Donker

Ik las Nightwalking (zie het RaDa van gisteren) op het eilandje Rousay (op Orkney, 200 inwoners). Op een dinsdag deden we er mee aan de maandelijkse pubquiz, waaraan vijf teams deelnamen. Bij de nazit kregen we een lift naar ons huisje aangeboden en tegen middernacht stapten we vrolijk naar buiten, het donker in.

HET DONKER?!?

Het regende, er waren geen huizen in de omgeving en de straat was onverlicht. Onze gelegenheidschauffeur liep drie meter voor me en ik zag ‘m niet. De huisdichteres loste op in het zwart achter me. Het was of ik door volledige blindheid geslagen was. Het duurde maar een paar tellen. Dit is de moderne wereld – het autoslot werd van afstand ontgrendeld en op het dashboard floepten lichtjes aan, waarna ik een richtpunt had. Maar het voorval droeg bij aan mijn begrip van het boek: de angst voor duisternis, bijgeloof, de schrik bij een opdoemende gestalte of een naderend lichtje in de verte, een kreet in de nacht… Ervaringen die al onze voorouders deelden, op de laatste paar generaties na.

Ons duister, zo we het al meemaken, zal altijd iets kunstmatigs houden. In principe is het altijd  te verdrijven met een druk op een knop of schakelaar. En als we geen reservebatterijen binnen handbereik hebben, is dat onze eigen schuld. Al wat ons rest is verwijtbaar duister.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *