Chalazion

Aan de binnenkant van het onderste ooglid van mijn linkeroog zit sinds een dag of tien een dingetje, bobbeltje, frutsel, aangroeisel dat er eerst niet zat. Het doet geen zeer en een contra-indicatie voor nakijkwerk is helaas niet aan de orde.

Het wordt niet erger maar maakt evenmin aanstalten vrijwillig weg te gaan, dus vanochtend voor de zekerheid toch maar even naar de dokter. Ze had er een mooi woord voor paraat, dat ik in dank aanvaardde: chalazion. Ik bedoel, als er een onnatuurlijk blonde man op een zeepkist staat die de massa toeschreeuwt ‘Willen jullie meer of minder chalazions?!?’ zal de meerderheid toch ‘meer!!!’ joelen, gok ik zo.

Een chalazion is een verstopt talgkliertje; als het me te zeer hindert, kan de oogchirurg het eenvoudig verhelpen. De Nederlandse benaming is ‘gerstekorrel’, met één hit op het RaDa, want de Vlamingen noemen een gerstekorrel ook een ‘zwijntje’ (zie mijn Nieuwjaarswens van 2010).

.

chalazion

.

Toen ik ‘chalazion’ zojuist opzocht op een pagina met allerhande oogmalheur, struikelde ik over een andersoortig knobbeltje aan het ooglid – een ontsteking van een wimperhaar. Eveneens met een mooie medische naam, hordeolum. De volksmond weet er wel weg mee: strontje, zwijnspuistje, brandpuist, zeikertje, kerkstichel, stiegje, padschijter, paddescheet, weegscheet, padoog, draddeltjesoog, preutoog, piepoog, pisoog, kersteikel.

De rijkdom aan (vooral Vlaamse) termen heeft iets troostends. Want hoeveel tienduizenden  knobbeltjes waren er nodig om zo’n variëteit aan termen te doen ontstaan en ingeburgerd te laten raken? En de meeste van die knobbellijders hadden (anders dan ik) geen betrouwbare oogchirurg beschikbaar – hoogstens een autodidactische chirurgijn.

P.S. Voor de erkende woordsmullers linkjes naar Rada-stukjes over lieveheersbeestjes en libellen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *