Datsenraaps

Zondag bij een avondwandeling moest ik aan een gedicht van Joost Mulder denken, dat hij schreef in de tijd (2009) dat zijn Ampzing Genootschap in de race wedren was voor het stadsdichterschap van Haarlem. Hun inzending heette ‘Datsenraaps’.

.

kenautopsy

.

Met een laatste, onmerkbare zucht
Is de wind gaan liggen
Volmaakt vlak nu toont het Spaarnewater
Op elk adres een tweede huis
Spookachtig naar beneden wijzend
Een omgekeerde stad zonder fundering
Geen houten heipaal die ten hemel wijst
Geen onderwaterhypotheekschuld
Geen onderwaterkind dat om zijn moeder krijst
Ik zou een wandeling willen maken
In Datsenraaps, de averechtse Spaarnestad
Zou ik op dode burgers stuiten,
Verkleumd en tot het bot toe nat?
De holle hamerslagen horen
Van de kuiper op het nog lege vat?
De wind keert terug
En legt mijn droom in duigen

.

kenaunietturvy

.

Dit was bij het Kenaupark – en de onderste foto is de echte, helaas.

Krapuanek? Nee, daar zit geen gedicht in. Dat klinkt meer als een vulkaan bij Papoea-Nieuw-Guinea.

Paars PS Een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen? Abonneer je via ‘Over RaDa’ of in de zijbalk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *