Geluk

Aan sommige onderwerpen waag ik me niet, of ik waag me er wel aan en dan vertil ik me of moet boven mijn macht werken.

Wist ik het altijd maar van tevoren, dat zou een hoop getob, gekramp en gehannes schelen. Voor het december-nummer van Straatjournaal had ik mijn zinnen gezet op een column met het thema geluk. Dat heb ik moeten bezuren!

Ik had de lat hoog gelegd, het moest om meer gaan dan een zoet sausje van Kerstig welbehagen. Nou was ik in oktober en november rijkelijk bedeeld met geluk, en niet alleen tijdens de vakantie in Schotland. Ik wilde het toespitsen op één intens beleefd moment, laat in de middag ergens op het eiland Mull, maar stuitte daarbij op mijn eigen grenzen.

.

craignuriness

.

Er is een intimiteit die ik niet aan wil / durf te gaan met lezers. Dan vlucht ik in flauwiteiten of relativering. Daar komt bij, als je je geluk rondbazuint, vráág je als het ware om een omslag. Nou ja, zo voelt dat. Evenmin lukte het me degenen uit mijn hoofd te verdrijven die gekweld worden door ‘the heart-ache and the thousand natural shocks that flesh is heir to’. Zwakken en ongelukkigen lazen afgunstig of cynisch over mijn schouder mee.

Na een middag en een avond ploeteren en persen had ik een wangedrocht van een column gebaard. Er was geen redden aan, het moest over een andere boeg. Ik wiste mijn 600 woorden, dat geluk ruw vervloekend.

Ligt het aan het genre? Ligt het aan mij? Gelukkig zijn er anderen die goed zijn met groot geluk. Al een aantal dagen draag ik een recente, handzame Herman Gorter-uitgave met me mee, Zie je ik wou graag zijn jou (Rainbow Poëzie, 200 pagina’s, samengesteld door Joni Zwart). Sommige gedichten kende ik al, maar nu resoneren ze sterker met me dan voorheen.

Er is een wijs van zien naar ieder ding,
Welk ook, die niets anders is dan een liefde.
Daarin begrijpt de geest, dat ieder ding
iets heeft als hij, en heeft het daarin lief.

.

goudvink

.

Hopelijk, beste vogelaars, een goudvink (bullfinch)? Gekiekt bij Tobermory op Mull.

P.S. Als toegift een 12 jaar oud RaDa-stukje: Gekonfijt geluk. Zonder grote woorden, maar in zijn soort de moeite waard

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

Eén gedachte over “Geluk

  • 15/11/2019 om 19:05
    Permalink

    Om Wittgenstein nog maar weer eens van stal te halen: die heeft ooit geschreven dat het onzegbare (waarover volgens hem dus niet kan worden gesproken) zich toont.
    Ik denk dat het met geluk misschien ook zo gesteld is. Wie poogt het expliciet te beschrijven, mist makkelijk het punt of laat het over rand schuimen.

    Je kan ook proberen een tekst te schrijven, waarvan de lezer zou kunnen denken dat de schrijver het heeft over een moment dat hij gelukkig was. Zonder dat het woord geluk wordt gebruikt en ook zonder lyrisch te worden of in clichés te vervallen. Zoiets als met de beste haiku’s ook het geval is. De taal lijkt in eerste instantie droog als gort. Maar als je de puur feitelijke constateringen van de schrijver ècht tot je door laat dringen, dan kan dat zomaar een ervaring van harmonie opleveren; zo is het en niet anders.
    Zou die harmonie ook een soort geluk kunnen zijn? Even is alles goed en valt alles op z’n plaats.

    Of zo’n soort tekst geknipt is als column in de straatkrant is dan weer een tweede. Maar dit terzijde.

    De vogel zou inderdaad een juveniele (jonge) Goudvink kunnen zijn.
    De biotoop (leefomgeving) kan ook hier het vermoeden versterken. De Goudvink is in essentie geen vogel van het open terrein met weinig, of alleen zeer lage begroeiing. Het is min of meer een bosvogel, met een voorkeur voor coniferen en naaldbomen. Op Google Earth zie ik dat er ten westen van Tobermory een aardig bos met sparren ligt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *