Poëziepiek

Google heeft een nieuw speeltje, waarmee Geenstijl gretig aantoonde dat het socialisme passé is: de Books Ngram Viewer.

Het genereert een grafiek van de frequentie waarmee een bepaald woord de laatste twee eeuwen werd gebruikt, afgaande op de bibliotheekboeken die de afgelopen jaren zijn gescand voor het reusachtige Google Books project.

Ik voerde ‘poem‘ in bij British English en ziehier: na de piek in 1960 zijn we terug op het peil van 1840. De belangstelling voor poëzie taant, zacht gezegd.

 

Des te verheugender is het dat de Haarlemse Dichtlijn een wederopstanding beleefde na een spijbeljaar in 2010. En hoe! De organisatie (Gonda Koster! Gonda Koster! Gonda Koster en vele anderen) had er alles aan gedaan het smeulende vuur op te poken. Zo’n honderd dichters hadden zich aangemeld en de traditionele bloemlezing zag er verzorgder uit dan ooit.

Voor de openingsplechtigheid in de Vishal was Boudewijn de Groot bereid gevonden een gesproken bijdrage te leveren en hij deed dat zeer gevoelvol. Vervolgens prezen de gastheren van de vijf poëziecentra ieder hun eigen programma aan. De huisdichteres, begeleid door André Rooijmans, speelde zingende zaag / zagende zing – een potpourri van wandeldeuntjes (waarom zet iemand eigenlijk ‘een potje met vet’ op tafel???). Zij zou haar gevolg door de binnenste binnenstad gidsen, vandaar.

 

Ik liep met haar mee en heb dus veel van de andere optredens gemist. En van wat ik wel heb gehoord ben ik veel alweer vergeten.

Voordat ik een biertje neem…
Drink ik altijd eerst een biertje.

Die heb ik onthouden. Van Hans Clavin (heerlijk op dreef!). Na afloop hoorde ik over alle accommodaties opgetogen verhalen. De vernieuwde energie was voelbaar, al kun je het nooit iedereen naar de zin maken. De voordracht van John Schoorl op het terras van café Koops, werd verstoord door een nijdige eenling in een lichtbeige pak. Terwijl hij langsbeende, riep hij vanonder zijn in Brylcream verpakte kuif:

“Heeft ie dat eerst zelf allemaal op zitten schrijven, moet ie het nog voorlezen ook!”

 

4 gedachten over “Poëziepiek

  • 03/06/2011 om 01:44
    Permalink

    Haha. Die man in lichtbeige pak moet zijn ingehuurd.

  • 03/06/2011 om 15:30
    Permalink

    Marius, het was een prachtige dag. De Haarlemse Dichtlijn was altijd al goed. De ideexebn van Andrxe9 Rooijmans voor manifestaties bleken makkelijk uitvoerbaar. En de kartrekkers deden het geweldig: Sylvia, Ziggy, Willemien, Fredie, Ampzing en het Huisartsencabaret! En met zoveel goede dichters wordt iets snel al een succes. Volgende week op Haarlem 105 RTV de film.

  • 03/06/2011 om 16:43
    Permalink

    @Gonda: en (eer van jullie werk!) vandaag een mooie recensie in Grote Broer het HD + foto van de stadsdichteres, Dries en jouzelf!(En An..Rooim, die er maar half opstaat)

  • 03/06/2011 om 22:03
    Permalink

    Rondwandelen in de stad kan altijd. Maar aan de hand van een stadsdichter met een mooi Belgisch wijnkrat aan haar zij, wordt lopen nog leuker door Haarlems centrum, al is het desnoods met een zwarte paraplu, die het hele weer droog moet houden. Van aanwijzen geen sprake. De Zonnevechter ten spijt.
    Geweldig, hoeveel mensen er meestapten. En er was er een die steeds maar dat opstap-kratje meesleepte. Twee rondes lang. Hulde!
    Als d’een of d’ander geen huisdichter voorhanden had, zou het haast niemand lukken.
    Om het mooi te maken is dan de Melkbrug ook nog dicht of open. Hoe heet dat ook maar weer? Want alles is omkerelijk. Enfin, dat je een poosje tijd hebt met vrije gedachten en vrije gedichten, geluiden van scheepjes en scheppers van tekst, die veenstroom voor je hebt, voor je het Spaarne weer kunt oversteken.
    Dag binnenstad
    Dag centrum
    Dag Haarlem
    En ’s avonds
    klinken de Damiaatjes
    alsof er nooit een
    P.M. Delefre heeft bestaan.
    Zo mooi kun je je haast
    de Spaarnestad niet
    bedenken.
    Ding dong dong
    Ding dong dong
    Duizend maal
    en bovendien nog
    met Jan Kal erbij!
    Ding dong dong
    hoeveel sonnetten passen
    er in ’s hemelsnaam
    in een gedicht?
    Ding dong dong
    Duizend of veertien?
    Na de Dichtlijn rijmt
    heel de stad weer al
    versblij op Jan Kal.
    De gedichten van Sylvia
    Hubers natuurlijk niks
    tena gesproken.
    Haarlem, Haarlem… wat
    rijmt er toch maar weer
    op Haarlem? O ja, nee
    o ja, nee, nee…
    de Spaarnestad
    is zelf al
    zo’n mooi gedicht.
    Nuel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *