Delinkantsdag

Laten we wel wezen: we hebben het hier natuurlijk níet over een oude, vaderlandse traditie. Dat beseffen jullie toch wel, hè? De oorsprong van deze dag ligt in Albanië, in de vroege 18e eeuw.

Het is evenmin een geheim dat het hele gedoe uit de koker kwam van gewiekste handelaren, die de omzet zagen inzakken na Kerst en Nieuwjaar. Bloemisten, banketbakkers en drogisten rekenden zich rijk. En de massa zou erin tuinen!

Het is overigens zeer de vraag of die Delinkant wel een historische figuur was. In Albanië leefde naar het schijnt in de 13e eeuw een straatschoffie met een gelijkluidende naam, Zelinka. Een etterbak, zo een die met zijn katapult op uitgemergelde honden schoot, of op oude dames die slecht ter been waren. Die Zelinka is aan de galg geëindigd, en niemand die er destijds een traan om liet.

Afijn, toen de commercie op het idee kwam om een speciale dag in te stellen, hebben ze zijn naam geleend – omdat hij zo’n slechte inborst had (maar dat hebben er zoveel), maar vooral omdat het lekker bekte, Delinkantsdag.

Er werd gehoopt dat Delinkantsdag voorzag in een algemeen gevoelde, sluimerende behoefte: elk jaar één speciale dag gewijd aan afgunst, haat en nijd. Want hoeveel mensen lopen niet rond vol wrok en boosaardigheid, of verteerd door jaloezie, en slagen er niet in een geschikte uitlaatklep te vinden? Kroppen alles op? En dan is het fijn als je eens per jaar van je hart geen moordkuil hoeft te maken. Dat er in de etalages kant en klare schedels liggen met een bijltje erin, dat boeketten brandnetels en distels overal voor het grijpen liggen (je hoeft ze alleen te adresseren aan je ergste vijand!), of gewoon, dat je iemand aan wie je speciaal de schurft hebt anoniem een met azijn of oorsmeer geparfumeerd kaartje stuurt waarop je hem naar de duivel wenst.

Niemand had van tevoren kunnen bedenken dat dat platte idee van die Albanese middenstanders zó aan zou slaan dat Delinkantsdag nu in heel Europa en Amerika door tientallen miljoenen mensen wordt gevierd.

En dat is dan ook niet gebeurd. Maar met Valentijnsdag is het gek genoeg wel gelukt. In plaats van voodoopoppetjes en cactussen liggen er Cupido’s en rozen, om onze liefde te faciliteren.

Omdat die liefde er anders bij inschiet. Onderstoft, niet goed blijft, verwatert, bevriest, roest, krimpt in de was, zoekraakt of wordt afgepikt. Dat de klad erin komt door geldzorgen, door hoofdpijn, door afstand in kilometers, door gewenning. Doordat we niet alleen naar Sven Kramer kijken maar ook nog naar het skiën en bobsleeën en daarna naar de samenvattingen van de inhaalwedstrijden in de eredivisie; doordat we overuren maken voor de baas; doordat elk weekend is volgepland; doordat we te verlegen zijn, of te trots, het wel geloven of te veel ons best doen, niet wanhopig genoeg zijn of te wanhopig. Doordat hij holt of zij stilstaat. De een wil altijd, de ander moet te veel of kan te weinig of mag niks of zegt nooit wat of praat teveel. Doordat hij altijd… Doordat zij nooit…

Want zo eenvoudig is het niet, die liefde, die kan best een zetje gebruiken.

Dus als het helpt om eens per jaar die opslagcontainer met plastic hartjes leeg te kieperen en overal roze strikken en slingers op te hangen, zou ik zeggen: DOEN! Vier Valentijnsdag, maar één waarschuwing wil ik u toch geven: pas wel op dat het niet ten koste gaat van uw relatie!

Voorgelezen in het Vriendencafé in het Reinaldahuis op (inderdaad) 14 feb.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *