En het koningswater gaat naar…

Gastbijdrage van Harrie van der Meulen


Als het goede antwoord op de prijsvraag (zie hier & hier) niet gegeven was, had ik vandaag als laatste inkoppertje nog een gedicht geplaatst uit de jaargang 1963/64 van de schoolkrant van het Eerste Christelijk Lyceum, Janus. En wel het éénregelige Taal is mijn talisman. Vergeleken met de andere verzen toch wel andere koek en na 45 jaar nog steeds het schrijversmotto van… tromgeroffel… L.H. Wiener.


Lidia heeft ofwel door kennis van zijn werk (de dode grootouders in Esther Ofarim?) dan wel slim gokken de prijsvraag gewonnen. Gefeliciteerd, en de fles met koningswater (of iets anders, als je dat spul niet blieft) komt binnenkort jouw kant op. Op deze plaats geen milde sneren naar RaDa-lezers die met de vreemdste namen kwamen (Beau van Erven Dorens!), want ik reken het mezelf aan dat ik het jullie – zeker in eerste instantie – veel te lastig heb gemaakt. Geen jaartal en school noemen, bewust een gedicht als wij kraaien koning (zie onderaan) niet in de selectie opnemen, het riekt naar gierigheid om maar geen prijs te hoeven toekennen.

 

Mijn zoldervondst valt natuurlijk geheel in het niet bij de Max Beckmanns en Emil Noldes in de Zandvoortse bunker, maar toch voelde ik wel degelijk iets van de rush van de goudzoeker, omdat deze gedichten schier onvindbaar waren gebleken. Enkele jaren geleden had ik een nummer van Janus met werk van LHW in een oude schoolatlas gevonden en die toen in de bus gedaan bij Flip Hammann, die samen met Rob Huizinga en Wiener zelf het L. H. Wiener-genootschap vormt, dat zijn werk bijeenbrengt en bibliografeert. Ik mailde Hammann dat er meer moest zijn en dat het niet uitgesloten was dat ik ze ooit nog eens zou terugvinden, maar daar wilde hij niet op wachten. Zijn speurtocht begon bij de schrijver zelf, maar die is op z’n zachtst gezegd niet zo bewaarderig. Sterker nog, Lodewijk Henri herinnerde zich niet of nauwelijks dat hij de verzen ooit geschreven had. Vervolgens wendden Rob en Flip zich tot het ECL, maar daar kregen de heren te horen dat het schoolarchief een incompleet zooitje was en het werd hen geweigerd in die bende zelf nog een kansje te wagen. Tenslotte gingen ze naar Marijke van Schaik, die blijkens het colofon de illustratrice van die jaargang was, maar zij had haar exemplaren eens bij een verhuizing weggegegooid. Even leek het erop dat deze vroege Wieners definitief verloren waren, maar ze zijn nu dus weer boven water. Of de schrijver het leuk vindt of niet, z’n schoolkrantgedichten komen bovenaan in zijn bibliografie te staan. De vraag of dat terecht is, moet maar door literatuur-historici beantwoord worden.

————————-

*wij kraaien koning*

in ons ijverig konijnendomein

kraaien wij kraaien koning

en

het bloeddoorlopendroodblozen

kleurt fleurig konijnkonen

.

 

4 gedachten over “En het koningswater gaat naar…

  • 07/05/2008 om 09:53
    Permalink

    Ach ja, een ouderwetsche bibliothecaresse hxc3xa8…
    Wat ga ik met koningswater doen? Mijn gouden kronen oplossen?

  • 08/05/2008 om 00:10
    Permalink

    Evengoed is konijnkonen een prachtig woord.

  • 08/05/2008 om 19:45
    Permalink

    Harrie van der Meulen deed een mooie vondst, ik zet een paar details recht. het Wiener genootschap is een spottende naam voor een genootschap dat denk ik niet echt bestaat. Zeker horen de heren Huizinga en Hammann hiertoe. De eer van het bibliografisch speurwerk komt Huzinga toe, wiens Wienerbibliografie bij hem te koop/bekomen is. Het is een voobeeldig werk van inmiddels ruim dertig pagina’s.
    Thans is het wachte op het nieuwe boek van Wiener, dat d.v. op 12 juni a.s. verschijnt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *