Geforceerde mars

We kwamen uit Krakau en moesten in Frankfurt Flughafen overstappen op een vlucht naar Schiphol, die om 21 uur vertrok. Lufthansa zette ons keurig om acht uur aan de grond, een bus vervoerde ons zonder mankeren naar de terminal en we begonnen de pijlen met Transfer te volgen. We hadden een uur – dat zou ruimschoots genoeg zijn, veronderstelde ik. Afgezien van een noodzakelijke sanitaire stop draalden we niet. Liever eerst naar gate A40, voor de zekerheid.

Op zo’n luchthaven filter ik zo veel mogelijk zintuiglijke prikkels weg. Werktuiglijk volg ik de bordjes, neem de afslagen, stap goed gedresseerd op de lopende band. Ditmaal was het wel lastiger dan anders. Mijn oren tuut-tuterden nog na van de landing en bovendien voelden we ons verantwoordelijk voor mijn 89-jarige moeder, die al babbelend nog wel eens een ‘mind the step’ kan missen. In Krakau had ze zich conditioneel kranig gehouden – haar verzekering vooraf dat ze per dag maar zo’n anderhalf uur kon lopen bleek veel te pessimistisch; met kathedralen of een stoere Poolse worstmaaltijd als lokkertje lag haar mileage aanzienlijk hoger. Maar er wachtte nog een onverhoopte krachtproef.

Na 25 minuten lopen en meerijden op de lopende band, begon ik een grap te vermoeden. Ik schatte dat we al minstens een kilometer hadden afgelegd. We schenen pier A te naderen, maar er doemden onverwachte hindernissen op, zoals trappen. Ah… er  was een lift.

.

FRA_TerminalMap_alm13972

.

Alleen schoot het niet op. Mijn moeder liep naar beste vermogen, innig gearmd met de huisdichteres, dus het gaf geen pas haar nog meer op te jutten. Concourse A begon (dat zal je altijd zien) bij A1. Dus  A40 was helemaal achteraan – een binnenlandse vlucht zou een uitkomst geweest zijn. Ik was er niet langer gerust op dat we onze aansluiting zouden halen. Tijdens onze geforceerde mars langs de eindeloze Lufthansa-balies speurde ik naar steekkarretjes, rolstoelen of andere transportmiddelen die ons van dienst konden zijn. Lou loene. Om 8.45 uur hadden we A28 bereikt en A40 was nog buiten zicht.

Op dat moment reed er een elektrisch karretje langs met een verlamde jongen als passagier. En een lege stoel. Toen het vast kwam te staan in de drukte waagde ik er een ‘Entschuldigung’ aan en legde onze penibele situatie uit. De chauffeur ontfermde zich prompt over mijn moeder en de huisdichteres en ik stresskipten door naar A40. Al na vijftig meter werden we ingehaald. Mijn moeder zat jolig achterin en wuifde uitgelaten, als was het de Efteling. Toen we aankwamen begon de rij net de slurf in te schuifelen. Dus eind goed, al goed.

Tot besluit nog een foto van mijn moeder met haar generatiegenoten… nou bijna: die types achter de vitrine zijn holenmensen en knotsenzwaaiers in het Archeologisch Museum in Krakau.

.

oermensen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *