Hier moet ik ingrijpen

‘Stap achterop, dan rijden we ons te pletter,  sprak Michonis, met het pistool achter Frisia’s rug. Hij wees op zijn motorfiets, naar het plaatsje achterop, dat met hem aan het stuur zou worden uitgespaard.
Het is een klein plaatsje, dacht Frisia, ik zou me onderweg ook in mijn eentje naar achteren kunnen laten vallen, dan sterf ik in ieder geval zonder hem. Maar ze verwierp deze gedachte want ze wilde nog niet dood.

Zo begint het allereerste verhaaltje uit Doodskreten worden graag gehoord. Het literaire debuut van de huisdichteres uit 1988 en mijn favoriete titel uit de wereldliteratuur (lees die titel, drie keer – het boek zelf is helaas niet meer te krijgen).

Juvenilia? Een jeugdzonde? Het was toen ik Sylvia dertien jaar geleden leerde kennen haar enige gepubliceerde werk – Men zegt liefde verscheen kort daarna. Ik begon er met enige huiver aan. Hoe leg ik haar uit dat ik een zure lezer ben, die zich niet licht gewonnen geeft? Gelukkig, de verhalen waren geschreven in een frisse stijl, zonder opsmuk. En er gebeurden vreemde dingen in. Potloden plegen een putsch en nemen onverbiddelijk de macht over in het huis van een eenzaam meisje. Een amoureuze pollepel zuigt zich vacuüm aan de mond van ene Frisbia en zo is er meer. Ik citeer nog een paar eerste zinnen (zodat Hubers-kenners vertrouwde thema’s kunnen spotten) en dan is het tijd voor het HEUGLIJKE NIEUWS.

Ik ben altijd bang geweest voor mijn eigen skelet.
Er was eens een kaarsenstandaard die weigerde alleen maar vuurdrager te zijn.
Ieder gezond mens heeft weleens een fobie gehad, of wordt er nog steeds door dwarsgezeten.
Bent u bang voor de liefde? Ik niet. Althans tot gisteren niet.

 

76c1375c-cbd3-4a06-8598-c2c68a8235d0

 

De afgelopen dertig jaar is Sylvia steeds proza blijven schrijven. In dichtbundels als Vandaar dit huwelijksleven en God gaf ons apparaten zaten ‘prozagedichten’ als verstekeling. En de laatste jaren kreeg het proza een krachtige impuls door de oprichting van de Utrechtse Vorlesebühne. En nu is er Hier moet ik ingrijpen, een gulle bloemlezing uit de veelheid aan korte absurdistische stukjes die ze de afgelopen decennia schreef. 268 maar liefst!

 

De feestelijke presentatie is op zaterdag 10 oktober in Athenaeum Haarlem, om 17 uur.

 

Toegift:

Bij de Gamma

We wilden een nieuw universum in elkaar zetten, want dat wat we hadden, was niet goed. Dus wij aan de slag, met driehoekjes, vierkantjes en allemaal van dat wiskundige gedoe. Nou. Wat dacht je dat we uiteindelijk kregen?
Precies hetzelfde! Hetzelfde universum als we al hadden! We liepen naar buiten in ons nieuwe ouwe universum, kwam ons de buurvrouw tegemoet en de buurman en ze vertelden ons dat ze vandaag nieuwe tegeltjes hadden gekocht, bij de Gamma. En keken erbij alsof ze zojuist Volledig Nieuwe Perspectieven hadden aangeschaft.

Ja, zo kort kunnen ze zijn. Op Youtube staat een tiental appetizers, opgenomen door Max Sipkes en voorgedragen door diverse lezers (onder wie de auteuse zelf). Je kunt ze vinden door te klikken op de link links (of op deze, voor wie niet helemaal terug wil, of op deze). De afbeeldingen zijn van de Haarlemse kunstenares Angela Bogaard.

 

9 gedachten over “Hier moet ik ingrijpen

  • 28/09/2015 om 08:01
    Permalink

    Je mag dan (kennelijk) een zure lezer zijn, volgens mij maak je dat ruimschoots goed door je uiterst opgewekte aanwezigheid bij Voorlezingen!

  • 28/09/2015 om 08:01
    Permalink

    En ik kijk reikhalzend uit naar Sylvia’s nieuwe bundel!

  • 28/09/2015 om 13:59
    Permalink

    Ha Brigit: Ja, die bundel wordt bijzonder, denk ik. Weet niet goed waar ik de stukjes mee zou kunnen vergelijken. Bestaat ‘naief cynisme’ al als genre?

  • 02/10/2015 om 13:40
    Permalink

    Ik weet nog steeds niet zo goed wat een ‘prozagedicht’ nu precies is, maar ik ben een groot liefhebber van kort, krachtig taalgebruik. Geen lange zinnen, weinig komma’s en andere leestekens. Maximale betekenis in een zo klein mogelijk aantal woorden. De verhaaltjes van Armando, bijvoorbeeld.
    Die van de huisdichteres lijken me wat lichter van toon. Wat goed is, want het kan niet altijd over het menselijk tekort gaan. Die toegift heeft me lekker gemaakt. Daar komt bij dat ik tegenwoordig geen zin meer heb in romans. Als het geen biografie of andere non-fictie is, dan moeten het zo kort mogelijke verhalen zijn. En aan die negentien euro en vijfennegentig cent zal het ook niet liggen. Bedankt voor de aankondiging.

  • 07/10/2015 om 13:16
    Permalink

    Als cynisme het wapen van de machteloze is dan is naïef cynisme zoiets als argeloze machteloosheid. Nou niet direct een karakteromschrijving waarmee ik de huisdichteres associeer.

  • 07/10/2015 om 16:39
    Permalink

    @Henk: Maar kom nou toch maar, het is een leuk boek.

  • 08/10/2015 om 21:50
    Permalink

    @Kees van Dijk: En via bol.com krijg je ook nog deze recensie erbij: ‘Achttien verhalen rond thema’s als de traumatiserende kindertijd en de al even treurige leefwereld van de jong-volwassene. De jonge schrijfster heeft een vlotte stijl op cursiefjes-niveau, maar het lukt haar niet altijd om origineel te zijn. Een frisse kijk op haar onderwerpen en een levendige fantasie zetten evenwel de toon. De uitgave werd verzorgd door de Stichting Lift, die het amateurschrijven bevordert en stimuleert. De omslag is bescheiden en smaakvol; de druk duidelijk. Mogelijk ook bruikbaar voor de wat gevorderde deelnemers aan basisedukatie.’
    (NBD|Biblion recensie, Tonnie Haarsma.) Vooral die laatste zin zou in meer recensies moeten staan!

  • 09/10/2015 om 11:31
    Permalink

    Best een uitgebalanceerde recensie, maar die kwalificatie ‘een vlotte stijl op cursiefjes-niveau’ zal destijds toch wel lang zijn blijven hangen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *