Generatierace

Sinds anderhalf jaar heb ik een maandelijkse column in Straatjournaal, Hollen of Stilstaan. Vanochtend schreef ik die voor het aprilnummer. Omdat ik het prettig vind dat alles wat ik schrijf ook op het RaDa staat, plaats ik hieronder mijn februaricolumn (met nog een niet meer actuele verwijzing naar Blue Monday en een vertrouwd PAVOHOVAHA-thema).

                                                                    *********

Hoe was jouw Blue Monday? We zitten volgens psychologen in de periode dat winterdip en voorjaarsmoeheid naadloos in elkaar overgaan. Het is nog steeds pikkiedonker als je aansluit in de ochtendfile en aardeduister als je tegen zessen de avondfile een dikke afscheidsvinger geeft. Al een paar dagen heb ik een toepasselijk depri-deuntje van good old Ray Davis in mijn hoofd: Is there life after breakfast?

Hopelijk ben jij die zeldzame uitzondering. Primageluimd, pas promotie gemaakt, goed in de slappe was, bulkend van energie en tintelend van inspiratie. Net terug van een fabuleuze langlauftocht in het Andesgebergte, waar je een nieuwe liefde vond. Ah…ja, ik zie je daar al staan in die volgeprakte tram, omstuwd door mismoedige sleurlijders en gefrustreerde motivatiezoekers. Jij bent die ene zonder doorweekte regenjas en beslagen bril. Die met die onuitstaanbare, gelukzalige wie-doet-me-watgrijns.

Want gemiddelden zijn maar gemiddelden. Niettemin werd ik in november gefrappeerd door een onderzoek van de Amerikaanse Hartstichting naar het atletisch vermogen van jongens en meisjes tussen 9 en 17 jaar. ‘Children cannot run as fast as their parents’, vatte The Guardian Weekly het samen. Het blijkt namelijk dat kinderen in 1975 de mijl gemiddeld 90 seconden sneller aflegden dan de huidige generatie.

Ik heb daar een intrigerend beeld bij: twee atletiekbanen pal naast elkaar. Links honderd gemiddelde jongeren uit 1975 (op de fiets gekomen, een enkeling op een Tomos of Puch; goedkope gympies, ultrakorte sportbroekjes, slechte gebitten, perfecte puistjes – sommigen dragen speldjes met hun idolen Wim Suurbier of Johnnie Rep); op de andere baan honderd gemiddelde jongeren van nu (bacterieloze Messi- en Ronaldoshirtjes, Nikes aan de eeltloze voeten; ze informeren of ze hun ‘oortjes’ in mogen houden, kussen hun Samsung Galaxy S4 vaarwel). Beide groepen moeten vier rondjes van 400 meter afleggen. Het startschot klinkt. Iedereen loopt zich het schompes. Na pakweg zeveneneenhalve minuut gaat lichting ’75 (de ‘ouders van nu’, zeg maar) collectief over de finish. Hun mijl is voltooid.

Ze kijken naar de andere baan. Ongeloof! Boegeroep! Hoongelach! Daar ploeteren amechtig ‘onze’ gemiddelde kinderen, zoals wij die liefdevol hebben gekweekt. Het duurt nog 90 seconden eer ze er zijn. Anderhalve minuut – dat is bijna driekwart baan! Een straatlengte!!

Natuurlijk, ze zijn er nog steeds, kinderen die lopen als een hinde zo gracieus, of onvermoeibaar als een opgevoerde gnoe. Maar daar gaat het niet om. Het mooie van zo’n onderzoek vind ik dat het de vinger legt op sluipende veranderingen in onze levensstijl. Niemands schuld, we zijn er allemaal bij, we stinken er met zijn allen in. Of misschien vinden we het wel best zo. Hoe dan ook, die cijfers liegen er niet om.

Nog een voorbeeld (deze rubriek heet niet voor niets Hollen of Stilstaan). In 2007 klokte de Britse professor Wiseman het looptempo van voetgangers in de wereldsteden. Dat bleek in tien jaar met liefst 10% gestegen! In Singapore lopen volwassenen gemiddeld het snelst (28,5 sec over 50 m), op de voet gevolgd door Kopenhagen en Madrid. En Nederland? Nederland klampt aan: Utrecht staat in de top tien met 33 seconden, slechts 0,1 langzamer dan het als hectisch beschouwde New York.

Wereldwijd 10% meer gejaag en gejakker! Wederom, het zijn weliswaar gemiddelden, maar het valt voor niemand mee zich eraan te onttrekken. Instinctief wil je aanhaken bij de meute. Het voelt niet goed als je links en rechts wordt ingehaald. Als iedereen ‘drukdrukdruk’ de kortste weg van A naar B neemt, moet je sterk in je schoenen staan om een idyllisch zijpaadje in te slaan of even rond te drentelen bij een fontein.

Wat zulk onderzoek vooral doet, is je een spiegel voorhouden. Want hollen of stilstaan, uiteindelijk is je het eigen keuze.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *