Bollenreiziger

Eind 2008 verscheen het eerste nummer van Haarlem glossy HRLM. Voor mij gefundenes Fressen: voor de Broodkast schreef ik er een vrolijke radio-column over, niet verwachtende dat het blad 50 glanzende nummers later nog steeds zou bestaan.

.

HRLM

.

HRLM heeft de vriendelijke gewoonte om de lancering van iedere nieuwe editie op te luisteren met een feestje waarbij iedereen die in het blad staat wordt uitgenodigd. Ik ging mee met de huisdichteres (geïnterviewd) en ontmoette daar Joost Mulder, nog glimmender en glunderender dan gebruikelijk.

Hij stond op pagina 18, met zijn eerste boek, Niet voor één gat te vangen. “Het gaat over een bollenreiziger…” vertrouwde hij me toe. Juist, Joost, maarruh…? Ik stond niet direct in vuur en vlam, er wachtte thuis een torentje vakantieboeken op me. Die inmiddels hoogbejaarde bollenreiziger, Ton Trossèl, had hij ontmoet op een feestje en diens smeuïge verhalen smaakten naar meer. Zozeer naar meer dat er een vervolgafspraak kwam (met ‘opnameapparaat’) en van het een…

De sappigste stukken van het boek spelen zich af tijdens de oorlog en de periode kort daarna, als Ton en zijn kornuiten/concurrenten de Amerikaanse markt moeten veroveren. Eenvoudige, arme, maar onverschrokken jongens uit Sassenheim en Hillegom, die hengelden naar lucratieve cont(r)acten met rijke supermarktketens. In onbeholpen Engels, dat ze compenseerden met branie, charme en gimmicks (schilderijen van de Amsterdamse grachten als relatiegeschenk, filmpjes van het bloemencorso, Volendammer kostuums, etc.). En na een paar maanden avontuur was er onvermijdelijk de terugkeer naar hun eigen Bollenstreek, waar de zeden even rechtlijnig en streng waren als de rijen hyacinten op het land.

.

bulbs

.Wat een leuk boek is dit! Ik las het tijdens een treinreis naar Zwolle en terug en verveelde me geen moment. De stijl staat me aan (soms wat plechtstatig, altijd uiterst verzorgd) en iedereen uit onze contreien vindt er veel herkenbaars: ‘In juli [1951] zijn we toen getrouwd. Onze huwelijksnacht was in Hotel Lion d’Or in Haarlem. Daar hebben we ook onze trouwfoto laten maken, bij studio Nel Herbert in de Lange Veerstraat.’

Die Ton Trossèl was een gisse jongen, met weinig rust in zijn donder. In 1971 begint hij een tweede leven en zet een stomerijbedrijf op, Reinette. Ook deze nieuwe fase in zijn carrière geeft een prachtig tijdsbeeld. Daarbij helpen ook vele krantenknipsels en zwart-witfoto’s. Joost Mulder heeft het boek in eigen beheer uitgegeven (voor verkooppunten zie www.datsenraaps.nl) en het plezier waarmee hij dat deed werkt aanstekelijk. Ik zou zeggen, lees het eerst zelf en daarna kun je er iedereen die wel eens een bol heeft gepeld blij mee maken.

Paars P.S.: in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Eén gedachte over “Bollenreiziger

  • 24/07/2017 om 14:23
    Permalink

    Wat leuk! Ik zat bij Joost in de klas.. ga ik zeker lezen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *