Ooievaarspap

Ik ging weer kost winnen vanochtend, na een te korte nacht. Het was nog fris en ik trapte stevig door. Bij de Ruïne van Brederode richtte een magere man een fotolens zo lang als een kanonsloop. Hij keek ernstig.

In het verlengde van de lens zag ik dat er twee ooievaars waren neergestreken op de torens, waar zij zich baadden in het eerste zonlicht en hun verenkleed een grondige onderhoudsbeurt gaven. Waren ze op doorreis of waren het dezelfde die ik in voorgaande jaren in de omgeving zag?

Ik startte mijn mobieltje op, onderwijl afgunstig glurend naar die prof naast mij, die ongetwijfeld ieder pukkeltje en krasje op die ooievaarssnavels en ooievaarskuiten 36x uitvergroot zag, terwijl ik dat magische moment weliswaar intensief meemaakte, maar bij dat schemerlicht en met die camera kon ik alleen hopen op wazige ooievaarsklodders en viezige ooievaarspap – alsof er twee overwaaiende vuilniszakken aan die torens waren blijven haken. En ja hoor…

.

dooierpap

.

Nou ja, alle ooievaars lijken op elkaar (toch?) en op Twitter vond ik zojuist meldingen uit het hele land, vergezeld van haarscherpe foto’s, van oude bekenden die uit Afrika op het nest waren teruggekeerd. En overal werden ze met vreugde ontvangen.

Op de terugweg zag ik ze jammer genoeg niet. Het licht was beter toen, en het is een van mijn favoriete plekken (voor een column zie hier), dus ik plak er nog een plaatje onder.

.

ruinespiegel

.

P.S. Zijn de lepelaars ook al weer bij de Liede?

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *