins in het gerede te krijgen.

Het is nog even behelpen. Morgen of anders overmorgen gaan we weer vrolijk verder, tot dan!

90

Mijn mei-column voor Straatjournaal:

Negentig worden, hoe doe je dat? Soms vraag ik aan mijn lieve moeder wat haar geheim is. Maar laten we vooropstellen dat het enorm helpt als je in de juiste eeuw wordt geboren. Liever de 20ste dan de 19e of de 16e.

En dan nog komt er de nodige mazzel bij kijken. Deze week las ik een indrukwekkend pleidooi van de Engelse auteur Helen Dunmore, die uitlegt wat het schrijven van fictie voor haar betekent. Literatuur is een celebration of the nameless: een hulde aan onze vergeten voorouders, van wie verreweg de meesten anoniem hun graf in gingen, zonder iets blijvends na te laten. Een goede roman doet recht aan hun gezwoeg, getob, dromen en stille triomfen.

Terloops meldt Dunmore dat bij haar kanker is vastgesteld. De prognose is slecht. Ze is nu 64 jaar. Te jong om al heen te gaan? Naar huidige westerse maatstaven wel. Maar, plaatst Dunmore haar naderende einde in perspectief, een paar generaties terug had je het heel behoorlijk gedaan als je de 64 haalde. Nog aan het begin van de vorige eeuw, voor de ontdekking van penicilline en andere antibiotica, waren besmettelijke ziektes en ontstekingen levensbedreigend. Het kraambed werd vaak een sterfbed. Beulsachtig zware lichamelijke arbeid eiste zijn tol. Spaanse griep en Eerste Wereldoorlog maakten miljoenen slachtoffers. Wegkijken was destijds niet mogelijk: Death and the living walked hand in hand and could not easily pretend that they had nothing to do with each other.

Verdriet, ziekte en verlies bestaan nog steeds, maar dankzij medische en sanitaire vooruitgang zijn een goede gezondheid en een lang leven de norm geworden. Reden tot grote dankbaarheid natuurlijk, al brengt het weer andere problemen met zich mee. Pechvogels accepteren hun lijden moeilijker, om iets te noemen. Waarom uitgerekend zij? En veel ouderen kwijnen weg of voelen zich overbodig.

De allerbeste bejaarde die ik ken is mijn eigen moeder, die deze week haar negentigste verjaardag viert.

.

krakagera

.

Ze heeft de souplesse van een tienermeisje en woont nog alleen (zonder huishoudelijke hulp). ’s Zomers bivakkeert ze graag in een vakantiehuisje in het bos. Ze mankeert niks ernstigs – ja, soms vraagt ze zich af hoe het kan dat ze wat sneller moe is dan vroeger (uh… iemand suggesties?). De actualiteit volgt ze selectief (van narigheid en rampen heeft ze haar bekomst), maar haar interesse voor geschiedenis en kunst bloeit onverminderd.

Uit haar omgang met de dood spreekt wijsheid. Trouw bezoekt ze het kerkhof waar mijn vader en mijn oudste broer liggen, die in 2011 kort na elkaar overleden. Haar woning heeft ze alvast ontdaan van alle overbodige troep. ‘Anders moeten jullie straks…’ En als ze een mooi muziekstuk hoort, zegt ze opzettelijk onnadrukkelijk: “Wacht, dat zet ik even op mijn lijstje. Je weet wel…’

Negentig worden kent een onvermijdelijk nadeel: niet iedereen om je heen wordt zo oud als jij. Er ontvallen je familieleden, vrienden en leeftijdgenoten – en daarmee de gelegenheid om herinneringen op te halen aan een gedeeld verleden: de nonnenschool, de oorlog (waarin ze het nodige meemaakte), de bevrijding door Poolse troepen, haar geboortestad Breda zoals die ooit was. Het gemis aan zulke contacten voelt ze de laatste tijd sterker.

Gelukkig duikt er ook wel eens iemand onverwacht op. Laatst was daar ineens neef Lou uit Delft, sinds haar jeugd uit het oog verloren. 97 jaar. Zonder hulp beklom hij de trappen naar haar verdieping. Urenlang zat het duo geanimeerd te babbelen – elk hun betere oor naar de ander gekeerd. Dat gaan ze vaker doen, namen ze zich voor. ‘En weet je, hij wil 102 worden. Want hij heeft niet voor niets net zijn rijbewijs verlengd.’

Blauw op straat

Ik fietste vanuit school langs de Van den Vondellaan in Driehuis. Diverse zesdeklassers fietsten mij tegemoet, die hadden over een half uur hun examen Engels. Ik had een niet zo vrolijke plicht te vervullen, waarvoor ik per se op tijd diende te zijn en ik was lichtelijk gespannen.

Ik was geen getuige van het ongeluk in die zin dat ik het zag gebeuren. Ik hoorde alleen de klap en ik zag de brommerrijdster akelig over de straat bij het zebrapad schuiven. Ze ging op een vluchtheuvel zitten, onthutst, en omklemde een pijnlijke knie.

De andere betrokkene was een magere, al wat oudere postbode (in oranje tenue), die met de fiets aan de hand die zebra had willen oversteken. ‘Gaat het?’ vroeg hij. Aansluitend begon hij zich vrij te pleiten. Het meisje (ik herkende haar niet als een leerling van mijn school) zat daar met haar helm op en kermde. Het pleidooi van de postbode was zo te horen overgegaan in een requisitoir. Jouw schuld!

Het verkeer werd niet gehinderd door de gevallen brommer, dus alle auto’s reden door. Mijn dilemma was duidelijk: ging ik dat meisje troosten, EHBO verlenen, zo nodig 112 bellen en die postbode sussen? Met onvermijdelijk vertraging? Anderzijds, doorfietsen was hardvochtig, maar ik mocht niet te laat komen, dan zou er elders paniek ontstaan. Ik stond een aantal tellen in dubio en toen… waar kwam ze vandaan? was daar een agente van politie.

Een echte, geen stadswacht. Was ze op het trottoir bezig geweest de ligusterheggen te inspecteren op illegale uitlopers? Hoe dan ook, ze stak kordaat over naar de plaats des onheils. Haar gezicht kon ik niet zien, alleen haar blonde paardestaart en de hardware waarmee ze omgord was: handboeien, holster, pepperspray, portofoon, enz. Dat meisje was in goede handen. Nog nooit was ik zo blij met blauw op straat, dacht ik terwijl ik wegdemarreerde.

PS Bij mijn vorige stukje stond geen plaatje en Twitter, overstuur (we leven in een beeldcultuur!), plakte er een willekeurige, overjarige RaDa-foto bij van een zonsondergang. Om ze niet nogmaals in verlegenheid te brengen, lever ik vandaag een stilleven aan gemaakt bij het haventje in Spaarndam – een afterparty van vier ballonnen (of drie ballonnen en een ui?).

.

oudevrienden

.

Paars PS In de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Duizend dagen

‘Examentraining wordt de normaalste zaak’ poneerde de voorpagina van de Volkskrant vanochtend. 82% van de scholen biedt de leerlingen extra training aan, soms (tegen betaling) in samenwerking met een extern bureau. En daarnaast slaat een keur aan particuliere instellingen en opleidingen een slaatje uit de examenhype.

Het aanzien van de docent is de afgelopen veertig jaar stelselmatig ondermijnd door de politiek, de Inspectie, de onderwijsmaffia en de ouders. Maar laten we toch vooral de scholen zelf niet vergeten. Een school die externe ‘examenlessen’ aanbiedt diskwalificeert zijn eigen personeel (niettemin zullen ze binnenkort uit concurrentieoverwegingen allemaal gaan meedoen).

Ik ga het niet tot op drie cijfers achter de komma uitrekenen (een onuitroeibare hebbelijkheid in edukringen), maar je mag aannemen dat een vwo-leerling in zes jaar circa duizend dagen les heeft gekregen. In duizend dagen kun je – in theorie – toch best het een en ander aan inzicht en kennis opdoen, de vereiste oefeningen maken, aan je tekortkomingen schaven en hiaten wegwerken. Al die tijd maak je proefwerken en tentamens (zelfs meer dan goed voor je is) of los je sommen en problemen op. In diezelfde duizend dagen ontwikkel je daarin gaandeweg routine en ontdek je welke voorbereiding en welke technieken bij jou het best renderen. Mocht je ondanks je constante inspanningen vastlopen bij het leren of stroef gaan, is er altijd wel een vakbekwame leraar in het gebouw met een druppeltje kruipolie. Ze zijn heus niet te beroerd je op verzoek een paar trucs of adviezen aan de hand te doen.

Gespecialiseerde bureaus als Onderwijshelden strijken in het seizoen dagelijks €100 euro op per leerling; de deelnemende leerlingen en de bezorgde ouders die zo’n bedrag ophoesten, mogen zich afvragen hoe drie intensieve dagen ‘schaduwonderwijs’ zich verhouden tot de duizend die de kandidaten al achter de kiezen hebben. Als ze elke dag 0,003% harder hadden gewerkt of 0,003% beter hadden geluisterd, of 0,0003% meer vragen hadden gesteld, had dat dan niet hetzelfde effect gehad? Nou ja, laat het 0,005% zijn. Of 0,1% of 1%… Reken samen met een Onderwijsheld naar keuze uit hoeveel minuten extra huiswerk ze hadden moeten doen (misschien kent jouw Held een handig foefje!) – of beter, doe het op eigen kracht. Bedenk als de som af is, dat veel leerlingen (vooral de luiere sujetten) wel 30% beter kunnen (dat is 10.000 x 0,003).

En de altijd hypernerveuze scholen zouden er beter aan doen zich sappel te maken over minder modieuze zaken. Laat ik eens iets noemen: nergens in de ontwikkelde wereld hebben leerlingen minder plezier in wiskunde en lezen dan in Nederland. Dat lijkt me het grootste euvel. En als we dat verhelpen is de rituele paniek in het zicht van de eindstreep grotendeels overbodig.

Liberation

Hé, een amfibievoertuig uit WO2! Hé, een knoeperd van een taalfout in spiegelschrift!

.

spelamfibie

.

Het is natuurlijk maar net wat je eerder opvalt als je zondagochtend om elf uur, genietend van je koffie, uit het raam kijkt bij Cups and Leaves Cups and Leafs. De fout maakte geen aanstalten om weg te gaan; het voertuig reed ronkend verder en werd weldra gevolgd door motoren, jeeps, vrachtwagens en ander krijgsmaterieel. Het konvooi rukte op in noordelijke richting. Ik herinnerde me er iets over gelezen te hebben: Liberation Haarlem; de deelnemers zouden de bevrijdingsroute van de Canadezen rijden.

.

liberationHaarlem

.

De hele stoet bleek neergestreken op de Grote Markt om zich te laten bewonderen. De verklede mannen die bij hun auto’s postten deden me denken aan Daar komen de Schutters. Oorlogje spelen zonder vijand – ik probeerde vast een beetje blasé te kijken. Maar daar kwam ik snel van terug.

Ik heb weinig op met auto’s, maar aan de open motorklep van de eerste de beste jeep hing een grote sticker met WAR DEPARTMENT – LUBRICATION GUIDE. Het leek me best te doen, met die glijmiddelgids erbij en een monteurscursus van een middag.

.

openklep

.

Ook daarna werd ik steeds gefrappeerd door de eenvoud en degelijkheid van de uitvoering. Neem dit dashboard:

.

dashboard

.

Ik ga het niet romantiseren (er moest ook gevochten worden), maar ik kon me de voldoening voorstellen om zo’n wagen weer aan de praat te krijgen met een paar simpele handgrepen (ahum…).

Of een brandje (brandbom/vuurzee?) te blussen met dit apparaat:

.

brandblusser

.

Of een kuil te graven / te dichten met deze spaden:

.

spades

.

En als je dienst erop zat in je vrije tijd nog wat nylonkousen, kauwgom en sigaretten uitdelen aan de mooiste meisjes van het dorp dat je net bevrijd hebt. Oh nee, ik zou niet romantiseren…

Paars PS In de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Andere landen

EU-commissarissen, zou het voor een beter onderling Europees begrip geen goed idee zijn alle continentale vluchten te verbieden en vervangen door treinreizen?

Vorige week reisde ik via Berlijn naar het schitterende Poznan, waar we twee dagen doorbrachten.

.

poznan

.

Daarna reisden we nog eens een hele dag door Polen, eerst naar Krakau en verder met een boemeltje naar Zakopane, aan de zuidgrens. Het landschap was tamelijk eentonig, en ze hadden er erg veel van. Polen is uitgestrekt – in theorie wist ik het al, maar het ondervinden is iets anders. Onderweg las ik in Norman Davies’ Heart of Europe over het lijden van het Poolse volk in de oorlog: zes miljoen doden (op 35 miljoen inwoners, het hoogste percentage van alle strijdende naties), een opoffering waar na de Duitse capitulatie geen beloning tegenover stond; geen ‘bevrijding’ of democratie, wel nieuwe vernederingen onder de Sovjet-knoet; niet de kans te rouwen om je eigen verzetshelden en ze gepaste eer te betonen.

,

Polen

.

Het was niet zo dat ik er vooraf geen enkel benul van had. Het was meer dat ik, terwijl dat lege, drassige landschap zich ontrolde, steeds dieper ingewreven kreeg hoe onbevattelijk die trauma’s zijn. Van mijn eigen onwetendheid kreeg ik pas een paar dagen later echt last, in Liptovský Mikuláš.

Dat eerder genoemde Zakopane, een wintersportoord waar mijn moeder folkloristische dans hoopte te zien, ligt in het Tatragebergte. We boekten impulsief een bustocht door het gebied, die grotendeels door Slowakije voerde. Met een bezoek aan kasteel Oravsky hrad, grotten en andere toeristica.

.

Oravsky hrad

.

[Kan iedereen ondertussen even bedenken wat hij allemaal van Slowakije weet – hoofdstad zal nog wel gaan, buurlanden (5), inwonertal, religie, deelname Songfestival, componisten & schrijvers, culinaire specialiteiten, andere rivieren dan de Donau, topsporters, munteenheid, regeringsleider, voornaamste exportproduct?]

Onze Poolse gids besproeide de Poolse passagiers onophoudelijk met voor mij onverstaanbare informatie – die lui weten nu alles van de Slovaken terwijl ik me nog steeds een complete Karpatenkop voel. Het was een gekke gewaarwording om door een land vervoerd te worden waarvan je niets weet. Dat er schilderachtig bij ligt, waar de mensen (zonder dat jij er ooit bij hebt stilgestaan) bouwen, sjouwen, werken, tuinieren, trouwen, vissen, feesten en er al eeuwenlang het beste van maken. En waar Liptovský Mikuláš ligt.

Een vriendelijk stadje waar we werden gelucht en een uur hadden om iets te eten. Na een rondje om de kerk vonden we Restart Burger, mijn eerste Slowaakse horecatent.

.

photo0jpg

.

Hij was literair opgetuigd, met antieke schrijfmachines, volle boekenkasten en aan de muur foto’s en manuscripten. Verzorgde, hippige Liptovský Mikulášiërs hadden het er goed en dronken bier uit serieuze pullen. De serveerster sprak Engels en mijn Cayane burger overtrof qua peperigheid en smaak alles wat ik (in Slowakije of elders) aan burgers heb verorberd. Terwijl mijn moeder braaf van haar broodje peuzelde, werd ik doorstroomd door een loom, maar intens behagen. Ach wat, het was geluk! Dat kan je kennelijk zomaar  overkomen in een land waar je niets van weet en niemand kent. Ik overwoog naturalisatie aan te vragen. Een nieuw leven als Slowaak – een beetje rondkeutelen daar, de taal leren en ‘s middags bij Restart (what’s in a name?) van het bier leuten en tevreden uit het raam staren? In Liptovský Mikuláš…

PS Angst voor Nederlanders hebben ze er niet, zag ik later. Ze doen aan jumelage met Dinkelland.

Paars PS In de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Gedenken

We pakken de draad weer op en nee, vrees niet, het RaDa wordt geen Zwada.

.

zwaanswijk

.

Maar op 23 april schreef ik in Pluimstrijkerij over de poetsstrapatsen van een zwaan in het Wed. Daarna vertrok ik met de huisdichteres en mijn moeder naar Polen (de twaalfde verjaardag van het RaDa op 24 april ging in stilte voorbij) en in Krakau zag ik gisteren in de rivier de Wisla (Vistula) dit gezelschap. Ze doen de dingen daar toch weer ietsje anders.

Het was een reis met te veel indrukken om in een of twee haastige logjes te persen. Maar na thuiskomst gisteravond sloeg ik de NRC open bij de televisierubriek van Hans Beerekamp, over de hausse aan oorlogsdocumentaires: ‘Auschwitz is meer dan ooit in trek’. Aanleiding was een Brandpunt-rapportage van Henk van der Aa over het kamptoerisme. De verslaggever had zo zijn bedenkingen, onder meer over het hakenkruismotief in vloertegels in de Schindler-fabriek, waar wij dinsdag toevallig ook waren.

Ons bezoek was een beklemmende ervaring, maar niet van het soort dat je zou verwachten. Het was druk, het was warm, het was onoverzichtelijk en schemerdonker. Gidsen versperden met hun groepen de doorgang en toeterden in het Pools, Engels en Frans; om ons inlevingsvermogen te stimuleren klonken her en der geweersalvo’s en kanonnengebulder. Halverwege de route langs de gruwelen was mijn piëteit wel zo’n beetje verdampt; ik zocht alleen nog maar egoïstisch naar de bordjes Exit en verlangde naar de lompe Poolse garderobevrouwen en frisse lucht. Deernis komt niet op commando.

.

tripadvisor

Tripadvisor over Schindler’s Factory

In de rij taxi’s buiten het museum was er maar een waarvan de chauffeur in zijn wagen zat. De anderen klitten samen en rookten. Ik opende het portier en schrok van het mismaakte sujet op de bestuurdersplaats. Spichtig, gebrild hoofd met gehavend gebit; hij had een bochel en hing onderuit gezakt. Ik frommelde een stadsplattegrond onder zijn neus en wees op een plek in het centrum. Stare Miesto? Hij noemde zonder aarzeling een bedrag dat aan de hoge kant was. Ik knikte, 40 zloty was goed. Een klauwachtige hand rees op en vond met moeite de versnellingshandel; de chauffeur verhief zich tot zijn maximale hoogte. Zijn spitse kin kwam amper boven het dashboard uit. Hij propte met zijn andere hand een karamel in zijn mond en toen waren we klaar voor de reis.

Het rijden ging. Dat wil zeggen, we reden en er deden zich geen hachelijke situaties voor. Hij zei niets (hij kauwde karamel) en ik stelde geen vragen, over zijn rijbewijs, zijn levensverhaal of zijn misvorming. Ik speculeerde wel. Of het toevallig was dat hij bij dat voormalige joodse getto stond of dat hij misschien een reïncarnatie was van een koetsier uit de tijd van Isaak Babel of Joseph Roth. Of hij was verschenen om mij een wijze les te leren of te straffen wellicht voor mijn oneerbiedige vlucht uit dat museum.

.

ghettonuurkrakau

.

PS In de wijk Podgórze staat nog een laatste stuk van de gettomuur overeind. Hier kon je in ieder geval wel alleen zijn met je gedachten.

Paars PS In de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Pluimstrijkerij

We maakten een wandeling langs het strand bij Zandvoort. Daar vonden we een dode jan-van-gent in verwrongen houding.

.

exvangent

.

En verderop nog een. Er waren ook leukere natuurwaarnemingen. Eerder op de dag stonden we minutenlang stil langs de oever van Het Wed, waar een knobbelzwaan bezig was met het vervolmaken van zijn/haar ochtendtoilet. Er hing veel van het resultaat af, te oordelen naar de gedrevenheid van het poets-, borstel-, streel- en wrijfwerk. Moest er misschien nog een last-minute-maatje versierd worden? (Verderop in het meertje dreven al twee zelfingenomen stelletjes.)

We werden vooral gefascineerd door de manier waarop de borstkas met de snavel werd bewerkt. Dat ging niet zachtzinnig, het dons werd dan weer met open bek aangevallen, dan weer gestyled met de zijkant van de snavel. Van onze aanwezigheid – op vier meter afstand – trok het beest zich niets aan, het leek er eerder door geïnspireerd. De hals haalde onwaarschijnlijke capriolen uit om ook de lastigst bereikbare delen van de verentooi te fatsoeneren en bediende zich van een veelheid aan technieken. Als door middel van genetische manipulatie het menselijk lichaam ook kon worden uitgerust met zo’n flexibele én gespierde extensie zou ik vóór zijn. Nou ja, kijk zelf maar, dan snappen jullie wat ik bedoel.

.

pzw2

Poetszw1

pzw3

pzw4

pzw5

pzw6

pzw7

pzw9

pzw10

pzw11

pzw12

pzw14

pzw15

.

Iemand die zich afvraagt hoe ze de hals zelf schoon houden? Dagelijks drie uur weken in zoet water, vermoed ik (dit is de romp van de helft van een van de twee stelletjes).

.

pzw21

.

Paars PS In de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.