‘Strandfiles voorlopig niet opgelost’ kopt Grote Broer het HD vandaag zorgelijk, want bij zo’n krant zouden ze echt een probleem hebben als alle problemen ineens (overnight, als bij toverslag) uit de wereld waren verdwenen.

Het bijbehorende artikel van Margot Klompmaker is…pfff… een déjà vu van een déjà vu. Over praatsessies van het Mobiliteitsfonds, een regionaal samenwerkingsverband dat zich bezighoudt met toevoerwegen en kustverbindingen… infrastructuur… dynamisch verkeersmanagement. Over de inerte NS en en onze Haarlemse wethouder Cora Yfke Sikkema, die een tunnel of luchtbrug naar Zandvoort niet voor het einde van dit strandseizoen verwezenlijkt ziet worden. Pffff … Die files zitten minder vast dan de discussie.

En hoe erg is het?

Het gaat (de ijscomannetjes uitgezonderd) niet om mensen die gehinderd worden in de uitoefening van hun werk – ze hoeven niet naar Pernis of de Zuidas. Ze willen zweten op een duur terras of bruinen op een goedkope badhanddoek. Niet uit economische noodzaak of onder dwang van een wrede heerser. Voor de meesten is het niet hun eerste hittegolf en hun eerste strandgang. Hé, wat zullen we nou krijgen? Potjandorie, een file op de N200 tussen Overveen en Bloemendaal aan Zee, zouden er veel zijn dit dat zeggen?

.

volle_stranden_7

.

Je kan het ook omdraaien: als die strandfile echt zo erg was, stond hij er niet. Het is de vrijwilligste file van Nederland. Hij hoort erbij, het is folklore – die mensen zouden protesteren als ze als een streep door konden rijden naar Zandvoort, als ware het de A7 tussen Hoogezand Sappemeer en Scheemda.

Soms moet je als overheid de mensen lekker in hun vet (factor 35) gaar laten smoren. Laten we ons nog niet sappel maken over de dag die we weten dat gaat komen: de Tweede Pinksterdag, 33 graden, dat de Formule 1 terugkeert naar Zandvoort en Max Verstappen er zijn Nederlands debuut maakt. Dan zouden we nu moeten beginnen om de Zeeweg 122-baans te maken.

Mijn voorstel voor die tijd: de autowegen afsluiten en één lange, stilstaande  trein van 5 kilometer tussen Haarlem en Zandvoort. De mensen stappen in op perron 4 en lopen door de trein naar Zandvoort en stappen daar uit. En verder… pfff….

.

geenstrand

.

De echte strandfoto is van Chicariga en bovenstaande foto plukte ik ook van haar prachtige weblog. Het strand gezien door iemand met een zonnesteek. Nee, dus. Alleen kon ik ‘m later niet meer terugvinden (het is voor mij ook warm!). Als ik heb achterhaald wat het is, krijgen jullie het ook te lezen. Dus voorlopig alleen als een soort fotopuzzel.

Qua hittebestendigheid zijn er vast redacties die beter scoren dan het RaDa (The Volcano Times, het Zweedse Astbestbladet en niet te vergeten Hoogste Stand – vaktijdschrift voor de Nederlandse detailhandel in ovens en fornuizen). Op zo’n pufjesufdag als vandaag lig ik voor pampus. Gisteren deed ik (aangevuurd door de huisdichteres) nog een poging de warmte-elementen te trotseren.

En zo stonden we aan de oevers van de Oosterplas (het familiestrandje van de Kennemerduinen) en zagen daar een veldje roze waterlelies. En nog een veldje. “Hebben ze gezaaid dit jaar?” vroeg ik (of anders was mijn wederhelft). Het was zo’n omgekeerd Droste-effectvraag, waarbij ieder luikje dat je opent steeds gapender onwetendheid openbaart.

.

waterleliesoosterplas

.

Mijn wederhelft (of anders ik) had het nog niet gezegd, of we kregen een ongevraagde reactie, van een jonge vrouw met aanhangend kind. “Nee, die horen daar niet,” zei ze. “Nou ja, tenminste, dat zou mijn man zeggen, die is bioloog.” Zo een van ‘de enige goede exoot is een dode exoot’. Die  lelies kwamen waarschijnlijk uit tuinvijvers van Bloemendalers, vermoedde ze. Die weer eens iets anders wilden dan dat afgezaagde roze, leefde ik me in.

Ik veronderstelde dat ze die oude lelies dan hoppa in de plomp mieterden, maar kijk eens op de site van een erkende waterlelieboer en dan blijkt het toch weer ingewikkelder te liggen met de Nymphaea. Want je moet ze poten (hebben snorkelaars of kikvorsmannen dat gedaan in de Oosterplas?). Of je kunt een vijvermandje gebruiken, eventueel met speciale waterlelieaarde: 40 % vette klei, 40% veenaarde en 20% grof rivierzand. Hoe dan ook, de bloemen die we zagen maakten een vitale indruk. Kijk eens naar deze foto.

.

waterlelies

.

Wat een power! Dat zou toch ook iets kunnen zijn wat door een oorlogsonderzeeër wordt gelanceerd, een Triton  of zo? En zo’n uit de knop gekomen bloem gaat slechts een dag of vier mee, lees ik (ja, ook als je ‘m genoeg water geeft). Trouwens, op die rechterknop zit een libel (bijvangst van de camera). Heeft het RaDa nog een wazig stukje over. En voor wie er niet genoeg van kan krijgen nog een link naar een RaDa-hittegolfklassieker, met de koelste plekken van de stad: Hotspots Revisited. En nu ga ik een wak zoeken.

‘Originele brievenbus: een rode mond kust je post’, staat er poëtisch op de website van Grote Broer het HD.

Orale post, je moet er maar op komen en dat deed Haarlemmer Ton de Hoop twee jaar geleden, waarna hij samen met vriend/oud-collega Rolf Mul trachtte zijn ingeving te verwezenlijken. Dat ging niet bepaald van een leien dakje, maar nu kan ‘de mond’ eindelijk in productie worden genomen.

.

postbus

.

Spreekt hij (voor €49) tot de fantasie of niet? Menig postbode zal voortaan het tuinpad likkebaardend betreden en de enveloppen niet zoals gebruikelijk ruw allemaal tegelijk naar binnen duwen, maar stuk voor stuk, aandachtig, sensueel – zoals een tedere minnaar in champagne gedoopte kersen voert aan de smachtende lippen van een zwijmelende geliefde. Waarna hij (de postbode) nog even nageniet, zichzelf tot de orde roept en doorloopt naar de buren van nummer 39, met hun roestige, onopwindende, ouderwets rechthoekige gleuf.

‘Veel mensen vonden het idee van de Haarlemmers briljant’, meldt de krant, maar die komen kennelijk niet hier in de buurt. Wij hebben namelijk de ‘hardcore’ versie van de half opengesperde mond.

.

postgleuf

.

Tamelijk laag-bij-de-gronds, dit vleeskleurige model, maar het hangt er al jaren, dus kennelijk zijn er geen postbodes die principieel hun diensten weigeren, op grond van preutsheid of rugklachten.

Uit Straatjournaal, de augustuscolumn.

Het voelde als een afscheidsbommetje. Bij de zwemmanifestatie Haarlem Swim to Fight Cancer op 3 juli (opbrengst €125.000!) deed ook burgemeester Bernt Schneiders mee. Op blote voeten, gehuld in wetsuit, gaf hij zonder bombarie een interviewtje op de Spaarnekade, zette een groene badmuts op en voor ik er erg in had, lanceerde hij zichzelf. Met een luide plons, zoals het een bommetje betaamt.

Pas later, op een foto, zag ik dat de uitvoering technisch volmaakt was: loodrecht waterwaarts, de armen losjes om de knieën gevouwen. Een yoga-oefening in de lucht, alles in balans. Hoeveel burgemeesters kunnen daar aan tippen, vroeg ik mij af. Aboutaleb? Eberhard van der Laan? Jozias van Aartsen? De gezagsdrager te water is haast per definitie komisch – spartelend, naar adem happend. En van sommigen vrees je dat ze bij gebrek aan soortelijk gewicht het wateroppervlak niet eens bereiken…

.

Muggenmeester

.

Nee, dan Bernt Schneiders! Mijn vrouw en ik hebben een koosnaampje voor hem: de Muggenmeester. Dat hij na tien jaar bavocentrisme (doe geen moeite, staat niet in het woordenboek) toe is aan een andere werkomgeving verwijt niemand hem, maar de naam van de website waar Haarlemmers suggesties konden aandragen voor zijn opvolger zegt veel: de Nieuwe Bernt. Eigenlijk wilde iedereen de Oude Bernt gewoon houden. Kom daar eens om in een tijd waarin het een volkssport is om hoogwaardigheidsbekleders te besmeuren, bij de knieën af te zagen en af te fikken (in die volgorde).

Doe in de verjaardagskring na de moorkoppen en roomsoezen een rondje vrije associatie bij het woord ‘bestuurder’ en de volgende antwoorden laten zich noteren: wereldvreemd, afstandelijk, kil; ivoren torenbewoners, arrogante zakkenvullers, cynische carrièrejagers, clichérukkers. “Het is gewetenloos gajes, die hele doorgefokte, beroepsgedeformeerde regentenkliek, drie eeuwen bestuursinteelt onder de valse vlag van de democratie, van PvdA tot VVD, vriendjespolitiek en nepotisme…”

Dat was mijn oom Theo, vrij associërend, maar ik ben zo vrij hem af te kappen. Want als er één bestuurder zichtbaar en benaderbaar is, voor vriend en vijand, is het wel Bernt Schneiders. Poeha en dikdoenerij zijn hem vreemd.

Een paar jaar geleden, op een plofhete Bevrijdingsdag, zag ik vanaf een terras op de Nieuwe Groenmarkt hoe hij loom kwam aanfietsen. Op een ondermaats fietsje, lui telefonerend. Aan het stuur een fluttige, lege boodschappentas. Wat ging hij langzaam, onwaarschijnlijk la.. la.. ng.. za.. aaaam. De wetten der fysica werden getart, gewone stervelingen zouden allang zijn omgetuimeld. Hij koerste linksaf, richting Stadhuis – een flauwe bocht, waar de burgervader een eeuwigheid over leek te doen. IJsblokjes smolten, bloemen verdorden in hun vaasje. Schneiders (ik kreeg alle tijd hem te observeren) droeg geruite shorts en teenslippers. En héél véél verantwoordelijkheid. Bedenk dat hij veiligheid en openbare orde in zijn portefeuille heeft en dat er zich op dat moment een slordige 100.000 festivalgangers in de stad bevonden. Kans op rellen en rampen? Zijn stijl verkrampt er niet door, dacht ik goedkeurend.

Het was zeker niet alleen maar freewheelen de afgelopen tien jaar. Er waren ook bumpy rides. Chris van Velzen overleed; andere wethouders moesten het veld ruimen; de sfeer in de gemeenteraad leed onder kinnesinne en infantiliteit; zijn auto werd ’s nachts bij een intimidatiepoging in brand gestoken. Maar zulke tegenslagen en tegenvallers tastten zijn betrokkenheid, jongensachtigheid en menselijkheid niet aan. Dat mag bijzonder heten.

Zijn opvolger is Jos Wienen, nu nog burgemeester van Katwijk. Geschiedenis en theologie gestudeerd. Van protestants-christelijke huize. Stijf gestropdast en streng in het pak. Het lijkt me sterk dat ik die ooit in zwempak zie. Op een zwart herenrijwiel misschien wel, maar dan zonder teenslippers. En verder? We zullen het zien.

Ach wat… Haarlem kan wachten / Norfolk rules!

Verreweg de onaantrekkelijkste wandeling die we maakten in de vakantie was een (op de kaart veelbelovende) tocht bij King’s Lynn, langs de oevers van de rivieren de Nar en de Ouse [spreek uit ‘oez’]. Maar pfff, het was te heet en te eentonig. Delen van het pad zagen er weinig betreden uit. Zouden wij de eerste Nederlanders zijn die onder die groezelige brug liepen en …

.

neuk1

.

gniffelden? Ja, kinderachtig, hè? Gniffelen, maar tegelijk vroeg ik me af hoeveel Nederlanders je over dat pad moest jagen voordat je er een (EEN) vond die niet tenminste even …gnnn.. gnnn… kinderachtig gniffelde. Engelsen liepen ijzerenheinig door natuurlijk, of ze dachten, goh goh, gut, gut, daar heb je die vieze kliederspuiters van North East United Kingdom weer, geef ze een taakstraf. Nee, wij Nederlanders boften maar weer, want…

.

neuk2

.

er was nog zo’n wand (Zweden, Zwitsers en Duitsers onderdrukten de impuls om met reinigingsproducten aan de slag te gaan) en bij ons was het jachtinstinct gewekt. Zouden er nog meer NEUKs op ons pad komen? Jawel, nog een paar, maar die zal ik jullie besparen. En vlak na die tunneltjes werd de geest gelukkig weer ontprikkeld dankzij de agrarische monocultuur.

.

bietjes

.

Antineukbietjes (gniffel, gniffel). Eentonig, ja, maar dat had ik al gezegd (al vind ik de foto wel weer mooi).

Na Kustplaat(s)jes  nogmaals een Norfolk-blogje (en dan is Haarlem misschien weer aan de beurt). Een van de charmes van het gebied zijn voor mij de stoere oude kerkjes (11e en 12e eeuws is niet uitzonderlijk). En altijd even aan de poort rammelen en morrelen, want vaak zijn ze open. Als je mazzel hebt heb je de kerk helemaal voor jezelf.

Hier geef ik het woord aan Philip Larkin, die het zo treffend verwoordt in een van zijn bekendste gedichten, Church Going:

Once I am sure there’s nothing going on
I step inside, letting the door thud shut.
Another church: matting, seats, and stone,
And little books; sprawlings of flowers, cut
For Sunday, brownish now; some brass and stuff
Up at the holy end; the small neat organ;
And a tense, musty, unignorable silence,
Brewed God knows how long. Hatless, I take off
My cycle-clips in awkward reverence,

Move forward, run my hand around the font.
From where I stand, the roof looks almost new-
Cleaned or restored? Someone would know: I don’t.
Mounting the lectern, I peruse a few
Hectoring large-scale verses, and pronounce
“Here endeth” much more loudly than I’d meant.
The echoes snigger briefly. Back at the door
I sign the book, donate an Irish sixpence,
Reflect the place was not worth stopping for.

(Dit is niet het hele gedicht)

CastleRising

.

Deze kerk , St. Lawrence, staat in het dorpje Castle Rising. ‘A bit of a mongrel of a church’ wordt hij genoemd op de website Great English churches: vuilnisbakkenras (vanwege lukrake restauraties), maar ik moet zeggen dat ik daar geen aanstoot aan neem als ik zo’n dorpje binnenwandel. Ondeskundigheid heeft ook zo zijn voordelen.

Binnen zie je soms een kinderhoekje of een keukentje voor de vrijwilligers. Veel folders, goede bedoelingen en oprechte vroomheid. Borduren uit godsvrucht, zoals hier in North Wootton (All Saints), waar geen knielkussentje eender is:

.

Woottonchurch

.

En veel improvisatie, zoals hier in Thornham, waar in afwachting van de komst van de dakdekkers de plastic zeilen de ergste waterschade moeten voorkomen. En ja… hoe houd je die op hun plaats?

. 

Thornhamchurch

.

Met het Book of Common Prayer dan maar? Diezelfde kerk had een prachtige oude, wormstekige poort – of een poort in een poort:

.

Thornhamchurch2

.

All Saints Church in het centrum van King’s Lynn bood een wat gespleten aanblik. Ja, oud,  dat zeker, en mooie oude grafstenen in het niet omheinde kerkhof. Alleen hadden ze die flat er wel erg dicht tegenaan gebouwd… Drogend wasgoed, schotelantennes, vuilniscontainers, kapotte kinderfietsjes. Die kerk stond in  het volle leven, zeg maar! En vanaf hun balkonnetjes keken de flatbewoners de Dood  recht in de ogen.

.

Allsaintskingslynncombi

.

De merkwaardigste grafmonumenten zagen we bij Sandrinham House, een bijpaleisje van het Britse vorstelijk huis. Langs de tuinmuur stonden we eerbiedig stil bij een aantal van dit soort gedenkstenen:

.

doggrave

.

‘Roan cocker spaniel: Tireless worker and mischievous character’. Zo waren er meer. Een zwarte labrador kreeg het eervolle epitaaf ‘a gentleman among dogs’ en een gele soortgenoot heette ‘devoted and always willing to please’. En Prince Philip, de stijve, ongenietbare Duke of Edinburgh, had ooit een hondje dat Candy heette, zo leerde de muur. So sweet!

Uit mijn A149-stukje zouden jullie (mag ik jullie zeggen?) wellicht de indruk kunnen krijgen dat ik mijn vakantie heb doorgebracht op vluchtstroken, vluchtheuvels en middenbermen, maar dat Norfolk heeft wel degelijk veel te bieden.

Op onze eerste wandeling deden we de kust bij Dersingham aan, een paradijs voor vogels en vogelaars. Trekvogels gebruiken de lagunes als tussenstop en aan de andere kant van de duinen liggen de Salt Marshes, een waddenachtig gebied waar we ‘egrets’ (kleine zilverreigers) in de moddergeulen zagen foerageren. Over foerageren gesproken, wij plukten er heerlijke zeekraal voor ons avondmaal. We kwamen op dat stuk trouwens amper mensen tegen.

.

saltmarshes1

.

saltmarshes2.

Drukker was het twee dagen later in New Hunstanton, op het oog een dertien-in-een-dozijn-badplaats, maar in werkelijkheid het geesteskind en de creatie van één (vanzelfsprekend Victoriaanse) man, Henry Styleman L’Estrange  (1815-1862), die het in zijn bol kreeg een spoorlijn aan te leggen naar die plek aan de kust en er een ‘resort’ uit de grond te stampen (voor dat laatste had hij wel personeel natuurlijk).

.

hunstanton.

Die rood-witte krijtrotsen lagen er overigens al wel. En het scheepswrak is dat van de Sheraton, een trawler die in de oorlog dienst deed als mijnenveger. In 1947  kwam het schip tamelijk roemloos aan zijn einde toen het bij een storm werd losgeslagen van zijn ligplaats. Onbeperkt spareribs eten, daar deed het geraamte me aan denken. Na zeventig jaar is geheel bezet met kleine zeeslakjes. Voor meer over die rotsen en schip zie het blog East of Elveden.

En verder biedt Hunstanton het ouderwetse vermaak waarmee je een Engelse badplaats associeert: ezeltje rijden, draaimolens, bingo, gokautomaten en snoepsnoepsnoep en ijsijsijsijsijs voor dikkedikke mensen (dieetadvies aan de Britten bij dezen ingeslikt). En er zijn daar nog mensen die zandkastelen bouwen en niet van die kleintjes (L’Estrange zou goedkeurend hebben geknikt)

.

welshnationalism

.

En ook in deze hoek van de wereld opkomend nationalisme. Schots nationalisme, want de ‘lion rampant’ is Schotlands onofficiële vlag (geassocieerd met de oude monarchie).

.

welshnationalism2

.

Weet je wat, we doen de kerken van Norfolk in een apart stukje en dan hier alleen nog even de zigzaggende golfbreker die ik zo mooi vond. Als dát geen vakantiekiekje is… Overigens hebben we de hele vakantie geen Nederlander gezien. Waar zat iedereen? Bij Haarlem Culinair?

.

hunstanton2

The fiasco need not have come as such a surprise perhaps. After all we had encountered the A149 before, on the second day of our stay in Norfolk. On a walk featuring dazzling dune lagoons and intriguing Salt Marshes where we harvested samphire for our evening meal, we had only met the odd birdwatcher and a father teaching his son to ride a mountainbike. Then, as we approached the village of Dersingham, where we had a cottage that week, we felt the almighty A149 encroaching upon the silence and solitude we had enjoyed all afternoon.

It was not as if we had failed to notice the red line bisecting the area on the map. ‘Red road’ means ‘many cars’, that much we knew as innocent Dutch tourists, but these particular cars kept tearing past at 70 mph in both lanes. The traffic never seemed to let up in either direction. A family of chickens were pecking away diligently in the verge; all of them knew better than to step onto that road. Unfortunately we had no alternative. So we stood around for a while, holding hands for reassurance, kicking our heels in frustration, mustering up courage and debating the best strategy. We would first concentrate on the lane closer to us, we decided, and not until there was a momentary lull in the traffic would we even glance at the other lane. Statistically two such lulls were bound to coincide eventually, weren’t they?

Ten minutes later (does this equal about a thousand cars?) I yanked my wife’s arm and we ran for dear life. Safely across, all aflutter, we vowed we would never pull this kind of stunt again. A week later (we were staying at a hotel near King’s Lynn by then) we set off for a walk to Leziate. We had taken considerable pains over our route, which was to lead us through the parks of Wootton, through Reffley Wood and across the A149 to a bird sanctuary with some enticing lakes. Anyone smell a rat? On our Ordnance Survey Map this particular section of the A149 had been upgraded to green ( = Primary Route, Itinéraire Principal, Fernestrasse), but as it skirted a residential area we had taken it for granted there would be an underpass or footbridge at the intersection where our dotted line crossed into Grimston Warren. How very naive, you may exclaim, but remember we come from a country where such facilities are as common as saddles on bicycles. No such luck in Wootton, though. Speeding cars they did have, in neverending supply (this was a Sunday, mind you!). Every car jeered or sneered at us, or so it seemed after a while; we had been degraded into second rate citizens, outcasts, beggars for a gap in the traffic.

.

A149

.

A helicopter would have come in useful, or a lollipop person, whatever. I started praying for some very local seismic event, which would open up a chasm in the road surface and halt the hostile traffic, thus enabling us to pass triumphantly to the other side and continue our walk. Well, in the end we just had to give up: defeated, humiliated, crestfallen. A passing dog owner we accosted understood our plight, but had little to offer in the way of solace or practical advice. “Well, you might try the roundabout…” We had seen that roundabout on the map – all the way through an estate and after a right turn half a mile up the A148 (the A149’s evil twin brother?). When we got to the junction we saw that only the narrowest of sidewalks had been provided. That clinched it. The prospect of an added dose of exhaust fumes and more mind-numbing noise was too daunting. We decided to take our loss and waited for a bus back to King’s Lynn.

‘You are not stuck in traffic, you are the traffic!‘ British punk band The Slaves sing (in Do Something), implying motorists had better look for alternative means of transport. I used to like that lyric, but my own recent experiences suggest this is easier said than done, at least in rural Norfolk. Did the good old Ramblers’ Association still exist, I wondered, or had all its members ended up as roadkills long ago or suffered mass extinction through starvation (lunch boxes depleted, thermos flasks empty) on the hard shoulder of English dual carriageways too busy for them to cross?


(De RaDa-reda is terug van vakantie in Engeland, waar de A149 ons tot tweemaal toe dwarsboomde. En als ik dan toch mopper op de Engelse infrastructuur, is het beter als ze het zelf ook kunnen lezen. Vandaar deze internationale aflevering. Mogen weer moerstaal –promise.)

We doen hier ter stede allemaal samen met hetzelfde zwerk (wel zo eerlijk) en kleine moeite om even het hoofd in de nek te gooien. Zie dit wolkenfeest maar als een beetje extra RaDa-service voor onfortuinlijke stadgenoten die toevallig net onkruid aan het wieden waren of bodemmonsters namen of op een strand in Maleisië lagen.

Rond een uur of zes wandelde / strompelde ik (dit is een verkapt P.S. bij Man van Glas) van Nieuwe Gracht naar Kleverpark en de verzamelde hemelschilders hadden het volgende bij elkaar geklutst met de twee beschikbare kleurtjes op hun palet:

.

bllauwlucht1

.PP

Boven het Kenaupark waren ze wat dynamischer en fantasierijker te werk gegaan.

.

kenaublauw1

.

Aan de Schotersingel is alles altijd mooi (vandaar de eigen categorie), ook als het motregent. Dus ook blauw misstaat er niet.

.

schoterblauw

.

Thuis vanaf de tweede verdieping zag ik het betrekken vanuit het westen.

.

vinneblauw

.

En nog eentje om het af te leren, in zuidelijker richting:

.

Vinneblauw2

.

En wie snel is kan het met ogen eigen ook nog zien. Dus als de wiedeweerga naar ramen of tuinen, NU!

De Man van Glas… Ik kan me voorstellen dat de bedenker van die bijnaam een zekere voldoening voelt iedere keer dat Arjen Robben iets scheurt of verrekt of verstuikt. Geen gniffelend leedvermaak, maar het besef dat geen enkele sportjournalist de verleiding zal kunnen weerstaan goede sier te maken met je vondst.

Terwijl de Man van Glas zelf weer een traject in gaat van medische behandeling, revalidatie en moeizame trainingsopbouw. Bij iedere stap begeleid door een team doctoren, fysio’s en fitheidstrainers, bij iedere pijnlijke grimas op de huid gezeten door de pers. Misschien dat ik er met zoveel inlevingsvermogen over begin doordat ik sinds een week of vier vrijwillig een Man van Glas ben.

Zelf was ik nooit op het idee gekomen, maar de school waar ik in een vorig leven werkte, bestaat 150 jaar en daar had het idee postgevat om met 150 oud-leerlingen en (oud-)medewerkers mee te doen aan de Dam tot Damloop. In september. En of ik óók…?!?!?!???? In dat vorige leven liep ik die wedstrijd van 16,1 kilometer eens binnen 55 minuten, vandaar, maar de laatste twintig jaar heb ik helemaal niet meer gelopen – wel vaak gesmaald om allerlei trimmende kreupelaars, maar daar houd je je conditie niet mee op peil. Mijn Asics loopschoenen had ik zelfs weggegooid.

.

NewBalance

.

Het was gekkenwerk, dat wist ik (62), maar vier weken geleden kocht ik een paar foeilelijke New Balance. De eerste keer dat ik er de openbare weg mee op ging (hier vlak bij huis), gaf ik een parodie ten beste op alle rek- en strekoefeningen die ik nog wist van vroeger. Uitstelgedrag. En toen was er geen ontkomen meer aan… Voorzichtig, voorzichtig! Ik liep twee keer achthonderd meter, met ertussenin een noodzakelijke rustpauze. Alles hield het – alles wat kon rafelen, lubberen, verkrampen, kraken en knappen. En na afloop op de sofa voelde mijn spiergestel een intense tevredenheid, die mijn hoofd volkomen bespottelijk vond.

Zo ging het nog een paar keer (héél, héél verantwoord!) en ik verlegde mijn parcours naar Middenduin. Allengs ging het beter. Ik hervond een soort kadans, er waren zelfs stukken dat ik tijdens het lopen niet aan lopen dacht. Heerlijk, tot het woensdag mis ging. Geen zweepslag, maar wel een niet mis te verstaan protest: alsof er een muisje aan mij hamstring knaagde.

Thuis voel ik de blessure niet. Hij begint pas op te spelen als ik de veters van mijn New Balance strik. Als jullie er niks meer over lezen heb ik definitief een punt achter mijn loopcarrière gezet. Al ga ik zo meteen nog wel even testen hoe sterk het barstje in het glas is.