Het Gewone Leven

De papieren versie van deze column staat in Straatjournaal (sept. 2014)

Zoals voor de meeste vakantiegangers begint de terugkeer naar het gewone leven voor mij met de rituele vernederingen bij de detectiepoortjes op het vliegveld, waar iedere reiziger schuldig is tot het tegendeel is bewezen.

Nee, ook vandaag geen semtex onder mijn steunzolen, en het tubetje in dit boterhamzakje bevat Kruidvat-eczeemzalf (geen paniek – níet KruiTvat!), ongeschikt om de westerse samenleving mee te ontwrichten. Als die beveiligingsbullebakken een paar meter verderop een verwarde bejaarde wel érg grondig fouilleren, houd ik mij wijselijk afzijdig.

Het gewone leven, zoals wij dat plegen te noemen, valt me dit jaar rauwer op mijn dak dan anders. Bij ons vertrek hadden we de keuken netjes, maar de wereld in deplorabele toestand achtergelaten. Op de verre Schotse eilanden waar wij onze time-out namen, vermaakten we ons met de nieuwsgierige zeehonden, die hun vriendjes erbij riepen als mijn vrouw een liedje voor ze kweelde op het strand. Kranten verkochten ze er niet. Nou ja, The Orcadian, die eens per week uitkomt, met incidenteel een speciale editie als er een kreeftenkorf overboord is geslagen bij een orkaan. Bij het ontbijt kregen we kippers, of roerei met spek en bloedworst. Van de inferno’s die de media je graag op nuchtere maag voorschotelen, bleven we verschoond.

Op Westray, waar we het langst verbleven, was zelfs geen politie. En geen wantrouwen. Sloten en grendels dienden alleen voor de sier. Het duurde even eer wij de rugzakken onbeheerd achter durfden te laten, maar toen voelde het als een bevrijding. Zonder argwaan (en zonder rugzak) loop je lichter. Dat er op zo’n eiland amper 600 mensen wonen, helpt natuurlijk ook. Dat is dertien per vierkante kilometer. Ter vergelijking: op Schiermonnikoog, de dunst bevolkte gemeente van Nederland is het 22. In Noord-Holland is de bevolkingsdichtheid 976/km² en in de Gazastrook 5000/km².

Zijn er in de oceanen niet een paar overtollige kruimeleilandjes te vinden waar de Palestijnen beter af zouden zijn, dacht ik af en toe. Gaza stond al in lichterlaaie toen wij op de boot naar Engeland stapten; in de Oekraïne smeulden de resten van MH17, Syrië lag in de as en er kwam nog steeds nieuwe as bij. In Irak vuurde iedereen op iedereen. Tijdens onze ‘afwezigheid’ waren de brandhaarden eerder opgeflakkerd dan geblust, leerde een haastige blik op de stapel oude kranten. En er zaten nu ineens ook 50.000 zieltogende yezidi’s op een Iraakse berg – omsingeld door de ISIS en met uitroeiing bedreigd.

Die onfortuinlijke, opgejaagde yezidi’s hadden mij nooit iets misdaan – maar ze wekten mijn wrevel. Ik wilde ze nog niet toelaten, deze aanbidders van de gevallen engel Melek Tawwoes, had liever niet geweten dat ze bestonden. Is de wereld niet al ingewikkeld genoeg zonder yezidi’s en al dan niet gevallen engelen? Wat schoten ze op met mijn medeleven? Mocht ik eerst even mijn herinneringen koesteren?

Zoals de opgravingen die wij op Orkney zagen. Vijfduizend jaar geleden lagen deze kale eilandjes aan de belangrijkste vaarroute tussen Noorwegen en de Britse eilanden. De Ring of Brodgar steekt Stonehenge naar de kroon en even verderop zijn archeologen al jaren bezig om een uniek neolithisch gebouwencomplex bloot te leggen. Korreltje voor korreltje schrapen ze de bodemlaag weg, geen botsplinter of steenflinter ontsnapt aan hun aandacht. Was het een scherf, een speld, een spateltje?

Er zaten grijsaards tussen, maar de meesten waren hooguit vijfentwintig.

Hun toewijding ontroerde me. Ik benijdde hen om het gemeenschappelijke ideaal. Ik wilde ook zo’n overzichtelijk kaveltje grond, waarin ik (niet afgeleid door de actualiteit) met een troffel geduldig kon tasten naar het geheimzinnige gewone leven van vroeger, naar een verloren beschaving, even gewelddadig en gecompliceerd als de onze.

brodgar4th

2 gedachten over “Het Gewone Leven

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *