Voortuinen

Dat boek van Pieter Hoexum dring zich regelmatig aan mij op sinds ik het las, een maand geleden – elke keer als een schuurmachine uit zijn slaap ontwaakt of de benedenbuurvrouw klaagt over de barbecue-estafette in onze achtertuinen.

Kriegel werd ik er soms van, en het waarom ligt al besloten in de sluwe bescheidenheid van de titel: Kleine filosofie van het rijtjeshuis.

De auteur, zelf woonachtig in een nieuwbouwwijk, mag graag koketteren met zijn eigen conformisme, redelijkheid en kneuterigheid. Doe maar gewoon, dan… Ja, hij heeft ze beroepshalve allemaal braaf gelezen, de grote hemelbestormers van weleer, Nietzsche, Rousseau & Thoreau, maar híj laat zich niet gek maken, daar ben je na een paar essays wel achter. Als Hoexum moest kiezen tussen een dagtochtje naar Kaatsheuvel en een trektocht van drie maanden door de Andes, dan wist hij het wel. 

Als ik hier al chargeer dan vraagt Hoexum daar zelf om. Het motto van zijn boek heeft hij geplukt uit Reis door mijn kamer van Xavier de Maistre: ‘Ik doe de ene ontdekking na de andere’.

Hoewel ik af en toe snakte naar zuurstof, heb ik de Kleine Filosofie wel degelijk met plezier gelezen – zo onderhoudend en leerzaam is het wel. De thematiek houdt mij ook bezig en als schrijver van dit kleinsteeds, bavocentristisch weblog herken ik me in de manier waarop Hoexum bewijs verzamelt. In zijn beschouwing over het fenomeen ‘tuinhekje’ telt hij er op weg naar de school van zijn kinderen (niets burgerlijks blijft ons bespaard!) twintig. ‘Toen ik er eenmaal op ging letten, zag ik dat van de twintig hekjes er slechts drie gesloten waren. En je kon aan de weinige slijtage en het vele onkruid bij veel hekjes zien dat ze bijna nooit dicht gingen.’

Volgt een bespiegeling over het Nederlandse tuinhek, dat niet zozeer een versperring is als ‘een vriendelijke en beleefde begroeting. Een buiging.’ En hiermee zijn we er nog lang niet. Hoexum citeert antropoloog Mattijs van de Port, die aannemelijk weet te maken dat die gammele, kniehoge Gammadingen inspelen op promiscue verlangens: ‘Ze voeden de wens door te dringen tot het andere. Ze erotiseren de wereld. Ze zijn de lingerie van de architectuur.’

Niet dat Hoexum na deze conclusie gate-crashend de vinex-vrouwtjes bij hem in de buurt achter de vodden gaat zitten, dat hadden jullie inmiddels begrepen.

Voor wie denkt dat dit nergens over gaat, plaats ik een paar foto’s die ik deze week maakte in een anoniem te blijven straat in een stadje waarvan ik de naam discreet verzwijg in een land ergens in ons eigen werelddeel (verder preciseer ik niet). Het begon ermee dat we net een beeldentuin hadden bezocht. Nog steeds in sculptuurmodus passeerde ik deze voortuin:

beeldentuin

Niet gespeend van geometrisch inzicht, er is een poging tot creativiteit en de twee witte zangvogeltjes symboliseren een verlangen naar vrijheid en natuur. De uitvoering is echter nog verre van volmaakt. Mensen van goede wil, getuige ook de mat met ‘Welcome’. De rolemmer en fiets vertegenwoordigen een praktisch compromis, een compromis waar de buren niets van willen weten. Die hebben klare, principiële keuzes gemaakt:

plavuizentuin

Zo! Makkelijk schoon te houden met Swiffer en Glassex, deurmat overbodig, tuin het hele jaar winterklaar. Wat me wel zorgen baarde was hun omgang met de buren links, die hun prioriteiten duidelijk weer anders hebben liggen:

parkeertuin

Hoezo het tuinhek als lingerie? Hier is geen tuinhek en misschien moet ik de verdere uitwerking van die vergelijking maar aan jullie verzamelde dirty minds overlaten.

Sociale cohesie is een rode draad door Hoexums boek; het rijtjeshuis belichaamt voor hem ons noodzakelijke aanpassingsvermogen en de bereidheid compromissen te sluiten. Wat mij frappeerde aan dit stukje straat (we hebben het over vijf aaneengesloten tuinen) was juist het ontbreken van iedere gelijkgestemdheid. Want pal naast het woekerende onkruid en de losse tegels van de scooterparkeerplaats hierboven, onderhielden de bewoners van nr. 95 hun tuin tot in de puntjes.

stappenplantuin

Geen dorre bladeren aan de bloemen, geen smetje op de witte motorkap van de BMW; de treden van het tuinpad schreeuwen het uit: wij willen hogerop! Zeggen die mensen hun niet-wiedende buren gedag of zwijgen ze ze dood in afwachting van het moment dat ze een bordje ‘TE KOOP’ VERKOCHT naast de auto kunnen zetten?

Een ding wil ik nog wel verklappen: die straat met conflicterende tuinen is niet gelegen in Zwitserland. Of hadden jullie dat al geraden?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *