Pignon

Volgens Tsjechov mocht er in een toneeldecor nooit een jachtgeweer aan de muur hangen zonder dat er later daadwerkelijk mee werd geknald.

Joubert Pignon heeft daar zo zijn eigen opvattingen over. Het verhaaltje ‘Handhaving’ in zijn deze week verschenen debuutbundel begint als volgt:

Op de stoep loopt een man met een rolkoffer. De man trekt de rolkoffer achter zich aan. Hij houdt de rolkoffer stevig vast. Ik loop achter de man. Ik zie witte knokkels. Uit de koffer lekken rode, waterige druppels. Een heel spoor. Ik wil de man waarschuwen dat er druppels uit zijn koffer lekken, maar als ik zie dat de man iemand is die op straat spuugt, laat ik het maar zo.

In de twee resterende alinea’s joelen schoolkinderen nog de naam van de ik-figuur (maar dan zijn ‘echte naam’, die hij zelf ook ‘nog nooit heeft gehoord’ ) en maken twee geinende Handhavers foto’s van geparkeerde fietsen. Slotzin: ‘Gelukkig hebben de mannen allebei een snor.’ Een happy ending, dat is mooi meegenomen, maar die rood lekkende rolkoffer zien we nooit meer terug.

Het is maar dat jullie een idee hebben wat je kunt verwachten bij aanschaf van Er gebeurde o.a. niets (briljante titel!).

image

Hoewel, verwachten… er staan zo’n 180 verhaaltjes/stukjes in het boek – sommige anecdotisch, andere droef realistisch (opgroeien in Zeewijk helpt een schrijver daarbij natuurlijk enorm) of – mijn lievelingscategorie – absurdistisch. Stuk voor stuk knap en trefzeker geschreven, Pignons taalbeheersing laat hem nooit in de steek. De meeste lees je met een wrange glimlach, al kreeg de huisdichteres vandaag in de stiltecoupé een onbedaarlijke lachbui toen ik haar ‘Het lelijkste schilderij ter wereld’ opdrong.

Haarlem heeft er een goede schrijver bij, zoveel is zeker, al is het er niet zo een waar Muggenmeester Schneiders lekker mee kan riedelen als hij ons literaire klimaat weer eens ophemelt: Beets, Bilderdijk, Van Deyssel, Bomans, Mulisch, Ferron, Wiener… uh… Pignon? Pignon sabbelt op de bij een val losgeschaafde moedervlek van zijn vriendin (smaakt naar koude pannenkoek) en peutert een vastgekoekte, bloederige keutel los van de anus van zijn konijn. Zo’n jongen, en verder:

Ik wil weinig dingen. Ik wil tekeningen maken, verhalen schrijven, drinken, roken, films kijken, boeken lezen, muziek luisteren, met blote vrouwen in bed liggen en heel soms met mensen die ik ken, praten. Dat is het wel. Al het andere stoot ik af, negeer ik, of besteed ik uit. (p.136)

Kan er snel een roman komen? De vraag der uitgevers aan verhalenschrijvers wordt hier gesteld op p. 74 en ook bij de boekpresentatie kwam hij aan de orde. Die schrijvers bluffen dan van ja. Maar wat mij betreft hoeft Pignon met een roman geen haast te maken. Met die miniatuurtjes kan hij nog wel even vooruit. Leve de korte baan!

P.S. Dinsdag leest Joubert Pignon in de Waag.

Eén gedachte over “Pignon

  • 08/10/2012 om 14:18
    Permalink

    Vooropgesteld ik een groot liefhebber ben van het ZKV, vind ik juist de zin twee en zin drie van het zkv ‘Handhaving’ wat minder. Op de stoep loopt een man met een rolkoffer. De man trekt de rolkoffer achter zich aan. Hij houdt de rolkoffer stevig vast. Ik loop achter de man.

    Ik heb nog nooit iemand een rolkoffer voorzichuit zien duwen. Het kan natuurlijk wel. Maar het lijkt me een overbodige vermelding. De man houdt de rolkoffer stevig vast. Rolkoffers hebben zo’n uittrekbaar handvat, en dat houdt de man stevig vast, niet de koffer zelf. De de oberservator achter de man loopt en niet ervoor of ernaast, lijkt me haast ook overbodig om te melden.
    Maar ik ga het boek zeker kopen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *