Tettermuggen

Er is door omwonenden van de Watermeterfabriek aan het Spaarne (oostoever, hoogte Belgiëlaan) een juridische procedure aangespannen tegen de komst van een terras  – geen terrasJE, de gemeente dacht aan 125 stoelen.

Het terras zou volgens de vergunning om 10 uur ‘s avonds moeten sluiten, maar niettemin, de aanleg stuit op veel verzet. Men twijfelt, aldus de raadsman, aan de geruststellende berekeningen in het geluidsonderzoek van de gemeente. En dan, beste stadgenoten, voert hij een argument aan dat eenieder van ons noopt tot streng en gewetensvol zelfonderzoek:”De gemeente gaat ervan uit dat op een terras slechts de helft van de bezoekers praat en de andere helft luistert. Maar zo gaat dat niet in Haarlem, daar praat iedereen door elkaar heen.”

Dixit Andre (zonder aigu) Gaastra, advocaat.

Op zich lijkt één prater per tafel mij ruim voldoende (in sommige gevallen al teveel). Als aan 30 volle tafeltjes de helft zit te oreren (zoals de gemeente veronderstelt) kom je op 60 stemmen, die elkaar dan (crescendo) pogen te overstemmen. Maar iedereen door elkaar? Strookt dit met jullie waarneming? Wij worden hier collectief weggezet als roeptoeters en blaaskaken. Kunnen we die raadsman niet aanklagen wegens laster én smaad én ongewenste bezoedeling van onze goede naam en onbesproken reputatie?

Hij moet echt in de war zijn met Bloemendaal, Zandvoort en IJmuiden.

.

gardersonmari

.

De huisdichteres toonde me nu pas een tweetalig zakdoekje dat zij van een vriendin kreeg bij ons huwelijk: zestien dos and don’ts voor de echtgenote. Van ‘laat hem rustig de krant lezen’ en ‘gebruik niet teveel parfum’ tot het listige ‘Ayez toujours l’air innocent’, ‘Ne prenez pas un air sypérieur’ en ‘don’t sulk’/’ne boudez pas!’ (niet mokken). We telden samen en…. bijna alle zestien goed!!!! Morgen dragen we het zakdoekje feestelijk over aan een beginnend stel.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Zonder ruggengraat

Voor Straatjournaal april ‘19

U en ik en de inktvis hebben een gemeenschappelijke voorouder, zij het dat het een onooglijk wurmpje betreft, pakweg een half miljard jaar geleden. Ergens daarna gingen gewervelden (ik en hopelijk u) en ongewervelden hun eigen evolutionaire weg. De eerste inktvissen (Cephalopoda) zwommen 290 miljoen jaar geleden al rond (of anders 169 miljoen – de weinige fossielen geven geen uitsluitsel) en ontwikkelden hun eigen anatomie en breinen. Ja, meervoud, want ook de uiteinden van de tentakels bevatten grote concentraties neuronen.

Over de intelligentie van inktvissen zijn sterke staaltjes te vertellen. In het laboratorium sluipen ze uit hun aquarium en brengen bezoekjes aan de buren – uit nieuwsgierigheid of om lekkernijen te roven, waarna ze schijnheilig terugkeren naar hun eigen plek. Ze treiteren stelselmatig één bepaalde verzorger (niemand weet waarom ze juist die ene steeds natspuiten) en saboteren de saaie proefjes van de wetenschappers. Maar als er echt wat te halen valt – een smakelijk krabbetje in een jampot – draaien ze na enig gepuzzel de schroefdop los, ook al hebben ze zo’n sluiting nooit eerder gezien.

Mijn fascinatie voor die beesten groeit met iedere pagina die ik lees in Other Minds van Peter Godfrey-Smith, zowel filosoof als duiker, die zich onder meer afvraagt hoe de belevingswereld van Cephalopoda verschilt van de onze. Het lijkt een kansloze vraag, maar het is een serieus boek en ik word me steeds bewuster van mijn hoekigheid, stramheid en ruggengraat. Want de inktvis heeft een aantal uiterst benijdenswaardige eigenschappen. Hij vouwt zich op en verstopt zich in nauwe spleten en onmogelijke gaten. Daarbij is hij een meestervermommer. Sommige soorten verschieten voortdurend van kleur als ze over afwisselende bodems zwemmen. Maar de gedaanteverwisselingen gaan verder: hun huid kan zelfs de patronen van de ondergrond aannemen en de textuur – uitsteeksels, korsten en en bultjes. Kampioen is een Indonesische inktvis die andere zeewezens imiteert, zoals platvissen en zeeslangen. Als het zo uitkomt draagt hij een schelp op zijn rug om onkwetsbaarheid te suggereren.

Bij dreigend gevaar zijn de voordelen van camouflage duidelijk, maar nog frappanter is dat bepaalde inktvissen ook in rust onophoudelijk kleureffecten vertonen. Weerspiegelen die hersenactiviteit, ongeveer zoals wij neuriën, in onszelf praten of dromen?

Hoe heerlijk moet het zijn om door een druk winkelcentrum te lopen terwijl niet alleen je kleding instinctief allerlei verschillende kleuren aanneemt, maar bolletjes ook nog eens veranderen in ruitjes, sterren of streepjes en je maat van XXS uitdijt naar XXL; bij de Etos ben je een meisje van 1.20m en bij de hangjongeren voor de Xenos pomp je je op tot een agent met gummiknuppel of een bullebak van 3.60 meter. Even verderop tover je dreadlocks op je kale schedel en in plaats van voortdurend te lopen, verplaats je je voor de variatie met radslagen of je stuitert als een rubberballetje. Het is maar net hoe je pet/helm/punthoed staat.

Ook geestelijk ben je flexibel en ongrijpbaar. Fluïde. Je hebt lak aan hokjes, kaders, grenzen, principes, machtsblokken, betrokken stellingen, barricaden, partijkleuren en in beton gegoten standpunten. De inktvis is al 200 miljoen jaar een solitair dier en doet niet aan groepsdenken.

Soms kijkt hij met zijn wijze, lepe ogen naar ons en slaakt een diepe onderwaterzucht. Mensen… sommigen lopen wekenlang in dezelfde bruine slobbertrui, stemmen elke vier jaar met dezelfde hand op dezelfde partij, staan dagelijks bij dezelfde afslag in de file, houden de godganse dag dezelfde teint, kruipen zelden in de huid van een ander. Eén club, één god, één paspoort, één kantoorstoel. Ze lopen braaf in het gareel en zetten zelden hun hakken in het zand. Die ruggengraat, mijmert hij, was dat achteraf nou wel zo’n geweldig idee?

Badmintonclub?

Haarlem spreekt een woordje mee… op voetbalgebied nog wel. Ik heb het natuurlijk over die grensrechter van Geel-Wit die dit weekend door het lint ging bij een massale vechtpartij tussen de spelers. Van verre kwam hij toesnellen en sloeg de keeper van de tegenpartij bewusteloos.

Van UNO Hoofddorp had ik nog nooit gehoord; Geel-Wit ken ik nog van vroeger. Het speelt zijn thuiswedstrijden onder de (wie)rook van de Nieuwe Bavo. Het voorval werd gefilmd en naar zo’n filmpje kan je alleen maar hoofdschuddend kijken. Amateurvoetbal. Publiek is er nauwelijks, dus grote belangen stonden er vast niet op het spel. Niettemin, ook voordat de 34-jarige grensrechter in de mêlee aankwam, zijn vlag wegwierp en zijn KO uitdeelde, werd er door beide teams al driftig geschopt en gemept.

De mensheid voetbalt pas de laatste 120 jaar, denk je als je zoiets ziet. Moeten we er niet mee kappen? Hoe erg zou een verbod zijn?

Bij al het geweld en geschreeuw houdt één slanke, zwarte jongen van UNO zich compleet afzijdig. Hij zet zijn handen losjes in zijn zij en na de kaakslag draait hij zich stilletjes om en loopt hoofdschuddend van het veld. Zonder enig contact met zijn medespelers.

Heeft hij het al te vaak meegemaakt? Bezit hij een wijsheid of beschaving die de anderen ontberen? Heeft hij de moed opgegeven? Ik wens hem een leuke rugby- of badmintonclub.

.

vijfie

.

P.S. Klik hier voor het hele filmpje van RTV-NH

P.S. En (niets tegenstrijdiger dan de RaDa-reda) hier Ploertenvoetbal, een stukje waarin ik mijn waardering betuig voor het gemene gajes van Inter en Chelsea (ik vind het zelf nog steeds leuk)

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Verschrikkelijke mensen

Ik hoorde Mark Rutte en Sander Dekker stamelen over de rapporten die de reeks fouten blootlegden die Michael P. in staat stelde Anne Faber te vermoorden. Het was stamelen zonder stamelen: een paar geprepareerde zinnen hebben politici altijd wel voorradig, maar beider onmacht was evident.

Vooropgesteld, het jarenlang uitkleden en demoraliseren van alle overheidsinstanties heeft zeker niet geholpen om misstanden te voorkomen, dus die kabinetshoofden zitten hoe dan ook dik onder de boter. En zoals altijd was er de gespeelde daadkracht; Rutte sloot het gesprekje af met de bezwering dat dit land ‘veilig’ moest worden gehouden ‘voor dit soort verschrikkelijke mensen’.

Waarbij de vraag is of we bereid zijn de consequenties te aanvaarden. Want hoeveel veiligheid kan je garanderen zonder alle ‘verschrikkelijke mensen’ levenslang op te sluiten? Ik moest denken aan het verhaal Mr. Loveday’s Little Outing van Evelyn Waugh, een van Engelands briljantste stilisten en grootste zwartkijkers. Twintig jaar geleden las ik het regelmatig in 5VWO, maar nadien is het van het repertoire verdwenen. De onsentimentele humor behoefde steeds meer uitleg, en qua empathie en inlevingsvermogen had het oneigentijds weinig te bieden.

Voor wie het niet kent: Lady Moping heeft haar man na diens zelfmoordpoging tijdens haar tuinfeest (hij dreigde er al jaren mee) laten opnemen in het gekkenhuis, waar hij verblijft in de aparte vleugel voor de rijkere gestoorden. Bij een bezoek samen met haar dochter Angela ontmoeten we Lord Moping’s ‘secretaris’, een oudere man: voorkomend en zachtaardig. Angela ziet hem aan voor een verpleger, maar hij is een ‘inmate’, die zich op allerlei manieren verdienstelijk maakt voor anderen. Hij biljart met ze, doet goocheltrucs, repareert grammofoons, enz. Als jongeman had Mr. Loveday (let op de naam) een jonge vrouw van haar fiets getrokken en gewurgd. “But surely he is perfectly safe now?” roept Angela uit.

Angela wordt een vrouw met een missie; die arme Mr. Loveday moet vrij. Desgevraagd vertrouwt hij haar toe te vrezen dat veel patiënten hem erg zouden missen, maar ‘Well, miss, I should welcome a little outing before I get too old to enjoy it. […] There is one thing I often wish I could do. You mustn’t ask me what.’

Hij krijgt een afscheidsfeestje met tranen en cadeautjes; een bonte stoet krankzinnigen doet hem huppelend en hinkelend uitgeleide naar het hek. Tot ieders verbazing is Loveday al twee uur na zijn afscheid terug van zijn uitstapje. Was het niet leuk? Het was juist érg leuk, laat hij weten, met een glimlachje. “I think that now I shall be here for good.”

Dan is die damesfiets in de berm nog niet gevonden. Het is een grimmig verhaal en als je het hebt gelezen, is het moeilijk er niet aan te denken als je in artikelen over tbs en het Pieter Baan Centrum termen leest als risico-analyse, resocialisatie en recidivekans.

P.S. Een PDF van het verhaal staat hier. En voor ereaderreaders is dit misschien iets

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Kledders

Keelpijn, verstopte neus & hoofdpijn, snotteren, hoesten, schorheid… Ziedaar mijn vaste cyclus bij verkoudheid/griep.

Ik had er net een helemaal doorlopen – vorige week had ik mijzelf genezen verklaard – toen ik vanochtend wakker werd met keelpijn. Beetje koortsig ook. Zit ik in een loop? Hoe dan ook, ik kan het bijzonder slecht verkroppen, merk ik. Nijdig zijn op je eigen ziekige lichaam heeft weinig zin natuurlijk; je mag ervan uitgaan dat het zijn best voor je doet en echt niet beter kan. Maar toch… als er een meldpunt was voor onverdiende virus-aanvallen, zou ik briesend en niesend aansluiten bij de wachtrij, of misschien wel voordringen.

Is ook de speelsheid van geest aangetast? Ja. Gelukkig zijn er anderen die helpen de zintuigen te prikkelen en stimuleren. De huisdichteres had het eergisteren over iemand die verfvlekken spaarde en analyseerde. Ze vermoedde dat ik in het RaDa-archief wel het een en ander had. Vast wel, alleen kon ik de vlekken-galerij niet 1-2-3 aanklikken. Voor de dichtstbijzijnde vlek die ik zo gauw kon bedenken, ging ik naar de Van Ostadestraat, hier in het Kleverpark.

.

verfvlek

.

Ik ben inmiddels bijgepraat: de verfvlekkenverzamelaar is Hans Aarsman (onder meer bekend uit de Volkskrant) en ah, wacht… ik heb een heuse link (je kunt foto’s inzenden). Een deel van de pret bestaat er natuurlijk uit om je de klunzigheid of domme pech voor te stellen die tot deze unieke samenstelling van spetters, uitlopers en kledders leidde. Viel de pot uit de dakgoot? Stuitte hij op? Maakte een bijbehorende schilder nog een snoekduik om het onheil te voorkomen? Hierboven lijkt het trouwens alsof er nog een halfslachtige poging gedaan is tot deppen of dweilen.

Ten slotte een vraagje: als jullie ‘verfvlekken’ zeggen, klinkt het dan anders dan ‘verflekken’(‘verf-lekken’)?

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Bavo-shuttle

Een unieke belevenis voor moderne pelgrims en andere toeristen die Haarlem aandoen: vanaf 1 mei zal een skilift de Oude of St. Bavo verbinden met de Basiliek St. Bavo.

Het initiatief voor deze hoogfrequente oecumenische shuttle service kwam van katholieke zijde. Dankzij de restauratie heeft de Nieuwe Bavo recentelijk aanzienlijk aan luister gewonnen, waardoor het des te meer steekt dat de doorsnee toerist aan een bezoek van de kathedraal zelden toekomt. Vormt de Leidsevaart een psychologische barrière? Is het religieuze verzadigingspunt bereikt na bezichtiging van de Oude Kerk? “Hoe dan ook, wij geloven heilig dat die lift de oplossing is,” aldus een woordvoerder van het bisdom.

De diaconie en predikanten van de Oude Bavo zien louter voordelen in het project. ‘Om te beginnen dienen wij elkaar de hand te reiken in deze goddeloze tijden. Daarnaast – moet ik opbiechten – is het onzerzijds niet enkel een daad van naastenliefde. Zo’n luchtreis van een kilometer boven de binnenstad is een hemelse ervaring. Wij verwachten op jaarbasis duizenden belangstellenden en de opbrengst is een welkome aanvulling op de wekelijkse collecte.’

Waar of niet waar? Nou ja, dat vroeg ik me dus ook af toen ik zojuist bij RTV-NH las over de loopbrug tussen de twee torens van de Basiliek. 

.

Shiny

Hé, is de uil terug in het Kenaupark? De bosuil, om misverstanden te voorkomen, niet de uil van Minerva.

Ik vroeg het me af doordat er nogal wat mensen (van jong tot al een beetje oud) dromden rond de bankjes die normaliter als dagopvang dienen voor de daklozen. Het waren echter geen fotografen, ze hielden hun ogen gericht op het scherm van hun mobieltje. Geen vogelliefhebbers derhalve, al speurden ze soms in het rond.

.

pokemmonpark

.

Het had iets vervreemdends – zij zagen met z’n allen iets wat wij niet zagen. Liepen achter iets aan wat wij niet konden volgen. Het was of ik weer naar de verkiezingsuitslagen zat te kijken. 16% van de kiezers in Boreaal-Holland zagen een leider waar ik slechts een windbuil zag.

Nou ja, vandaag bleek het om Pokémon te gaan. We lieten ons bijpraten door een vrouw van de ’community’ (naar haar zeggen uit de ‘rode groep’) Eens in de zoveel maanden is er een ‘event’ of queeste waarbij wereldwijd nieuwe shiny’s worden uitgezet (??????). Een man liet ons op zijn schermpje gluren, waar tot zijn opwinding een ei werd uitgebroed.

.

pokeplan

.

Echt veel wijzer werd ik er evenwel niet van, maar het leek een onschuldig tijdverdrijf. En windei of niet, ik had deze week al gekkere dingen gezien.

P.S. Nog even een paar lentesluiers om mijn tante Annemarie te gedenken.

.

lentesluiers

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Zwaarwichtig

Een verpletterende entree van Ilja Leonard Pfeijffer gisteravond bij de Haarlemse Philharmonie. Ik ken sloopkogels die een gebouw met meer subtiliteit binnenkomen. Het ging zo: ik wilde mij nog even vertreden voor aanvang van Frénk en Frencken toen de hoofdgast van de avond mij bijkans onder de voet liep. Wat mij een dag later van deze near miss bijstaat: iets grofs en grijsgelokts daverde en pufte langs in een ruige berenvacht, ik kon mij ternauwernood in veiligheid brengen.

“Ik ben op bladzijde 374 van uw dikke boek, meneer Pfff…” zou ik anders ook niet gezegd hebben. Het is een rijk en dik boek, dat mij evenzeer bezighoudt als irriteert. Er valt genoeg te bewonderen, maar graag had ik een onsje / pondje / mudje minder Pfeijffer gehad. ‘s Mans persoonlijkheid valt in Grand Hotel Europa evenmin te negeren als in een deuropening.

Nam het interview nog iets weg van mijn wrevel? Werd er iets van charme of speelsheid losgekieteld in de literaire reus? Nee. Hij pontificeerde. Sprak op gedragen toon, alsof hij zijn volzinnen dicteerde aan een hardhorende secretaresse. Daarbij grossierde hij in misprijzen en geringschatting. Het publiek hing aan zijn lippen, daar niet van, maar aan mij was het niet besteed.

Een welkom contrast was het gesprek met Muggenmeester Wienen, dat breed uitwaaierde. Hij vertelde met begeestering over wat hij zoal las, zowel in zijn jeugd als nu (verscheidene biografieën, onder meer over Wilberforce). Toen Frénk van der Linden hengelde naar zijn favoriete Bijbelboek, diste Wienen de geschiedenis van David en Batsheba op alsof het allemaal gisteren was gebeurd. Het was geen gekoketteer. Bij alle onderwerpen klonk hij verstandig en oprecht. Daar hebben we een goede aan.

De huisdichteres was er ook; die las voor zoals alleen zij kan lezen. En (feest!) er komt een 2e druk van Wat als we niet waren betoverd?

.

signeren

.

Dit was mijn tweede poging een foto te maken bij het boekenstalletje. Hieronder de eerste. Die leverde de makkelijkste literaire quiz-vraag ooit op: welke Haarlemse schrijver photobombt hier door het beeld? (Nee, het is niet Lodewijk Wiener)

.

photobomb

.Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Schuimen

We liepen vanmiddag langs het strand, aanvankelijk in parallelle werelden. De huisdichteres had thuis het nieuws uit Utrecht gevolgd – met dreigingen, doden, signalementen, vermoedens en afzettingen. Ik verkeerde geestelijk nog in het Genua en Venetië van Grand Hotel Europa*.

De zee en de wind maakten samen zoveel mogelijk schuim, die hadden het best goed samen.

.

zeeschuim

.

We  zagen een dode Jan-van-gent. Veel doder dan goed voor hem was (en veel groter dan het op de foto lijkt)

,

Janripgent

.

 Niet voor het eerst trouwens. En als je dan toch in macabere sferen zit, zie je overal kadavers en lijken.

.

nietrip

.

Dit bleek bij nadere inspectie een boomstronk, gelukkig. En zoals dat gaat, na een tijdje hadden wind, schuim en water hun heilzame uitwerking. Wat een gouden formule! De stemming steeg. Tussen Bloemendaal en Parnassia passeerden we twee raadselachtige zandheuvels in de branding. Nieuwe natuur? Suppleties?

.

strandheuvels

.

Was ik tegen die tijd uitgelaten genoeg om er een te beklimmen/bedwingen? Zo vaak krijg je de kans niet en er waren geen getuigen. Dus…

.

heuvelmarius

.


* Voor de liefhebbers: morgen treedt de huisdichteres, aka Sylvia Hubers op bij de talkshow Frénk & Frencken in de Philarmonie, waar ook Muggenmeester Jos Wienen en Ilja Leonard Pfeijffer worden geïnterviewd.

Discobol

Is er een Italiaanse topregisseur in de zaal, dacht ik halverwege het feest, zo eentje die vijftig jaar geschiedenis virtuoos in een avondvullende familiesaga perst?

Een van mijn beste vrienden viert zijn verjaardag met grote regelmaat – afgerond eens per jaar – en dat al zolang ik hem ken. Familieleden en vrienden van heinde en verre worden uitgenodigd. Gisteren werd hij 75 (en zijn lieve vrouw 65). In de late jaren zeventig duurden de feestjes tot een uur of vier ‘s ochtends en ieder jaar daarna gemiddeld 10 minuten korter – reken zelf maar uit.

Denk niet dat ik erover klaag! Om te beginnen had ik het uitstekend naar mijn zin gisteren (van eten en drinken wordt traditioneel veel werk gemaakt), maar voor mijzelf hoeft het ook niet meer zo woest. Ik blijf me wel bewust van het contrast met vroeger natuurlijk, maar het heeft anderzijds iets moois om te zien dat je gelijke tred houdt met je generatiegenoten. Veertig jaar is lang; sommige gasten zie ik alleen op die feestjes. Sommigen moet ik in gedachten restaureren, een kleurspoeling of een verjongingskuur geven om ze te herkennen. Degenen die ik ooit voor hip en hot hield hebben aan glans en lenigheid verloren: wie 20 jaar geleden 25 was is nu – reken zelf maar uit.

Denk niet dat ik erover klaag! Maar je hebt weet van een kwaal bij die, meerdere operaties bij een ander, van tegenslagen, scheidingen en uphill battles. Ook een paar lege stoelen hier en daar, het lot doet niet aan vrijstellingen. Maar de oudjes deden het ondanks alles nog goed gisteren. Er werd gedanst. De zoon van de jarige heeft een vrolijk bandje dat heupen stram en soepel in beweging bracht.

.

disco2

.

Er hupsten op een gegeven moment vier generaties rond in dat zaaltje, van wie de jongsten nog nooit een disco-bol hadden meegemaakt en gefascineerd de bewegende lichtjes achtervolgden. Tieners tienerden en twintigers straalden uit dat ze geloofden de toekomst. Ja, zo moeten feestjes zijn, stelde ik vast toen ik om tien uur thuiskwam.