Bericht over de reizigers

Het probleem met je medemensen is dat je geen andere hebt. Met deze moet je het doen, drastische maatregelen daargelaten, daar moet je reëel in zijn. En ik ben de eerste om toe te geven dat dat lang niet altijd meevalt.

Donderdag had ik mijn dag niet zo, en (je zal het altijd zien) datzelfde gold voor het OV.

’s Ochtends geen treinen tussen Haarlem en Amsterdam. In bus 176 naar WTC zaten daarom meer medemensen dan anders. Medemensen die uit hun doen waren en uit hun hum. Niet dat ze dat tegen elkaar zeiden, niemand zei iets tegen welke medemens dan ook – er werd steun gezocht bij het thuisfront, bij vrienden en collega’s, die er op hun beurt een extra belrondje tegenaangooiden en terugbelden om het een en ander uitvoerig kort te sluiten, na te bespreken en te evalueren.

Het probleem met medetelefoons is dat iedereen ze heeft. Je kunt ze niet in je eentje uitroeien, zéér drastische maatregelen daargelaten.

’s Avonds reisde ik van Amsterdam Duyvendrecht naar Utrecht. Op het perron heerste een verdachte joligheid. Ik vermoedde dat er massaal iets leuks was beleefd in de RAI – de Platteleutbeurs of de Overbodige Ongeindagen of zo. Onvermijdelijk was ook in mijn coupé joligheid doorgedrongen: zes gasten van een jaar of vijfentwintig met een ongeneeslijk boers accent hadden besloten dat de stemming (hún stemming) tegen geen enkele prijs mocht dalen. Geen  middel werd geschuwd.

Gelukkig werd de vieze wind pas gelaten bij station Breukelen, toen we er bijna waren. De vieze, zeer ruikbare wind werd gevierd met opgetogen kreten en de maker nam de loftuitingen van zijn makkers met gespeelde bescheidenheid in ontvangst. De andere passagiers deden of hun neus bl… deden wat passagiers bijna allemaal doen: spelen met hun digitale schermpjes, zich laten verdoven (in de dubbele zin des woords) door hun muziekspelers en vooral, veinzen dat medepassagiers niet bestaan.

Gisteravond las ik in NRC een terloopse observatie van Bianca Stigter: ‘Vroeger kon je het openbaar vervoer zien als een machine die van een stad een film maakte. De stad stond stil, tram of trein brachten beweging. Nu kijken er steeds minder mensen naar buiten. Ook in de tram hangen beeldschermen. Een paar jaar geleden maakte de Nederlandse Spoorwegen een reclame van een meisje in de trein dat verrukt uit het raam keek. Die reclame lijkt nu al ouderwets. Nu speelt dat meisje een spelletje op haar mobiel.’

Niet alleen kijken de mensen niet naar buiten, ze kijken ook niet naar elkaar. Ik had er last van donderdag, toen ik mijn dag niet zo had.

‘Een auto is een vrij comfortabele zitplaats van waaruit je je medemens de huid kan volschelden.’ Die is van Bram Vermeulen; de OV-variant zou kunnen luiden: een treinbank is een vrij oncomfortabele zitplaats van waaruit je je medemensen niet de huid vol kan schelden.

Maar voor het OV geldt hetzelfde als voor medemensen: je moet het ermee doen. Dus volgende week probeer ik het gewoon wéér.

.

2 gedachten over “Bericht over de reizigers

  • 17/01/2009 om 15:04
    Permalink

    Stoa!

  • 18/01/2009 om 13:34
    Permalink

    OV: een vrij oncomfortabele zitplaats waar je je je huid kan laten volschelden.
    Dat heeft een functie, laat je eens lekker uitschelden. Dat geeft een enorm gevoel van opluchting, herkenning. Het geeft een zodanige voldoening, dat je die aan anderen, die je op impuls verrot zou willen schelden, de zegenrijke werking van de kanonnade wilt onthouden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *