Ruzieën

Zo vaak heb ik geen bonje, maar vandaag was het twee keer flink raak. Binnen anderhalf uur, met collega’s. Bij de eerste aanvaring was ik zelf de aanvallende partij – wat smeulend ongenoegen, een scheutje olie op het vuur en vwoesj! ik ontplofte. In het andere geval had ik zelf iets misdaan in de ogen van een ander.

Toen ik naar huis fietste, had ik het een en ander al overpeinsd. Bij ruzie nr. 1 was mijn standpunt onwrikbaar. De tweede was weinig verheffend, maar met wat goede wil werd die bijgelegd. En anders niet. Zwaar aangeslagen was ik dus niet toen ik naar huis fietste, maar om nou te zeggen dat ik uitpuilde van motivatie voor de dag van morgen…

Bij de stoplichten van de Westelijke Randweg wachtte ik samen met een stel andere fietsers. Een hummeltje had zich kennelijk bij haar moeder beklaagd over onheuse bejegening op school. Ik had niet naar de toedracht geluisterd, maar het antwoord klonk luid en duidelijk. “Ja, maar daar moet je nu niet al tegen opzien. Als het vandáág zo gebeurd is, wil dat niet zeggen dat het morgen óók weer zo gaat. Dan heb je straks misschien je hele avond voor niets verpest. Dat zou toch jammer zijn?”

Ik keek om naar de vrouw. “U hebt wijze woorden gesproken”, zei ik. “En dat meen ik.”

.

lichtendonker

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *