Vreemde stad

Vanochtend reed ik door een mij onbekende omgeving, hier om de hoek.

In de Bomenbuurt (waar ik meestal alleen op zondag kom) fietsten talrijke peuters onder ouderescorte naar school. “Haarlem-Noord. Hier maken ze de Haarlemse kindjes’, lichtte ik de huisdichteres voor, toen we opnieuw in de remmen moesten knijpen voor zo’n konvooi.

Was het mijn lichtelijk melancholieke stemming, was het de lichtval, of het tijdstip? Ook de rest van onze route weigerde de stad te voldoen aan het beeld dat ik ervan in mijn hoofd heb. Langs de Planetenlaan denk ik het Nova College steeds weer weg en ook die Dekamarkt bij de Rijksstraatweg ervaar ik als een Fremdkörper. Ik geef niemand de schuld, het is meer dat de ‘gedateerde’ plaatjes de actuele overwoekeren als ik even niet oplet. Hoe beter ik zo’n gebied ooit kende, hoe sterker dat geldt en hoe sneller de oude beelden weer ‘aangroeien’.

Het Kennemer Gasthuis Noord zie ik nog steeds als een bouwpakket dat ze snel moeten demonteren en aan de sporthal bij Onze Gezellen zal ik nooit wennen. Bij dat lelijke Bastion Hotel bij de Slaperdijk knipper ik telkens weer met mijn ogen en ook Velserbroek blijft een fata morgana, maar dan van steen. Afijn, zo ging het de hele route door vanochtend – het leek een complot. Overal hadden ze nieuwbouw gedropt of de verkeerssituatie gewijzigd. In de Dekamarktfiliaal aan de Gedempte Gracht (nee, ik zeg geen Kijkgrijp meer, zó erg is het nog niet met me) kwam ik vroeger dagelijks. Nu was ik er voor het eerst sinds jaren weer eens en hoewel ik wíst dat ie er niet meer was, zwenkte mijn kar toch naar de kassa bij de achteruitgang aan de Gasthuisstraat.

Het ontbrak er nog maar aan dat er karnemelk door het Spaarne stroomde. Een vreemdeling in eigen stad, was ik, en dat op de achtste verjaardag van het RaDa…

Om nog enigszins feestelijk te eindigen: deze vriendelijke schilder zag ik zojuist aan het werk bij het Nassauplein, waar het hek rond de Wilhelminaboom wordt opgekalefaterd in de aanloop naar Kroningsdag. Opdracht van de gemeente.

wilhelminahek

“Poets je haar snorretje ook nog weg?” vroeg ik, in de veronderstelling dat het er opgetekend was. Maar het bleek afgebladderde verf te zijn. Het verhaal over bladgoud en bronsverf dat volgde, ging mij als doehetnooitzelver ver boven de pet. Maar ik begreep eruit dat epileren niet in de offerte stond.

wilhelmina

Ach, er zijn ergere snorren.

wilhelminasnor

7 gedachten over “Vreemde stad

  • 24/04/2013 om 20:05
    Permalink

    Mooi, Marius, en gefeliciteerd! Ik zeg nog wel regelmatig Kijkgrijp en soms ook nog Simon de Wit tegen de AH op de hoek van grote Houtstraat en Raamsingel :-0

  • 25/04/2013 om 07:53
    Permalink

    8 jaar Raarlems Dagklad… waar blijft de tijd…Gefeliciteerd!

  • 25/04/2013 om 11:19
    Permalink

    Mooi geschreven weer. “Ze breken mijn wereld af” was dat niet uit Titaantjes. Gefeliciteerd Marius!

  • 27/04/2013 om 20:51
    Permalink

    Gefeliciteerd Marius en ik riep in mijzelf uit KIJKGRIJP, verdomd zo heette dit vroeger.

  • 28/04/2013 om 10:22
    Permalink

    Klein boompje eigenlijk voor een leeftijd van meer dan 100 jaar.
    Acht jaar RaDa pas.. Het lijkt veel langer. Gefeliciteerd!

  • 28/04/2013 om 10:29
    Permalink

    Ach, dom van mij. Wat lees ik na enig speurwerk ? “De boom werd geveld wegens een ziekte, een nieuw exemplaar is er voor in de plaats gekomen nl. een ruim tien meter hoge Koningslinde. Deze werd geschonken door bierbrouwer Oranjeboom en is geplant op 23 mei 1987”

  • 28/04/2013 om 10:50
    Permalink

    @Tom: dank voor de feli’s. En ik wist het ook niet van de Oranjeboomboom!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *