Sirenes en patronen

De jongens ‘hadden een spoor van vernielingen achtergelaten dat liep vanaf het Duinvlietpad naar het winkelcentrum Ramplaan.’ (HD, 17 mei)

Ik knik goedkeurend.

Het gaat om zeven wakkere knapen (17, 13 en vijf van 14 jaar) die zaterdagochtend werden aangehouden met in hun handbagage twintig pakjes boter, vijf tubes tandpasta, meerdere tubes mayonaise en enkele kaarsen. Kijk, dat is het betere werk. Echte profs, die de traditie in ere houden!

Aan Luilak bewaar ik veel spannende herinneringen en één frustrerende. Op mijn zevende prutste ik één hele vrijdagavond tevergeefs met lege conservenblikken. Daarmee kon je met behulp van een touwtje en een spijker een snerpende sirene maken, mits het blik strak genoeg op de bagagedrager werd gespannen. Nou ja, kon… anderen konden het; vriendjes die het geheim hadden meegekregen van oudere broers of van vaders die ooit geneigd waren tot alle kattenkwaad.

Dat het mij ondanks mijn stampvoetende verbetenheid niet lukte, ervoer ik als een pijnlijk prestigeverlies. De volgende ochtend bond ik in arren moede drie blikjes achter mijn fiets, die echter lang niet genoeg lawaai maakten. LOEZER en SUKKEL waren toen nog geen scheldwoord, maar als je er een was wist je het wél.

Als kind herken je de patronen in je leven nog niet. Inmiddels heb ik me verzoend met mijn ongeneeslijk technisch onvermogen (de vijf schroefjes die ik zal overhouden bij iedere IKEA-kast die ik monteer, en het achterpaneel dat desondanks onwrikbaar vast zit – achterstevoren).

Dus, tegen al die Raarlemmers die me nu gedienstig willen gaan uitleggen dat ik beter geen spijker had kunnen gebruiken maar een recht gebogen paperclip, of dat de sirene natuurlijk alleen werkt als je zo’n blik eerst insmeert met verwarmde schoensmeer, zou ik willen zeggen: Laat maar! Jullie komen 44 jaar te laat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *