Mr Unpleasant

‘Mention the Kinks and many people will think of happy singalongs at summer festivals, timeless songs, fond family memories, sparkling English afternoons.’

Of in mijn geval op mijn buik liggen in het hete zand van Natuurbad Velserend, ingesmeerd met Nivea zonnebrandcrème en naar mooie meisjes kijken – uit de luidsprekers schalde You really got me (1964). Of Dedicated follower of fashion, Set me free, Days, Waterloo Sunset of Mr Pleasant. De hits volgden elkaar met grote regelmaat op.

De decennia nadien heb ik The Kinks niet echt op de voet gevolgd. Wel ik heb altijd een zwak gehouden voor hun muziek: toegankelijk, met geestige, licht maatschappijkritische teksten, soms melancholiek, soms wrang. Menselijk, mag ik het zo samenvatten? 

En nu las ik gisteren in The Guardian Weekly de recensie waaruit ik hierboven de eerste zin citeerde, over Ray Davies: A Complicated Life door Johnny Rogan. Een matige, niet bepaald sappige biografie, als ik af mag gaan op Ian Penman, die zich met tegenzin door de 768 pagina’s heeft geworsteld. 768? Napoleon en Alexander de Grote moeten het vaak met minder doen.

Maar het schokkende voor mij is dat in die turf geen vriendelijk woord blijkt te staan over de innemende, sympathieke Ray Davies, zoals het publiek hem zag. Iedereen die de zanger privé kende had gruwelijk de schurft aan hem. Onuitstaanbaar was hij, niet in het minst voor zijn broertje Dave. De heren scholden elkaar bij ieder wissewasje uit voor rotte vis. Aan een psychologische verklaring waagt Rogan zich niet; wel voert hij continu nieuwe getuigen op die grif bereid zijn te verklaren ‘that Ray was indeed an awful, awful man’.

Nou ja… Nou ja…. Ik heb het er moeilijk mee. Jammer dat Death of a Clown door Dave werd geschreven, anders was het een aardige titel geweest voor dit stukje.

7 gedachten over “Mr Unpleasant

  • 05/04/2015 om 17:15
    Permalink

    Marius: wil je mij even een mailtje sturen? Dan stuur ik jou in return iets leuks.

  • 05/04/2015 om 21:01
    Permalink

    Tellin’ Tales of Drunkeness & Cruelty …

  • 05/04/2015 om 21:01
    Permalink

    Tellin’ Tales of Drunkeness & Cruelty …..

  • 05/04/2015 om 21:06
    Permalink

    Leuk, ik was mijn e-mail vergeten en toen werd ie niet geplaatst. Dus ik terug om ‘em er bij te zetten. Kreeg ik als commentaar dat ie er al stond. Dus ik kijken, mooi dat ie er niet stond, dus ik plaats ‘em nog een keer met twee puntjes extra, dan is het namelijk een andere reactie. The rest is history, staat ie er twee keer. Met drie en met vijf puntjes.

  • 06/04/2015 om 22:28
    Permalink

    Of Ray Davies een minkukel was? Ik zou het tegendeel niet durven beweren.
    Wel heb ik het idee dat zelfspot Ray niet vreemd is.
    Een paar jaar geleden las ik “X-Ray, the unauthorised autobiography”, van zijn hand. Een, laten we maar zeggen, ‘gedramatiseerde biografie’ waarin Ray zich zogenaamd laat interviewen door een beginnende archivaris, die van “The Corporation” opdracht heeft gekregen “the life and times of Raymond Douglas Davies” te documenteren. Het boek beschrijft dus eigenlijk de werkzaamheden en bevindingen van deze naamloze klerk.
    R.D. wordt door hem geschilderd als een 70-jarige ‘has-been’, die lange monologen houdt over zijn leven als popster. Naarmate het verhaal zich ontrolt, spaart R.D. zichzelf niet.

    Dus ja; ‘well worth a read’ zou ik zeggen. Geen standaard autobiografie en wat mij betreft als literair experiment een stuk interessanter dan de autobiografie van Pete Townshend, ‘Who I am’, die maar doordreutelt en waar ik bijna niet doorheen kwam. Townshend komt er, al dan niet bewust, uit naar voren als een neurotische egoïst. Ik bedoel: goed als je verpletterend eerlijk bent over jezelf, maar schijf het dan een beetje leuk op. En bij voorkeur wat compacter dan de ruim 500 pagina’s die Townshend er voor uittrekt.

    Wat niet wegneemt dat zowel Davies als Townshend fantastische muzikanten en songschrijvers zijn, die hele stukken van m’n jeugd (zeg maar leven) op gloedvolle wijze muzikaal hebben begeleid. Waarvoor ik ze eeuwig dankbaar ben.

  • 07/04/2015 om 15:26
    Permalink

    Davies was een kunstenaar, net als Terpen Tijn. Hij had dus geen pluskukel. De enige Rommeldammer (Rommeldam, jumelée avec Raarlem) met een pluskukel was Wammes Waggel, toegerust met een volmaakt gebrek aan ego en / of zelfbeeld. Zouden slagwerkers in de popmuziek niet met een pluskukel begiftigd zijn? Hoewel, Ginger Baker–

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *