Uitbenen

Mensen die écht iets kunnen, daar kan je er niet genoeg van hebben.

Het begon ermee dat ik deze week een verhaal las van P.G. Wodehouse. Die kan ook wat (namelijk schrijven als de beste), maar daar wil ik het nu niet over hebben. In dat verhaal vergelijkt hij het musicalgenre met Irish stew: je kunt er de meest onwaarschijnlijke ingrediënten aan toevoegen zonder dat het resultaat eronder lijdt.

Ik las dat en prompt wilde ik naar een musical… uh, nee. Er zijn grenzen. Nee, ik kreeg trek in Irish stew. Vandaag deed ik de boodschappen, met eerst een tegenvaller. Groene kool vond weinig aftrek in dit tijdsgewricht, vertelde de groenteboer mij. Ik was dertig jaar te laat in de winkel, daar kwam het op neer. Elders vond ik gelukkig nog wel een exemplaar, al had het al een paar keer een verflenst jasje uitgetrokken, zo te zien.

Voor het lamsvlees ging ik naar slagerij van Leeuwen in het Kleverpark (waar eerst poelier ’t Haasje zat). ‘Ja, in brokken, graag.’ Aan het scherpen van de messen hoorde ik eigenlijk meteen al dat hier een prof aan het werk toog. Die messen hadden er zin in en ook de lamsschouder leek te voelen dat hij in goede handen was.

De slager maakte een paar inkepinkjes. Bij mij stribbelen die taaie vliezen altijd hevig tegen en uiteindelijk zie ik mij genoopt tot het gebruik van grof geweld. Deze lieten zich gewillig uittrekken, als flodderjurkjes in een pornofilm.

Nu begon het uitbenen. Dat is weer een ander soort film, maar denk daar nu liever even niet aan. Ik was, besefte ik, getuige van hogeschoolwerk. Uitbenen als kunst, als poëzie! Ik stond erbij en keek ernaar.

“Dat heb je vast vaker gedaan”, zei ik toen hij bijna klaar was.

“Dat mag je wel zeggen ja”, zei de man. Toen ik mijn ontzag liet blijken voor zoveel vakmanschap, vertelde hij dat hij in een groothandel had gewerkt. Daar was het geen uitzondering als hij zo’n honderd schouders per dag moest ontleden. Dan heeft de anatomie op den duur weinig geheimen meer voor je.

Hij deed het vlees in een plastic zakje en het schouderblad bleef achter op het hakblok, met een dun omhulsel van vlees, maar meer ook niet. Ik vroeg of ik het mocht hebben. ‘Ik heb een weblog. Misschien doe ik er iets mee…’

Bij dezen dan. Zo zag het bot eruit toen ik het op de lichtbak legde. Jullie zien, daar valt ook voor de hongerigste hond weinig aan te kluiven.

uitbenen

En voor de aardigheid hield ik het ook nog even tegen het licht, gewoon voor het raam. Bijna doorzichtig, een soort röntgenfoto.

rontgenslager

Zo, en nu kan het in de pan. Daar kan zo’n stoofpot alleen maar lekkerder van worden.

6 gedachten over “Uitbenen

  • 09/02/2013 om 16:28
    Permalink

    Marius, jij bent de enige eetschrijver die mijn vegetarisme zo nu en dan doet wankelen omdat je zo smakelijk over vlees schrijft. En dan heb je nog niet eens verteld hoe de stew smaakte.

  • 09/02/2013 om 16:40
    Permalink

    leuk en ook lekker geschreven verhaal. iedereen die ‘zijn ding’, hoeft niet per se werk te zijn, met liefde en vakmanschap doet is een genoegen om naar te kijken en meestal ook om naar te luistereb. Al is het maar vanwege dat doorgaans schouderophalende.

  • 09/02/2013 om 16:47
    Permalink

    @Brigit: Aan dat koken ga ik NU beginnen. Maar zal ik eens een vegetarische variant voor je maken?
    @gert: Ja, schouderophalen, moeilijk te weten wanneer je het nou wél en niet moet doen…

  • 10/02/2013 om 13:53
    Permalink

    Een fanclub voor vaklieden in het slagersvak.

  • 10/02/2013 om 19:31
    Permalink

    Lijkt me heerlijk, Marius! Knap als je dat kunt, bij stew lijkt vlees het piece de résistance.

  • 11/02/2013 om 11:12
    Permalink

    Wodehouse!
    Ik ben zijn complete Jeeves & Wooster-oeuvre aan het herlezen. Wat een onvergelijkbare grootmeester.
    *************************************************
    “Very good,” I said coldly. “In that case, tinkerty tonk.”
    And I meant it to sting.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *