Goed gezelschap

Het lukt niet in ieder café, het gaat heus niet altijd zo, maar gisteren gebeurde het dat ik geheel alleen aan een cafétafeltje zat en merkte wat een goed gezelschap ik kan zijn voor mezelf.

Het was in Driehuis, in het etablissement waar ik op vrijdag de week pleeg weg te spoelen met collega’s. Ik was op de bonnefooi gegaan, had gehoopt dat er een paar waren, maar toen dat niet het geval bleek en ik mijn Amstelbok had gekregen, treurde ik niet. Alle tafels in de gelagkamer waren bezet, het geroezemoes bedde mij behaaglijk in en ik kon ongestoord lezen in de prachtige bundel die dit kwartaal bij poëzietijdschrift Awater zat, Trappen van Sebastiene Postma (1957). Een laat debuut, met vernuftig geconstrueerde bespiegelingen en tegelijk een prettige opfriscursus voor de anglist; de meeste gedichten beginnen met een biografische anekdote van een van de Groten uit de literatuur: ‘Wanneer John Clare, de peasant poet, weer psychotisch was, stelde hij zichzelf aan vreemden voor als Shakespeare of Byron – of die twee tezamen …’

En tussen de gedichten in – je tikt ze minder makkelijk weg dan een handje pinda’s – zagen mijn eigen gevoelideeopinemoties hun kans schoon. Mijn jongste broer stuurde me een mail: hij was het afgelopen weekend bij een concert van Stiff Little Fingers in Belfast; de dinsdag daarna traden de bejaarde punks op in Parijs. Ja, dat optreden ging door. In een persverklaring liet de bandleider weten dat ‘When we were growing up in Belfast, I was always saddened by the fact that groups would never come and play there because of the political situation. I was deprived of another “normal” part of life.’

Het normale leven, laten we het daar eens over hebben. Donderdag was ik bij de theatervoorstelling Hoe mooi alles over Leo en Tineke Vroman – voor wie het lot (na veel sadistische schijnbewegingen) uiteindelijk welwillend was. Ik nam een tweede Bokje en liet me meevoeren, het voelde in mijn hoofd ongeveer zo (alleen zonder de weeë muziek – zet die a.u.b. eerst uit).

 

 

In het Engels heet zo’n zwerm spreeuwen trouwens een ‘murmuration’ – een andere betekenis van dat woord is geroezemoes en dan zijn we terug in mijn kroeg, met zijn osmose van geluk en verdriet: de groep aan de grote tafel kwam net terug van het nabijgelegen Westerveld en daar komt bij, een paar weken geleden stierf, aan zijn eigen toog, eigenaar / kastelein Ruud aan een hartaanval en ook voor hem deden mijn spreeuwen een choreografie.

We worden als originelen geboren/ en sterven als kopieën, zegt Edward Young (Trappen XXXVII, p. 42) – daar zette ik een kriebeltje bij in de kantlijn. Morgen nog eens over nadenken. Jullie snappen, het was al met al een roezig uurtje in mijn hoofd. Toen ik buiten stond, doken er toch nog drie collega’s op. “Ga je écht niet nog even mee naar binnen?”

Nee, daar hoefde ik niet over na te denken (al deed ik wel alsof). Het was goed zo.

Eén gedachte over “Goed gezelschap

  • 24/11/2015 om 14:54
    Permalink

    Wie aan zichzelf genoeg heeft, zal zich nooit vervelen.
    Erasmus.
    Niet dat ik dagelijks met Desi verkeer, maar kwam het tegen in een winkeldochter die ik van mijn boekhandelaar kado kreeg. Op het schutblad.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *