Kwaad en verstandig

Zo’n drie of vier keer per jaar hebben mijn vrouw en ik ruzie. Weinig op zich, maar door de jaren heen is er één onuitroeibaar thema: ik word (te?) kwaad op iemand anders en zij wil dat ik me beheers, waardoor ik nóg kwader word.

Zo ook afgelopen donderdag. Aan mijn humeur lag het niet – we kwamen terug van een erg fijn concert in de Dorpskerk in Bloemendaal. Bij het oversteken van de Kleverlaan (bij de IJsbaan) wachtten we braaf tot het voetgangerslicht van de linker rijbaan op groen sprong, hetgeen geschiedde. Bij de vluchtheuvel halverwege zagen we dat het volgende licht rood bleef. Links op de Randweg zoefde het verkeer onverminderd en ongehinderd door. In de drie voorsorteervakken rechts stonden één motor en daarnaast twee auto’s te wachten. Na een korte, zichtbare aarzeling besloten wij over te steken. Bij onze eerste stap liet de motorrijder zijn machine zo hard mogelijk knetteren, vonken en bulderen. Drie meter is bar weinig en de herrie was waarschijnlijk tot in Velserbroek te horen. Wij maakten (hier nog eendrachtig) een luchtsprong met halve schroef en paniekten terug naar het trottoir.

Haha! Grapje! Maar ik hou niet van zulke grapjes. Die in leer gehulde biker zat daar verstopt achter het ruitje van zijn helm (grijnzend?). Op maar drie stappen afstand en ik (laaiend, tot tien tellen zat er niet meer in) had de eerste stap al gezet. Niet met de bedoeling die motordebiel tot moes te slaan (voor Badr Hari heb ik nooit gedeugd), maar ik hoef niet alles te pikken. Een hartig woordje was op zijn plaats. Vond ik.

Maar de meningen zijn verdeeld. Mijn vrouw trekt aan mijn arm en smeekt me om rustig te blijven. Zij ziet mij al op de intensive care liggen met een verbrijzelde kaak. Zo’n gemankeerde Hell’s Angel heeft vast vriendjes… Je weet niet wat zo iemand gebruikt heeft… Daar komt bij, ik daal in haar achting als ik mijn zelfbeheersing verlies. Waar ik hoop mijn vijand met een verbale kastijding tot geprevelde excuses te dwingen, ziet zij een hyperventilerend iel mannetje dat weinig indruk maakt. 

Dit alles werd niet uitgesproken op die vluchtheuvel. Wel stonden we daar een halve minuut te kibbelen, nog steeds op drie meter afstand van Easy Rider (achter zijn helm nog steeds grijnzend?). Mijn bloeddruk steeg gevaarlijk door de frustratie. Graag zou ik iets heel vies op dat ruitje van hem smeren. Toen het eindelijk mocht, trok hij bedaard op. Geruisloos bijna.

Wij liepen samen (dat nog net wel) over de Verspronckweg naar huis en recycleden eerdere ruzies. Zij: je zou het toch anders kunnen zien? Die vent had ons mooi tuk. Nou, hoe belangrijk is het? Conclusie: ik moet voortaan kalm blijven en toch sterk en waardig (Boeddha Hari!). De vraag is alleen hoe. Als ik al ziedend ben? En nog iets, betekenen zelfrespect en trots dan niets voor haar? Straks, als ik 87 ben, wil nog steeds liever op stramme benen met geheven wandelstok op een groep hooligans af dan dat ik me laat jennen of schofferen. Tegen die tijd zijn we twintig ruzies verder. Want ik vrees dat het laatste woord er nog niet over gezegd is.

.

geenveschthond

.

Keffertje of vechthond?

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook.

Kantelmomenten

Column Straatjournaal augustus

Heeft Haarlem een stadspsycholoog nodig? Ik stelde de vraag enige tijd geleden, toen er sprake was van een aantasting van de Haarlemmerhout ten behoeve van een parkeerplaats en de verfraaiing van de entree daar bij restaurant La Place (ooit Dreefzicht). Een ‘grondruil’ beliefde wethouder Merijn Snoek het te noemen. Hij gaf toe, er zouden een paar dikke beuken sneven, maar…

De details laat ik weg. Waar het om draait is dat een petitie die zich kantte tegen de plannen in luttele dagen meer dan 20.000 handtekeningen kreeg. Historisch veel. Of hysterisch veel – hoe zullen we het noemen? Zelf ondertekende ik hem ook, maar toen ik zoveel geestverwanten bleek te hebben, bekroop mij toch enige twijfel. Wie waren die medestanders?

Ik kon bedenken dat er een kritiek punt was bereikt. Dat het koesteren van die bomen een symptoom was van een grotere angst. Zo heeft de gemeente acht ‘ontwikkelzones’ aangewezen, waar vóór 2025 tienduizend woningen moeten verrijzen. Een ambitieus streven, en begrijpelijk ook, aangezien de woningvraag groot is. Tegelijk heerst het besef dat Haarlem een versteende stad is en dat de meeste nieuwe bewoners ook een of twee auto’s meenemen. Zo bekeken staat ieder gekapt berkje of verdwenen perkje symbool voor de bedreiging van onze leefomgeving.

Ook bij andere, soortgelijke discussies lijkt een kentering nabij. Minister Cora van Nieuwenhuizen liet onlangs weten toch kansen te zien voor de uitbreiding van Schiphol. Het was bedoeld als ‘tegengeluid’, een geluid dat evenveel indruk maakte als ganzengesnater op een Boeing 747.

Bij Tata speelt iets dergelijks. Het begon met de grafietregens van Harsco, die het bedrijf op dwangsom na dwangsom komen te staan. Nadien verschenen er ook krantenartikelen over de jaarlijkse looduitstoot van bijna 5000 kilo. Iedere Tata-scheet wordt inmiddels opgeblazen tot een donderslag en in een redactioneel commentaar stelde het Haarlems Dagblad zelfs dat zo’n enorm industriecomplex dichtbij woongebieden een anachronisme is. Dat was vijf jaar geleden nog ondenkbaar. Zelf heb ik in het verleden de luchtvervuiling boven Tata opgehemeld als de mooiste van Europa. Adembenemend!

Hoewel geen somberaar heb ik de neiging te denken dat er weinig ten goede verandert. Tot ik ineens in een stad loop waar vuilniszakken links en rechts over de stoep slingeren, geattaqueerd door katten, ratten en meeuwen. Hè, hebben ze hier geen ondergrondse vuilniscontainers? Idem met voetgangersgebieden; je went er erg snel aan. Als kind winkelde ik met mijn moeder in de Grote Houtstraat, waar destijds stadsbussen doorheen reden, met uitlaatgassen waarbij die van nu dennenspray lijken. Ondenkbaar dat dat ooit nog wordt teruggedraaid. Het is of verbeteringen je korter bijblijven dan verslechteringen.

Neem het anti-rookbeleid. Ik (niet-roker) heb me vaker geërgerd aan het gedram van campagne voerende fundamentalisten dan aan het gepaf van nicotinejunks. Nog steeds heb ik te doen met de stakkers die ik hier in achtertuinen schuldbewust aan een sjekkie zie lurken. Mijn leraren rookten nog in de klas. Bruine cafés waren bruin door de tabaksaanslag – je wordt weemoedig als je eraan terugdenkt, maar toen ik tien jaar geleden in de krochten van de stad had doorgehaald in een kroeg waar volop werd gerookt, kon ik niet geloven hoe intens mijn kleren en haar de volgende ochtend meurden. Niet alleen geluk was toen nog heel gewoon. Stank evenzeer.

En hondenpoep. Jarenlang werd het routineus aangekruist als ‘ergernis nummer een’. Nu lopen alle baasjes goed gedresseerd achter hun Fikkie aan. Voor mij een onvergetelijk beeld: een jongen en een meisje komen aanslenteren, een toonbeeld van verliefdheid en pril geluk. Zijn ene arm hangt losjes over haar schouder. Aan de andere bungelt al even losjes een plastic zakje met een prille, lauwe drol. Als dat geen tijdsbeeld is!

.

geitenogen

.

Het is maar hoe je het ziet (de RaDa-reda was een paar dagen in Wachtum, Drenthe)

Spoedwetten

Straatjournaal juli ‘19

Een maatschappelijk probleem oplossen, hoe gaat dat in dit land? Ik noem maar wat, er ontsnappen binnen twee weken drie gevaarlijke gevangenen. Het grote publiek is verontrust (zoals dat heet), Geen Stijl en de Telegraaf hetzen en hitsen naar hartelust en er worden kritische Kamervragen gesteld. Kritische vragen naar de bekende weg weliswaar, want de verantwoordelijke minister vindt eveneens dat zware jongens in de nor horen. Hij gaat diep door het stof (in politiek Den Haag uit voorraad leverbaar) en belooft een commissie van deskundigen te benoemen.

Binnen een jaar verschijnt een rapport (vanzelfsprekend een dik rapport – een dun rapport zou wantrouwen wekken; niet bij het grote publiek, dat tegen die tijd allang weer andere besognes heeft, maar bij beleidsmakers). Het rapport signaleert schokkende misstanden in de penitentiaire inrichtingen en bevat een pakket aanbevelingen.

1) Dikkere tralies in de cellen.

2) TNO gaat experimenteren met slimme beddenlakens die niet aan elkaar vastgeknoopt kunnen worden.

3) Alle cake van bezoekers controleren op gesmokkeld gereedschap.

4) Cipiers krijgen ter bevordering van de waakzaamheid sterkere koffie.

5) Cipiers draaien kortere diensten.

Herinvoering van de loden bal aan de enkels van gevangenen wordt verworpen uit milieuoverwegingen.

Vervolgens komen de plasjes, zoals dat zo onsmakelijk heet, die ambtenaren, vakbonden en budgetbewakers erover doen. Zo ontstaat het COMPROMIS: van elke drie tralies wordt er slechts één dikker; de slimme lakens blijken toch te dom of te duur; er komen uitsluitend steekproeven voor messen en vijlen; cipiers moeten twee keer zoveel slappe koffie drinken als in het oude systeem, houden lange diensten en krijgen activity-trackers, zodat ze het surveilleren niet kunnen laten sloffen.

En zo sukkelen we verder. Soms wou ik dat ik een jaartje alleenheerser was, zodat ik er een reeks effectieve spoedwetten doorheen kon jassen. Een voorbeeld: Amsterdam heeft een slordige 10.000 daklozen. De opvangcentra puilen uit. Een bedroevende situatie en de hoofdstad hééft het al zo moeilijk, want ze kampen ook nog eens met de sprinkhanenplaag die toerisme heet en de bijbehorende Airbnb-epidemie. Op de dolle, dwaze woningmarkt maken witwassers en huisjesmelkers de dienst uit. Waar láát je die daklozen, je kan ze moeilijk allemaal inkwartieren bij willekeurige burgers…

Nee, niet bij willekeurige burgers. Zelfs voor alleenheersers zijn er grenzen aan het out-of-the-box-denken. Maar er bestaat wel een categorie burgers die zelf adverteert dat zij beschikt over alle noodzakelijke voorzieningen om een vreemdeling onder te brengen. Om bij Amsterdam te blijven: daar worden volgens de laatste tellingen 20.000 woningen aangeboden voor vakantieverhuur.

Nou ben ik als dictator de beroerdste niet. Het gaat mij te ver om die 10.000 daklozen permanent onder te brengen bij de 20.000 Airbnb-verhuurders. Hun bijverdienste zij ze gegund. Wel zou ik een stelsel invoeren waarbij ze na iedere zes overnachtingen van rijke Duitsers en Japanners verplicht zijn om één nacht een onfortuinlijke dakloze op te vangen. Hotels idem dito. Daartoe ontwikkelen mijn ICT-ers een soortgelijke app als Booking.com gebruikt. Deelnemende daklozen krijgen een ‘review’ en hoe beter ze zich gedragen, hoe luxueuzer hun volgende accommodatie. Viespeuken en ordeverstoorders verspelen hun rechten of komen in nulsterrenhotels.

O ja, nog zoiets: op vertoon van een pasje mogen daklozen vanaf deze zomer in tweetallen aanschuiven bij burgers die door middel van rooksignalen adverteren dat ze veel te eten hebben. Bij iedere barbecue moeten in mijn dictatuur twee tuinstoelen worden gereserveerd voor passerende hongerigen. Na afloop helpen ze met de afwas. Geweldig, toch?

Bij gebrek aan volmachten en een achterban van 99% doe ik deze twee ideeën graag over aan Femke Halsema en haar collega-burgemeesters. Wie weet horen we er voor 2030 nog iets van?

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook.

Hollandse Kermis

Column Straatjournaal juni ‘19

Bestaat Lutjebroek? En zo ja, in welke provincie ligt het? Leidt er minstens één verharde weg naar toe? Mijn vermoeden is dat 93% van de Nederlanders met of zonder aardrijkskunde in hun pakket niet alle drie die vragen goed zou beantwoorden.

Ik was een van hen, tot in de familie de mare ging dat mijn nichtje zich er had gevestigd met haar man. Dus ja, Lutjebroek bestaat echt en is niet bedacht door lolbroeken en grappentappers die een spreekwoordelijk boerengehucht wilden noemen. Mijn vrouw en ik gingen niet direct op ontdekkingsreis, maar onlangs zaten we in Haarlem te wachten op een NS-sprinter naar Overveen, waar we wilden wandelen, toen het info-bord een trein naar Hoorn aankondigde. Hoorn? Lag Lutjebroek niet in die contreien?

Het was een spontane onderneming; we app-ten mijn zus om het adres van de nicht en we zouden wel zien of ze thuis waren. We spoorden langs grazige weiden, brede vaarten, rietlanden en frisse bollenvelden. Vreemd dat je telkens weer vergeet hoe prachtig Noord-Holland is. Wel hadden we een ergerlijk liedje van Trea Dobbs in ons hoofd: Was jij maar in Lutjebroek gebleven/ met je hengel en je wurmen erbij.

Terwijl station Bovenkarspel-Grootebroek naderde, ginnegapten we over de primitieve condities die we zouden aantreffen. Hadden we geen kaplaarzen moeten aantrekken? Lieslaarzen? Klompen? Lag Lutjebroek in de eurozone? Moesten we alle zeventien inwoners de hand schudden en snuisterijen uitdelen? Hadden we een inheemse gids nodig, aangenomen dat Maps het af lieten weten, en hoe zouden we communiceren met die onnozele pummel, bijvoorbeeld om hem duidelijk te maken dat we trek hadden in patat? Opperdoes was niet ver weg, qua aardappelgerechten zou het wel snor zitten.

De werkelijkheid ondertrof de verwachtingen. De ANWB had het gebied gewoon bewegwijzerd. Niks terra incognita… We volgden de pijlen richting Lutjebroek. Een braaf winkelcentrum met parkeerplaats, een nette bibliotheek (er woonden niet alleen analfabeten dus). Her en der pittoreske gevels en vertroetelde voortuintjes. Plots zag ik mijn nicht aankomen, in traditionele klederdracht, met twee emmers verse karnemelk aan een juk. Nee niet, ze kwam toevallig aanfietsen met haar man en riep “Hé, oom!” Ze hadden een afspraak, maar eerst gingen we samen naar het terras van de snackbar voor een ijsje.

We praatten gezellig bij en namen afscheid. We slenterden naar Hoogkarspel (‘karspel’ is een oud woord voor parochie), waar we de trein terug namen naar Flora. Het was drie uur. Nu ter bekroning van ons avontuur een bruin café met uitzicht over het IJsselmeer? De dijk hebben we nooit bereikt. Het was kermis. Die bereikten we evenmin. Bij een partycentrum wenkten joviale ‘matrozen’ ons binnen. Polsbandje, plastic muntjes… Binnen liepen behalve matrozen ook een paar honderd woeste Vikingen, ruwe zeebonken en drommen blonde meisjes in bijzonder gewaagde, nautisch geïnspireerde rokjes. Klederdracht, maar dan anders (bestond er nog ouderlijk toezicht?). Iedereen was zo dronken als een opperdoes en wilde graag nóg dronkener worden. Jan en alleman sjouwde random met volle dienbladen bier, op de maat van eerlijke rampetampmuziek. ‘Pijpen, pijpen, pijpen’ was één refrein en ook verder waren de teksten goed te doen voor ons buitenstaanders.

Hoewel, buitenstaanders? We hoorden er helemaal bij! ‘Ich bin ein Lütjebrucker’ jubelde ik na een uurtje. We gingen zelfs op zoek naar een hotel, maar alles zat vol. Ja, kermis, hè… We bespraken het fenomeen met een serveerster – ze was niet ‘van hier’ maar uit Knorrengraf of Uierhoef. Een andere wereld, naar haar zeggen, met een eigen kermis. Gaan de jongens later op de dag nog op de vuist, informeerde ik, als ze nog wat meer hebben gedronken? Ze beaamde het onomwonden en dat deed mij deugd. Sommige tradities zijn heilig.

.

lutjefun

.

#Baudexit

Column Straatjournaal mei ‘19

‘Geef Beverwijk maar terug aan de natuur’ luidt het refrein van een vrolijk liedje van Johan Hoogeboom en ik moest eraan denken toen ik de uitslag van de Statenverkiezingen onder ogen kreeg.

Zelfs mijn eigen duffe Haarlem is niet meer zo populisme-proof als weleer, maar vergeleken met de rest van onze naar rechts rukkende provincie was het heilig. Bar en boos was het boven het IJ. Forum voor Democratie werd de grootste in Velsen, Waterland, Zaanstad, etc. Om van dat maffe Volendam (40%) maar te zwijgen.

Kunnen we het Noordzeekanaal niet héél diep uitdiepen, brieste ik, de Afsluitdijk doorknippen bij Den Oever en dan dat hele zompige gebied tussen Beverwijk en Den Helder afduwen richting Groenland, om daar ergens een nieuw leven te beginnen als eiland? Onder de naam Boreaal-Holland, ik noem maar wat? Gezellig, oikofielen onder elkaar? En als ik toch bezig was – in mijn wraakfantasie dan – het van oudsher smoezelig rechtse Zandvoort (25% FvD) kon ik eraan vastplakken als bonus-schiereiland. Opgeruimd staat netjes! Texel (19%) was al een eiland, dat scheelde weer.

Pas de volgende ochtend, enigszins bedaard, besefte ik dat het succes van Baudet niet tot naburige gemeenten beperkt was gebleven en dat mijn Deltaplan in de praktijk een hoop werk zou betekenen. Als ik alle gemeenten in het land moest uitspitten waar FvD de grootste was, hadden we genoeg eilanden voor een archipel en zou de Nederlandse kaart eruitzien als in de Vroege Middeleeuwen, voordat de Haarlemmermeer (21% FvD), Schermer, Purmer en Beemster waren drooggelegd.

Thierry Baudet is een pedante kwast, wiens dubieuze politieke kleur ik (om bij zijn eigen terminologie te blijven) graag homeopathisch verdund zou zien, maar ach, troostte ik mezelf, die ijdeltuit tuimelt binnenkort wel van zijn zelf opgerichte voetstuk en dan is het hopelijk uit met de verafgoding. #Baudexit

De gevestigde Noord-Hollandse partijen dachten er kennelijk hetzelfde over; die likten hun wonden en sloten de gelederen. Informateur Hans Smits concludeerde in een lelijke zin ‘dat de kans op programmatische overeenstemming tussen Forum voor Democratie en andere partijen waarmee een coalitie kan worden gevormd zeer gering, zo niet onmogelijk is.’ Derhalve was het aan de rest om onderling de Gedeputeerden te verdelen. Over tot de orde van de dag?

Me dunkt, dat zou een zware vergissing zijn, al valt er natuurlijk geen goed garen te spinnen met een schertsfiguur als FvD-lijsttrekker Johan Dessing, assistent luchtverkeersleider en tijdens de gehele campagne onzichtbaar. Aan diens charme en overtuigingskracht was het beslist niet te danken dat de partij 180.000 stemmen kreeg. Maar waaraan wel? Vergeet niet, de sleetse PVV vergaarde er in Noord-Holland ook nog een slordige 65.000 (bij een opkomst van 53%).

Ik heb net Dansende Beren gelezen, waarin journalist Witold Szablowski praat met inwoners van voormalige dictaturen: Polen, Bulgaren, Cubanen, Albanezen. De nieuwe ‘vrijheid’ van het neoliberalisme ervoeren zij niet als een zegen; zelfs als de levensstandaard was gestegen, hadden ze ingeleverd aan trots en waardigheid. Niet onbelangrijk! Ik vroeg me af hoe het ervoor stond met het zelfrespect van ons Noord-Hollanders. Wie voelden zich (terecht of onterecht) gemangeld, betutteld, vergeten, overbodig? Slaaf van een onrechtvaardig systeem of slachtoffer van omstandigheden buiten hun invloed?

Gepensioneerden, woningzoekenden, filerijders en forenzen, Nuon-klanten, onderwijzers, verplegers, artsen, brandweerlieden en politie… oei, het ging best hard! Niet alle ontevredenen stemmen FvD maar toch… Boeren, vissers, rokers, alle inspectiediensten, pechvogels onder de rook van Tata of de decibellen van Schiphol, kleine ondernemers, iedereen met nieuwe windmolens of flats aan de horizon, met veel Airbnb in de straat of coffeeshops. Postbodes en schoonmakers. Werknemers met kortlopende contracten en tirannieke apps. Negen zetels voor Thierry? Zoveel was het eigenlijk niet, bij nader inzien.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Zonder ruggengraat

Voor Straatjournaal april ‘19

U en ik en de inktvis hebben een gemeenschappelijke voorouder, zij het dat het een onooglijk wurmpje betreft, pakweg een half miljard jaar geleden. Ergens daarna gingen gewervelden (ik en hopelijk u) en ongewervelden hun eigen evolutionaire weg. De eerste inktvissen (Cephalopoda) zwommen 290 miljoen jaar geleden al rond (of anders 169 miljoen – de weinige fossielen geven geen uitsluitsel) en ontwikkelden hun eigen anatomie en breinen. Ja, meervoud, want ook de uiteinden van de tentakels bevatten grote concentraties neuronen.

Over de intelligentie van inktvissen zijn sterke staaltjes te vertellen. In het laboratorium sluipen ze uit hun aquarium en brengen bezoekjes aan de buren – uit nieuwsgierigheid of om lekkernijen te roven, waarna ze schijnheilig terugkeren naar hun eigen plek. Ze treiteren stelselmatig één bepaalde verzorger (niemand weet waarom ze juist die ene steeds natspuiten) en saboteren de saaie proefjes van de wetenschappers. Maar als er echt wat te halen valt – een smakelijk krabbetje in een jampot – draaien ze na enig gepuzzel de schroefdop los, ook al hebben ze zo’n sluiting nooit eerder gezien.

Mijn fascinatie voor die beesten groeit met iedere pagina die ik lees in Other Minds van Peter Godfrey-Smith, zowel filosoof als duiker, die zich onder meer afvraagt hoe de belevingswereld van Cephalopoda verschilt van de onze. Het lijkt een kansloze vraag, maar het is een serieus boek en ik word me steeds bewuster van mijn hoekigheid, stramheid en ruggengraat. Want de inktvis heeft een aantal uiterst benijdenswaardige eigenschappen. Hij vouwt zich op en verstopt zich in nauwe spleten en onmogelijke gaten. Daarbij is hij een meestervermommer. Sommige soorten verschieten voortdurend van kleur als ze over afwisselende bodems zwemmen. Maar de gedaanteverwisselingen gaan verder: hun huid kan zelfs de patronen van de ondergrond aannemen en de textuur – uitsteeksels, korsten en en bultjes. Kampioen is een Indonesische inktvis die andere zeewezens imiteert, zoals platvissen en zeeslangen. Als het zo uitkomt draagt hij een schelp op zijn rug om onkwetsbaarheid te suggereren.

Bij dreigend gevaar zijn de voordelen van camouflage duidelijk, maar nog frappanter is dat bepaalde inktvissen ook in rust onophoudelijk kleureffecten vertonen. Weerspiegelen die hersenactiviteit, ongeveer zoals wij neuriën, in onszelf praten of dromen?

Hoe heerlijk moet het zijn om door een druk winkelcentrum te lopen terwijl niet alleen je kleding instinctief allerlei verschillende kleuren aanneemt, maar bolletjes ook nog eens veranderen in ruitjes, sterren of streepjes en je maat van XXS uitdijt naar XXL; bij de Etos ben je een meisje van 1.20m en bij de hangjongeren voor de Xenos pomp je je op tot een agent met gummiknuppel of een bullebak van 3.60 meter. Even verderop tover je dreadlocks op je kale schedel en in plaats van voortdurend te lopen, verplaats je je voor de variatie met radslagen of je stuitert als een rubberballetje. Het is maar net hoe je pet/helm/punthoed staat.

Ook geestelijk ben je flexibel en ongrijpbaar. Fluïde. Je hebt lak aan hokjes, kaders, grenzen, principes, machtsblokken, betrokken stellingen, barricaden, partijkleuren en in beton gegoten standpunten. De inktvis is al 200 miljoen jaar een solitair dier en doet niet aan groepsdenken.

Soms kijkt hij met zijn wijze, lepe ogen naar ons en slaakt een diepe onderwaterzucht. Mensen… sommigen lopen wekenlang in dezelfde bruine slobbertrui, stemmen elke vier jaar met dezelfde hand op dezelfde partij, staan dagelijks bij dezelfde afslag in de file, houden de godganse dag dezelfde teint, kruipen zelden in de huid van een ander. Eén club, één god, één paspoort, één kantoorstoel. Ze lopen braaf in het gareel en zetten zelden hun hakken in het zand. Die ruggengraat, mijmert hij, was dat achteraf nou wel zo’n geweldig idee?

Boerenhesjes

Straatjournaal jan. 2019

Kom daar bij de gele hesjes eens om! De Noord-Hollandse boerenhesjes hadden hun eigen frituurwagen meegebracht naar hun protestdemonstratie bij het Provinciehuis in Haarlem. Tussen de lange rij met boze spandoeken opgetuigde landbouwtrekkers stond de mobiele snackbar van café De Drie Zwanen uit Den Ilp.

Symboliseerde die het wantrouwen tegen de stadse wereld? Voor ons boeren geen slappe industriële patat, vervaardigd uit geïmporteerde, inferieure aardappelrassen, in gedegenereerd vet gebakken door glazig kijkende, suf gegamede 16-jarigen, gespeend van motivatie en ruggegraat? Op het platteland snijden wij onze friet zelf. Leve de kruimige Goudpieper uit Spijkerboor of de befaamde Spanbroeker krieltjes!

Bij de ingang van het Provinciehuis trof ik een breed assortiment ontboerde rubberlaarzen. Hadden ze die voor de commissievergadering in Paviljoen Welgelegen keurig uitgetrokken, zoals ze dat thuis op de deel ook deden? Er ging tevens een duistere suggestie van uit: ons mooie beroep wordt bedreigd, het bestaan wordt ons onmogelijk gemaakt.

Directe aanleiding voor het ongenoegen van de ongeveer 150 boeren was de ‘Notitie voor richtinggevende uitspraken over bodemdaling in veenweidegebieden’. Minder sexy kan het haast niet, maar notitielezende boeren hadden eruit opgemaakt dat de beleidsmakers hun grasland op termijn liefst willen omzetten in moerasgebied. Zoals een spandoek het samenvatte: DE POLDERS ONDER WATER / DE KOEIEN NIET MEER OP HET LAND / DE PROVINCIE HEEFT DIT IN DE HAND.

Wat moest ik? Hesje of geen hesje? Solidair een boerenkiel aantrekken of geen boerenkiel? Volgens gedeputeerde Cees Loggen loopt het huidige systeem van drooghouden tegen zijn grenzen aan. Door het kunstmatig laag gehouden waterpeil verteert het veen en daalt de bodem, waardoor er weer meer gepompt moet worden, enzovoort. De aanhoudende stijging van de zeespiegel verergert de druk van het grondwater ook nog eens en oh ja, dat inklinkende veen zorgt voor een toename van de CO2-uitstoot. Hierover zijn alle politieke partijen het eens. Zonder extra maatregelen daalt de bodem tussen 2010 en 2050 met 27cm.

Dat is niet niks – het zou een hele schrik zijn als dat vanmiddag tussen 3 en 4 uur gebeurde – maar tegelijk kan ik me voorstellen dat je als melkveehouder denkt, dat is per jaar zoveel als één frietje van café De Drie Zwanen dik is. Moet ik me daarvoor laten omscholen tot lisdoddenkweker of gruttohoeder? Minder CO2? Pak eerst die viespeuken van Tata Steel eens hard aan, zodat de grafietregen boven Wijk aan Zee stopt.

En zo vergaat het me vaker. Ik weet niet hoe jullie in deze gepolariseerde wereld staan, maar ik kies graag partij. Alleen, in de praktijk eindig ik meestal in een half hesje; en de gehoopte principiële zwart-wit stellingname versmoezelt weldra tot vijftig tinten Tata-grijs. Wat is wijsheid in dit nieuwe jaar? Met zoveel abstracte en onbevattelijke problemen? Misschien moet ik daarvoor bij mijn vrouw te rade gaan, zoals wel vaker. Sylvia Hubers schreef onderstaand gedicht, We moeten iets kleins doen. Voor boeren, burgers en provincielui:

We moeten iets kleins doen.
Een klein wonder
moeten we verrichten.
Eén klein persoonlijk wonder,
één wonder moeten we verrichten
per persoon.

En dan, als iedereen dat gedaan heeft,
één klein wonder verrichten,
dan tellen we de wonderen
die ontstaan zijn bij elkaar op.
En dan, dan hebben we
een groot wonder.

Kijk: zo simpel zit nu eenmaal
een groot wonder in elkaar

Ik wens iedereen een 2019 met veel kleine wondertjes.

Kogelregen

Straatjournaal november

800 kogels per minuut…? Wat moet je je daarbij voorstellen? Ik drukte de stopwatch in en hield mijn middelvinger een minuut lang op de X van het toetsenbord. Het lege Word-document werd razendsnel volgeborduurd met kruisjes, als een oorlogskerkhof. Na een minuut had ik een vol A4-tje, twee x-jes voor elke door het machinepistool afgeschoten kogel.

Iemand bij Hechler&Koch moet ooit bedacht hebben dat 790 of 799 kogels niet genoeg was. Want stel dat je in 55 seconden koelbloedig 790 vijanden hebt neergemaaid. Het schootsveld is leeg, rust en vrede zijn wedergekeerd op wat doodsgereutel en gekreun na. Tijd voor een Bavaria of wat een trigger happy mens nuttigt na een bloedbad en dan… dat zal je altijd zien, komen er 200 meter verderop nóg tien van die sukkels aankakken. Dan ben je toch blij dat jij een Heckler&Koch MP5 hebt om binnen de minuut ook die telaatkomers te neutraliseren?

Ik ben geen erelid van de National Rifle Association, dat moge duidelijk zijn. Sinds mijn klapperpistoolperiode op de bewaarschool heb ik de ontwikkelingen in de vuurwapenindustrie aan me voorbij laten gaan. Dat wil zeggen, tot rond het Haarlemse stadhuis plotseling die grimmige, robuuste, gehelmde, in zwart gehulde bewakers stonden geposteerd om burgemeester Wienen te vrijwaren van onheil. Tot dan toe had je me kunnen wijsmaken dat Heckler&Koch een gerenommeerd champagnemerk was of een aan lager wal geraakt cabaretduo uit Mecklenburg-Vorpommern.

Inmiddels heb ik ook de Kalasjnikov gegoogled (AK-47 voor zijn vrienden). Ontworpen in 1949, van Russische makelij en in het westen een cultwapen. Mozambique heeft er een in zijn nationale vlag sinds de geslaagde onafhankelijkheidsstrijd. Er zouden er wereldwijd zo’n 100 miljoen van bestaan. Nog een aardig weetje: de mensheid heeft een miljard geweren, automatische geweren en pistolen tot zijn beschikking. Jaarlijks worden er 8 miljoen vuurwapens bijgemaakt, plus 12 miljard kogels. 12.000.000.000, oftewel twee kogels per aardbewoner.

In wat voor schijnwereld leef ik? Het enige wapen dat ik zelf ooit zag, was toen ik, liftend in Alabama, aan de chauffeur vroeg of hij niet bang was vreemden mee te nemen. “Hell no… I’ve always got this.” Met een grijns trok hij iets van een fors kaliber uit het handschoenenvak en richtte de loop plagerig op mijn slaap. Maar in de veertig jaar daarop ben ik dus nooit meer geconfronteerd met die miljard wapens.

.

bewakingwienen

.

Die opgetuigde beveiligers bij het Haarlemse stadhuis ben ik niet gaan bezichtigen. Wel schreef ik er voor mijn weblog een stukje over en betrapte mijzelf erop dat ik dreigde te vervallen in flauwiteiten (over de mogelijke aanslagplegers werd niets onthuld, dus zouden het die volkstuinders zijn die een conflict met de gemeente uitvechten? Gewapend met rieken en dorsvlegels?). Tevens vluchtte ik in een naïef soort relativering. Ja, maar er zijn ook veel goede mensen, zoals die twee Haarlemse studentes die het niet konden aanzien dat zoveel verlepte potplanten bij het vuil worden gezet; die zijn nu een ‘plantenasiel’ begonnen, waar weesplanten worden vertroeteld en verpleegd. Zulke schattebouten!

Het laat onverlet dat hier – in wat ik altijd graag wil zien als een tuttig provinciestadje – het burgemeesterschap allang geen erebaan meer is. Dat misdadigers en ander gespuis onwelgevallige maatregelen en ingrijpen van de overheid durven beantwoorden met chantage en wraak. Van Bernt Schneiders herinneren we ons de beelden dat hij ‘s nachts in kamerjas bij zijn uitgebrande auto stond. Zijn opvolger Jos Wienen zal – ook, of juist, als de Heckler&Kochs weg zijn – beducht moeten blijven voor belagers en aanslagen, zelfs als hij voor zijn plezier door de stad kuiert of thuis bij het haarvuur zit. Zo ver is het dus gekomen. Dat is een wrange constatering.

P.S. Zie ook Geen game en  Steunbetuiging

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Hangherten

Column Straatjournaal ‘okt. ‘18

Do not dump your shit on me is een Engelse uitdrukking die zoiets betekent als ‘je moet jouw ellende niet op mij afreageren’. Ik moest eraan denken toen ik las over de laatste activiteiten van Zandvoorter Willem van der Sloot, alias de ‘hertenfluisteraar’.

Die geliefde herten van hem komen uit de Amsterdamse Waterleidingduinen en het zijn er (daar zijn dierenvriend en -vijand het over eens) veel te veel. Toen ik twee jaar geleden zelf in het gebied wandelde was ik geschokt. Ooit slaakte ik verrukt een kreetje als ik een ranke hinde schichtig een veilig heenkomen zag zoeken in het kreupelhout. Das war einmal. De verre afstammelingen van die gracieuze, schuwe beestjes stonden overal langs de route die wij liepen, herkauwend in het struweel (voor zover ze dat nog niet hadden kaalgevreten). Vergeet Bambi. Nors en misprijzend loerden ze naar ons. Het voelde bijna ongemakkelijk daar – alsof we door een verloederd winkelcentrum liepen, waar de lokale probleemjeugd slechts met zichtbare tegenzin twintig centimeter uiteen week om ons een doorgang naar de Blokker te verschaffen. Zouden ze gaan kwatten? Hangherten waren het! Ik zie de mens heus niet als Heer der Schepping, maar deze onbeschoftheid was het andere uiterste.

Over het verlenen van een afschotvergunning werd lang gedelibereerd en geprocedeerd, tot in de Raad van State toe. Dat afschieten gebeurde vervolgens op niet geringe schaal: meer dan 1300 herten in de winter van 2016-2017 op een populatie van 3900. Volgens de planning mochten er dit jaar nog welgeteld 1479 herten over zijn (met 1480 werd kennelijk een kritieke grens overschreden), maar er bleken er desondanks nog 3100 te zijn, overlevenden plus jonge aanwas. Als niemand kijkt doen herten in de bosjes aan voortplanting, daar schijnt het mee te maken te hebben. Sommigen (en niet alleen poeliers) pleiten daarom voor een nog rigoureuzere aanpak om het uiteindelijke streefgetal van duizend te halen, dit tot ongenoegen van de Dierenbescherming.

Intussen zwermen de herten uit. In Zandvoortse plantsoenen en tuinen vinden ze bloemenperkjes met lekkernijen die in de schrale duinen niet groeien. Ze zijn in het Zandvoortse straatbeeld even aanwezig als Duitse badgasten en hebben maling aan verkeersregels, wat onverstandig is bij verkeersaders als de Zandvoortselaan, de Bloemendaalse Zeeweg en de spoorlijn Haarlem Zandvoort. Met grote regelmaat worden er herten aangereden door auto of trein; de bestuurder of machinist krijgt een hartverzakking, het hert legt het loodje of moet worden afgemaakt.

ProRail wilde om herten te verjagen al eens experimenteren met speakers die het gehuil van een roedel wolven uitzonden, wat niet doorging. Men zint nu op andere middelen.

Enter Willem van der Sloot, die zich om die beestjes bekommert, herten-klaar-over speelt en ze zo goed en zo kwaad als het gaat behoedt voor ongelukken bij spoorwegovergangen en andere risicoplekken. Beslist geen sinecure: de goede Willem staat voor dag en dauw op en heeft er bijna een dagtaak aan. Zijn meest recente list is het uitstrooien van drie emmertjes verse leeuwenpoep, voor hem vergaard in Artis. Leeuwenpoep? Het is een sympathieke poging, maar of het echt helpt ter afschrikking is zeer de vraag, want – zoals Willem toegeeft – voor deze ontaarde Neder-herten is een leeuw even onbekend als eerlijkheid voor een ING-bankier.

Voorlopig vrees ik dat massaal afschieten de enige optie blijft, hoe wreed ook. Nog een bof dat herten alleen geweien hebben en geen geweren – en mensen wel geweren en geen geweien. Zodat de kans uitgesloten is dat een Opperdamhert een bevel uitvaardigt dat driekwart van alle Nederlanders moet worden uitgeroeid vanwege de overbevolking. Om even de gedachten te bepalen, dan heb je het niet alleen over alle witwassers en de banktop, maar tevens over alle gezinnen met een of meer ING-bankpasjes.


hertenhertenherten

.

Foto afkomstig van https://awd.waternet.nl/natuurbeheer/dossier-damherten/, waar ook informatie over het afschot te vinden is.

Paars PS In de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Ervaringstoets

Straatjournaal sept. ‘18 (het eerste stuk komt RaDa-lezers bekend voor)

Ooit zwoer ik dat Nationale Nederlanden nooit meer een dooie cent aan me zou verdienen, maar helaas… Ik bleek uit 1995 nog twee bescheiden lijfrenteverzekeringen te hebben, een bij Nat. Ned. en een bij OHRA, die beide zouden lopen tot mijn pensioen, oorspronkelijk gepland op mijn 65ste verjaardag. Een durfkapitalist of grootverdiener ben ik nooit geweest, de aanvullende maandelijkse uitkering zou hoogstens goed zijn voor een dagje Artis of een extra stomerijbeurt voor de steunkousen.

Die 65e verjaardag staat als vanouds in de planning, alleen is zoals bekend de AOW-leeftijd opgeschoven. Ik werd gesommeerd iets te ondernemen om het gat te overbruggen. Het leek het simpelst de geldsom te parkeren op een speciaal te openen pensioenspaarrekening. Hoe moeilijk kon het zijn? Ik waagde er een belletje aan. Ik wilde die twee polissen combineren en OHRA verwees me door naar Nat. Ned. Dus… De keuzemenu’s doorliep ik behendig, waarna een servicemedewerker me uitlegde dat ik die spaarrekening hetzij telefonisch kon aanvragen of via internet. Er waren kosten aan verbonden: via internet €25 en als ik een mens van vlees en bloed wilde laten helpen €150.

Ja, ik had het goed verstaan: €150. Ze voerden een ontmoedigingsbeleid. Ik sputterde tegen, zonder overtuiging. Voor een dergelijk bedrag verwacht ik een hoorcollege van Robbert Dijkgraaf en wat ik er wel voor terugkreeg werd me niet direct duidelijk. Ik hing op. Bij ING was het online €30 euro en ah… ook daar liep het via Nationale Nederlanden. Dan maar contre coeur een account aanmaken (gebruikersnaam ‘pensiOENsukkel65’/wachtwoord ‘uitzuigerssinds1845’) om die mij opgedrongen rekening te openen. Het had nog wel wat voeten in de aarde. Ik moest eerst slagen voor een wettelijk verplichte kennis- en ervaringstoets.

Ik beantwoordde de vragen intuïtief, me baserend op het principe dat de kleine klant altijd de dupe is in de wereld van de haute finance. Ik zakte en mocht niet door naar de volgende ronde. Dat was even slikken. Het was zo’n gewone Hollandse zomerdag waarop het kwik binnen en buiten bleef steken op 34°. Ik zweette een kwartiertje op de brochures op het dampende scherm. Er bestond een oude regeling, een overgangsregeling en een nieuwe. Voorlichtingsvideo’s mocht ik niet bekijken, daartoe moest ik eerst meer cookies toestaan dan mij zinde. Ik zakte andermaal. Ik vloekte driewerf en gaf er de brui aan. Voor mijn geestesoog verrees het gigantische Nat. Ned. gebouw van 150 meter hoog in Rotterdam en ik – financiële dreumes – stond machteloos op de poort te bonzen. Oh wacht, je kon bij twijfel ook een financieel advies krijgen: ‘u betaalt €795 en €35 distributiekosten’.

Twee dagen later raapte ik mijn moed bij elkaar en logde opnieuw in. Wederom had ik niet alle vragen goed. Welke fout waren kon je niet zien. Eenvoudig doorklikken naar de relevante brochure was er niet bij. Hoe had ik ooit, in predigitale tijden, Livius en Homerus vertaald en goede cijfers gehaald voor algebra, stereo en goniometrie? Onder aan de pagina vond ik uiteindelijk toch een louche manier om verder te komen. Ik moest akkoord gaan met een verklaring die in rond Nederlands zoiets betekende als: ik ben financieel en fiscaaltechnisch uitgedaagd, maar ik verdom het om met hangende pootjes €150 op te hoesten. Ik geef Nationale Nederlanden het recht mij ongelimiteerd kaal te plukken, uit te persen en chanteren. Vermoedelijk eindig ik in de goot, berooid, omringd door deurwaarders en schuldeisers.

En zo kwam het toch nog goed. Hun bevestigingsemail wreef het er nog even in. ‘U heeft bij de aanvraag verklaard dat u beseft dat de eventuele consequenties voor uw rekening zijn.’

Waar ik vooral zo benieuwd naar ben: hoe doen andere mensen dat?

.

purplepepper

.

Geen enkel verband met het voorgaande. Wel een mooie donkerpaarse paprika uit de volkstuin waar de huisdichteres haar verse groente haalt. Hij probeert hier een handgranaat na te doen.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.