Taligheden

1. Zondag was ik in Woerden bij een lezing / optreden van Wim Daniëls, auteur van een slordige zeventig boeken over taal in al zijn verschijningsvormen (de bibliografie in Wikipedia is een eerbiedige klik waard).

Het was een leerzame en onderhoudende middag, met een hoofdrol voor Daniëls’ geboorteplaats Aarle-Rixtel, waar ze zich in zijn jeugd (hij is van 1954) nog bedienden van een zeer smeuïg Brabants dialect, met tweemaal zoveel klanken als ons stijve ABN en prachtige woorden als ‘ertschallen’ (=aardebitter)  voor paardebloem (in het Engels ‘dandelion’ = ‘dents de lion’ = leeuwentanden). Ah, hij is geïnterviewd door Brigit Kooijman, die uit zijn mond het lekkere woord ‘schottelslet’ voor ‘vaatdoek’ optekende (we kennen sinds kort haar fascinatie met huishoudelijke zaken).

2. In het HD stond dit weekend een overzicht van bedrijfsjargon, van ‘aanvliegroute’ (benadering/aanpak) tot Vrijmibo. Ik merkte al lezend dat mijn tenen zich krommer kromden bij de Nederlandse uitdrukkingen (‘er een klap op geven’ / iemand ‘ergens op insteken’ voor bijpraten) dan bij de apert aanstellerige en lachwekkende (‘bila’ voor ‘bilateraaltje’ = gesprek met zijn tweetjes) of Engelse (‘challengen’ / ‘dedicated’). En ja, getver, wat vliegen er uit die lijst veel voorbij tijdens een willekeurige nu-niet-indutten-vergadering (= ‘multilateraaltje’?). Anderzijds, je went er ook weer aan. De eerste keer dat ik het woord ‘gremium’ hoorde (25 jaar geleden) moest ik kokhalzen; inmiddels triggert roept het hooguit een klein zenuwtrekje in het rechter ooglid op.

3. Onlangs was ik bij een praatje van Bas Haring, ‘volksfilosoof’. Hij liet zich erop voorstaan dat zijn taalgebruik voor de niet-specialist geen nodeloze barrières opwerpt. Dat is mooi meegenomen. Alleen, op een gegeven ogenblik gebruikte hij het woord ‘tof’. Mijn rechter ooglid hield zijn fatsoen. Even later vond Bas weer iets tof – goed, hij is van een jongere, toffere generatie, maar niettemin. Na de derde keer kon ik het tofturven niet laten. Bij het slotapplaus stond de tof-teller op negen en na afloop tofte het nog lang door in mijn hoofd.

4. Een vertaling uit het hier eerder geprezen Codex 1962 (ik lees de Engelse vertaling), over de IJslandse taal:

IJslands is als een bergbron, een prachtige en machtige rivier, zo helder dat je de bodem kunt zien waar je maar kijkt. Soms vloeit hij met de kabbelende stroom van een verhaal, dan weer stort hij via watervallen naar beneden, met de daverende stroomversnellingen en draaikolken van poëzie. In het voorjaar wordt hij van heinde en verre gevoed door beekjes smeltwater, dat modder en klei meevoert, maar er nimmer in slaagt de diepste waterputten te vertroebelen. Slechts wat veegjes bezinksel bezoedelen de oevers, maar gestaag zinkt zulke viezigheid naar de bodem en verdwijnt zeewaarts.

Samengevat, dat IJslands is best wel een tof taaltje!

P.S. Het RaDa heeft een categorie Taligheden 

.

pluimen

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Eén gedachte over “Taligheden

  • 02/10/2018 om 16:14
    Permalink

    Tof is volgens mij een woord dat hier in de jaren ’50 is opgekomen, in de jaren ’60 , ’70, ’80 langzaam is weggezakt naar Vlaanderen, maar sinds 2000 aan een opmars in de Noordelijke Nederlanden is begonnen en nu dus door krullebollerige professoren uit Leiden te pas en te onpas gebruikt wordt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *