Bleekgezicht spreekt

Een waarschuwing voor de luisteraars thuis: de nu volgende column is geschreven door een witte man. En ook voor de mensen hier in de Heeren Sociëteit die met gesloten ogen luisteren, zeg ik het er voor de zekerheid maar even bij: hier spreekt een witte man.

Het is dezelfde witte man van de vorige Broodkast radio-columns, daar hebt u gelijk in – maar met dit verschil dat ik me toen nog niet zo bewust was van mijn eigen witheid. Dat was vóór de gemeenteraadsvergadering van donderdag 29 april.

Het was een bijzondere vergadering, met een volle agenda; eerst kregen de oude wethouders hun uitlui en na de pauze werd de nieuwe ploeg geïnstalleerd. Afscheidstoespraakjes van Maarten Divendal, Hilde van der Molen en Chris van Velzen. Er waren momenten van ontroering, en allen keken met voldoening terug op hun ambtsperiode. Ik kreeg de stellige indruk dat ze meenden wat ze zeiden, dat er hard was gewerkt, dat ze het goed hadden gehad samen, ondanks verschillen in karakter en politieke opvattingen.

Na de pauze werden de vijf nieuwe wethouders ingezworen.”Dat verklaar en beloof ik”, “Dat verklaar en beloof ik”, “Dat verklaar en beloof ik”, “Dat verklaar en beloof ik”, zeiden ze en ééntje (van D66) zei “Zo waarlijk helpe mij God almachtig”. Vervolgens hield ieder zijn introductietoespraakje (die hadden ze wat mij betreft beter alle vijf tegelijk kunnen houden) en er was gelegenheid tot het stellen van vragen.

Hilde van der Molen (SP), die net een kwartier geleden haar wethouderspetje had afgezet, pakte haar rol als oppositieleider met verve op. Het zojuist gefabriekte coalitieakkoord zou best wel eens de doodsteek kunnen zijn voor …. (mopper-mopper) en de genadeklap voor… (mopper-mopper-meer gemopper). En wat ze verder nog kwijt moest: wat een gemiste kans dat het wethoudersteam bestond uit VIJF WITTE MANNEN.

Ze zei het met een venijn alsof ze het had over vijf vluchtgevaarlijke tbs-ers; vijf melaatsen die ongediplomeerd waren aangesteld bij een kinderdagverblijf; vijf pyromanen die tijdens een langdurige droogte in de Kennemerduinen zouden assisteren als vrijwillige brandwacht.

De vijf witte mannen lieten haar betijen, met zo’n gezicht van ‘ach ja, die… Die is van de oppositie en dan word je geacht een beetje rot te doen.’ Niemand vroeg Van der Molen wat zij nou insinueerde. Ook dat was een gemiste kans. “Hilde, bedoel je te zeggen dat het het Haarlemse Groenplan ten goede zou komen als er een bosneger of een pigmee bij B&W had gezeten? Hilde, moet ik uit je woorden opmaken dat volgens jou de inrichting van de Spaarneoever baat zou hebben gehad bij de benoeming van een indiaan uit het Amazonegebied?”

Waarschijnlijk laten haar woorden zich vertalen tot een cru, ideologisch bepaald idee als: vijf wethouders? Dan eis ik één vrouw in het college (liefst mijzelf) en bovendien heb ik recht op minstens één allochtoon. Uit naam van de emancipatie.

We hebben het allemaal al eerder gehoord natuurlijk, en er is vaak de spot mee gedreven, maar gek genoeg kon ik de dagen daarop Hildes witte man niet van me afschudden. Het was the white man’s burden, maar dan anders.

Ineens bekeek ik mezelf als ‘bakra’, zoals Surinamers een blanke noemen. En hoe meer ik keek, hoe stereotieper ik mezelf vond. Afstandelijk, punctueel, stijf in de heupen, gehecht aan vaste gewoontes… Elke keer dat ik op mijn horloge keek, dacht ik: God, wat ben ik wit! Intens wit! Alle vooroordelen over witte mannen werden door mij bevestigd.

Op een nacht droomde ik dat ik precies om zes uur bloemkool met maizenasaus zat te eten. Toen ik opstond van tafel om uit de strak georganiseerde koelkast een glas melk te pakken keek ik in de spiegel en zag geen pigment meer. Niks, nergens. Geen sproetje, geen wimpertje. Ik was de witste mens ooit!

Die droom bracht de ommekeer, je moet het niet overdrijven. Niettemin, ik kan het iedereen (blank én zwart) aanraden, zo’n witheidstest. Het brengt zelfkennis en nieuwe inzichten. En onze nieuwe wethouders zouden ‘m zeker moeten doen: Ewout Cassee, Jack van de Hoek, Rob van Doorn en Pieter Heiliegers.

Het is nog veel te vroeg voor een oordeel, maar als u mij vraagt om een eerste impressie… Ik vond ze wel een beetje… BLEEKJES.


Voorgelezen bij de Ampzing Broodkast, 12 mei

6 gedachten over “Bleekgezicht spreekt

  • 13/05/2010 om 10:19
    Permalink

    Als witte man past mij enige bescheidenheid maar ik vind het wel prettig dat de lettergrote van dit artikel is aangepast aan de gemiddelde leeftijud van een stadsbestuurder, (man/vrouw – wit/zwart)

  • 13/05/2010 om 11:16
    Permalink

    Albino negers, vrouwelijke neanderthalers tot daar aan toe …maar een gelovige D66er is toch wel godsgeklaagd.

  • 13/05/2010 om 11:29
    Permalink

    @H. Sloos: het heeft nog steeds te maken met die update van web-log.nl. Vannacht dacht ik het stukje er nog snel even op te kunnen zetten, maar rolde van de ene bizarre opmaak naar de andere. Op mijn eigen laptop zag het er uiteindelijk bijna normaal uit, maar de lettergrootte die ik nu (op een andere computer) zie, lijkt nergens op. Zodra mogelijk ga ik er weer aan prutsen.

  • 14/05/2010 om 10:28
    Permalink

    Als erudiete dikke witte hetero en nog vijftig plus ook, weet ik vaak niet waar ik het zoeken moet.

  • 15/05/2010 om 21:39
    Permalink

    Aaaach… kom maar bij mij.

  • 18/06/2016 om 10:05
    Permalink

    Nog steeds een ‘vlammende analyse’… Deze geldt voorlopig nog wel even! 😉
    Dank!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *