Grauwe dinsdag

De dag na Zwarte Maandag: Grauwe dinsdag. Veel agressieve regenbuien en veel flauwe Fortisgrapjes van mensen voor wie de kredietcrisis even onbegrijpelijk en abstract is als voor mij (hoeveel winkelkarretjes kan je vullen met een miljard euro in coupures van vijf?).

Eerst had ik een cursus op de negende verdieping van een vreugdeloze kantoorkolos aan het Jaarbeursplein; daarna wandelde ik even door Hoog Catherijne, waar een opgefokte drukte heerste onder het winkelend en niet-winkelend publiek – alsof de rest van de wereld wanhopig iets najoeg waarvan ik onwetend werd gehouden.

In de trein werd het er niet beter op. Ik zat  klem tussen een breedbeheupte dertigjarige vrouw in een onvergeeflijk broekpak en haar vooroverleunende mannelijke gesprekspartner. Zij hield een lang relaas over relatiegerelateerde problemen – het waren er veel. De man (duidelijk zonder enige levenservaring van betekenis) leefde zo intensief mee dat hij een liesbreuk riskeerde.

“Wat kan je verwachten, met zo’n broekpak?!”, krijste ik bijna.

Die hele, lelijke dinsdag was zóóó 2009. Maar na thuiskomst (eerst lekker de verwarming aan) floepte ik (floep!) tot mijn verbazing zo een andere wereld binnen dankzij ‘The Wild Places’ van Robert MacFarlane**. Essays/verhalen over de laatste ongerepte streken in Groot Brittannië. Het boek is veel meer dan de treurzang die je zou verwachten (al verdoezelt de schrijver geenszins hoeveel natuurschoon er is verdwenen en noemt hij een dode walvis in wiens binnenste een ton plasticafval werd gevonden).

MacFarlanes excursies voeren hem naar uithoeken van Schotland en Wales, zoals de ‘Inaccessible Pinnacle’ (ontoegangkelijke piek) bij Sgurr Dearg, Buachaille Etive Mor, Ynys Enlli (voor mij zijn zulke namen alleen al een genot) en Rannoch Moor – een heidegebied zo uitgestrekt dat het hele Lake District erin zou passen. Veel zwem- en klauterpartijen, MacFarlane klimt graag in bomen, brengt de nacht door in een besneeuwd bos. Prachtig beschreven allemaal en bovendien doorvlecht hij zijn reisverhalen met cultuurhistorie, geologie en folklore. Aangrijpend is de levensgeschiedenis van een van zijn grote voorgangers, W.H. Murray, die in een Duits krijgsgevangenkamp zijn herinneringen aan zijn geliefde Hooglanden op (wc-)papier zette en zo de motivatie vond zich staande te houden.

Boeiend zijn ook de peregrini. In de vijfde en zesde eeuw ontstond onder Ierse monniken een cultus om zich op de meest afgelegen plekken te vestigen en daar versterving en harmonie te zoeken. In lichte bootjes, bespannen met ossenhuid, waagden ze zich op zee op weg naar onbekende, onherbergzame eilanden en landtongen, waar ze een combinatie van christelijke religie en landschapsverering beoefenden: ‘These men were in search not of material gain, but of a hallowed landscape: one that would sharpen their faith to its utmost point. They were, in the phrase of their own theology, exiles looking for the Terra Repromissionis Sanctorum – the Promised Land of Saints.

Zwarte Maandag, grauwe dinsdag? Ik ben pas op bladzijde 100, dus voorlopig zit ik nog goed.

**Vertaald als ‘De laatste wildernis’

6 gedachten over “Grauwe dinsdag

  • 01/10/2008 om 23:15
    Permalink

    Collega blogger Zero en jij hebben elkaar gisteren zeker gesproken? Zie iamzero.nl

  • 01/10/2008 om 23:34
    Permalink

    @Paul: Nee, ik ontken alles. Hij moest gisteren een eindspel afkluiven en ik was vroeg klaar. Mijn stukje stond er om 21.13 op, het zijne om 21.15 uur, dus van plagiaat is ook geen sprake. Het zal wel in de grijsgrauwe lucht hebben gehangen.

  • 02/10/2008 om 09:55
    Permalink

    Die hang naar on-genaakbare, on-gerepte, on-culturele natuur waar mensen en vooral on-dernemers met hun vuile takken nog niet aan hebben gezeten herken ik heel erg goed. Ik geloof dat Kant de pure natuur het on-tzagwekkende (en ‘das Erhabene’), heeft genoemd. Daar bevindt zich volgens hem de echte (‘on-geïnteresseerde’) esthetische beleving.

    Er zijn veel mensen die alleen maar gedijen in een cultuurlandschap; dat zijn de Italië- en Frankrijkgangers. Die overwegen niet eens om naar IJsland of zo te gaan. In de jaren dat ik in Zweden woonde, heb ik ooit ene Dries (ja die van de on-tuchthuisstraat) met zijn dame op bezoek gehad, nadat ze in Noorwegen waren geweest. Ik zag dat ze langzaam dood aan het gaan waren. We hebben het stel nog net op de boot naar A’dam weten te frommelen anders was het helemaal mis gegaan (er leek sprake te zijn van culturele bloedarmoede, maar dat volgens hen vanaf hun camping de dichtstbijzijnde drankwinkel zo’n 100 kilometer verderop lag, leek me een betere diagnose voor hun kwaal).

    Nu de vraag aan Marius: Je zit thuis bij de verwarming zo’n boek te lezen en die schitterende plaatjes te bekijken, maar ben je wel eens echt een paar weekjes in zo’n on-herbergzame (letterlijk zonder herbergen) geweest? Trektochtje in Lapland of Schotland? Dan zie je die plaatjes helemaal niet of slechts heel af en toe! Bijna al je aandacht gaat zitten in weten waar je je voeten neer moet zetten, hoe je moet lopen, hoe godvergeten moe je bent, waar je een rivier moet doorwaden, hoe je van die teringhorzels en -muggen afkomt, hoe je je droogvoer moet eten, je zeiknatte tent opzetten en ditto regenkleding moet aantrekken en ga maar door. Je hebt nauwelijks notie van het landschap omdat je er volledig in op- en beslaggenomen bent.

    Je denkt dan vaak: was ik gvd maar thuis gebleven, lekker cv aan en een boekkie lezen (zoals ‘nooit meer slapen’).

  • 02/10/2008 om 11:35
    Permalink

    🙂
    Hoog Catherijne meets Rannoch Moor

  • 03/10/2008 om 12:04
    Permalink

    @Onwijsgeer; Tuchthuisboulevard sinds het optreden van Dries en Marian op NET5.

    Nu liep ik on-derlaatst in de rimboe/jungle/(het)oerwoud van Suriname (met gore-tex geef ik toe)een 3,5 uur durende, zware tocht de KasiKasima op. Behalve een volkomen uitputting, doorweekte kleren, honderd doodgeslagen horsels,dorst dorst dorst, uiteindelijk een prachtig uitzicht, leverde het mij geen beeld op van de tocht zelf omdat ik (inderdaad!) alleen maar keek waar ik mijn dure schoenen neerplante. Behalve dat ik mij realiseerde dezelfde tocht terug te moeten maken (voor donker!), leerde ik die dag en dagen dat de indianen helemaal niet blij zijn met hun simpele, rustige leven daar, eenzaam in dat paradijs van groen, voedsel en water. Nee, zij verlangde gewoon naar magnetron, mobiel, auto, drank en lekkere wijven (of kerels in geval van een andere sexe).Ik was daar tamelijk door on-thutst (naief als ik ben).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *