Ronronner

Er  ligt een uitje naar Parijs in het verschiet en het leek me raadzaam mijn Frans uit de mottenballen (boules anti-mites) te halen en voor het eerst in jaren weer eens een roman in die taal te lezen.

Leïla Slimani, fluisterde een francofiele vriendin me in en zo begon ik eergisteren dapper aan Chanson Douce. De eerste zin was goed te doen: Le bébé est mort. In het begin moest ik even door de baby-woordjes heen: een ‘poussette’ is een kinderwagen en de moordenares was de ‘nounou’, de nanny. Incidenteel zijn er valse vrienden uit het Engels: een vrouw met een duvet op haar wangen, zo beredeneerde ik, zeult vast geen dekbed met zich mee. Ah… dons!

Af en toe is er de frustratie dat ik een woord niet ken (ronronner is het spinnen van een kat), maar hoeveel sterker is de voldoening elke keer als je een betekenis vlot kunt raden, of onverhoopt uit je geheugen opdiept. Serotonine*! Dopamine! Zeggen ze althans, maar alle neuro-transmitters op een stokje, het is heerlijk de tinteling te ervaren die zo’n gereactiveerde taal oproept. Het is zoiets als je spieren sterker en leniger te voelen worden na een blessure.

Huis-tuin-en-keukenzinnetjes krijgen voor mij daardoor toch scintillement; ze flonkeren en sprankelen. En ik merk dat ik – nu 80 bladzijden ver – steeds makkelijker meega in de cadans van het Frans. Af en toe vraag ik me in vervoering af of ik me ook nog aan Spaans of Italiaans wil wagen. Russisch, Bulgaars, Turkmeens en Fins…

[Dit is een vervangend, lyrisch stukje – ik wilde niet simmen over het kwijnende taalonderwijs. Want ja, diep treurig, zo las ik vandaag in het HD, leraren Frans en Duits zijn steeds lastiger te vinden.]

* ‘Sérotonine’, zo heet ook de nieuwe Houellebecq. 

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

.

koeetn

.

Nekvel

Ik was gisteren pakweg de 550.000ste die dat filmpje op Dumpert bekeek: een door leerlingen gefilmd incident op het Kennemer College Heemskerk, waarbij onderwijs-assistent Gerrit Keeman ten einde raad een jongen in zijn nekvel grijpt en het technieklokaal uit duwt.

Geen gemene wurggreep, geen woest gesleur aan kleding of oren. Sensatiezoekers kwamen dus niet aan hun trekken. Keeman (oud-politieman, 64 jaar en nog een paar weken van zijn pensioen verwijderd) was gesard en geprovoceerd en het ‘slachtoffer’ had Keemans moeder beledigd. Van de schoolleiding kreeg Keeman te verstaan dat zijn aanwezigheid op school niet meer gewenst was. Hem werd ‘onprofessioneel handelen’ verweten. In het belang van de ‘rust in de klas’ werd hij vrijgesteld van verdere werkzaamheden. Die jeugdige treiterkop kon de volgende dag weer terug naar school gaan.

Keeman, die van het schoolbestuur begrip noch steun ondervond, liet het er niet bij zitten. In plaats van thuis te zitten ‘sippen’ (iets anders dan ‘nippen’) deed hij op RTV-NH zijn verhaal, dat ongekend veel weerklank vond. Een inzameling leverde €5000 ‘smartegeld’ op en een petitie is al 7000 maal getekend. De reacties zijn heftig en blinken niet uit in nuancering. De karwats en het rottinkje hoeven van mij niet terug (en ik ben zelf zeker geen ontgoochelde leraar), maar ook mij vervulde dat filmpje met afgrijzen.

‘Leraar is het eenzaamste beroep ter wereld’ heb ik weleens gezegd, tenminste als het slecht gaat tussen jou en een klas (of klassen), om wat voor reden dan ook. Je krachten vloeien weg, je bent door je repertoire heen en je beseft dat die 25 kinderen jou ondanks al je goede bedoelingen niet moeten, je zullen minachten, jennen of negeren. Dat het niet meer goed zal komen. Dat machteloze gevoel kan je met niemand delen.

Maar het erge van dat filmpje was dat Keeman niet als enige gezagsdrager in dat lokaal stond. Hij was onderwijsassistent. Ergens, tussen die losgeslagen leerlingen, liep ook nog een ‘vakdocent’, althans… ik zag iets flodderen wat qua postuur op een volwassene leek. Een man wapperde wat met zijn armen, maar dook niet op waar dat moest: tussen Keeman en dat recalcitrante stuk vreten.

Dat laffe bestuur van het Kennemer College treft natuurlijk nog veel meer blaam, maar zo zijn er nog talloze. In de hoogste echelons van het onderwijs is ziel- en klootloosheid een vereiste; hypocrisie en wereldvreemdheid strekken tot aanbeveling. Overal verkoopt men dezelfde vrome praatjes. Van de website van het Kenn. College: Je persoonlijke coach volgt je gedurende het hele schooljaar. Deze persoon kent je dus heel goed. Hij of zij helpt je te dromen, je ambities waar te maken en persoonlijke doelen te stellen. Je coach stelt vragen die jou helpen beter inzicht te krijgen in je eigen leerproces. Zo leer je prioriteiten te stellen, leerdoelen te plannen en te reflecteren op je gestelde doelen. Elke week heb je een coachgesprek van vijftien minuten met je coach. Dit gesprek gaat altijd op dezelfde manier volgens het 5-fasenmodel, zodat het voor jou duidelijk is.

Het 5-fasenmodel is mij onbekend. Zo veel gesprekken per week op die school en dat bestuur verwaardigt zich niet om met Keeman een fatsoenlijk gesprek te voeren, van mens tot mens, desnoods van maar 2 of 3 fasen. Die werd geacht thuis zijn wonden te likken. Ik heb er weinig fiducie in, maar het zou mooi zijn als alle heibel althans op een paar scholen tot zelfonderzoek en openheid leidt.

P.S. Mijn oude onderwijsstukjes staan met dank aan Arno nog steeds online: hier en de Levende talen-columns hier. 

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Ecologisch Toch

Europa is een extinction coldspot: weinig uitsterven, weinig biodiversiteit, weinig unieke soorten. […] 95% van het uitsterven gebeurt in de tropen.

Dit komt uit de NRC-wetenschapsbijlage van vorige week. Aan het woord is conservatiebioloog Stuart Pimm, die natuurbehoud in cijfers en formules vangt en drie wetten poneert: groot is beter dan klein (qua oppervlak natuurgebied); verbonden is beter dan verdeeld; natuurlijk is beter dan beheerd.

Ik haalde Pimm uit de krantenbak omdat het HD vandaag de hele eerste regiopagina wijdt aan de nieuw opgerichte adviesgroep ‘Ecologisch Toch’, die pleit voor de herintroductie van een in Haarlem uitgestorven soort, de stadsecolooog (Dik Vonk was de laatste). Roland Brakel, Frank Zoontjes en Peter Bulsing proberen de gemeenteraad (bekend om zijn ongekende biodiversiteit en een aantal unieke soorten) mee te krijgen. Alle gepolste raadsleden staan er in beginsel positief tegenover, mits/tenzij/met dien verstande… Alleen de VVD-woordvoerder gooit roet/grafiet in het eten. ‘Geen stadsecoloog waar kosten aan zijn verbonden,’ laat schaduwraadslid Eloy Aerssens kortaf weten. Schaduwraadslid? In welke politieke niche leven die? Anne Sterenburg big game hunting in Zimbabwe, Jeroen Boer in de file bij het Rottepolderplein en Joris Blokpoel heeft alleen creditcards en geen milieu in zijn portefeuille. ‘Kan die lichtschuwe Eloy anders niet even uit de schaduw…?’

.

vogel in stad

.Nederige vogel op een paal in de stad

Stuart Pimm citeert trouwens nog een andere wet: Aldo Leopolds First Law of Intelligent Tinkering, die inhoudt dat je als knutselaar nooit iets weg moet gooien, zelfs (of juist!) als je niet weet wat het is. Op natuurgebied betekent dit dat je alles wat kronkelt, krioelt, glibbert, glijdt, fladdert en flubbert moet beschermen. Dus ook de nederige waterkoet in de stadsvijver (hoewel, nederige?)

En zo zijn we terug bij ‘Ecologisch Toch’ (vreemde naam, het zal waratje toch geen woordspeling zijn, iets met ‘logisch’?). Ze willen meer deskundigheid in het groenbeheer, zoals bij het maaien. Dat kan anders. Nou ja, dan heb je het RaDa al aan je zijde natuurlijk (zie Grondoorlog en Langs de Delft en Man met Zeis gevraagd en Nijvere Maaimachine).

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Rottinkje

Ik werd vanochtend wakker met het woord ‘rottinkje’ in mijn hoofd. Hoeveel mensen kunnen dat zeggen? Ik kan jullie verzekeren dat het voor mij ook de eerste keer was.

Vreemd. Ik stelde me voor hoe dat antieke woord wekenlang in de weer was geweest om zich op te werken, moeizaam, tussen tienduizenden minder ambitieuze of behendige woorden door; soms met de ellebogen, soms met geweld (je bent een rottinkje of je bent het niet). En uiteindelijk, ergens vannacht, had het pole position bereikt.

Het is duidelijk een pre-Google-woord. Weinig hits en slechts een handjevol afbeeldingen. Ik associeer het met Dik Trom en Billie Turf. Het rottinkje geniepig verstopt achter de rug van de leraar, om de kastijding des te gemener te maken.

.

rottinkje

Studentenclub rond 1900, met rottinkje.

Of had het iets te maken met Travels with a Donkey in the Cévennes van Robert Louis Stevenson (bekender van Jekyll and Hyde)? Ik las er van de week de eerste hoofdstukken uit. Een boek uit 1879, over de eerste draagbare slaapzak (erg zwaar) en de verbazing van de Franse plattelandsbewoners over die malle Schotse toerist. Stevenson tikt een ezeltje op de kop, met de mooie naam Modestine, maar het lastdier is aanvankelijk niet vooruit te branden. Het doet een perfecte imitatie van een oud, ziek, trillerig ezeltje met tranende oogjes. Een Franse boer ziet het gestumper aan, krijgt een lachbui, zoekt een zwiepende tak in het kreupelhout (‘a switch’) en striemt Modestine onbarmhartig op de rug, waarna het beest/de actrice met gezwinde pas verder loopt.

‘s Avonds heeft Stevenson geen spierpijn van het lopen, maar van het slaan. Modestine heeft nog een hebbelijkheid: bij iedere stal die ze passeren wil ze kennismaken met de bewoners. Stevenson wordt verscheurd tussen de benodigde wreedheid en zijn eigen teerhartigheid. Dan komt hij bij een herberg, waar de vrouw haar echtgenoot zo introduceert: “My man knows nothing,”she said, with an angry nod; “he is like the beasts.” De volgende ochtend overhandigt de bruut Stevenson een speciaal vervaardigde  ‘goad’: een stok met een scherp ijzeren puntje eraan, een instrument dat uiterst efficiënt blijkt om de ezel aan te sturen (om het in managementtaal te zeggen). Blessed be the man who invented goads!

Jullie snappen, de hersenopslagruimte met strafwerktuigen was al druk bezocht deze week. Goede kans dat dat vergeten rottinkje daar ook nog ergens slingerde.

P.S. Mijn moeder wordt als alles goed gaat overgrootmoeder, met dank aan de dochter van mijn zus. Ik moest wel even nadenken wat dat mij maakte. Het duurde even eer ik op ‘oudoom’ kwam.

De Kift

Bij sommige bands lijkt het of ze behalve de geluidsboxen en hun eigen apparatuur ook zelf het publiek hebben gelost en uitgepakt – hun toegewijdste fans, dertig jaar geleden ergens opgeduikeld en sindsdien meevervoerd en uitgezet bij alle optredens. Van eerste intro tot laatste toegift bereid tot meewiegen en meezingen, tekstvast en vatbaar voor nostalgie en ontroering. Sommigen hebben zich tijdens die dertig jaar trouwe dienst voortgeplant en de tweede en derde generaties gaan als vanzelfsprekend mee op tournee.

.

kift2

.

De Kift is zo’n band. Gisteren waren ze in het Patronaat. Zelf zag ik ze pas vrij recent voor het eerst live; ze zijn literair angehaucht en er is een los samenwerkingsverband met de Vorlesebühne van de huisdichteres, vandaar. Die avonden waren geweldig en ik kocht hun CD Rats on Rafts, die ik wekenlang aan- en inzette als ochtendoppepper. Als ik Drie Wegen had gehoord, met dat geweldige ‘draaiorgel’**, kon ik de dag weer aan.

Terwijl de zaal zich vulde gisteren, dacht ik regelmatig: ja, die ook, natuurlijk! Als ik Haarlemse Kift-fans had moeten bedenken, had hij er zeker bij gezeten. Veel vriendelijke mensen, met gevoel voor humor en relativering. Alles klopte en de hele avond was een briljante invuloefening. Hier wilde ik zo’n suffe Word Cloud maken, maar dat blijkt gedoe (om er een te faken althans). Dus dan maar zo: sfeer, energie, virtuositeit, multi-instrumentalisme, top 30, kameraadschap, speelsheid, Zaansheid, sympathiek, geniaal, geen kapsones, fanfare-punk, quiz, koperblazers, eigenheid, routine, reünie. Wat wil een mens / wat willen fans nog meer?

.

kift

.

**Dat ‘draaiorgel’, de Brik, is een door de bandleden van de Kift uit schrootafval gebouwd instrument.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Nekken

We laten de vijftig tinten grijs van Tata nog maar even voor wat ze zijn – al volgt de RaDa-reda de (rook)ontwikkelingen daar bij Wijk aan Zee met belangstelling. Het boetebedrag per overtreding is inmiddels vervijfvoudigd naar €25.000 en de Stichting IJmondig legt Rutte het vuur aan de schenen.

Ik kom er op terug, maar eerst nog een keer de winter lite. Het fietsen is een genot zo met die sneeuw. Neem nu de paarden langs de duinrand bij de manege van Santpoort-Noord. Zo schilderachtig! Toch hadden die beesten andere besognes aan hun hoofd dan het pittoresk maken van het witte landschap, zo bleek toen ik stilhield. Ik was getuige van een soort #metoo.

.

necking

.

Aan genderonderzoek ben ik niet toegekomen, maar de twee (m/v, m/m of v/v) die het dichtstbij stonden hadden bonje. De bruine (bles?) deed iets wat ik in het Engels necking zou noemen (vrijen), maar het donkere paard was niet gediend van de attenties. Die bruine ging evenwel stug door met zijn/haar ongewenste intimiteiten en liet zich niet afpoeieren. Er werd een grens overschreden toen hij/zij zijn/haar neus onder het blauwe dek wilde steken. Upskirting! De partner stampvoette krachtig  – ben jij betoeterd! De waarschuwing werd genegeerd. Bij de volgende poging sloeg ze/hij venijnig naar hem/haar met beide achterpoten [ik waak ervoor een van de seksen in een kwaad daglicht te stellen / ook de uitdrukking ‘gaf een hengst’ is vermeden]. Het zag er angstaanjagend uit – een optater met een hoef, ik kan het niemand aanbevelen.

.

necking2

.

Blijf uit mijn buurt, was de boodschap, daar kon geen misverstand over bestaan. Dacht ik. Als een paardje nee zegt, zegt het nee. Maar na een kortstondige verwijdering stonden ze even later weer zij aan zij. En toen…

.

paard7

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Rijp

Lyrisch-satirisch sinds 2005, zo afficheert het RaDa zich. Soms lastig, die bipolariteit, maar op een vriesdag als vandaag, met een biljoen pixels extra in de lucht, is de keuze eenvoudig.

Alles was mooi. Zo mooi dat de camera het amper aankon. Onze zintuigen lieten zich trakteren en dat het rustig was (zelfs bij het circuit) hielp daarbij ook. We liepen vanuit de stad naar het Kraansvlak bij Zandvoort (dat een paar weken gesloten was geweest), via het Houtmanpad en Kraantje Lek, waar we de duinen in gingen. De rijp deed het landschap er net even anders uitzien, een geraffineerd laagje kristalmake-up, dat na het middaguur door begon te lopen. De druppeltjes traanden duizendvoudig in het felle zonlicht.

.

doorschijn

.

rijpdruppeltjes2

.

En er was groot wild. We hoefden er niet voor door het kreupelhout te tijgeren. Vlakbij de ingang van het Kraansvlak lag een kudde wisenten te zonnen. Het zag er haast decadent uit. Nou ja, voor oerrundbegrippen dan. In hun thuisland Polen bijt de winter scherper dan hier. Het was niet de eerste keer dat we ze zagen, maar deze photo opportunity liet ik me niet ontglippen.

.

wisenten

.

wisent3

.

wisentfamilie

.

Links een moeder met zogend kalf. Een eind verderop, zich onttrekkend aan het groepsgebeuren, lag nog een reusachtige bul. We liepen door naar Bloemendaal aan Zee, waar we lijn 81 naar Haarlem namen. Over het hele uitstapje hadden we drie uur gedaan. Het voelde als een minivakantie – of ben ik nou te lyrisch?

P.S. Jammer dat ik de intocht van de nieuwe sluisdeur bij IJmuiden gemist heb: meer dan 70 meter lang en over zee aangevoerd vanuit Zuid-Korea.

Paars PS: In de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.


.

Gouden keitjes

De Haarlemse gemeenteambtenaar blijft voor mij een mythische figuur. Gevreesd om zijn bureaucratische macht, veelvuldig bekritiseerd en tevens raadselachtig in zijn onzichtbare bezigheden. Zowel zondebok als onmisbare schakel in talloze, veelal ondoorgrondelijke processen.

Op de voorpagina van het HD staat vandaag dat het plaatsen van laadpalen stokt door een tekort aan ambtenaren. Veel aanvragen en nog meer bezwaarschriften. Het valt niet bij te stempelen…

En als ze hun zaakjes wel op orde hebben bij de gemeente gaat het fout in de uitvoering. Bewoners van het Floraplein kregen de garantie dat hun ‘historische keitjes’ na werkzaamheden terug zouden worden geplaatst door Heijmans. De inspraakprocedure verdiende de schoonheidsprijs (deze uitdrukking wordt hier bij wijze van uitzondering positief gebruikt). Echter, toen er daadwerkelijk geplaveid werd, bleken er behalve de vertrouwde blauwige keitjes ook nieuwbakken rode stenen te worden gebruikt. Boze lokale tongen beweren nu dat er oude zijn verdonkeremaand. Ze zijn ‘goud waard’. Het gaat om een oppervlak van  950 m². Slordige RaDa-som: per m² is dat 5 x 16 = pakweg 80 stenen. Dat maal 950= iets in de buurt van 76.000 stenen (ik vertrouw erop dat Henk Sloos binnenkort met de juiste cijfers komt). Als je die met een kruiwagen in je eentje moet verdoezelen ben je wel even bezig. Wethouder Snoek ging donderdag bij de gemeenteraad door ongeplaveid stof.

Een lelijke deuk in het vertrouwen in de overheid. En dat terwijl er veel grotere projecten op stapel staan, zoals de woningbouw in Haarlem Zuidwest met 2100 woningen. Maar laten we niet negatief eindigen. Er is ook een ambtenaar geweest die de strooiroutes voor fietspaden op de kaart heeft aangegeven. Dat ziet er zo uit.

.

strooiroute

.

En mensen printen dat dan uit en houden die kaart tijdens het fietsen in een halfbevroren hand. Ontroerend, toch? De PDF is na het invallen van de dooi ook te gebruiken als ontstressende kleurplaat voor volwassenen.

P.S. Dat zou de gemeente Velsen ook eens moeten doen. Strooien, bedoel ik. Het gladste punt van Nederland ligt op de kruising Velserenderlaan / Middenduinerweg. De fietser voor mij maakte een afschuwelijke schuiver, een vrouw schuifelde er met fiets aan de hand. Ook ik stapte wijselijk af. Kennelijk waren de verantwoordelijke ambtenaren nog aan het zoeken naar een perkament met de pekelroutes.

Paars PS: In de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Meer licht?

Het HD begint de regiobijlage met onvrede over de ‘snelwegverlichting’ aan de Houtmarkt. Op de bijgeplaatste foto zie je een buurvrouw van een van de klagers ‘s avonds in haar huiskamer de krant lezen bij het felle licht van een lantaarnpaal. Model Spaarne, zoals het HIOR voorschrijft. HIOR? Handboek Inrichting Openbare Ruimte en volgens de krant ‘leidinggevend'(?) bij de keuze van het type verlichting.

De arme mensen aan de Houtmarkt krijgen er naar verluidt migraine van. Dan zijn wij er hier in de straat nog genadig vanaf gekomen. Ik moest denken aan die schuchtere brief waarin de revolutionaire verandering naar LED werd aangekondigd (zie Haarlem naar led).

Wel heb ik moeite met een ander (ver)schijnsel. Autokoplampen. Niet alle – van die gelige heb ik geen last, maar klopt het dat er steeds meer van die akelige witte zijn? Helwitte? Ook in woonwijken? Die ontworpen lijken om tegenliggers te verblinden en handelingsonbekwaam in de berm of bewusteloos op een motorkap te doen belanden? Aanvankelijk zocht ik het bij mezelf (algemene aftakeling gepaard met optische oversensitiviteit), maar nu ik het google vind ik licht-technisch onderlegde lotgenoten, die klagen over xenon & led.

.

licht

De Randweg vanaf het fietspad langs de Delft

.

En natuurlijk, soms wil je juist meer licht. Fietsend langs de Delft stuitte ik vanavond op een versperring van neergekwakte en lukraak geparkeerde fietsen. Zo’n vijftien jongens stonden en draafden op het fietspad, er werd gejouwd en aan andermans kleding gesjord. Tijd voor een volwassene met een sonore stem en natuurlijke autoriteit om de meute tot kalmte te manen en de heethoofden kordaat van elkaar te scheiden. Ik kwam als geroepen. Alleen, het was pikkedonker en ik kon geen gezichten, laat staan gezichtsuitdrukkingen onderscheiden. Het was me te link. En dus wurmde ik me tussen de fietsen en de ruzieschoppers door. “Het loopt helemaal uit de hand, meneer,” zei een jongen. Ik keek het schimmenspel nog even aan, van veilige afstand, maar van een directe escalatie leek geen sprake. Dus reed ik verder. Want in het donker ben ik geen held.

Paars PS: In de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Lijden met Ischa

Silicon-bedrijven die zich bezighouden met Kunstmatige Intelligentie vertrouwen het oplossen van grote maatschappelijke problemen toe aan slimme knulletjes zonder mensenkennis en levenservaring, die zelf geen enkel benul hebben wat het is om te lijden en te falen en die ieder ethisch besef ontberen.

Dat heb ik niet van mezelf; het is de opvatting van neuro-wetenschapper en ondernemer Vivienne Ming, die vreest dat Artificial Intelligence in de huidige toepassing maatschappelijke vooroordelen en misstanden alleen maar zal versterken (Guardian Weekly).

Toen ik het las moest ik direct denken aan De Interviewer van Ischa Meijer, een bundeling vraaggesprekken uit 1999. Vijftig interviews uit 25 jaar interviewen. Ik viste het boek van 400 pagina’s uit een bak met literaire afdankertjes van een serveerster in het Dolhuys en ik ben er al een week aan verslingerd. Deels doordat het een tijdreisje is. De grote namen uit mijn jeugd: schrijvers (Hugo Claus, W.F. Hermans, Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt, K. Schippers, Marga Minco), journalisten (Henk Hofland, W.L. Brugsma, Jan Blokker, Renate Rubinstein), kunstenaars en artiesten (Karel Appel, Wally Tax, Willem Breuker, Wim Sonneveld) en ga zo door. Drie interviews met Lou de Jong. De meesten hebben butsen en schrammen opgelopen in of door de oorlog en hebben veel moeten overwinnen om iets van het leven te maken. Naïef kun je hun wereldbeeld niet noemen (anders dan dat van die AI-knullen hierboven) en Ischa Meijer – laat dat maar aan hem over – vraagt natuurlijk door en door en door.

Het is geen toeval: het enige mijns inziens overbodige interview is dat voor de Nieuwe Linie met sixties ‘protestzanger’ Boudewijn de Groot, die bij hun ontmoeting in een ‘kasteelachtige’ Aerdenhoutse villa (waar hij logeert) door Meijer wordt neergezet als een volstrekte minkukel. Inderdaad, die woningnood, daar kan hij ‘charmant striemend’ over zingen. Het interview met Gert en Hermien lees je daarentegen ademloos.

Haarlems ereburger Harry Mulisch werd in 1970 onder handen genomen voor de Haagse Post. Uit de introductie: Voor velen een hansworst, een frivole kwast, de jongen die vanuit zijn sportkar voldaan het opstandig gepeupel bestudeert. De eigentijdse dandy, die kans ziet in de krappe actieradius Leidsebosje-Leidsestraat half vrouwelijk Amsterdam tussen de lakens te lokken. Voor vrienden: een moederloos veulen (Mies Bouhuys), de grootste schrijver van Nederland (Jan Hein Donner), een onwankelbaar trouwe vriend (W.L. Brugsma), iemand met een volkomen gesloten wereldbeeld (Cees Nooteboom).

Het boek (Prometheus) is volgens bol.com nog antiquarisch verkrijgbaar. Het is maar een tip.

P.S. Gisteren zocht de Pavohovaha schuchter toenadering tot de PvdA Zuid-Kennemerland op hun Nieuwjaarsreceptie. Voor opnamen van de toespraak die ik hield in mijn hoedanigheid van partijvoorzitter, secretaris, lijstduwer en lijsttrekker zie de site van Martien Brander: een bedaard, sloom en gemoedelijk 2019.

https://youtu.be/wO5qejrrKkk

IMG-20190113-WA0002.

Paars PS In de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.