Meisjes

Er liepen twee vrouwen achter me in de Kruisstraat, grimmig zwijgend.

Nee, herstel, ze rebbelden honderduit en ik hoorde een van hen midzins ‘… meisje meisje meisje kleren…” zeggen. De hersengebieden voor taal- en redekundig ontleden kwamen met spoed terug van reces.

Ah… een van de drie meisjes moet een meisje-meisje geweest zijn, met zo’n modieuze verdubbeling: “Mark is een vriend, maar niet mijn vriend-vriend”, waarbij de vriend-vriend degene is die jaloers wordt als niet-vriend-vrienden te intiem worden met de vriendin. Die zou zich kunnen verweren tegen de aantijgingen door te zeggen: “Maak je geen zorgen, ik vind Mark een leuke gast, maar niet léuk-leuk.”

Dat opgevangen flard zou je dus zo kunnen aanvullen tot een hele zin: ‘Wat is er mis mee om een meisje meisje-meisjekleren te geven?’ Een jongen-jongen geef je een stiletto voor zijn verjaardag en een scheikundedoos, en je steekt hem in camouflagepak. Maar (met alle respect voor 2000 jaar feminisme) je meisje-meisje maak je blij door haar uit te dossen in petticoat en hakjes.

Inmiddels zat ik in Battus-modus. Drie meisjes achter elkaar in een zin, kon ik dat overtroeven? Als je zo’n meisje-meisje meisje-meisjekleding geeft, begint ze te stralen = 4x.

Een lesbiënne die op meisje-meisjes valt, zou je een meisje-meisjemeisje kunnen noemen. Zelf draagt ze misschien stugge tuinbroeken. Dus als als je dat meisje-meisjemeisje meisje-meisjekleding geeft, zal ze die willen ruilen = 5x. Meisje-meisje-meisjes hebben hun eigen klederdracht: meisje-meisjemeisjekleding. Dus 6x moet ook kunnen. En 7x laat ik hier slingeren als kluif voor de echte manie-maniakken. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *