Vrolijke tristesse

Het Jan en Piet Museum aan de Dijkstraat heeft niet de uitstraling van de Londense Tate Gallery of het Guggenheim in Bilbao. ‘Gratis onbewaakte garderobe’ en een WC die doortrekt met een vernuftige constructie van metalen stangen – van dat werk. Er hangt/staat/ligt een ongeregeld zooitje moderne kunst van Haarlemmers Jan Heijer en Piet Zwaanwijk. Soms alleen sympathiek of geinig, maar meestal gaat het verder (ik heb een hekel aan het woord ‘verontrustend’, maar liefhebbers van verontrusting kunnen er met een gerust hart heen).

In het kader van de Haarlemse Kunstlijn zag ik er een spetterende voorstelling (letterlijk en figuurlijk!) van het gezelschap Badmutsz. Een komedie, dacht ik in mijn onschuld. Na afloop werd mij door ingewijden ingefluisterd dat de ‘tristesse’ mij ontgaan was. Tja, dat is de tragiek van mijn leven tot dusver, dat de ‘tristesse’ me ontgaat…

Rechts naast mijn gammele kruk zat bij toeval één van de 25 genomineerden voor de titel beste burgemeester van de laatste kwart eeuw. Op een klapstoeltje, in vrijetijdscolbert: Jaap Pop. Hij was zichtbaar in zijn hum, maar lachte minder vaak dan ik (we liepen ongeveer 1:2) en soms op andere ogenblikken. Hoewel hij vriendelijk en ontspannen oogde, leek het een beetje of hij zijn zeurderigste raadsleden over zijn schouder voelde meekijken. Wanneer hij klapte na een hilarische scène, was het of hij niet helemaal gerust was op de geluidsvergunning voor het pand.

Links van mij zat een kale man in een wel zeer lederen motorjack, die de beide uiteinden van zijn snor zo had gedresseerd dat ze perfecte cirkels vormden. Als decorstuk zou hij niet hebben misstaan, ware het niet dat hij het te pas en te onpas godallejezus hard uitschaterde. Hij lachte drie keer zo vaak als ik, en zelden tegelijk met Pop en mij, die het zoals gezegd onderling ook niet altijd eens waren. En wanneer wij alledrie ons gezicht eens in de plooi hadden, kraaide achter ons een groepje kinderen het uit van plezier.

Frans van Dusschoten, die bij aanvang van de voorstelling werd geëerd met een luidruchtige minuut stilte, zal al die vrolijkheid vanuit zijn ereloge in de theaterhemel met welgevallen hebben aangezien.

Of ontgaat de kern mij nou weer, de ‘tristesse’ van al dat ongecoördineerde gelach?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *