Owling

Bosuilen die uit de kast komen en zichzelf ombouwen tot stadsuilen… en zich dan voor iedereen zichtbaar posteren in de bomen van het Kenaupark bij het gevaarlijkste kruispunt van Nederland, hoek Parklaan/ Nassaulaan!

Ik kon het toch niet laten even te gaan kijken, al ben ik geen twitcher. Onder de nieuwsgierigen stonden een paar ‘echte’, met telelenzen zo lang dat ze de uiltjes er moeiteloos mee onder hun kin hadden kunnen kietelen. De uilen lieten de bussen onder zich door razen, onverstoorbaar en knapten… inderdaad (zie hier voor de herkomst van de uitdrukking).

bosuil, kenaupark

Is april uilentijd? Op het oude RaDa (nog steeds in het ongerede!) vond ik dit stukje, van 12 april 2007.

Vannacht even na drie uur klonk de eerste ‘oe-oehoe’.

Traag zweefde hij langs de andere kant van het gesloten gordijn.

De ‘oe-oehoe’ hield ijzingwekkend lang aan, alsof het diepst van de nacht uitsluitend aan hem toebehoorde; een zuiver, ijl, naargeestig geluid, door mysterieuze stilte omlijst – al het andere leven leek van schrik gestold.

Bij de volgende, even desolate ‘oe-oehoe’ wist ik zeker dat ik niet had gedroomd.

Was dit een antwoord en vlogen ze daar met twee, of was dit de herhaalde klacht van een zoekende, een verdoolde, een wanhopige? De smartelijke kreet, met halverwege die snik, betoverde mij dermate dat ik nog steeds bij het raam stond toen zich voor de derde en laatste maal zo’n lang oe-oehoe-lint door de duisternis ontrolde.

“Was dat een uil?” vroeg de huisdichteres, die in een andere kamer had zitten schrijven. Als niet-vogelaars besloten we het daar maar op te houden, want in spoken in het Kleverpark willen we niet geloven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *