Geluk

Voor cynisme, pessimisme en achterdocht hoef je je tegenover anderen zelden te verontschuldigen. Die zijn een soort geboorterecht van de moderne mens en hij mag er zijn omgeving straffeloos mee vervuilen.

Zou voor geluk het omgekeerde gelden? Vanavond werd ik getroffen door een onverhoedse aanval van geluk. Er ging het een en ander aan aangenaams aan vooraf (een tuinfeestje bij school, een glas goede whisky, een fietstocht over de Bergweg), maar het geluk begon pas serieus toen ik van huis uit naar de Dekamarkt wandelde voor wat overbodige boodschappen.

Ineens was het er. Alsof het me had opgewacht op de hoek van de Jan Steenstraat. Ik/het vertraagde mijn pas, ademde langzamer en zag dezelfde dingen – mooi en lelijk – die ik anders ook zag, maar dan anders… alsof ze voor me poseerden en glimlachten.

.

krabdeur

.Gewone deur maar dan anders

In het buitenbiebje in de Santpoorterstraat vond ik Goethe, kunstwerk van het leven van Safranski (600 pagina’s, het zat nog in het cellofaan!); meegenomen (in de dubbele zin des woords), maar essentieel voor mijn geluk was het niet. Dat had geen essentie. Het was overal. In de Deka zei een chef tegen een winkelmeisje: “Vind je het erg om de rand van die afvalbak even af te nemen met een vochtig doekje?” Hij vroeg het zo zuiver, zo keurig, zo zonder aanmatiging, dat ik er nog gelukkiger van werd.

Ik zou het er niet over moeten hebben, althans zo voelt dat – ik wil me verdedigen en indekken. Gelukkig zijn om niks dat doe je maar stiekem, daar hoor je anderen niet mee lastig te vallen, denk ik dat de mensen denken. Geluk is een guilty pleasure.

Ter geruststelling: inmiddels ben ik weer normaal.

.

vaartmindere

.

Buitenbiebjes

Ik had Liefde in tijden van cholera al in mijn begerige handen, in de veronderstelling dat de opbergkrat met boeken in de Jan Steenstraat een armoedige variant was op de buitenbiebjes die je steeds vaker ziet.

De voordeur zwaaide open en een vrouw helderde het misverstand op: nee, die Marquez wilde ze niet kwijt, ze waren aan het verhuizen. Even goede vrienden, sterkte met het sjouwen en uitpakken!

Het is niet zo dat ik al die kastjes planmatig afstruin, maar een paar honderd meter verderop, aan de Schotersingel, was er nog een, een echte en daar vond ik Over alles een kloeke bloemlezing (420 pagina’s) uit het werk van veelschrijver Nico Scheepmaker, gekozen door Tim Krabbé.

.

4

.

Gedichten, Hoppers, Trijfels, VN, Bzzlletin, Avenue, Parool en Het Jonge Vadersboek, enz. Scheepmaker schreef veel, veel, veel. En goed, goed, goed. Zouden er destijds volwassen Nederlanders zijn geweest die niks van hem hadden gelezen? Hij bestreek een breed interessegebied, inclusief sport, politiek, mensenrechten, taal en kunst. Weinig waar hij zijn neus voor ophaalde. Goh, maar 60 jaar geworden (1930-1990). Ik kan me niet herinneren dat ik speciaal verzot op hem was, maar nu, al diplezend, vind ik hem meer dan voortreffelijk gezelschap. Nieuwgierig, nuchter en hardwerkend.

Of je wilt of niet, op den duur moeten we er allemaal aan geloven, hoe pijnlijk het soms ook kan zijn. Ik moet met vakantie. Een maand lang zal ik tientallen, leuke, interessante onderwerpen voor Trijfels aan me voorbij zien trekken, en ik zal me voelen als de man die op de bushalte de bus zonder stoppen aan zich voorbij ziet rijden.

Ik weet niet of boekhandels de boekhuisjes als een vervelende vorm van concurrentie beschouwen, maar van mij mogen ze zich snel vermenigvuldigen.

.

biebje

.Dit exemplaar stond ergens in Haarlem-Noord.

Paars P.S. Met de abonnees ben ik er nog niet uit; wordt vervolgd

Druiven

Hé, humor in Deventer!

.

prullenlaarsjes

.

We waren er met twee vriendinnen om Klassiek met Karton te zien, de speelse samenwerking tussen het Orkest van het Oosten en Steef de Jong. Het werd een heerlijke avond, met vooraf Portugees eten in een binnenstadstuin en ja, Steef zong, confereerde en pakte karton uit met de ontwapenende charme en achteloze virtuositeit waarmee hij ons al jaren geleden in zijn fanclub heeft gelokt.

Uitgangspunt was de ruimtereis van de Voyager I, met in het bagageruim onder meer een gouden plaat die buitenaardse wezens een kennismaking bood met onze aardse klankenrijkdom. Gesproken woord, maar ook de vijfde van Beethoven. Had de sirtaki ook niet aan boord gemoeten, vroeg De Jong zich af, of Offenbach? Het orkest kwam met suggesties uit het eigen repertoire en had er duidelijk plezier in.

.

kartonklassiek

.

De terugreis begon om 23.03 uur op spoor 4a. In Amersfoort stapten we over en niet alleen bij ons was de scherpte er toen af. Bij Hilversum sprong een man verwilderd op om te vragen of dit CS was. Naast ons lag een jonge man met zijn voeten op de bank in een zelfopgewekt coma. Wij hadden een bakje witte druiven. Kon je ze in de hele coupé ruiken? Een blond meisje kwam met smekende ogen naar ons toe. “Wij komen van een festival en hebben zo’n trek in iets te eten”, zei ze, haar articulatie even onberispelijk als haar beleefdheid. “Hadden ze daar geen pilletje voor?” bitste ik niet terug. “Het was vast geen culinair festival” grauwde ik niet. Nee, ze kreeg onze overgebleven druiven en liep er mee terug naar haar vrienden alsof het een bakje vers geslepen robijnen was.

In de sprinter naar Haarlem volgden we op nu.nl het live blog van het Songfestival, al had maar een van ons Arcade al eens gehoord. Ik niet, maar het werd toch spannend. Nederland vijfde?!? Maar de bookmakers dan…? Ah, 12 punten van Letland. 6 punten van België – vuile landverraders. Nederland zesde? Oh, de televote moest nog beginnen. Nederland moest 241 punten krijgen (of 730?) mits Noord-Macedonië… We reden Haarlem binnen om 0.58 uur. De vriendin die Arcade kende moest sprinten en was al uit zicht toen GEWONNEN op het scherm verscheen.

Ik verwachtte luid gejuich en Duncan-spreekkoren, maar achter ons sjokte alleen een groep Soedanezen of Ethiopiërs met valiezen en bundels. Hun land deed niet mee, zoveel was duidelijk. Op het Stationsplein stond een peloton agenten. Ze vielen elkaar niet in de armen. Verder ook geen feestgedruis. Thuis luisterden de huisdichteres en ik naar het liedje. Nee, niet overdrijven, naar de helft van het liedje.

P.S. Er is iets aan de hand met de abonnementen. Er zijn geloof ik 116 abonnees zoek. De felrode widget doet het wel (hopelijk). Dat grote ding daar weer onder liever niet gebruiken. Straks ga ik prutsen.

Raampost

Over oude menschen wil ik het niet hebben vandaag, wel over dingen die voorbij gaan. Zonder dat je daar later ooit nog bij stilstaat. Kwalen en ongemakken, in het bijzonder. Jeuk en bultjes van gisteren, de stijve nek van vorige week, dagenlange gevelreiniging bij de buren, ergernissen en muizenissen van maatje small tot extra small. Maar ook voor ernstiger zaken hebben we een slecht geheugen. Want zodra een probleem is overwonnen richten we ons op… uh… nieuwe problemen.

Hoe kom ik hier zo op? De afgelopen twaalf jaar richtte het RaDa zijn verbale pijlen regelmatig op broedende meeuwen, die hier in de buurt hun beschermde status misbruikten door 20 uur per etmaal te krijsen, tot gekmakens toe. Het vreemde is, ze zijn weg. Zonder toedoen van hongerige haviken, maïsolie, vliegers, dakpatrouilles, netten en buksen. Ik heb er geen verklaring voor, maar dit jaar heb ik ze nog niet gehoord. Gehoord, zei ik.

.

attack

.

Dit was gisteren. Dus ik durf nog niet te juichen over hun definitieve vertrek. Al heb ik ook (leve de tijdgeest!) nog een complottheorie. Want vanochtend trok een bataljon glazenwassers de wijk in. Dat kan toch geen toeval zijn? Zouden glazenwassers meeuwen getraind hebben om de ruiten van niet-klanten te besmeuren met hun malware? Je hoort wel gekkere dingen.

In NRC staat vandaag een stuk over de Berlijnse nachtegalen (wel 1300 tot 1700 broedparen) die in deze tijd van het jaar alle registers opentrekken. Klarinettist David Rothenberg trekt (met een groepje fans) de parken in en probeert de beestjes te verleiden tot een duet door te variëren op hun thema’s. Waarbij het de vraag is of er sprake is van werkelijk samenspel of dat ze met smart wachten tot David stilvalt en dan snel hun eigen riedeltjes te berde brengen.

P.S. Zien andere pareidolie-lijders ook een aanvallende draak in de foto?

PS Een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen? Abonneer je via ‘Over RaDa’ of in de zijbalk.

Buxusbescherming

‘Zuid-Kennemerland zucht inmiddels onder de terreur van de buxusmot’, meldde het HD op 2 mei, dus geheel onkundig was ik niet van de noodlottige ontwikkelingen.

Maar het is toch andere koek als je je bloedeigen buurvrouw Tanja gebogen ziet staan over de buxus naast onze voordeur, met een van pijn verwrongen gezicht. “Ik denk niet dat ie het gaat redden…” Dan komt het ineens wel erg dichtbij.

Tanja tuurt verbeten tussen de blaadjes alsof de rupsjes haar voornaamste voedselbron zijn. Er is geen houden aan, rapporteert ze. De buxus van Dorane is een ex-buxus. Hilde heeft de hare een week geleden al gecomposteerd. Die nieuwe vrouw van nummer 15 viel ook direct in de prijzen. De litanie gaat nog even door: ik blijk in een oorlogsgebied te wonen!

Tanja peutert zo’n sluwe guerrillastrijder uit zijn schuilplaats en wrijft hem tot smurrie onder haal zool. Geen middel wordt geschuwd. Hoewel… aan spuiten begint ze niet. Vanwege de jonge meesjes, hè.

.

buxusrups

.Zoek de rups

Aan de jonge meesjes moest ik weer denken toen ik vanavond in NRC las over de lucratieve zwendel bij de zwaar gesubsidieerde mestfabrieken, waar ze (in theorie althans) varkensmest mengen met plantaardige ingrediënten als maïs, gras en schillen. Maar met hetzelfde gemak roeren ze er ‘slachtafval, dioxine, zware metalen, afvalwater, xtc-resten, verfslib’ en andere gorigheid doorheen. De ‘milieuvriendelijke’ mest wordt vervolgens uitgereden over het land en komt terecht in het grondwater en de voedselketen. Al in 2016 verscheen er een vertrouwelijk rapport over dit soort zwijnerij, maar tot krachtig ingrijpen van de overheidswege heeft dat nog niet geleid.

Mijn buurvrouwen stichten ondertussen bijenhotels en verdedigen hun buxus met pincetten of hun blote handen. Ik ben blij met ze.

Paars PS: het zou kunnen dat de abonneer-widget een tijdje foetsie was. Hij is er weer, voor de liefhebbers.

De klos

De stroominfrastructuur – ik blijk niet de enige die er niet dagelijks over nadenkt. Ook de bevoegde autoriteiten laten het lelijk afweten, lees ik in NRC. De overheid heeft amper een benul hoeveel stroom er in de toekomst nodig zal zijn voor het dataverkeer, dat elke vier jaar verdubbelt.

Om een idee te geven: de Amsterdamse datacenters gebruiken momenteel al 1,1 miljard kilowattuur per jaar, dat is meer dan alle inwoners van die stad bij elkaar. Op korte termijn zullen er te weinig verdeelstations zijn. Nog iets: de stroom die al die datacenters opslobberen kan niet ook tegelijk naar elektrische auto’s en warmtepompen. Dus de onstuitbare digitalisering en de gewenste energietransitie zouden elkaar akelig kunnen bijten. Nooit bij stilgestaan.

Maar ach, zelfs de meest basale en banale dingen gaan mijn bevattingsvermogen te boven, blijkt. Gisteren was er langs de Ostadestraat een sleuf gegraven en daar moest een groene kabel in (technischer kan ik het niet maken helaas). De kabel zat om een houten klos. Het was een megaklos, een knoeperd, een knots van een klos. Kijk, dit is ‘m en hoeveel meter kabel zit daar omheen geklost, denken jullie? 200? 600? Doe eens een gooi…

.

klos2

.

Er zat een plakkertje op, ik heb dus gespiekt: drieduizend meter kabel. Het werd bevestigd door een van de kabelleggers. Drie van die klossen en je zit vanaf station Haarlem in Zandvoort… ahum, laten we het daar vandaag liever niet over hebben.

P.S. Ik denk weliswaar niet dagelijks aan Datadozen, maar schreef er voor Straatjournaal wel een column over.

P.S. De magneetvissers zijn erg bedrijvig de laatste tijd. Niet iedere oude teil die ze optakelen nemen ze mee. Wat voor sommigen dan weer een uitkomst is (hetzelfde soort mensen dat teilen in de plomp mietert waarschijnlijk).

.

vraagenaanbod

.

Paars PS: het zou kunnen dat de abonneer-widget een tijdje foetsie was. Hij is er weer, voor de liefhebbers.

Schakeringen

Onlangs (we zaten te eten in Schoorl) kon ik niet op het woord ‘turquoise’ komen. Of lapis lazuli, aquamarijn of saffier – iets met een edelsteen, daar wil ik vanaf wezen. Zoekend naar de juiste blauwtint keken de huisdichteres en ik om ons heen.

Aan de muur hing een veelkleurig mozaïek van een plaatselijke kunstenaar; we probeerden zo veel mogelijk kleuren te benoemen. Dat viel lang niet mee, of liever, dat viel vies tegen. En zelfs met de Histor- en Flexa-catalogi erbij waren we niet ver gekomen.

Toevallig las ik dit weekend in Through the Language Glass van Guy Deutscher: why the world looks different in other languages. Het eerste deel behandelt kleurperceptie. Hoofdstuk 1 gaat over de Engelse staatsman William Gladstone (1809-1898), die in 1858 een geleerd boek over Homerus publiceerde waarin hij poneerde dat de Griekse dichter – hoe geniaal ook in zijn andere beschrijvingen – er met kleuren maar een potje van maakte.

‘Wijnkleurige’ zee? Met wat fantasie en dichterlijke vrijheid, ja, maar hetzelfde adjectief (‘oinops‘) wordt ook gebruikt voor ossen. Violet wordt gebruikt voor de … zee, maar ook voor schaapswol en ijzer. Het Griekse kleurenvocabulaire is cru en beperkt en kleur speelt een ondergeschikte rol in beschrijvingen (in tegenstelling tot alles wat glimt en schittert).

Nee, Homerus was blind noch kleurenblind (nota bene, kleurenblindheid was nog niet ontdekt toen Gladstone zijn boek schreef). Guy Deutscher legt een verband met andere culturen, waarin bijvoorbeeld geen onderscheid wordt gemaakt binnen het groen-blauwspectrum (wat niet inhoudt dat ze geen verschil zien). Uitbreiding van het kleurenvocabulaire geschiedt universeel in een min of meer vaste volgorde: zwart – wit – rood > geel/groen > blauw > bruin > (rose/oranje/paars).

Ik kan hier vanzelfsprekend geen recht doen aan het boek, dus ik behelp me maar met twee foto’s met veel chlôros – groen (als in chloorgas), maar Homerus gebruikt het ook als voor ‘honing’ (?) en ‘olijvenhout’.

Een kleurrijke dag gewenst, beste RaDa-lezers!

Vermeien

Leve de infrastructuur en het OV! Gisteren spoorde ik gladjes van Haarlem naar Den Haag HS, nam aansluitend tram 12 en hoorde een fijn concert. Alles reed en gleed alsof ze de rails ‘s ochtends met Brasso hadden gepoetst en dik in verse vaseline hadden gezet. Terug ook.

Zuur intermezzo: dit wordt een jubel- en geen mokstukje, weest gerust, montere en goedgeluimde lezers, maarruh… Dat mooie concert was in Theater De Regentes. Let op, Haarlemse politieke partijen die voor de Egelantier niets beters wisten te bedenken dan een hotel (who needs tourists?), de Regentes was van 1920 tot 1995 een zwembad. Na de sluiting kreeg het art deco-gebouw, dankzij de inzet van vele tientallen vrijwilligers en gulle steun van de gemeente een culturele bestemming.

Zoet vervolg: vandaag namen de huisdichteres en ik de trein naar CS, liepen naar busstation IJzijde, om na Lutjebroek een ander stukje Noord-Holland te verkennen. Het werd Ilpendam; 20 minuten met bus 305 en je bent in een andere wereld. Geen alcoholische uitspattingen en kermisvertier ditmaal, uitsluitend welkome agrarische clichés en oer-Hollandse sjablonen.

Sappige weilanden met koeien en zogende kalveren, schapen met lammetjes; sloten met broedende zwanen, eenden met pulletjes, woest paaiende karpers. Langs de sloten en vaarten dotters, gele lis, fluitekruid en knotwilgen. Niets wat ze in de zestiende eeuw niet ook al konden zien. De mensen die destijds van Ilpendam naar Monnickendam wandelden vermeiden*** zich waarschijnlijk met dezelfde dingen als wij vanmiddag.

Bij dit doel moest ik nog even aan Ajax – Tottenham denken

Wat wandelaars in de zestiende eeuw dan weer niet hadden was de luxe van een snelbus, die met grote regelmaat van Edam/Monnickendam naar Amsterdam rijdt. En daar bij IJzijde gaan we eens vaker staan, om op goed geluk een bus te kiezen.

*** Etymologische voetnoot : En toen ik net besloot dat archaïsche woord ‘vermeien’ niet te vermijden (mijn oude leraar Latijn was er dol op), vroeg ik me ineens af of het iets met ‘mei’ te maken had. Hetgeen zo bleek te zijn

P.S. De katten waren opmerkelijk actief vanmiddag (foto misschien even vergroten om de prooi te zien)

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

#Baudexit

Column Straatjournaal mei ‘19

‘Geef Beverwijk maar terug aan de natuur’ luidt het refrein van een vrolijk liedje van Johan Hoogeboom en ik moest eraan denken toen ik de uitslag van de Statenverkiezingen onder ogen kreeg.

Zelfs mijn eigen duffe Haarlem is niet meer zo populisme-proof als weleer, maar vergeleken met de rest van onze naar rechts rukkende provincie was het heilig. Bar en boos was het boven het IJ. Forum voor Democratie werd de grootste in Velsen, Waterland, Zaanstad, etc. Om van dat maffe Volendam (40%) maar te zwijgen.

Kunnen we het Noordzeekanaal niet héél diep uitdiepen, brieste ik, de Afsluitdijk doorknippen bij Den Oever en dan dat hele zompige gebied tussen Beverwijk en Den Helder afduwen richting Groenland, om daar ergens een nieuw leven te beginnen als eiland? Onder de naam Boreaal-Holland, ik noem maar wat? Gezellig, oikofielen onder elkaar? En als ik toch bezig was – in mijn wraakfantasie dan – het van oudsher smoezelig rechtse Zandvoort (25% FvD) kon ik eraan vastplakken als bonus-schiereiland. Opgeruimd staat netjes! Texel (19%) was al een eiland, dat scheelde weer.

Pas de volgende ochtend, enigszins bedaard, besefte ik dat het succes van Baudet niet tot naburige gemeenten beperkt was gebleven en dat mijn Deltaplan in de praktijk een hoop werk zou betekenen. Als ik alle gemeenten in het land moest uitspitten waar FvD de grootste was, hadden we genoeg eilanden voor een archipel en zou de Nederlandse kaart eruitzien als in de Vroege Middeleeuwen, voordat de Haarlemmermeer (21% FvD), Schermer, Purmer en Beemster waren drooggelegd.

Thierry Baudet is een pedante kwast, wiens dubieuze politieke kleur ik (om bij zijn eigen terminologie te blijven) graag homeopathisch verdund zou zien, maar ach, troostte ik mezelf, die ijdeltuit tuimelt binnenkort wel van zijn zelf opgerichte voetstuk en dan is het hopelijk uit met de verafgoding. #Baudexit

De gevestigde Noord-Hollandse partijen dachten er kennelijk hetzelfde over; die likten hun wonden en sloten de gelederen. Informateur Hans Smits concludeerde in een lelijke zin ‘dat de kans op programmatische overeenstemming tussen Forum voor Democratie en andere partijen waarmee een coalitie kan worden gevormd zeer gering, zo niet onmogelijk is.’ Derhalve was het aan de rest om onderling de Gedeputeerden te verdelen. Over tot de orde van de dag?

Me dunkt, dat zou een zware vergissing zijn, al valt er natuurlijk geen goed garen te spinnen met een schertsfiguur als FvD-lijsttrekker Johan Dessing, assistent luchtverkeersleider en tijdens de gehele campagne onzichtbaar. Aan diens charme en overtuigingskracht was het beslist niet te danken dat de partij 180.000 stemmen kreeg. Maar waaraan wel? Vergeet niet, de sleetse PVV vergaarde er in Noord-Holland ook nog een slordige 65.000 (bij een opkomst van 53%).

Ik heb net Dansende Beren gelezen, waarin journalist Witold Szablowski praat met inwoners van voormalige dictaturen: Polen, Bulgaren, Cubanen, Albanezen. De nieuwe ‘vrijheid’ van het neoliberalisme ervoeren zij niet als een zegen; zelfs als de levensstandaard was gestegen, hadden ze ingeleverd aan trots en waardigheid. Niet onbelangrijk! Ik vroeg me af hoe het ervoor stond met het zelfrespect van ons Noord-Hollanders. Wie voelden zich (terecht of onterecht) gemangeld, betutteld, vergeten, overbodig? Slaaf van een onrechtvaardig systeem of slachtoffer van omstandigheden buiten hun invloed?

Gepensioneerden, woningzoekenden, filerijders en forenzen, Nuon-klanten, onderwijzers, verplegers, artsen, brandweerlieden en politie… oei, het ging best hard! Niet alle ontevredenen stemmen FvD maar toch… Boeren, vissers, rokers, alle inspectiediensten, pechvogels onder de rook van Tata of de decibellen van Schiphol, kleine ondernemers, iedereen met nieuwe windmolens of flats aan de horizon, met veel Airbnb in de straat of coffeeshops. Postbodes en schoonmakers. Werknemers met kortlopende contracten en tirannieke apps. Negen zetels voor Thierry? Zoveel was het eigenlijk niet, bij nader inzien.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Scenario’s

Langs mijn route naar huis zag ik op het voetpad langs de Velserenderlaan een roze kinderfietsje liggen. Ik minderde vaart; een bijbehorend hummeltje was nergens te bekennen.

Er zijn op dat stuk geen huizen: weiland aan de ene kant van de weg, bos aan de andere. Beide omheind. Ik reed stapvoets nu; een vrouw van een jaar of vijfenveertig die haar hond uitliet zag mijn aarzeling. Zij had het fietsje eveneens gezien. We liepen samen terug. De ketting lag er niet af, stelde ze vast; het was niet kapot achtergelaten. Er lag ook een bandje dat ik niet kon thuisbrengen, met vier belletjes – een kindersieraad? Een reflector?

.

fietsscenario

. 

Zeg het maar… Mijn inwendige scenarioschrijver werkte al als een bezetene aan drie B-films tegelijk, alle met gruwelijke en noodlottige afloop, terwijl de statisticus koel becijferde dat het aantal onbeheerde fietsjes een veelvoud was van het aantal geroofde en vermoorde peuters. “Voor groot alarm lijkt het me nog te vroeg,” zei ik tegen de vrouw. “1-1-2 en zo.” Dat was ze met me eens. Anderzijds, het bleef raar.

In goed overleg kwamen we tot het volgende. Zij had geen telefoon bij zich maar zat wel bij de Buurt-app / mobiele dorpspomp. Ik maakte een foto en stuurde die naar haar, zodat zij ‘m kon delen zodra ze thuis was. Als er ergens paniek was, zou de melding zeker opgepikt worden. Nou ja, dat hoopten we. Al bestond er natuurlijk altijd de mogelijkheid dat…

Bah, wat bestaan er toch veel mogelijkheden, als je erover nadenkt. Zojuist (nog steeds een beetje ongerust) heb ik toch maar even gekeken op de nieuwssites voor Santpoort.  Tot dusver geen sensatie.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.