Waantaal

Straatjournaal-column, nov. 2017

Volgens sommige geleerden is menselijke taal ontstaan als een soort vogelzang: lange, melodieuze klankvariaties, met veel gevoel. Het zou best eens waar kunnen zijn, afgaande op het wijdogige gesprek van de twee jonge vrouwen in de stille koffiezaak.

Ze begrijpen elkaar volkomen en beamen grif alles wat de ander zegt. Ja, heb jij dat ook…? Radde praters zijn het, op haperingen of adempauzes betrap ik ze niet. De brunette (‘graag een latte met weinig melk en heel veel schuim’) claimt ietsje meer zendtijd dan de roodharige, maar ze zijn aan elkaar gewaagd. Hun gekwinkeleer deert mij niet; ook zonder luistervink te spelen kan ik wel raden waar de conversatie heen gaat. De een heeft een Krijn (jonge vader, harde werker) en een James (8 maanden, blieft geen vruchtenprakjes), de ander een Mats (groenteweigeraar) en een Aart (36 jaar, die ongedurig is als hij Mats de groentehapjes voert). Beiden werken, beiden fitnessen om hun figuur te redden, beiden hebben het druk en proberen alles goed te doen en… en… De bruinharige wordt gebeld, de poes loopt ineens kreupel en haar aanwezigheid is thuis vereist. ‘We moeten dit véél vaker doen!’ Ze betalen ieder hun eigen latte en gaan naar Krijn, Aart, Mats, poes en James.

De intimiteit van hun gesprek wantrouw ik (zoveel inlevingsvermogen, kan dat?) en inhoudelijk was het weinig melk en veel schuim. Maar het voorzag duidelijk in een diepgevoelde behoefte. Het contrast is groot als hun plek wordt ingenomen door een tassen torsend echtpaar. North Face-jacks. Jaar of zestig, type ‘hèhè, nou daar zitten we dan’. Koffie, appeltaart en amper tekst. Na een korte observatie over de storm blijft het langdurig stil. Een lege, almaar luidere stilte. Niet nors, maar er komt gewoon niks. Dan begint de man luid mee te neuriën met de achtergrondmuziek; af en toe brabbelt hij een regel mee. Het houdt weer op. Zij onthoudt zich van commentaar. Hij hervat zijn geneurie en die vrouw kijkt berustend naar buiten met zo’n gezicht van ‘ik kan het hem helaas niet afleren’.

Praten, je denkt er zelden over na – tenzij een woordenstroom buiten zijn oevers treedt of juist opdroogt. Spreken lijkt even vanzelfsprekend als ademen – wij mensen maken geluidjes zoals mussen tsjilpen. We kibbelen over een broodkorstje. We laten weten dat we er nog zijn of het beste met elkaar voorhebben. De bijbehorende woorden wellen op zonder dat we er moeite voor hoeven doen. Woorden zijn altijd voorradig wanneer we ze nodig hebben, toch?

Misschien was het daarom wel dat het boekje Zo tollig en zwarrig me zo raakte. Waantaal van Nico is het bijschrift, wat verwijst naar een man die op zijn 95ste werd getroffen door afasie. Een normaal gesprek was er niet meer bij: de eenvoudigste woorden lagen ineens buiten zijn bereik, wat hij trachtte te compenseren met een onbegrijpelijke privétaal. Nico zei dingen als Als ik zwijg kan ik lempen. Gefrappeerd door de geheimzinnige schoonheid ervan, tekende zijn geliefde die op.

Korte rokken en russe klassen, alles is snel verachteld. En Je moet gezond eten: pijpels en uppels en zo. Of Een of twee om lekker door te steken in het prunt. Het zijn eigenlijk lekkere fluien uit de vrije buis komende. Jan Stroeve zette zijn associaties bij die wonderlijke woorden om in ontroerende schilderijen, die eveneens in het boekje staan.

Daarmee is deze uitgave een prachtig eerbetoon geworden aan Nico’s eenzame zoektocht naar contact. En tegelijk een troost voor iedereen die dierbaren wanhopig heeft zien grabbelen naar taal die er eerst nog was. Lees dat boek, want, zoals Nico het uitdrukt: Lukjes en slaapjes en doodjes, je vindt er van alles.

downloads

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

3 gedachten over “Waantaal

  • 11/11/2017 om 21:40
    Permalink

    Mooi stukje, Marius!

  • 13/11/2017 om 22:02
    Permalink

    Vriend van mij, in de leeftijd van mijn vader (83), heeft afasie; met ’n gezamenlijke vriend bezoek ik hem regelmatig. Zonder ovedrdrijven mag ik zeggen, dat hij altijd blij is, als -zoals vaak- ik hem wèl begrijp en versta. En als tolk mag fungeren…
    Ik onderschrijf Fedde’s reactie: Mooi stukje!
    Zeker voor een emancipatoire krant als het Straatjournaal…

  • 14/11/2017 om 17:37
    Permalink

    @Fedde en Sjaak: dank voor de compli’s!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *