Lotioner

Vorige week las ik To Rise Again at a Decent Hour van de Amerikaanse schrijver Joshua Ferris (bij de laatste vijf van de Man Booker Prize). De hoofdpersoon is een New Yorkse tandarts, Paul O’Rourke, met meer knopen in zijn ziel dan ik vullingen en kronen in mijn mond heb.

Tegen het eind van de roman had ik moeite me in te leven in zijn zoektocht naar een identiteit en een ondogmatische religie, maar ook toen waren er nog steeds prachtige passages. Het onderstaande komt uit het begin van hoofdstuk 3 – het is mijn eigen, pretentieloze vertaling, gemaakt uit pure zelfverwennerij, omdat ik zo genoot van het Engels. Omdat ik het waard ben…

Connie is de ex-vriendin van de tandarts, die na het verbreken van hun verhouding werkzaam is gebleven als zijn assistente.

To Rise Again At A Decent Hour cover - Copy

De maandag daarna nam ik naast Connie plaats aan de balie. Ik ging vrijwel uitsluitend naast Connie zitten als ze op het punt stond om haar handen in te smeren met lotion. Ik keek toe hoe ze haar handen tegen elkaar aan wreef. Haar handen waren als geoliede diertjes die een paardans deden. En zij was lang niet de enige: overal waren mensen die in en rond hun bureau lotionflesjes bewaarden, overal die ochtend begonnen mensen hun handen in te smeren met lotion. Er was iets dat mij ontging. Het zat me niet lekker, maar het was niet anders, het ontging mij volslagen. Kon ik ook maar een lotionsmeerder worden, dacht ik, wie weet zouden dan allerlei andere, kleine plezier gevende gebaren zich in de loop van de dag aaneenrijgen – zouden uitsluiting, vervreemding en minachting zomaar verdwijnen. Maar het lukte me niet. Ik had een hekel aan dat klamme gevoel dat weigerde weg te trekken nadat alle lotion in de huid gewreven was en er met geen mogelijkheid verder in gewreven kon worden. […]

Zoals gezegd, Connie stond niet alleen. In dokterspraktijken, advocatenkantoren, reclamebureaus, regeringsgebouwen, op industrieterreinen en scheepswerven, ja zelfs in kazernes zaten mensen hydraterende crème in te brengen. Ze waren in het bezit van een geheim, dat leed geen twijfel. Ze sliepen goed. Ze softbalden. Ze maakten wandelingen en spraken in het zachte licht van de avondschemering met elkaar over wat ze die dag hadden meegemaakt, terwijl de hond naast ze aan de lijn trippelde. Ik gruwde ervan. Hun ontspannenheid boezemde me angst in. Zo losjes, zo vanzelfsprekend. En toch moest je je afvragen: vanwaar toch die manie, die rusteloze drang om je de godganse werkdag in de lotion te zetten? Connie’s handen dansten en copuleerden, smeerden de vochtige lotion uit tot een doorzichtig, gelijkmatig over het handoppervlak verdeeld laagje. De voorstelling had iets grotesks, dat eigenlijk thuishoorde in de privésfeer. En het was nergens voor nodig. Connie had goede handen. Oudemensenhanden zijn de enige handen die voor het blote oog dringend behoefte hebben aan een nieuw laagje moisturizer. […]

Na verloop van tijd schakelden Connie’s handen een versnelling terug. Dat manische handenwringen ging over in iets zachters, doelbewusters. Ze had het punt bereikt waarop de door de huid opgenomen lotion, niet langer een kliederige smurrie was die de beweging van haar handen lubriceerde, maar die eerder vertraagde. Ze bracht de lotion niet alleen meer aan, ze bracht hem nu ook in, met aandachtige halen, zich concentrerend op één vinger tegelijk en op de blonde vliesjes tussen de vingers. Ze vouwde haar handen samen als in een sensueel gebed, ontvouwde ze vervolgens weer om een uitsteekseltje aan een duimkootje een aai te geven, alles met het geduld van een honkbalspeler die zijn nieuwe handschoen in de olie zet om hem soepel te krijgen.

Bij iedere vertaling blijf je met kleine frustraties zitten, zo ook hier, maar waar ik mijn tanden echt op stuk beet was het woord ‘lotioner’. ‘If I could just become a lotioner, I thought,…’

Mijn armzalige ‘lotionsmeerder’ komt niet eens in de buurt. ‘Lotioner’ (m/v) suggereert een levenshouding, een geloof, een permanent streven om de dingen zo soepel en glad mogelijk te laten verlopen. Samen met de huisdichteres,  zelf een grootgebruiker van huidcosmetica, kwam ik niet verder dan crèmeuse, cream-queen, zalfverwenner, smeumeisje, buitenvetter en andere ongein. Wie iets beters heeft (bij voorkeur ook nog sekseneutraal), gelieve het in het reactievakje hieronder te deponeren.

 

Meer over het boek en een interview met de auteur hier.

5 gedachten over “Lotioner

  • 30/09/2014 om 18:08
    Permalink

    Te ironisch/humor wellicht: Kon ik maar toetreden (?) tot deze creme de la creme.

  • 30/09/2014 om 19:05
    Permalink

    Balsemaar?

  • 02/10/2014 om 21:25
    Permalink

    k klik en lees vanuit China het Dagklad dagelijks, Ik kan er niet aan tippen. Maar toch, ik heb mijn Achterob heropend.

  • 02/10/2014 om 22:56
    Permalink

    @Thijs: of ‘balsemien’ als het een vrouwtje is

    @rob: Welkom terug! Het zijn interessante tijden om je te volgen. Voor wie benieuwd is: http://achterob.wordpress.com

  • 08/10/2014 om 13:57
    Permalink

    Ik zou in weerwil van de Angelsaksische grondtekst kiezen voor het Gallische ‘lotionneur’ dan wel voor het italianiserende ‘lotionista’, naar ‘barista’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *