Onder de leden

Een week RaDa-stilte en dat had iets met de leden te maken. Er zitzat iets onder en zolang het er onder zit weet je niet wat het is.

Onder alle leden zat wel iets, zo voelde het. Beetje rillerig, beetje trillerig, veel te moe voor de verrichte inspanningen, lichte hoofdpijn en koude tenen. De verstekelingen reisden onvermoeibaar door het hele lichaam, op zoek naar zwakke plekken waar ze onheil konden stichten: kies, blaas, neus, gewrichten, enz. Op spectaculaire successen konden ze niet bogen (hoge koorts, ijlen, overgeven) maar alles wat ik deed vergde extra moeite: op het werk, als de klas wachtte op het begin van de les, leek het of formulieren, blaadjes en boeken zich eigenmachtig verplaatsten, verstopten en hergroepeerden; en ook de computer leek last te hebben van mijn virus.

En allengs tast(t)en ze (ik denk dan al gauw aan een paar miljoen guerrillastrijders) ook mijn humeur aan, vanonder mijn leden. En mijn schrijflust. Vreemd: het afgelopen weekend namen ze vrij; toen wandelde ik in de omgeving van Maarn (Utrecht) en zat alles mee. Heerlijk gelopen. Maar maandag was het weer dringen onder mijn leden. Dat ziet er onder mijn oksels dan zo uit:

.

pepernotenpaddestoelen

.

Nee, grapje, dit waren paddenstoelen tijden onze wandeling. En dit was een hagedis die nog wat nazomerse zonneënergie opdeed.

.

hagedis

.

Wat die leden betreft hoop ik er voorlopig maar het beste van. Er heeft wel eens vaker iets onder gezeten.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *