Zeeën en drollen

Eén weekendkrant en twee uitstapjes en alles is weer met alles verbonden, zo eenvoudig en complex kan het leven zijn.

Zo verkneukel ik, verkneukelaar die ik ben, me nu al over een boek van Thijs Broer dat ik straks ga kopen, Langs de kust, de Nederlanders en de zee. Broer voer met zijn zeilboot Najade langs… ah, dat weten jullie al, en onderzocht in hoeverre ‘wij’ (in al ons vaderlandse wij-schap) nog een zeevarende natie zijn. Hoe sterk is de verbondenheid met het water nog? Ja ook die van jullie, trotse bezitters van plezierjachten en pretsloepen!

Recensent Kester Freriks gaf me nog een overbodig zetje richting boekwinkel door in zijn lovende bespreking te refereren aan Coasting van Jonathan Raban, het verhaal van diens solotocht rond de Britse eilanden – elegie, mémoire, reisverhaal, tijdbeeld (1982) en maatschappijkritiek ineen.

Een ander zetje had ik toevallig al gehad, dinsdag, toen een vriend me op sleeptouw nam naar Marken – het voormalige visserseiland waar Broers Najade zijn thuissteiger heeft. We namen bus 315 vanaf CS en liepen er een rondje dijk. Kwamen vrijwel niemand tegen en genoten van de lichtshow die golven en novemberzon voor ons opvoerden. Een andere wereld!

Gisteren liep ik weer langs de waterkant, op zo’n stukje kust dat de Nederlanders de illusie geeft dat ze watertemmers zijn en dat de Noordzee hun pierenbad is (Thijs Broer denkt daar anders over). Samen met twee collega’s grutte ik naar fossielen op het nieuw opgespoten strand van de Tweede Maasvlakte. Ik kan zelf geen apenkaak van een mariakaakje onderscheiden, maar ik was bij voorbaat enthousiast. Voor kenners is dat gebied een goudmijn. De drenzende regen kon de pret niet drukken (de eerste twee uur althans) en onze grootste trofee was een oerbot dat te groot was om in een erwtensoeppan te passen. Determinatie volgt!

Zelf scoorde ik mijn eerste hyenadrol. Die zijn op die locatie niet héél zeldzaam maar het ging om het idee. In de wetenschapsbijlage van mijn weekend-NRC lees ik vanochtend dat er  onderzoek is gepleegd op de gefossiliseerde uitwerpselen van drie middeleeuwers uit het Belgische Nijvel. Uit deze coprolieten bleek dat die arme mensen vergeven waren van de spoel- en zweepwormen. Een van hen overleed waarschijnlijk aan een verstopping, veroorzaakt door ‘bezoars’ (de spellingcontrole protesteert hier natuurlijk, uit kiesheid of onwetendheid) – bezoars zijn ‘stroeve obstructieve poepballen’.

Gisteravond trad de huisdichteres op bij de Vorlesebühne, waar ook Midas Dekkers optrad, jullie weten wel, de auteur van De kleine verlossing.

Waarmee dit stukje ronder dan rond is. Wat jullie?

4 gedachten over “Zeeën en drollen

  • 17/11/2014 om 13:35
    Permalink

    Je hebt nog met Thijs op de buehne gestaan.

  • 17/11/2014 om 17:38
    Permalink

    @schulp: Ik had een vermoeden… Ik heb via Google gezocht naar een Zaanse Connectie in zijn CV maar kon het zo gauw niet vinden (ZL-ontkenner?)

  • 17/11/2014 om 21:12
    Permalink

    Een goede zaak dat in een Nederlandse tekst eindelijk weer eens de naam ‘Jonathan Raban’ valt. Als het over Engelstalige reisboekenschrijvers gaat, begint men in Nederland altijd meteen over Bruce Chatwin of Paul Theroux. Raban is wat mij betreft van gelijk of hoger niveau. ‘Coasting’ is daarbij één van zijn beste boeken.
    Ook bedankt voor het noemen van Thijs Broer. Nooit van gehoord tot op dit moment. Schrijvende zeilers willen nog wel eens tenenkrommend proza afscheiden, maar deze Broer lijkt me zeilende schrijver, wat mij een betere garantie lijkt voor een leesbare tekst. Ondanks het gegeven dat ik zelf een schrijvende zeiler ben. Of misschien juist daarom.

  • 20/11/2014 om 11:50
    Permalink

    Nee, Zaanlands Ontkenners zijn strict mythologische figuren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *