Verwarde mannen

Ik fietste de Zijlstraat in. Een rijzige man met sluik, donker haar die met zijn fiets op de stoep stond, stak verheugd zijn hand op en zei met beschaafde stem: Hé, nou dat is ook toevallig!” Ik remde, herkende hem niet onmiddellijk, maar als het íemand was moest het mijn neef Maarten uit Breda zijn, die ik tien jaar geleden voor het laatst zag. En anders schoot het me misschien alsnog te binnen.

“Wat doe je hier in de stad?” hield ik mijn kruit droog. Hij glunderde breed en zei zonder op mijn vraag in te gaan: “Wat grappig, zo kort nadat je me vrijdag dat sms’je stuurde.”

Uh… sms’en? Ik ben geen sms’er. Wie sms’t er überhaupt nog? (Ik zette een streep door neef Maarten als kandidaat). Hij bespeurde mijn twijfel. “Jij bent toch wel Roland?”

Nee, nooit geweest ook. “Dan stel ik voor dat ons contact hier eindigt”, zei ik. “Leuk u even ontmoet te hebben.” Twee verwarde mannen namen vriendelijk afscheid.

 

P.S. Het RaDa heeft een categorie Ontmoetingen

Paars PS: Een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen? Abonneer je via ‘Over RaDa’ of in de zijbalk.

3 gedachten over “Verwarde mannen

  • 15/04/2017 om 17:59
    Permalink

    Herkenbaar. In zo’n precaire situatie is mijn hakkelende antwoord: “Sorry ik dacht dat u iemand anders was.”, waarna ik godverend verder ga omdat ik mijn reactie zo stupide vind: ja natuurlijk is hij iemand anders; iedereen die je tegenkomt is iemand anders, zelfs je eigen vrouw! Tenzij hij je dubbelganger is natuurlijk: “Nee, ik hoor, ik ben u.”

  • 18/04/2017 om 14:04
    Permalink

    @Onwijsgeer: En gek genoeg heeft de uitdrukking ‘jezelf tegenkomen’ een negatieve betekenis.

  • 20/04/2017 om 12:26
    Permalink

    Er zijn veel (bijna) dubbelgangers en ik heb ook wel eens iemand vanachter op de schouder getikt in de veronderstalling dat het een goede kennis was. Idd niet dus. 😉

    Omgekeerd ben ik wel eens ‘zomaar’ door een Duitser aangesproken in Innsbruck. Hij liep op me af in de veronderstelling dat ik hem ook zou herkennen. Niet dus. Hij wist ook niet mijn naam. Punt was dat ik hem 7 dagen (en 700 fietskilometers) eerder in Mainburg (niet aan de Main) had gezien in een konditorei. Hij zat daar met fietskleren aan en zijn vrouw van die witte Beierse worsten te eten. Zelf schuilde ik er voor de regen met een kom soep. Meer dan eetsmakelijk wensen ging die conversatie niet, zodoende wisten we elkaars namen niet. In Innsbruck zag ik er hetzelfde uit in m’n fietskleren, maar hij was nu in gewone kledij en zonder vrouw. Dat zet je dan toch op het verkeerde been.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *