Anti-Nazi?

‘Eén getuige, geen getuige’, schrijft Dick Verkijk in Harry Mulisch ‘Fel anti-nazi’ vanaf wanneer?, het pamflet waarin hij bewijs aanvoert voor Mulisch’ mogelijke lidmaatschap van de Nationale Jeugdstorm.

Verkijk heeft er minstens twee, zoveel lijkt duidelijk, en ze zijn niet anoniem. Over de vraag hoe belangwekkend de onthulling is, kan je van mening verschillen (zie eerder in het RaDa). Dat Verkijk het volste recht heeft de zaak in de openbaarheid te brengen, zal niemand na lezing betwisten, dunkt me.

De manier waarop hij zich van zijn zelf gekozen opdracht kwijt, is evenwel hoogst ongelukkig. De materie is voor alle betrokkenen hoe dan ook delicaat en hoe zuiverder en droger je dan met de feiten omgaat, des te beter.

Verkijk heeft echter een malle, gekunstelde vorm gekozen. Dat hij (leeftijd- en stadgenoot van Mulisch) af en toe refereert aan zijn eigen oorlogservaringen, valt te billijken. Maar in de huidige versie hamert hij dusdanig op de parallellen dat het irriteert en afleidt van de kern van zijn betoog. Wanneer hij het heeft over de ‘bijna mystieke proporties’ die de indirecte band tussen ‘Harry’ en hemzelf aanneemt, komt dat dicht bij ijdeltuiterij,

Verder stoort het dat de journalist Verkijk zich waagt aan literaire en psychologische duiding – niet zijn stiel, zeer zacht uitgedrukt. Eigenlijk vond ik de twee ‘naschriften’ (die samen de helft van het boekje beslaan) beter te pruimen dan het eigenlijke pamflet.

De gesignaleerde tekortkomingen maken Verkijk kwetsbaar voor spot (Jan Blokker heeft zich al uitgeleefd) en dat is jammer. Aanvankelijk sprak ik hier van een ‘affairette’. Inmiddels vraag ik me vooral af hoe een geduldige biograaf met dit materiaal was omgesprongen.

En dan is er natuurlijk die andere vraag: verbreekt Harry zijn zwijgen?

3 gedachten over “Anti-Nazi?

  • 31/01/2006 om 21:27
    Permalink

    geduldige biografen sterven voor ze hun levenswerk voltooid hebben. verkijk niet, die leeft maar door. het is ook geen biograaf maar een inquisiteur; de geduldige biograaf van verkijk zou dat natuurlijk weer niet zo noemen. verder zijn het volmaakt oninteressante kwesties. al die mannen. en die oorlog. je gaat achteraf de pacifisten nog gelijkgeven: een wereld zonder (gehakketak over de ) oorlog is een betere wereld. 😕

  • 03/02/2006 om 18:33
    Permalink

    – Het zal nog wel enige tijd duren voordat Harry Mulisch het stilzwijgen doorbreekt, want als je de ontdekking van Verkijk afdoet als “totale idiotie”, dan is terugkrabbelen zonder gezichtsverlies niet echt eenvoudig. In Vrij Nederland van deze week overigens haalt het Nationaal Archief via een ingezonden brief het artikel van Rudie Kagie van de week daarvoor (‘de beweringen van Verkijk berusten op een pijnlijk misverstand’) hard onderuit. Ben benieuwd wanneer John Oomkes van GB met getuige nummer 3 naar buiten komt.
    -Naar aanleiding van mijn laatste commentje (zie: Tja en soit…) bereikte mij het verzoek wat namen te noemen van mensen die – zoals beschreven – nogal skeptisch reageerden toen in gesprekken de naam Mulisch viel.Helaas ben ik daar niet toe in staat. Wat ik wel weet is wanneer ik de meesten gesproken heb en dat was op 25 en 26 december 1966. Toen bevond ik mij met een aantal leeftijdgenoten op een marktkraam op de Dreef alwaar we ons demonstratief gedurende 2 maal 24 uur van voedsel onthielden om aldus te protesteren tegen zo’n beetje al het leed van de wereld. (De toenmalige hoofdredacteur van het weekblad Panorama sprak in het hoofdredactioneel commentaar de vrees uit dat wij zouden bezwijken aan een geestelijke hernia, maar dit terzijde). Deze Haarlemse provo-actie had vooraf behoorlijk wat media-aandacht in binnen- en buitenland gehad en derhalve verscheen er op eerste en tweede kerstdag een bonte stoet belangstellenden en adhesiebetuigers voor ons tijdelijk onderkomen bij het monument van Mari Andriessen. Tot onze verbazing waren dat vooral vijftigers en zestigers. Christen-socialisten, mensen uit de kring van het onvolprezen Haarlemse kamerlid Joop Voogd (die overigens zelf ter plekke allerlei hand-en spandiensten verrichtte), communisten, pacifisten, wereldfederalisten, progressieve dominees en pastoors, mensen uit de groep van Hannie Schaft en Truus Menger etc. Wat eigentijdser uitgedrukt: de godganse (Zuid-Kennemerlandse) politiek-correcte kerk kwam acte de présence geven. Wie ook even langs kwam was Harry Mulisch. Terwijl ik blozend van gxc3xaane en vage trots me de zoveelste loftuiting (“Jullie zijn de voorhoede van een nieuwe wereld” o.id.) liet aanleunen, zag ik de toen al zeer beroemde schrijver uit m’n ooghoek op een veilige afstand van zo’n twintig meter naar dit commedia del’arte-tafereel kijken. Enkele minuten later liep hij weg richting Vlooienveld. Het spreekt vanzelf dat we diep onder de indruk waren dat de grote Mulisch, die op ons aller literatuurlijst voor het eindexamen had gestaan, zich verwaardigd had om helemaal uit Amsterdam z’n zwijgende hommage te komen brengen. In de gesprekken daarna met de passanten viel dus ook regelmatig zijn naam en sommigen reageerden op een manier die anders was dan te verwachten viel. Dat ik de namen van bijna iedereen die langs kwam vergeten ben is jammer, maar wel begrijpelijk gezien de enigszins chaotische drukte op de Dreef tijdens die kerstdagen.

  • 04/02/2006 om 22:34
    Permalink

    Fijn tijdsbeeld! Als je nog eens in de open lucht vast op Kerst, kom ik zeker even langs.
    Kagie is in zijn naschrift in VN trouwens wel érg snel klaar met zijn eigen onzorgvuldigheid. Tegenover Verkijk is hij minder clement.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *