Nachtzwalken

Soms kan alleen al de titel van een boek je begeerte wekken: Nightwalking – a nocturnal history of London.

Het bleek een stevig, geleerd boek, geschreven in een zuivere, zij het soms weinig lichtvoetige stijl. Literair criticus Matthew Beaumont onderzoekt hoe men door de eeuwen heen aankeek tegen schimmige types die zich na de avondklok op straat ophielden – noctivagants en noctambulists, zoals ze worden aangeduid. Dat de autoriteiten nooit veel op hadden met zulke ‘nightwalkers’ (mag ik ze ‘nachtzwalkers’ noemen?) moge duidelijk zijn, evenals dat het ondoenlijk was ze te weren. Ze waren met te veel: verschoppelingen, ontheemden, klaplopers, werkzoekenden, weeskinderen, gestoorden, gespuis, prostituees en burgers van goeden huize die aangetrokken werden door alles wat het daglicht niet kon velen

downloads

Ik kan in een blogje geen recht doen aan Beaumonts veelomvattende boek. Neem alleen al het thema straatverlichting. Aanvankelijk gebruikte men olielampen, maar vanaf 1800 legden die het af tegen de gaslantaarn, waar bijvoorbeeld de dichter John Keats zich een apert tegenstander van toonde. Het nieuwe licht flakkerde niet en werd als hard en onpersoonlijk ervaren. Het zou zo bijdragen aan de ‘disenchantment’ (onttovering) van de wereld waar de Romantici zich tegen kantten (weg met de Verlichting / Enlightenment).

In het tweede gedeelte van het boek passeert een stoet literaire nachtzwalkers: Samuel Johnson, Wordsworth (die in zijn leven zo’n 300.000 kilometer te voet zou hebben afgelegd), William Blake, Thomas de Quincey en Charles Dickens (die regelmatig met geforceerde nachtmarsen zijn slapeloosheid en innerlijke demonen verdreef). En op de achtergrond schuifelt en strompelt, eeuw na eeuw, de grauwe massa van berooiden en rustelozen.

Beaumont bestrijkt de periode tot 1870 en laat de moderne tijd onbesproken. Alleen in het nawoord beschrijft Will Self hoe hij samen met de auteur vanuit Londen naar het platteland nachtzwalkt. ’s Nachts door de stad wandelen, ik doen het zelf uitsluitend om vanuit het centrum thuis te komen. Misschien moet ik de klassieker Delftwijk- Molenwijk toch eens bij nacht herhalen? En dan alleen? Zou ik het durven? ‘Who walks alone in the streets at night?‘ vraagt Beaumont in de introductie. ‘The sad, the mad, the bad. {…} The lost, the lonely.’ En zo nog een paar. Haarlem bij nacht? Ik ga erover denken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *