Lange lunch?

Mijn journalistieke instinct slaapt overdag nooit, dus toen ik dinsdagmiddag het stadhuis passeerde en in de Gravenzaal het brandalarm hoorde gieren, hield ik de pas in. 

Een RaDa-primeur? Muggenmeester Schneiders die aan vastgeknoopte vitrage boven het bordes spartelt, in afwachting van de hulpverleners? Radeloze ambtenaren in de dakgoot boven de vierschaar, terwijl de eerste uitslaande vlammen aan hun tenen likken?

Er gebeurde niets. Zelfs als er binnen rook was noch vuur, zouden zich op de Grote Markt toch minstens personeel moeten opstellen in de bij een brandoefening protocollair voorgeschreven formatie. Ze zouden er toch niet doorheen pitten met z’n allen, vroeg ik me af. Of zou het hele gebouw onbemenst zijn – het is tenslotte wintersporttijd. Noem mij sarcastisch over het werkethos ten stadhuize, maar die ochtend had ik net in The Guardian Weekly gelezen over de langste lunch: over een Spaanse ambtenaar uit Cádiz, die in 2010 door de onderburgemeester zou worden gehuldigd als dank voor twintig jaar trouwe dienst. Bij navraag aan belendende bureaus bleek dat de man al minstens zes jaar niet op zijn werkplek was verschenen en ook voordien had hij het niet al te nauw genomen met de geldende kantooruren (hij las thuis veel Spinoza, liet hij desgevraagd in de rechtszaal weten).

Toen het brandalarm even later opnieuw afging, liep ik binnen bij het inpandige VVV. Daar snerpte het akelig hard. De baliemedewerkster vroeg met een gepijnigd gezicht wat ze voor me kon doen. Nee dank u, geen Hofjestocht, maarruh… “Ja, ze zijn al twee dagen bezig met afstellen,” gilde ze boven het alarm uit. “Ik word er tureluurs van.” “Nou ja, brand is erger”, zou ik gezegd hebben als ik had kunnen nadenken in die gekmakende herrie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *