Kaarsrecht en onbewogen


‘Hij kwam, zag en zweeg’, schreef de Volkskrant over Coetzees aanwezigheid bij ‘zijn’ festival in Amsterdam. En nu was de onbenaderbare, publiciteitsschuwe Nobelprijswinnaar in Haarlem op de literaire avond in de Philharmonie.

Het geroezemoes verstomde toen de grote man met zijn gevolg van achteruit de zaal naar voren schreed. Zwijgend, kaarsrecht, met in zijn hand het paarse mapje waaruit hij ter bekroning van de avond iets zou voorlezen. Een unicum, meldde de organisatie trots!

Wij hadden toen al bij geruchte vernomen dat de schrijver ook kon praten. Jawel, praten, over gewone zaken. Tijdens het diner dat hem werd aangeboden had hij het gedaan. Het scheen echt waar te zijn.

Helaas zat Coetzee buiten mijn blikveld toen Pieter Steinz en Nelleke Noordervliet zijn boeken rubriceerden, analyseerden, duidden, prezen. Niettemin: hij zat daarbij kaarsrecht en luisterde uiterlijk onbewogen, ik weet het bijna zeker.

Zo zat hij ook toen hij in de pauze de aankopen van zijn bewonderaars signeerde. “Moet je zien hoe vriendelijk hij dat doet – hij neemt er echt de tijd voor”, zei ik tegen de huisdichteres. De rij was lang en, voor Nederlandse begrippen, zeldzaam gedisciplineerd. Iedereen wachtte eerbiedig tot hij zijn eigen vriendelijke knikje kreeg en de schrijver mocht instrueren over de gewenste opdracht.

Hoe vaker ik het ritueel zag, hoe meer het me intrigeerde. Er was iets met Coetzees vriendelijke beleefdheid. Hij werd opgediend in identieke, precies afgepaste porties, zonder aanzien des persoons. Iedereen kreeg de handtekening die hem toekwam, maar niemand kreeg iets extra’s: een grapje, een knipoog, een belangstellende vraag, een ironisch fronsje.

Er kwam een wreed psychologisch experiment bij mij op, waarbij steeds excentriekere fans bij de rij aansloten. Waarbij ik niet uitsluit dat Coetzee ook van een Playboy-bunny met rode knipperlichtjes aan oren en boezem onverstoorbaar haar exemplaar van ‘Wachten op de Barbaren’ zou aanpakken.

Na de pauze las hij voor uit eigen werk, in het Engels. Dat kan ik zelf beter, dacht ik al gauw. Hij las vlak, zonder effectbejag, zoals ze rapporten citeren in ambtelijke werkgroepen. En nee, dat is geen kritiek. Het maakte de schrijver voor mij eigenlijk des te boeiender.

.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *