Jonge honden

De PAVOHOVAHA die tijdens het reces én tijdens de hittegolf met een persverklaring komt – ik begrijp uw verwarring en wellicht bezorgdheid. Gaat het wel goed met de levensgenieters en onthaasters in dit land?

Voor wie ons niet kent: PAVOHOVAHA staat voor Partij voor het Onnut van het Algemeen. Onze leden (onder wie 90% slapende leden) streven naar een rechtvaardiger maatschappij, met gelijke kansen voor strebers, baantjesjagers, goudzoekers, drammers, heethoofden, machtswellustelingen enerzijds en anderzijds degenen als zij zelf, die zich ongaarne op laten jutten en zodra het kan een of meer tandjes lager schakelen.

Dat is het unieke PAVOHOVAHA-gevoel dat ons bindt en onze partij maakt tot wat hij is; ook kunnen wij er prima mee leven dat aan die mentaliteit bepaalde nadelen kleven als het aankomt op de meedogenloze gevechten in de politieke arena. Ja, dan laten wij het soms afweten qua killersinstict, omdat we bijvoorbeeld – je zal het altijd zien – op zo’n moment ergens een hengeltje uitgooien of een bakkie doen met onze strijdmakkers.

Maar ik geef toe, vandaag was zo’n dag dat het mij wel degelijk stak dat de PAVOHOVAHA (en niet voor de eerste maal) verzuimd heeft zich vóór het verstrijken van de termijn te registreren voor de Kamerverkiezingen. Want wat las ik zojuist in de Trouw van vier dagen geleden*?

De gemiddelde ervaring van onze volksvertegenwoordigers in de Tweede Kamer hólt achteruit. Bedroeg die onder premier Lubbers nog een respectabele elf jaar, aan het begin van de huidige zittingsperiode was daar slechts een schamele 3,8 jaar van over en de trend is neerwaarts. Het Binnenhof is een duiventil. Het is veni-vidi-foetsie daar in Den Haag. Onze regering wordt gecontroleerd door broekies en rookies – spring-in-‘t-velds die weliswaar overlopen van goede bedoelingen en scoringsdrift, maar die het aan de rijpheid ontbreekt om hun kansen koel te benutten wanneer die zich voordoen.

Iedere jonge politicus begint te kwispelstaarten en kwijlen als ie de microfoon van Ferry Mingele ziet naderen, dat snap ik. Maar zodra de jonge honden de absolute meerderheid hebben in de Kamer en de hele meute op Mingele afstormt, is er iets mis in dit land.

De zo vaak verguisde mufheid van de PAVOHOVAHA had, besef ik nu, voor een weldadige verfrissing kunnen zorgen tussen al die CV-pimpers. Uiteraard is het allemaal een kwestie van partijcultuur – want welke partij behalve wij (onthoud die naam!) durft nog te ventileren dat die obligate dynamiek en innovatiedrang ten koste gaan van je rust? Onvermijdelijk. Terwijl het toch zo prettig is als de dingen gewoon lekker hun gangetje gaan.

Het draait allemaal om leiderschap, zo zie ik dat. Wij hebben het ook wel meegemaakt in het verleden, dat iemand zich opzichtig begon te manifesteren. Dan nam ik zo’n knul even apart onder het genot van een vieuxtje en sprak hem vaderlijk toe in mijn gecombineerde hoedanigheid van partijleider, voorzitter, secretaris, lijstduwer en lijsttrekker. Over de gevaren van jeugdig elan en zo. En als dat niet wilde helpen, sluisde ik ‘m behendig door naar de JOVD of het CDJA. Nee, de JOPAVOHOVAHA (onthou die naam!) zie ik niet een twee drie opgericht worden.

Dat neemt niet weg – laat daar geen misverstand over bestaan – wie zijn momenten kiest, kan heus klimmen binnen de partijhiërarchie. Zelfs bij ons. Om de twee of drie of vier jaar hebben we een congres en dan kijk ik na het laatste agendapunt de aanwezigen indringend aan. Ik laat een veelbetekenende stilte vallen.

“Zíjn er nog kroonprinsen in de zaal?” roep ik dan.

Ik hoor nooit wat, op wat zacht gesnurk na. Dat is het mooiste compliment dat je in dit vak kunt krijgen.

*zie hier

Meer PAVOHOVAHA in de eigen categorie

Eén gedachte over “Jonge honden

  • 17/08/2012 om 23:59
    Permalink

    Aan het warmlopen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *