Pinkster

“Fijne pink-STER-dagen”, zei de verkoper van de daklozenkrant, die de etymologie van ‘Pinksteren’ op zijn eigen manier had ingevuld.

De etymologie? Volgend jaar zal ik de goede man (hij komt uit Irak) dit vertellen:

‘Pinksteren is […] is een hele oude afleiding van hetGriekse pentekoste, dat ‘vijftigste’ betekent. […] De joden vierden elk jaar het binnenhalen van de tarwe-oogst en dat feest viel vijftig dagen na pasen. Later […] vierden ze het feit dat Mozes van de berg Sinai afdaalde met tien fonkelnieuwe geboden.

Het Griekse pentekoste wordt het latijnse pentecostes, dat we gemakkelijk terugvinden in het Franse la fête de Pentecôte en het Engelse Pentecost. Daar gebruiken ze overigens liever het woord Whitsun, kort voor White Sunday, witte zondag. Op die dag werd er namelijk vaak gedoopt. De dopeling was helemaal in het wit gekleed, als symbool van de zuiverheid van de ziel, die dan volkomen witgewassen werd.[…]

In het Nederlands zou pentekoste eigenlijk pinksten moeten worden. Inderdaad zijn er streken in Nederland waar ze in plaats van pinksteren pinksten zeggen. Net als in het Duits waar het Pfingsten heet en in het Deens waar ze Pinse zeggen.

In Vlaanderen wordt Pinksteren overigens aangeduid met sinxen. Dat is ook een mooi woord, afgeleid van het Latijnse woord voor vijftigste: cinquagesima, het Franse cinquante.

Het pinksterfeest was oorspronkelijk een voorjaars- of lentefeest. Vaak werd er een pinksterbruid of pinksterblom gekozen en rondgedragen, liefst onder groot gejuich en gejoel. Toen de eerste pinksterdag daar toch wat te deftig voor werd, week dit oude gebruik uit naar de zaterdag ervoor. En zo ontstond de luilak, waarbij in alle vroegte, bij het eerste morgenrood – wellicht nog steeds van de godin Eostra? – zoveel mogelijk heidens lawaai gemaakt wordt.’

Bron : Frans Hertoghs

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *