Na de Sociale Dienst

Een dakloze, paranormaal begaafde hermafrodiet die een manke topcrimineel wegrukt voor de wielen van een wegrijdende trein en na die innige omstrengeling bij hem intrekt – waar kom je dat nog tegen?

In En knielde voor hem neer, de nieuwe ‘roman’ van Nicolien Mizee, bijvoorbeeld, gisteren gepresenteerd in boekhandel De Vries en vandaag in Grote Broer het HD brommerig besproken door Wim Vogel:

(…) geen interessante mensen die wijs, geestig, of irritant zijn: geen mensen die iets van mij willen, die iets met mij doen, mensen die ik mij lang zal, herinneren, bij wie ik mij betrokken voel.

Vogel wil ‘geraakt’ worden en gaat er kennelijk van uit dat het Mizees streven is warme betrekkingen tussen haar personages en de lezer tot stand te brengen. Ik vraag het me af. In haar twee vorige, makkelijker te plaatsen boeken lag de kracht voor mij juist in de merkwaardige afstandelijkheid / onthechting waarmee zij over haar eigen perikelen schreef. Ook in dit boek knippert zij nooit met de ogen:

Er lag een stinkende berg in de keuken. Het was Rinus. Zijn gezicht, bleek als kaarsvet, kleefde aan de vloer. Een veeg dunne, lichtbruine ontlasting lag als een staart achter hem aan op het marmer.

Vogel zoekt vergeefs een houdbare moraal achter het verhaal, ergert zich aan het sprookjesachtige einde en vraagt zich af ‘hoe noodzakelijk is deze roman?’

Zelf denk ik dat Mizee een noodzakelijke tussenstap heeft gezet; na haar eerdere, in zich zelfgekeerde werk (Voor God en de Sociale Dienst!) heeft ze haar werkterrein verbreed en zich losgemaakt van haar Haarlemse milieu. Het heeft een curieus boek opgeleverd, dat ik ondanks enige bedenkingen met plezier heb gelezen en dat mij extra nieuwsgierig maakt naar de richting die zij hierna als schrijfster in zal slaan.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *