50 tinten zwart

In Haarlem heeft iedere wijk zijn eigen brandvlek.

Eerste zin van de nieuwe Fortinbras Vonk? Het vervolg op Smeergeld van Nausicaa Marbe? Koud, koud, nog een keer raden – ik doe er nog twee zinnen bij:

In Haarlem heeft iedere wijk zijn eigen brandvlek. Het zijn donkerzwarte vlekken, alsof iemand koffie op straat heeft gemorst, soms zo groot als heel parkeervak (sic), soms raakt de vlek enkel de randen van de stoep. Het zijn sporen van in brand gestoken auto’s.

Vooral dat ‘donkerzwart’ doet het ‘m – het is evident dat de auteur (NRC-journalist Andreas Kouwenhoven) zich de afgelopen dagen, de Haarlemse wijken systematisch afwerkend, over tientallen van die vlekken heeft gebogen. Inktzwart? Pikzwart? Gitzwart? Vaal zwart? Dof zwart? Lichtzwart? Roetzwart? Alleen ‘zwart’? Nee, ik kan er niets anders van maken – het moet echt ‘donkerzwart’ zijn.

Het zal niemand ontgaan zijn, de auto van Muggenmeester Schneiders is in de fik gestoken, misschien door stoute Hell’s Angels (ik hoed mij ervoor ze allemaal over een kam te scheren), en hij wordt sindsdien bewaakt door goede beveiligers (hoop ik). Reden genoeg dus voor landelijke kranten hun verslaggevers hier uit te zetten, speurend naar aanwijzingen, een geschroeide rode draad, een bewoner die lont ruikt.

Als bavocentrist lees je zo’n reportage over je eigen stad toch anders dan wanneer hij over Enschede of Dordrecht zou gaan. Hoe worden we afgeschilderd? Ken ik de geïnterviewden – bijvoorbeeld ‘de 39-jarige Suzanne, die op rode sokken buiten aan haar fiets sleutelt’? Wat zullen ze in andere steden wel niet van ons denken? Dat we hier geen schoenen dragen? Dat we allemáál rode sokken dragen? De couleur locale luistert nauw.

Zo lijkt de brievenbus hier ter stede nog slechts een rudimentair bestaan te lijden, afgaand op Kouwenhovens verhaal. ‘De eigenaar [van een uitgebrande witte Mercedes, RaDa-reda] woont in een huis waarvan de ramen zijn afgedekt met plakfolie. Zijn brievenbus is afgesloten met een houten plankje.’ Bij een andere woning wordt opengedaan door een jonge vrouw, die slechts fluistert geen commentaar te hebben. ‘Ook deze brievenbus is dichtgemaakt, met tape.’

Haarlem, je zal er maar wonen… Of nog erger, postbode zijn…

autobranden

Het Noord-Hollands Dagblad houdt een autobrandenkaart bij, waarop te zien is dat we meer donkerzwarte brandvlekken op straat hebben dan bloembakken. Een pyromaan is een paar jaar geleden opgepakt, maar het blijft merkwaardig dat het in deze tijden van cameratoezicht, burgerwaakzaamheid en slapeloosheid mogelijk is zo vaak toe te slaan zonder betrapt te worden.

Het RaDa publiceerde ooit een sjabloon voor Haarlemse persmuskieten (Brandend Blik) waaruit de slechte lezer (ik wil niet iedereen over een kam scheren) zou kunnen opmaken dat ik die branden bagatelliseer. Zo is het niet. Ooit zat de schrik er bij mij ook in, toen mijn ruiten een paar maal werden ingegooid (zie hier) en zoiets hoop ik nooit meer mee te maken. En van onze eigenste Muggenmeester moeten ze afblijven. Die wil ik niet omringd door agenten zien, maar ontspannen in een WE ARE LEM T-shirt. In de krant die straks op de mat ligt (noem me ouderwets, maar mijn brievenbus is niet afgeplakt) staat een interview met hem. Dus wie weet krijgt dit stukje nog een vervolg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *