That died too

Ondanks dat ik me al zo’n veertig jaar redelijk intensief met de Engelse taal bezighoud, kan ik soms ineens weer getroffen worden door de effectieve eenvoud en directheid ervan.

Neem nu de beginregels van Solitary man:

Melinda was mine
‘Til the time
That I found her
Holding Jim
Loving him

Then Sue came along
Loved me strong
That’s what I thought
Me and Sue
But that died too

Waarna Johnny Cash voorlopig wel klaar is met de liefde en besluit als eenling door het leven te gaan. Er staat geen woord in waar een eersteklasser moeite mee zou hebben, maar in dat simpele ‘Me and Sue but that died too’ ligt een tragedie besloten.

Of komt het helemaal niet door het Engels maar door de stem van Cash? Het oorspronkelijke nummer is van Neil Diamond – tevens de tekstschrijver. Als ik dat beluister denk ik alleen maar ‘ach kwijlebabbel, miemel niet zo, vind je het gek dat ze je belazeren?’

 

11 gedachten over “That died too

  • 09/06/2013 om 20:45
    Permalink

    Tja, Johnny Cash. Met een oud klasgenote had ik het deze week toevallig over hem. In de jaren zeventig zaten we op het Triniteits Lyceum aan de Zijlweg. Aan de overkant, op de plek waar eerder villa de Olifant stond, verrees de Kerk van de Nazarener. Toen de kerk in gebruik was genomen kwam Johnny Cash optreden, hij was namelijk bekeerd. Met de klas hebben we het er over gehad om er even naar toe te gaan maar dat kerkelijke vonden we niks. Bij mijn weten is niemand gegaan, en daar kun je spijt van hebben.

  • 09/06/2013 om 22:01
    Permalink

    @Gonda: Wat grappig, nooit geweten! Kan er op Google zo gauw niks over vinden. Die Johnny…

  • 11/06/2013 om 11:27
    Permalink

    @Gonda: Leuk! Kan het in 1976 zijn geweest? In dat jaar verscheen de Nederlandse vertaling van zijn boek ‘Man in black’ bij de christelijke uitgeverij Kok in Kampen. Cash in een kerkje op de Zijlweg prikkelt tot een zoektocht naar ‘(latere) beroemdheden op onaanzienlijke lokaties in Haarlem’. Poppodia tellen niet mee, want dat zijn er te veel om op te noemen. Las gisteren nog over Radiohead op Beeckestijnpop in 1997. Simon & Garfunkel in de Waag is een twijfelgeval.

  • 11/06/2013 om 13:25
    Permalink

    @Harrie, 1976, dat zou heel goed kunnen! Interessant, een zoektocht naar ‘(latere) beroemdheden op onaanzienlijke lokaties in Haarlem’. Ik denk/zoek met je mee.

  • 11/06/2013 om 14:18
    Permalink

    Radiohead op Beeckestijnpop was in 1993. In datzelfde jaar speelde de band ook op bevrijdingspop Haarlem.

  • 11/06/2013 om 22:07
    Permalink

    @Gonda: En dan met foto’s maakt het helemaal leuk! 1925: “Albert Einstein & Paul Ehrenfest roken een cigarette in de voortuin van de woning van Lorentz op het Van Eedenplein”. Of 1919:”ZKH Prins Hendrik verlaat schielijk het huis van z’n maintenée in de Van der Vinnestraat”. En wat een scoop zou deze uit 1962 zijn: “Op hun terugreis van Hamburg naar Liverpool maken de Beatles een tussenstop op de Belgielaan om de opening van de bloemenkiosk van Wilma & John op te luisteren.” 🙂
    @Rigo Reus: Bedankt voor de correctie! 1997 was het jaar van OK Computer…

  • 12/06/2013 om 01:32
    Permalink

    Opeens gaat dit stukje over drie zaken: 1) de kracht van de eenvoud, wat tekstschrijven betreft. 2) het geloofwaardig brengen ervan. En 3) broemdheden die in Haarlem zijn geweest.
    1 – spreekt wel voor zich en komt hier helemaal op het conto van Diamond, natuurlijk. Daar kun je het ook eindeloos over hebben en talloze voorbeelden van aandragen. Neem nu die eenvoud van onze Eigen Annie MG in ‘Op een mooie pinksterdag’: “Morgen kan ze zwanger zijn, het kan ook nog vandaag. Het kan van de behanger zijn, of van een Franse zanger zijn of iemand uit Den Haag.” Kun je subtieler de arbeider, de bohemian en de upperclass benoemen?
    2 – De eerste jaren van zijn songschrijverschap – Diamond zat net als o.a. Carole King, Neil Sedaka en de jonge Lou Reed in een klein kamertje in New York City liedjes per strekkende meter voor anderen te schrijven! – waren zijn liedjes nog geen van alle autobiografisch. Ook ‘Solitary Man’ niet. Dat is het knappe aan die liedjes van Diamond uit die tijd. Kijk maar naar wat The Monkeys met ‘Im a Believer’ deden, of UB40 met Diamonds ‘ Red Red Wine’. Het waren ‘kneedbare’ liedjes. En dat heeft Johnny Cash, zoals Dagklad terecht opmerkt, ook heel goed gedaan. Neil Diamonds eerste echt autobiografische liedje was ‘ I am… I said’. Dat was in 1971. Een echte bekentenissong en een existentiele wanhoopskreet. (Die om die redden ook veel minder door onderen ‘ gecovered’ is dan zijn andere bekende nummers.) Diamond was zichzelf kwijt. Vanaf dat moment ging het artistiek – niet commercioeel! – ook bergafwaarts met Diamonds carrier en volgde al die bagger met Streisand en zo. Hoe belangrijk ‘ I am…. I said’ voor Diamond persoonlijk nog altijd is blijkt uit het feit dat hij er in 2011 nog zijn concert in Ahoy’ mee afsloot.
    3) En dan die ‘beroemdheden’ in Haarlem. Dat zijn er nogal wat, maar het is natuurlijk een kwestie van opvatting: wat is ‘ beroemd’? 1 aardig voorbeeld – of anecdote, hoe je het ook wilt noemen.. Iedereen kent het liedje ‘ Wild Thing’, ooit een hit voor The Troggs, voor Jimi Hendrix en ook gezongen door vele anderen. Heel veel (wat oudere) mensen in Nederland kennen ook ‘ Storybook Children’ van Sandra en Andres. En nog meer kennen het liedje ‘Angel of the Morning’, ooit een hit voor PP Arnold en in 2001 weer een joekel van een hit voor de rapper Shaggy (die de copletten rapte) (in USA een nummer 1 en in NL ook een n ummer 1 hit in 2001!) Al deze liedjes zijn geschreven door dezelfde man: De Newyorkse Bohemien/vrijbuiter en singersongwriter Chip Taylor.
    In 2001 – een paar maanden nadat Shaggy ‘Angel of the Morning’ ook in N:L weer naar de eerste plaats had gezongen – tgourde Chi;p Taylor door Nederland. Kleine podia. Ik organiseerde in die periode singersongwriter-concerten in de Roemer aan de Botermarkt en boekte Taylor voor een paar honderd gulden op een maandagavond. Hij kwam – het was goed vol – en hij zong nieuwe liedjes, maar ook al z’n oude bekende nummers, zoals Wild Thing en Angel of the Morning. Het personeel achter de bar – jonge mensen van begin twintig – herkenden de liedjes van de ‘jukebox’ en Arbeidsvitaminen (maar dan in andere versies) en vonden het heel leuk dat die oude man met z’n grijswitte haar en gitaar dat hippe liedje van Shaggy covered.
    En hoe vaak ik ook vertelde dat het toch echt Taylors liedjes waren, dat wilde er niet in. Dat weigerden ze te geloven. Dat de man die die Amerikaanse en Nederlandse nummer 1 hit had geschreven gewoon bij hen in de kroeg stond te zingen. Dat kon echt niet.
    En als dat Chip Taylor nog niet beroemd genoeg maakt: Hij is natuurlijk ook nog eens een broer van acteur Jon Voight en daarmee ook de oom van Angelina Jolie.
    (En hij is later nog vaker in Haarlem geweest)

  • 12/06/2013 om 13:32
    Permalink

    Erg leuk om te lezen allemaal. De Haarlemse anekdote over Chip Taylor is prachtig. Harry, mocht je serieus besluiten om je zoektocht te vervolgen, dan heb je alvast één uitgewerkt verhaal!

  • 12/06/2013 om 15:17
    Permalink

    Nou en of, Gonda! Dit verhaal staat en er zijn ook vast foto’s van. En met het jouwe zal het ook wel lukken. Maar het zal in veel gevallen lastig zijn om het rond te krijgen. Einstein beschouwde Lorentz als zijn leermeester en hij is veel in Leiden en ook wel eens in Haarlem geweest, maar of hij de woning van L. aan het huidige Lorentzplein ooit bezocht heeft, heb ik nooit ergens bevestigd gezien. Enkele jaren terug heb ik ergens gelezen dat Prins Hendrik een adresje had in de Van der Vinnestraat. Als ik me het goed herinner, betrof het twee zussen die met ‘heerenbezoek’ in hun onderhoud voorzagen. Op Google heb ik niks gevonden, dus dat wordt een hele speurtocht in schandaalkronieken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *