De Meester

Pech gehad… of liever, de kleine lettertjes slecht gelezen en de grote eveneens. Eerst had ik de Dag van de Architectuur geantedateerd, zodat ik vorige week voor een gesloten poort stond. Vandaag was ie dan echt, maar voor de rondleiding door de voormalige Middelbare Technische School aan de Verspronckweg had je moeten intekenen. Dat was me ontgaan.

.

sterren1

.

De verwilderde voortuin

Dat enorme leegstaande gebouw uit 1922 houd me op zich wel bezig. Het staat al een jaar of tien te verloederen. Vorige week, op ‘mijn’ Dag van de Architectuur publiceerde het HD een interview met Rik Bakker, de architect wiens opdracht het is de klassieke ambachtsschool te herscheppen in een appartementencomplex met 176 huurwoningen en een parkeergarage van twee verdiepingen. En aan de achterzijde komen ‘twee nieuwbouwvolumes met een eigen hedendaagse identiteit’. De Meester gaat het heten (na drie bloedstollend spannende stemmingsrondes verkozen boven de Juf).

.

sterren3

.

Rik Bakker (Inbo Architecten) spreekt met romantische begeestering over zijn klus; hij prijst de ‘grandeur’ van het gebouw en roemt de oude bestuurskamer: ‘een juweeltje’. En ‘de geschiedenis (…) krijg je cadeau’. De oude deuren van de klaslokalen krijgen een toekomst als voordeuren van de appartementen en foto’s zullen herinneren aan het verleden. Vandaag (bij die volgetekende rondleiding) hoopt Rik oude verhalen te horen, die hij ‘zichtbaar’ wil maken in zijn ontwerp.

.

sterren4

.

Deze zomer wordt begonnen met de sanering. In 2022 moet het project voltooid zijn (zie ook de website van Inbo). De nieuwbouw ziet er wel erg uit als uh… nieuwbouw, maar goed. In elk geval stopt de verkrotting en verrotting. Ik kom er ongetwijfeld nog een keer op terug.

.

sterren5

.

sterren8

.

PS Een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen? Abonneer je via ‘Over RaDa’ of in de zijbalk.

Partner-mee-dag

Vandaag kreeg ik onaangekondigd hoog bezoek op mijn werk. Nu ik de weken, dagen en lessen aftel (zie Psjoen), achtte de huisdichteres het moment gekomen mij voor het eerst bezig te zien op mijn school.

Niet in de les, maar ze was binnengeslopen bij een feestelijke bijeenkomst voor 5e-klassers die hun CAE Certificate hadden behaald en hun trotse ouders. Mijn vakcollega’s en ik hielden een reeks toespraakjes in de aula. Het verliep allemaal naar tevredenheid en na afloop heerste er voldoening. A job well done!

En het was gezien, door mijn eigen vrouw. Na afloop vroeg ik me af waarom dat me zo goed deed – het is niet dat ik al jarenlang hunker naar haar erkenning voor mijn leraarschap. Die is er. Maar je werk maakt een groot deel uit van je leven en dan is het vreemd als je vier dagen per week om 7.45 uur de deur uitgaat en om 17.30 terugkomt zonder dat je wederhelft ooit rechtstreeks ziet/ervaart wat jij meemaakt of uitspookt.

Bij hoeveel partners zou het zo zijn? Dat ze tien à twintig jaar enkel elkaars verhalen horen? En de ander nooit kunnen bewonderen om zijn vakmanschap, scherpzinnigheid, dossierkennis, collegialiteit, expertise, autoriteit, doorzettingsvermogen, accuratesse, moed en andere kwaliteiten die hem tot een alom gewaardeerde kracht maken. Goed, iedereen kent ook momenten waar je je m/v liever niet als getuige bij hebt, maar toch… Zijn er al bedrijven of instellingen met een neem-je-partner-mee-dag?

.

wie(tse)

.

Geen verband met het voorafgaande – of (voor wie wil) toch ook wel. Een door de kunstenaar afgedankt en door iemand anders liefdevol geadopteerd schilderwerk.

PS Een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen? Abonneer je via ‘Over RaDa’ of in de zijbalk.

Vroege boeker?

Qua theaterbezoek beleefde ik mijn avontuurlijkste tijd toen ik in de Morinnesteeg woonde, naast de oude Toneelschuur. Laagdrempeliger kon haast niet. Vaak keek ik om 8.15 uur wat er speelde en floepte op het laatste moment naar binnen – op de bonnefooi.

Ik heb het niet zo op (leeg)plannen, reserveren en vastleggen. Gisteren attendeerde de huisdichteres me op de komst van cabaretier Pieter Derks naar de schouwburg. Voor wat het waard is. Zij had de show al gezien, erg leuke humorgrapjes had ie. Maarruh… 5 maart?!?

De zaal was al grotendeels vol, dus uit meelij met Pieter hoef ik het niet te doen. En iets in mij verzet zich hevig tegen zo’n verre boeking. Het voelt als hybris: wat kan er allemaal niet gebeuren in negen maanden? Over hoeveel bananenschillen kan ik nog uitglijden in die tijd? In hoeveel sloten tegelijk lopen of liggen? Nee, nee, nee! Het zal erop uitdraaien dat ik me op 4 maart op de wachtlijst laat zetten. Voor wat het waard is…

.

vijfkoet

.

Strakke gezinsplanning aan de Schotersingel

PS Een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen? Abonneer je via ‘Over RaDa’ of in de zijbalk.

Hollandse Kermis

Column Straatjournaal juni ‘19

Bestaat Lutjebroek? En zo ja, in welke provincie ligt het? Leidt er minstens één verharde weg naar toe? Mijn vermoeden is dat 93% van de Nederlanders met of zonder aardrijkskunde in hun pakket niet alle drie die vragen goed zou beantwoorden.

Ik was een van hen, tot in de familie de mare ging dat mijn nichtje zich er had gevestigd met haar man. Dus ja, Lutjebroek bestaat echt en is niet bedacht door lolbroeken en grappentappers die een spreekwoordelijk boerengehucht wilden noemen. Mijn vrouw en ik gingen niet direct op ontdekkingsreis, maar onlangs zaten we in Haarlem te wachten op een NS-sprinter naar Overveen, waar we wilden wandelen, toen het info-bord een trein naar Hoorn aankondigde. Hoorn? Lag Lutjebroek niet in die contreien?

Het was een spontane onderneming; we app-ten mijn zus om het adres van de nicht en we zouden wel zien of ze thuis waren. We spoorden langs grazige weiden, brede vaarten, rietlanden en frisse bollenvelden. Vreemd dat je telkens weer vergeet hoe prachtig Noord-Holland is. Wel hadden we een ergerlijk liedje van Trea Dobbs in ons hoofd: Was jij maar in Lutjebroek gebleven/ met je hengel en je wurmen erbij.

Terwijl station Bovenkarspel-Grootebroek naderde, ginnegapten we over de primitieve condities die we zouden aantreffen. Hadden we geen kaplaarzen moeten aantrekken? Lieslaarzen? Klompen? Lag Lutjebroek in de eurozone? Moesten we alle zeventien inwoners de hand schudden en snuisterijen uitdelen? Hadden we een inheemse gids nodig, aangenomen dat Maps het af lieten weten, en hoe zouden we communiceren met die onnozele pummel, bijvoorbeeld om hem duidelijk te maken dat we trek hadden in patat? Opperdoes was niet ver weg, qua aardappelgerechten zou het wel snor zitten.

De werkelijkheid ondertrof de verwachtingen. De ANWB had het gebied gewoon bewegwijzerd. Niks terra incognita… We volgden de pijlen richting Lutjebroek. Een braaf winkelcentrum met parkeerplaats, een nette bibliotheek (er woonden niet alleen analfabeten dus). Her en der pittoreske gevels en vertroetelde voortuintjes. Plots zag ik mijn nicht aankomen, in traditionele klederdracht, met twee emmers verse karnemelk aan een juk. Nee niet, ze kwam toevallig aanfietsen met haar man en riep “Hé, oom!” Ze hadden een afspraak, maar eerst gingen we samen naar het terras van de snackbar voor een ijsje.

We praatten gezellig bij en namen afscheid. We slenterden naar Hoogkarspel (‘karspel’ is een oud woord voor parochie), waar we de trein terug namen naar Flora. Het was drie uur. Nu ter bekroning van ons avontuur een bruin café met uitzicht over het IJsselmeer? De dijk hebben we nooit bereikt. Het was kermis. Die bereikten we evenmin. Bij een partycentrum wenkten joviale ‘matrozen’ ons binnen. Polsbandje, plastic muntjes… Binnen liepen behalve matrozen ook een paar honderd woeste Vikingen, ruwe zeebonken en drommen blonde meisjes in bijzonder gewaagde, nautisch geïnspireerde rokjes. Klederdracht, maar dan anders (bestond er nog ouderlijk toezicht?). Iedereen was zo dronken als een opperdoes en wilde graag nóg dronkener worden. Jan en alleman sjouwde random met volle dienbladen bier, op de maat van eerlijke rampetampmuziek. ‘Pijpen, pijpen, pijpen’ was één refrein en ook verder waren de teksten goed te doen voor ons buitenstaanders.

Hoewel, buitenstaanders? We hoorden er helemaal bij! ‘Ich bin ein Lütjebrucker’ jubelde ik na een uurtje. We gingen zelfs op zoek naar een hotel, maar alles zat vol. Ja, kermis, hè… We bespraken het fenomeen met een serveerster – ze was niet ‘van hier’ maar uit Knorrengraf of Uierhoef. Een andere wereld, naar haar zeggen, met een eigen kermis. Gaan de jongens later op de dag nog op de vuist, informeerde ik, als ze nog wat meer hebben gedronken? Ze beaamde het onomwonden en dat deed mij deugd. Sommige tradities zijn heilig.

.

lutjefun

.

Flitsend

Voor amateurfotografen zou het wenselijk zijn als eerst de donderslag klonk en pas daarna de bijbehorende bliksemschicht volgde. Helaas, het gaat al miljoenen jaren in de omgekeerde volgorde dus ik zal me erbij neer moeten leggen.

Woensdagnacht werd ik gewekt door het daverende onweer. Slapen was onmogelijk en ik probeerde zonder veel succes het hemelse vuurwerk vast te leggen. De spectaculaire en afwisselende voorstelling ten spijt leverde dat weinig op.

Deze donar-zegene-de-greep-poging door de hor heen kon er nog mee door.

.

horbliksem

.

Daarnaast veel wazige luchten boven een huizenrij, door druipend vensterglas, van dit werk.

.

netnietbliksen

.

Daar heeft niemand iets aan, behalve misschien als je dat ene verlichte plekje uitsnijdt. Een vrouw zonder hoofd die de was binnenhaalt? Een turnster met hoofd die iets ingewikkelds doet op de evenwichtsbalk?? En voor pareidolie-patiënten valt er altijd wel wat te halen.

.

spookdef

.

PS Een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen? Abonneer je via ‘Over RaDa’ of in de zijbalk.

Potjekijkers

Ik werd vannacht wél ruw uit de slaap gewekt door tegen de ramen kletterende regenvlagen, niet door jeugdige belletjetrekkers. En de rukwinden richtten deze week meer schade aan dan baldadige Luilakvierders – of is dit een te vroege conclusie?

De Luilakmarkt/potjesmarkt is een Haarlemse traditie die nog wel leeft. Wij waren er gisteravond rond half elf, toen het er goed toeven was. Gemoedelijke sfeer, geen dichte menigtes en de kraamhouders leken haast te hebben hun groengoed te slijten voor het volgende rodebuienfront arriveerde.

.

potjesmarkt4

. 

Deze man stond als een schuwe inboorling in zijn zelf geschapen oerwoud. Een brutalere collega oogstte veel succes met zijn ‘veiling’. Bodemprijzen! Achter hem gaven vier goed gedrilde jongens de palmen in rap tempo door aan de klanten, als emmertjes water bij een 16e-eeuwse brand.

.

potjesmarkt5

.

De verlichting van de kraampjes gaf de Raamgracht een prachtige aanblik.

.

potjesmarkt1

.

Wij kochten een ginkgo zo groot als een cyclaam. Kan een boom worden, maar tegen die tijd zijn we al heel wat Luilakken verder.

PS Een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen? Abonneer je via ‘Over RaDa’ of in de zijbalk.

Natuurfoto

Gefotografeerd langs de Nieuwe Gracht. Mij deed het aan een oude LP denken ( ander beest, zelfde vrucht).

En verder zou het een aardige foto-onderschriftwedstrijd kunnen zijn. Nijlgans: “………………..”

Of een psychologische test: waar wordt je oog eerst naar getrokken – le rouge ou le noir?

.

nijlbei3

.

PS Een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen? Abonneer je via ‘Over RaDa’ of in de zijbalk.

Marken

‘Ons boerenland is morsdood. Nauwelijks meer insecten, nauwelijks meer vogels, nauwelijks meer bodemleven. Landdegradatie.’ De onheilspellende NRC-column van Tommy Wieringa galmde nog na toen wij vanochtend uit bus 315 stapten en langs de Zeedijk (N518) naar Marken begonnen te wandelen.

Eenmaal bij het (schier)eiland sloegen we rechtsaf, een wandelpad op, en lieten het landschap op ons inwerken. Het duurde even eer ik iets door had. Of misschien had ik het pas door nadat ik die vogel op een paal zag zitten.

.

grut

.

Het was een grutto. Een paalgrutto? [Of een paalsnip / paalwulp / tureluur, wil ik er dan voor de zekerheid bijzetten, want voor ornitholoog heb ik nooit gedeugd.]

.

grutto1

.

Ik maakte een foto van de grutto en vrijwel direct zagen we er nog meer. En ze maakten ouderwetse gruttogeluiden. Er waren ook kieviten, met hun eigen repertoire. Marken klonk als de Hekslootpolder vijftig jaar geleden, toen ik daar op brasem zat te vissen. Nostalgische weidevogelmuziek, voor een orkest met volledige bezetting.

.

grut4

.

We hadden een fantastische dag (we zagen ook aalscholvers, reigers, hazen en drommen Chinese toeristen – die laatsten gelukkig pas bij de steiger van de boot naar Volendam).  Thuis ontdekte ik dat er een film bestaat, Het wonder van Marken, over het weidevogelbeheer op die plek door het echtpaar Terlouw (zie ook hier).  Er is wel wat voor nodig (een stuk land wekelijks blank zetten, bijvoorbeeld), maar het kan dus: een ‘morsdood’ landschap weer laten kwetteren en schetteren. Leve de Grutto, leve de familie Terlouw!

PS Een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen? Abonneer je via ‘Over RaDa’ of in de zijbalk.

Stadspsycholoog gezocht

Je hoort mij niet klagen, hoor. Haarlem kan bogen op een stadsdichter, stadsarcheoloog, stadsbouwmeester, stadsbeiaardier, enz. Maar wat ik me afvraag, wordt het niet eens tijd voor een stadspsycholoog, een speciale functionaris die de geestelijke toestand van de bewoners peilt en duidt?

Graag zou ik die stadspsycholoog raadplegen over de 22.000 handtekeningen die de Bomenwachters ophaalden voor hun petitie tegen een ‘grondruil’ die het mogelijk maakt dat een parkeerplaats bij restaurant La Place (voorheen Dreefzicht) wordt uitgebreid. Er wordt aan de Haarlemmerhout geknibbeld – het gaat om een oppervlak van 960 m², met daarop onvermijdelijk een aantal monumentale beuken.

Om de zaken in perspectief te plaatsen: de hele Hout beslaat 44 hectare = 440.000 m². Zo bezien heeft wethouder / cijferkanon Merijn Snoek gelijk, die de entree van de Hout wil ‘verfraaien’ en 960 m² (=1/5 voetbalveld) een aanvaardbare prijs vindt. Bovendien zijn nog aanpassingen mogelijk, in goed overleg met verontruste burgers vanzelfsprekend; er komt eerst nog een ‘schouw’ (geen lijkschouw) en pas daarna… Pas daarna komt Groen Links (onze grootste partij) in gewetensnood.

Ter verduidelijking: de RaDa-reda (erkend tegenstander van Propbouw en Groen- en plantsoendiefstal) tekende zelf de petitie ook, na een tweetje van Louise van Zetten (toen het nog een klein petitietje was).

Niettemin verbaas ik mij over de ongekende bijval die de Bomenwachters oogsten. Zeker, de Hout is Heilig, maar dan nog! Waar komt al dat engagement / stadssentiment vandaan? Hebben we een kritieke grens bereikt met de bouwambities? Komt het door de dreiging van de acht ‘ontwikkelzones’ die duizenden huizen moeten opleveren? Zal vanaf nu ieder gemeentelijk voorstel waarin beton of baksteen voorkomt, stuiten op grimmig verzet? Het enige goede hotel is een insectenhotel? Hier geen huurwoning, wij willen stadsbijenhoning?

Een stadspsycholoog is misschien zo’n gekke investering nog niet.

.

rozenklapper

.

Klaprozen aan de achterkant van het station

PS Een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen? Abonneer je via ‘Over RaDa’ of in de zijbalk.

Drie damiaatjes

Goed, in Hoensbroek, Westerschermer of Blokzijl had niemand met zijn oren geknipperd of met zijn ogen geklapperd. Maar hier in Haarlem, op een kippeneindje van de Bavo… ? Sensationeel wil ik het voorval niet noemen, maar anderzijds, hoeveel lokale proosters en toosters kunnen mij nazeggen dat zij puur toevallig, dus zonder langdurige klankexperimenten met een hele batterij glazen, verschillend van vorm en inhoud, de klok drie uur sneller lieten lopen?

Het geschiedde om zes uur ‘s avonds in café De Roemer aan de Botermarkt, waar de huisdichteres zich laafde aan een Brugse Zot; ik had een dubbele Trappist van de tap besteld en onze vriendin nipte van een gevaarlijk biertje van 10,5%, in een soort wijnglas. We brachten een feestelijke dronk uit op de goede dingen van het leven en dat we er maar…

.

.

Ik heb niet gezocht op het Grote Boze Wereldwijde Web; ongetwijfeld zijn er klank- en klinkensembles die met moeders theeservies de Karelia Suite perfect naspelen, of Hop, Marjanneke, stroop in ‘t kanneke. De mensen kunnen zoveel! Maar ons carillon-trio ontstond toevallig. Eén dorstige teug meer of minder van een van ons en de Damiaatjes hadden niet zo  harmonieus geklonken.

Het enige wat ontbrak was een heuse bavocentrist die ze hoorde en zei ‘hé, is het al zo laat?’

P.S. Voor niet-Haarlemmers: zo klinken ze, dag in dag uit om 21 uur tot 21.30

PS Een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen? Abonneer je via ‘Over RaDa’ of in de zijbalk.