Blootshands

Gisterochtend bond ik mijn tas onder de snelbinders, snoof de frisse ochtendlucht op en ging schielijk terug naar binnen om mijn handschoenen te zoeken tussen hun natuurlijke bondgenoten in de kast: sjaals, wanten, wollen mutsen, moffen en neuswarmers.

Ik was snipverkouden en een beetje rillerig, dat had er ook mee te maken, maar toch… Enige schroom voelde ik wel toen ik ze aantrok. 5 oktober, 10 graden? De eerste tegenliggers fietsten allemaal stoer blootshands. Ik was een koukleum, een mietje. Maar naarmate ik vorderde begon ik te twijfelen aan de wijsheid van de meute. Sommigen hadden één hand in hun broekzak, een man reed met zijn armen onder zijn oksels geklemd. Ik was de enige mét. Als ik vanochtend in de berm een wantenkraampje was begonnen, had ik morgen stil en handschoenloos kunnen gaan leven op een tropisch eiland, dacht ik (onzinnig, maar ik dacht het wel).

Ik wuifde nog net niet triomfantelijk naar iedereen, maar met iedere kilometer werd ik tevredener met mijzelf en mijn onafhankelijke opstelling. Zeg maar tot driehonderd meter voor de school, toen ik ze om imagotechnische redenen toch maar in mijn jaszak moffelde.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *