Zwaarwichtig

Een verpletterende entree van Ilja Leonard Pfeijffer gisteravond bij de Haarlemse Philharmonie. Ik ken sloopkogels die een gebouw met meer subtiliteit binnenkomen. Het ging zo: ik wilde mij nog even vertreden voor aanvang van Frénk en Frencken toen de hoofdgast van de avond mij bijkans onder de voet liep. Wat mij een dag later van deze near miss bijstaat: iets grofs en grijsgelokts daverde en pufte langs in een ruige berenvacht, ik kon mij ternauwernood in veiligheid brengen.

“Ik ben op bladzijde 374 van uw dikke boek, meneer Pfff…” zou ik anders ook niet gezegd hebben. Het is een rijk en dik boek, dat mij evenzeer bezighoudt als irriteert. Er valt genoeg te bewonderen, maar graag had ik een onsje / pondje / mudje minder Pfeijffer gehad. ‘s Mans persoonlijkheid valt in Grand Hotel Europa evenmin te negeren als in een deuropening.

Nam het interview nog iets weg van mijn wrevel? Werd er iets van charme of speelsheid losgekieteld in de literaire reus? Nee. Hij pontificeerde. Sprak op gedragen toon, alsof hij zijn volzinnen dicteerde aan een hardhorende secretaresse. Daarbij grossierde hij in misprijzen en geringschatting. Het publiek hing aan zijn lippen, daar niet van, maar aan mij was het niet besteed.

Een welkom contrast was het gesprek met Muggenmeester Wienen, dat breed uitwaaierde. Hij vertelde met begeestering over wat hij zoal las, zowel in zijn jeugd als nu (verscheidene biografieën, onder meer over Wilberforce). Toen Frénk van der Linden hengelde naar zijn favoriete Bijbelboek, diste Wienen de geschiedenis van David en Batsheba op alsof het allemaal gisteren was gebeurd. Het was geen gekoketteer. Bij alle onderwerpen klonk hij verstandig en oprecht. Daar hebben we een goede aan.

De huisdichteres was er ook; die las voor zoals alleen zij kan lezen. En (feest!) er komt een 2e druk van Wat als we niet waren betoverd?

.

signeren

.

Dit was mijn tweede poging een foto te maken bij het boekenstalletje. Hieronder de eerste. Die leverde de makkelijkste literaire quiz-vraag ooit op: welke Haarlemse schrijver photobombt hier door het beeld? (Nee, het is niet Lodewijk Wiener)

.

photobomb

.Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Schuimen

We liepen vanmiddag langs het strand, aanvankelijk in parallelle werelden. De huisdichteres had thuis het nieuws uit Utrecht gevolgd – met dreigingen, doden, signalementen, vermoedens en afzettingen. Ik verkeerde geestelijk nog in het Genua en Venetië van Grand Hotel Europa*.

De zee en de wind maakten samen zoveel mogelijk schuim, die hadden het best goed samen.

.

zeeschuim

.

We  zagen een dode Jan-van-gent. Veel doder dan goed voor hem was (en veel groter dan het op de foto lijkt)

,

Janripgent

.

 Niet voor het eerst trouwens. En als je dan toch in macabere sferen zit, zie je overal kadavers en lijken.

.

nietrip

.

Dit bleek bij nadere inspectie een boomstronk, gelukkig. En zoals dat gaat, na een tijdje hadden wind, schuim en water hun heilzame uitwerking. Wat een gouden formule! De stemming steeg. Tussen Bloemendaal en Parnassia passeerden we twee raadselachtige zandheuvels in de branding. Nieuwe natuur? Suppleties?

.

strandheuvels

.

Was ik tegen die tijd uitgelaten genoeg om er een te beklimmen/bedwingen? Zo vaak krijg je de kans niet en er waren geen getuigen. Dus…

.

heuvelmarius

.


* Voor de liefhebbers: morgen treedt de huisdichteres, aka Sylvia Hubers op bij de talkshow Frénk & Frencken in de Philarmonie, waar ook Muggenmeester Jos Wienen en Ilja Leonard Pfeijffer worden geïnterviewd.

Discobol

Is er een Italiaanse topregisseur in de zaal, dacht ik halverwege het feest, zo eentje die vijftig jaar geschiedenis virtuoos in een avondvullende familiesaga perst?

Een van mijn beste vrienden viert zijn verjaardag met grote regelmaat – afgerond eens per jaar – en dat al zolang ik hem ken. Familieleden en vrienden van heinde en verre worden uitgenodigd. Gisteren werd hij 75 (en zijn lieve vrouw 65). In de late jaren zeventig duurden de feestjes tot een uur of vier ‘s ochtends en ieder jaar daarna gemiddeld 10 minuten korter – reken zelf maar uit.

Denk niet dat ik erover klaag! Om te beginnen had ik het uitstekend naar mijn zin gisteren (van eten en drinken wordt traditioneel veel werk gemaakt), maar voor mijzelf hoeft het ook niet meer zo woest. Ik blijf me wel bewust van het contrast met vroeger natuurlijk, maar het heeft anderzijds iets moois om te zien dat je gelijke tred houdt met je generatiegenoten. Veertig jaar is lang; sommige gasten zie ik alleen op die feestjes. Sommigen moet ik in gedachten restaureren, een kleurspoeling of een verjongingskuur geven om ze te herkennen. Degenen die ik ooit voor hip en hot hield hebben aan glans en lenigheid verloren: wie 20 jaar geleden 25 was is nu – reken zelf maar uit.

Denk niet dat ik erover klaag! Maar je hebt weet van een kwaal bij die, meerdere operaties bij een ander, van tegenslagen, scheidingen en uphill battles. Ook een paar lege stoelen hier en daar, het lot doet niet aan vrijstellingen. Maar de oudjes deden het ondanks alles nog goed gisteren. Er werd gedanst. De zoon van de jarige heeft een vrolijk bandje dat heupen stram en soepel in beweging bracht.

.

disco2

.

Er hupsten op een gegeven moment vier generaties rond in dat zaaltje, van wie de jongsten nog nooit een disco-bol hadden meegemaakt en gefascineerd de bewegende lichtjes achtervolgden. Tieners tienerden en twintigers straalden uit dat ze geloofden de toekomst. Ja, zo moeten feestjes zijn, stelde ik vast toen ik om tien uur thuiskwam.

Autovrij

Blijk ik dan toch profeet, genie, ziener en futuroloog in één flodderige persoon te zijn? Vandaag geeft het HD vrij baan aan Martin de Jong, directeur ‘maatschappelijke waarde’ van Ziggo Vodafone, naar aanleiding van een recent verschenen toekomstvisie met als voornaamste conclusie: de auto moet de stad uit.

Gutteguttegut, was mijn eerste reactie, hadden ze niet gewoon mijn column Vicieuze Files kunnen lezen? In 2009 las ik die met duivels plezier voor aan een ijzig gehoor van Haarlemse ondernemers, die discussieerden over de verkeerscirculatie. Ik sloot mijn betoog over het geheel afschaffen van het particulier autobezit destijds af met de woorden ‘na afloop is er gelegenheid mij te lynchen’.

Dat gebeurde niet, maar ik was daar een schorre roepende in een asfaltwoestijn. Gelukkig, Martin de Jong wordt tien jaar later wél serieus genomen en veel van wat hij zegt is mij uit het hart gegrepen. ‘De traditionele auto staat 90% van de tijd stil en neemt alleen maar ruimte in.’

.

blikvanger

En hoe…

.

Dat lijkt me een gezond uitgangspunt voor veranderingen, waaraan natuurlijk talloze haken en ogen zitten. Zo veronderstelt De Jong een krachtig stadsbestuur. Mwah… onze raad hakketakt al eindeloos over een elektrisch busje voor toeristen. En over de extraverlengdesuperdubbeldekkers die hoogfrequent door de stad denderen blijkt de gemeente Haarlem helegaar niets te zeggen te hebben. Bedelen en soebatten is het enige wat er voor wethouder Berkhout op zit.

Zelf zou Martin de Jong graag de Leidsevaart dempen ten behoeve van een busbaan en groenstroken. Het is maar om aan te geven dat hij niet voor een kleintje vervaard is. Het rapport van achttien pagina’s staat hier. We kunnen het er in ieder geval over hebben.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Onderwijsstaking

ARIE, HAAL ONS UIT DE PENARIE! is mij bijgebleven van de spandoeken, en op ‘minister Slob’ is het ook lekker rijmen. Jullie snappen, ik was vandaag op het Malieveld, met nog zo’n 40.000 stakende onderwijzenden en onderwezenen.

Aan manifestaties en demonstraties heb ik doorgaans een broertje dood, maar ja… Het onderwijs zit al zo lang in het slop (Slob!) dat ik mij zelfs als bijna-gepensioneerde moreel verplicht voelde mij bij mijn zwaarbeproefde collega’s te voegen en de trein naar Den Haag te nemen.

.

nietindemodder

. 

Mensen die (niet) met hun poten in de modder staan.

Ik moet zeggen, het viel me alleszins mee. Een geweldig schoolorkest uit Sneek bracht de stemming er in en daarna nam Dolf Jansen het over als ceremoniemeester. Hij had zijn lelijkste colbertje aangetrokken en woei een paar keer bijkans van het podium. Een manco van het programma was wel dat iedereen tegen zo’n beetje alles protesteerde (van primair tot tertiair onderwijs, met nog een paar duizend tegen het leenstelsel agerende studenten bovendien), zodat alles kort en hevig moest. Een echt begenadigd spreker heb ik niet gehoord – iemand die vergezichten schetst en de menigte bespeelt zonder te vervallen in makkelijke retoriek.

.

rijkslim

.

Veel schik had ik een clubje doorgewinterde actievoerders naast mij van de LSVb (Landelijke Studentenvakbond). Ze waren toegerust met vaandels en sommigen zochten een ‘sugardaddy’ (een moderne suikeroom) in verband met hun studieschulden. Toen Dolf Jansen dreigde te vervallen in egotripperij en zich een aantal flauwiteiten permitteerde, overstemden ze hem prompt met een fel spreekkoor – het is wel menens met die actie, tenslotte.

Het is al dertig jaar menens. Gisteravond vond ik in een knipselmap een driest artikel uit Trouw, waarin ik van leer trok tegen een voorstel van de vakbonden om vanwege het lerarentekort meer onbevoegden te laten lesgeven. Uit april 1999! Twintig jaar geleden. Vervang Adelmund en Hermans door andere namen en het kan zo herplaatst worden.

.

hybridedocent

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Verliezer

Wanneer ben je een verliezer? Ben ík een verliezer? Sleutels, paspoort, usb-sticks, portemonnees en zonnebrillen raak ik vrijwel nooit kwijt. Als ik al een verliezer ben, ben ik een specialist.

Handschoenen verlies ik serieel. Twee keer per winter – ik weet niet of dat boven of onder het landelijk gemiddelde is – maar ik vind het te veel. Mijn gewoonte om onderweg af en toe foto’s te maken, draagt bij aan het veelvuldig verlies, maar dan nog… Ergens in december was het weer eens raak/mis. Ditmaal geen prijzige god-mag-weten-wat-voor-leren herenaccessoires (kalf, hert, tapir?), zoals vorig jaar, maar – ik was door schade en schande wijs geworden – een ordinaire HEMA-handschoen. Dat ik toch danig de smoor in had kwam meer door de recidive dan door de onvervangbaarheid.

In de HEMA op CS kocht ik daarna precies zo’n paar. De eenling die ik nog had, bewaarde ik op aandringen van de huisdichteres. Want je weet maar… ‘Misschien moet ik direct maar acht paar aanschaffen’, schamperde ik nog, ‘dan zit ik de eerste twee jaar goed.’

Gisteren was het weer eens raak/mis. Het was er een ideale dag voor. Het plensde. Een snelbinder raakte innig verstrengeld met de achterbladen van mijn versnelling (het zou te ver voeren hier in te gaan op de trieste samenloop van omstandigheden die ertoe leidde dat…) en ik zag mij genoopt aan te bellen bij een Driehuizer huis om aan de brave bewoners een steekwapen te vragen, of snijgerei. Het werd een zeer effectieve keukenschaar, maar terwijl ik poerde, peurde en peuterde, moet één handschoen zijn kans schoon hebben gezien en… Nou ja, twee kilometer verderop merkte ik het pas en… (alweer puntjes: smoor in, zelfverwijten, etc). De linker had ik nog wel. Gelukkig, althans…. (puntjes om spanning op te voeren, voor wie het nog niet spannend genoeg vindt).

Thuis waren er drie mogelijkheden. De zwarte weduwe/weduwnaar van het oude paar was onvindbaar.

Gelukkig, hij was vindbaar, en werd gevonden. Waarna ik met een beetje pech de bezitter werd van twee zwarte, linker HEMA-handschoenen en nul rechter. Want zo’n dag was het… (defaitistische puntjes, volkomen ten onrechte).

Maar wat wie wat wie schetst mijn verbazing… (puntjes die de opmaat vormen tot een feelgood ending zoals geïllustreerd door de illustratie)

.

jongpaar

.

Die twee leken voor elkaar bestemd. Als Gert en Hermien, Jut en Jul, Pyramus en Thisbe, als Elizabeth Taylor en een van haar zeven echtgenoten. En ik vroeg me af of mijn blijdschap over deze nieuwe verbintenis nu groter was dan de irritatie over de dubbele scheiding.

P.S. In de reacties liever geen tips over zo’n naar touwtje tussen de wanten, via de armsgaten

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Ooievaar

Geen tijd voor veel tekst vandaag, maar die ooievaars die ik op 26 februari als smoezelige vlekken vastlegde en een dag later iets scherper maar van grote afstand, had ik vanochtend van dichterbij in het vizier bij Santpoort-Noord. Nu ja, eentje dan. Zit de partner al te broeden?

.

ooievaar2

.

Hij was niet gediend van mijn aandacht, keerde mij de rug toe en schreed hoogpotig weg.

.

ooievaar1

.

En koos vervolgens het luchtruim. Mijn ultieme poging zijn vlucht vast te leggen, mislukte en lukte. Hij staat er half op, zonder kop –  het resultaat is een soort aerodynamisch logo, of een Kandinski-ooievaar, met licht aangezette veren. Maar zo heeft het ook wel wat, niet?

.

ooievaar3

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Ovatie en Degradatie

Geschreven voor Straatjournaal maart ‘19

Iedereen kent inmiddels Gerrit Keeman, de 64-jarige onderwijsassistent van het Kennemer College, die een onopgevoed sujet in zijn nekvel greep en het technieklokaal uit duwde. Voor de leerling liep het met een sisser af; Keeman werd door zijn bestuur haastig op non-actief gesteld. Toen de media-bom barstte kreeg hij even haastig excuses aangeboden.

Het voorval reet bij mij een litteken open dat ik opliep op een vorige school, waar ik (ontkennen baat niet) een gewaardeerde en populaire leraar was.

Op een middag gaf ik les aan 4-havo. Een jongen dook op voor het raam en trok malle grimassen. Ik maande hem op te hoepelen. Hij verdween, maar was weldra terug met andere rare fratsen. “U moet ingrijpen, meneer!” hitste de klas mij op. Ik knipoogde en pakte een buigzaam plastic aanwijsstokje van een centimeter of tachtig. Toen ik de deur open zwiepte sloeg die knul op de vlucht. Mijn jachtinstinct was geprikkeld, ik zette de achtervolging in en zag nog net hoe hij zich verstopte achter een dikke pilaar. Met dat stokje gaf ik een paar jensen tegen het steen. Die gast spurtte geschrokken weg uit zijn schuilplaats, met mij op zijn hielen, de open ruimte in.

Alwaar de nieuwe rector stond, met gespreide armen, zoals het Christusbeeld bij Rio. “Uit de weg, Philip, je belemmert me bij de uitoefening van mijn functie, ik moet een kind slaan!” Ik zei het grijnzend. Het was het soort grapje waar mijn oude rector wel om kon lachen. Maar dit was de nieuwe, een stijve, kwezelachtige vijftiger. Type nooit jong geweest. Hij wiebelde ongemakkelijk met zijn snor. Terug in de klas kreeg ik een staande ovatie van 4-havo. Thuis vertelde ik het verhaal glunderend. Vertelde? Ik acteerde, in een driedubbelrol. Dikke pret, tot een bezorgde collega opbelde.

De ouders van Raoul waren op oorlogspad. Ik zou hun kind hebben geslagen. Ze waren met hem naar het ziekenhuis geweest, er was aangifte gedaan bij zowel politie als onderwijsinspectie. De Telegraaf had al gebeld. Die waren gelukkig afgepoeierd door onze conciërge, een jofele Amsterdammer, die er toevallig bij had gestaan en kon getuigen dat het alleen een dolletje was.

Die ouders wilden van geen gesprek weten. Na een dag verzuim verscheen het ‘slachtoffer’ weer op school, met om zijn pink een symbolisch pleistertje. De ouders volhardden – alle sus- en bluspogingen ten spijt – in hun onverzoenlijke houding. En dus moest er een traject worden doorlopen. De wijkagent meldde zich op school voor een onderhoud met mij. Ik werd ook gehoord door het bestuur. Alle heisa liet me niet onberoerd. Het vrat aan me dat de rector ‘niet kon uitsluiten’ dat ik die jongen had geslagen. Pas twee weken later, na eindeloos gewetensonderzoek, liet hij mij weten af te zien van sancties. Geen sancties? Ik wreef hem onder zijn neus dat ik dat nou niet als een speciale gunst zag en het eerder als een belediging beschouwde dat hij die had overwogen. De kerstvakantie brak aan. Gelukkig, want ik had weinig incasseringsvermogen over.

Begin januari kreeg ik een brief: het bestuur had alsnog aanleiding gezien mij een reprimande te geven. Ik was ziedend. Voelde me gekleineerd en verraden. En ik wist door wie. In de rectorskamer heb ik getierd, gescholden, gestampvoet. Ik smeet die huichelachtige brief op de grond. Als ik ooit dicht bij overspannenheid ben geweest, was het toen. Niet vanwege zo’n treiterige gast of zijn hysterische ouders. Wel omdat ik geen vertrouwen kreeg. Mijn eerdere inspanningen en verdiensten voor die school leken ineens niet meer te tellen.

Werk wordt pas echt onverdraaglijk als de leiding je laat vallen en het pijnlijke besef doordringt dat je er alleen voor staat. Dan knapt er iets.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Fake Bavo

Als het aan de Haarlemse gemeenteraad ligt, komen er dus twee woontorens in de Gonnetstraat: een van 27 en een van 35 meter.

De coalitie (GL, PvdA, CDA, D66) vormde één front – gesloten en massief als de de pui van winkelcentrum Marsmanplein – en liet zich niets gelegen liggen aan de bedenkingen van onder meer de Historische Vereniging Haerlem en de Erfgoedvereniging Heemschut, die vrezen voor aantasting van het fraaie aangezicht van de historische binnenstad en precedentwerking bovendien. Waar twee torens staan, verrijzen er doorgaans meer.

Op een filmpje bij RTV-NH toont Heemschut-zegsman Peter Koppen een afbeelding waarop de twee torens slordig zijn ingetekend: twee drolkleurige briketten die als ze omkieperen een dam in het Spaarne zullen vormen. Op zulke nieuwbouw zit geen rechtgeaarde Haarlemmer te wachten.

.

Gonnetrepen

.

In gelul kun je niet wonen (dixit Jan Schaefer) maar in schoonheid evenmin, zal daarentegen de gedachte van de coalitie zijn geweest. De stad heeft woningen nodig. En daadkracht. Doorduwen die handel. “We willen de groene rand van Haarlem groen houden, dus moeten we bouwen in de stad”, aldus Misja de Groot van D66. “We kunnen het niet iedereen naar de zin maken.” (HD)

Dat gaan we vaker horen de komende jaren. Tenzij…? Is er echt geen compromis mogelijk?

Kunnen die gretige ontwikkelaars als HBB en Hoore Vastgoed geen historische torens nabouwen? Een fake-Bavo? De echte is 78 meter hoog, twee keer zo hoog als de beoogde woontorens. Dat biedt mogelijkheden. Zet aan de Gonnetstraat een nep-kathedraal in postmodern gotische stijl. Een soort Hollywood-decor maar dan bewoonbaar. Sociale huurwoningen in het onderste deel van het gebouw, de middengroepen uh… middenin en op de hoogste verdiepingen en in de toren de lofts voor witwassers, speculanten en anderen die bulken van het geld. Een extra Teylers zou ook niet misstaan. De toeristen zullen kwijlen en na een tijdje weet niemand meer beter. Is hier eventueel draagvlak voor?

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Haarlems Literatuur Festival

Voor een onpartijdig verslag van het Haarlems Literatuur Festival moeten jullie niet bij mij zijn. De huisdichteres was een van de deelnemers in de kleine zaal van de Philharmonie en zoals bekend staat zij garant voor een glansrijk optreden. Zo ook gisteren, waarbij bovendien aan de reacties te merken was dat er nogal wat liefhebbers van haar werk in de zaal zaten.

Ergens in mijn hoofd zat nog een valse link naar wijlen het Haarlems Boekengala van 2012, dat ergens een stille dood gestorven moet zijn toen iedere Mug met drie goedlopende zinnen in zijn oeuvre aan bod was geweest. Op zich jammer, want de eerst keer was de animo ongekend groot (ik bedoel maar, ik waag mij niet ieder jaar op de dansvloer).

Het Derde Literatuur Festival bood gisteravond een gevarieerd programma, zonder zwakke plekken. Van podiumvrees en plankenkoorts viel bij niemand iets te bespeuren en presentator Bart Gielen vond het juiste midden tussen popie joligheid en serieuze interesse; de muzikale intermezzi van Dafne Holtland (zij van Zazi) vielen algemeen in de smaak. Iemand als Frank Westerman zou uit de losse pols een avondvullend optreden kunnen verzorgen – de hem bemeten 12 minuten (over de Flores-mens) voelden meer als een appetiser.

Dat gold in nog sterkere mate voor Jan Brokken, voor wie zowel de interviewbank als de 12 minuten te krap voelden. Het zwaartepunt lag op De rechtvaardigen, het verhaal van de Nederlandse consul in Litouwen die in de Tweede Wereldoorlog een ingenieuze vluchtroute naar Curaçao construeerde waaraan duizenden gevluchte Poolse joden hun leven dankten. Het werd erg, erg stil in de zaal toen doordrong dat deze Jan Zwartendijk in 1976 was gestorven zonder van officiële zijde ooit enige erkenning te krijgen.

Ook naar Hanna Bervoets had ik nog aanzienlijk langer willen luisteren dan het interview-format nu toestond. Met daarna een gulle voordracht als toegift! Nou ja, wat doe je als je achteraf nog steeds geïntrigeerd bent door een schrijver? Dan vervoeg je je bij het boekenstalletje. Dus wie weet was het wel een duivelse list van de meewerkende Haarlemse boekhandelaren. Hoe dan ook, ik kom volgend jaar terug bij editie vier.

.

literatuurfestival

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.