Fietsend geluk

Twee uur zat ik gisteravond in de knusse bubble van de Utrechtse Vorlesebühne, waar de huisdichteres optrad met een amusant proza-ensemble, met o.a. Bernhard Christiansen en Eva Meijer.

En dan komt het moment dat je de intimiteit van de houtzaagmolen moet verlaten. Buiten was het guur en nat, dat wisten we al. Die twee neon vulpotloden van de moskee kwamen evenmin als een verrassing. Soms vind ik ze mooi, maar nu triggerden ze de beelden van de Parijse gruwelen.

 

mostrecht

 

In de trein las ik Laura Starink, over de transformatie van Königsberg in Kaliningrad; geen opwekkende literatuur en tegen een uur of een, toen we station Haarlem bereikten, zat de somberheid weer diep in mijn poriën. Met het nodige vernuft vonden we een route tussen regenplassen en bouwobstakels door naar het Staten Bolwerk. Guur en nat, dat schreef ik al, maar het stormde bovendien. Er zijn dagen dat het hek daar als een windharp werkt en een soort sirenengezang voortbrengt. Zo ook gisteren, alleen wilde de betovering niet komen, niet bij mij, ik hoorde een elegie.

Twintig meter verder kwam het geluk toch eventjes onze kant op. De fraaie akoestiek van het Franklin Hoevenstunneltje bracht uitbundig melodieus gezang voort. Een meisje op de fiets zwierde de Verspronckbrug over, zwarte haren verwaaid, gedurfd slalommend langs de plassen en straatvijvertjes. Stuur-, toon- en tekstvast. Not a worry in the world. Aangeschoten, misschien en/of verliefd of vrolijk omdat ze niet anders kon. Ik zwaaide dankbaar naar haar voordat ze verdween in het duister van de Van Ostadestraat.

Ze deed me aan Amy MacDonald denken. Zouden er in Schotland mannen rondlopen die haar op haar zestiende alleen door de nacht hebben zien fietsen, luidkeels zingend? Of fietst Amy niet?

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *