Waantaal

Straatjournaal-column, nov. 2017

Volgens sommige geleerden is menselijke taal ontstaan als een soort vogelzang: lange, melodieuze klankvariaties, met veel gevoel. Het zou best eens waar kunnen zijn, afgaande op het wijdogige gesprek van de twee jonge vrouwen in de stille koffiezaak.

Ze begrijpen elkaar volkomen en beamen grif alles wat de ander zegt. Ja, heb jij dat ook…? Radde praters zijn het, op haperingen of adempauzes betrap ik ze niet. De brunette (‘graag een latte met weinig melk en heel veel schuim’) claimt ietsje meer zendtijd dan de roodharige, maar ze zijn aan elkaar gewaagd. Hun gekwinkeleer deert mij niet; ook zonder luistervink te spelen kan ik wel raden waar de conversatie heen gaat. De een heeft een Krijn (jonge vader, harde werker) en een James (8 maanden, blieft geen vruchtenprakjes), de ander een Mats (groenteweigeraar) en een Aart (36 jaar, die ongedurig is als hij Mats de groentehapjes voert). Beiden werken, beiden fitnessen om hun figuur te redden, beiden hebben het druk en proberen alles goed te doen en… en… De bruinharige wordt gebeld, de poes loopt ineens kreupel en haar aanwezigheid is thuis vereist. ‘We moeten dit véél vaker doen!’ Ze betalen ieder hun eigen latte en gaan naar Krijn, Aart, Mats, poes en James.

De intimiteit van hun gesprek wantrouw ik (zoveel inlevingsvermogen, kan dat?) en inhoudelijk was het weinig melk en veel schuim. Maar het voorzag duidelijk in een diepgevoelde behoefte. Het contrast is groot als hun plek wordt ingenomen door een tassen torsend echtpaar. North Face-jacks. Jaar of zestig, type ‘hèhè, nou daar zitten we dan’. Koffie, appeltaart en amper tekst. Na een korte observatie over de storm blijft het langdurig stil. Een lege, almaar luidere stilte. Niet nors, maar er komt gewoon niks. Dan begint de man luid mee te neuriën met de achtergrondmuziek; af en toe brabbelt hij een regel mee. Het houdt weer op. Zij onthoudt zich van commentaar. Hij hervat zijn geneurie en die vrouw kijkt berustend naar buiten met zo’n gezicht van ‘ik kan het hem helaas niet afleren’.

Praten, je denkt er zelden over na – tenzij een woordenstroom buiten zijn oevers treedt of juist opdroogt. Spreken lijkt even vanzelfsprekend als ademen – wij mensen maken geluidjes zoals mussen tsjilpen. We kibbelen over een broodkorstje. We laten weten dat we er nog zijn of het beste met elkaar voorhebben. De bijbehorende woorden wellen op zonder dat we er moeite voor hoeven doen. Woorden zijn altijd voorradig wanneer we ze nodig hebben, toch?

Misschien was het daarom wel dat het boekje Zo tollig en zwarrig me zo raakte. Waantaal van Nico is het bijschrift, wat verwijst naar een man die op zijn 95ste werd getroffen door afasie. Een normaal gesprek was er niet meer bij: de eenvoudigste woorden lagen ineens buiten zijn bereik, wat hij trachtte te compenseren met een onbegrijpelijke privétaal. Nico zei dingen als Als ik zwijg kan ik lempen. Gefrappeerd door de geheimzinnige schoonheid ervan, tekende zijn geliefde die op.

Korte rokken en russe klassen, alles is snel verachteld. En Je moet gezond eten: pijpels en uppels en zo. Of Een of twee om lekker door te steken in het prunt. Het zijn eigenlijk lekkere fluien uit de vrije buis komende. Jan Stroeve zette zijn associaties bij die wonderlijke woorden om in ontroerende schilderijen, die eveneens in het boekje staan.

Daarmee is deze uitgave een prachtig eerbetoon geworden aan Nico’s eenzame zoektocht naar contact. En tegelijk een troost voor iedereen die dierbaren wanhopig heeft zien grabbelen naar taal die er eerst nog was. Lees dat boek, want, zoals Nico het uitdrukt: Lukjes en slaapjes en doodjes, je vindt er van alles.

downloads

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Vijfie

Mijn Straatjournaal-column (Hollen of Stilstaan) bevat voor trouwe RaDa-lezers deze maand weinig nieuws. Ik plaats hem hier voor de volledigheid toch maar. En ja, hij bestaat uit één zin.

Als u de naam van deze rubriek niet kent, ga dan terug naar AF – ach, wacht, ik doe niet moeilijk, ik schrijf ‘m een gewoon even voor u op, gewaardeerde lezer, Hollen of Stilstaan dus, sedert vijf jaar (qua anciënniteit nog niet Kruijveriaans, maar toch respectabel) en destijds koos ik die naam om het bipolaire karakter van mijn columns te benadrukken, dat wil zeggen nietsontziende, genadeloze, galopperende tirades vol sweeping statements en krasse beweringen gericht tegen alle categorieën ijdeltuiten en minkukels, booswichten en zwart-witdenkers, de vijand kortom, afgewisseld met momenten van verstilling en contemplatie waarin ik opzettelijk treuzel, mijmer, mediteer bijna, oftewel stilsta (ga terug naar AF als…) bij alles wat het leven voor mijzelf de moeite waard maakt en waar ik anderen – amechtig jakkerende anderen, vol van hun eigen sores en mores – veelal klakkeloos voorbij zie stiefelen zonder op of om te kijken,

.

cijferraadsel3

.

onachtzaam, onverschillig, meegesleurd door de kolkende maalstroom van hun complexe levens, want ga in het spitsuur eens bij de NS-poortjes staan in de stationshal en afgaand op de strakke gezichten zou je kunnen concluderen dat de meute met een tasje haastig bijeengeraapte schamele bezittingen op de vlucht is voor Harvey of Irma of hoe de eerstvolgende orkaan in de wachtrij mag heten (Jesse, Jezabel, Jiffy of Johannes Paulus III), al is het waarschijnlijker dat ze van hun vrouw bij AH de Japanse notenmix niet mogen vergeten of vrezen op hun falie te krijgen als ze hun dochter niet bijtijds naar badmintontraining vervoeren, kortom problemen van minder epische proporties,

,

cijferraadsel1

.

al weet je het nooit, bij anderen, wat hun preoccupaties zijn, er is een boel leed en pech in de wereld en trouwens, mijn eigen hoofd is geen haar beter, daarin krioelt en wurmt ook alles door elkaar, het madenbakje van brasemvisser Dries op zijn vaste stekkie aan de Jan Gijzenvaart is er niks bij, zo veel indrukken, waarnemingen, associaties en ideeën rijp en rot hengelen constant om aandacht – de Japanse notenmix en de Noord-Koreaanse bommenmix van Kim Jong Un, malle liedjes en leuzen en dat experimentele boek van de Ierse schrijver Mike McCormack dat ik net heb gelezen, een stream of consciousness à la James Joyce,

.

cijferraadsel2

.

Solar Bones heet het en het bestaat uit één machtige zin van 223 pagina’s, zoals (bent u daar nog?) wij allemaal in zekere zin (ahum) ook uit één zin bestaan, of erin gevangen zitten, het is maar hoe je het noemen wilt, van wieg tot kist, en dan is het heilzaam, daarover zijn zielzorgers, filosofen en levenskunstenaars eensgezind, dat in die ene meeslepende zin af en toe een rustpunt wordt aangegeven, hetzij komma of gedachtestreepje (-) ter bestrijding van monomanie, egocentrisme en dreigende burnout en iedereen die zulke pauzes bij zijn medemens teweegbrengt zie ik als mijn natuurlijke bondgenoot, zoals onlangs die geheimzinnige maar inmiddels geïdentificeerde puzzelmaker wiens rekensommen en cijferraadsels (met triplex op muren aangebracht) vele voorbijgangers in Haarlems straten een pas op de plaats deden maken om even, even maar, te piekeren & prakkezeren over andere dan hun eigen beslommeringen, wat je noemt een welkom initiatief van deze Jeroen Jongeleen uit Rotterdam (kunstenaar van beroep), dat duidelijk in een alom gevoelde behoefte voorzag, waarvoor hulde!

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Zombies op reis

Mijn augustus-column voor Straatjournaal

Molotovcocktails en bakstenen gooien naar de oproerpolitie is voor anarchisten en linksradicalen een soort folklore, vergelijkbaar met koekhappen en zaklopen voor de jeugd van Noordkneuterveen op Koningsdag. In hun strijd voor een betere wereld nemen de alto’s van het Schwarze Block die 500 gewonde agenten bij de G20 graag voor lief.

Gelukkig was er behalve dat brute geweld in Hamburg ook een werkelijk indrukwekkende protestactie. Vreedzaam. 1000 Gestalten heette het streng geregisseerde project. Alle deelnemers waren geheel in het grijs uitgedost. Hun haar was asgrijs geverfd en hun huid grauw geschminkt met klei. Duizend zombies schuifelden futloos en willoos door de straten. Murw, hersendood, slaven van het systeem (jullie kennen dat systeem, het staat bekend als kapitalisme of neoliberalisme). Ze sjokten gedwee naar een noodlottig einde, want van de op de G20 verzamelde wereldleiders hoeft de mensheid geen heil te verwachten.

.

zombiegrijs

.

Toen was er in de massa plots een flard kleur. Een van de deelnemers had met een van pijn verwrongen gezicht zijn grijze uniform uitgetrokken en bleek daaronder een blauw T-shirt te dragen. Alsof er een korenbloem was ontloken op een geasfalteerde parkeerplaats! De man juichte naar de meute en bevrijdde een lotgenote uit haar grijze tenue, waaronder zij iets groens droeg. Groen en blauw omhelsden elkaar verheugd en zetten een kettingreactie in werking, waarbij steeds meer bonte kleren en pruiken de vaalheid verdreven, tot iedereen was ontwaakt uit zijn trance. Dansen, zingen en vrijen, ja, zo ontdoe je je van knellende banden! Weg met apathie en berusting!

.

G20-Zombie-protest-hamburg-1

.

Diezelfde dag zag ik nog meer zombies, dankzij een soort beeldrijm; de NRC had een reportage over de eindeloze passagiersrijen in de vertrekhallen van onze nationale luchthaven, waar op ‘piekdagen’ meer dan 200.000 reizigers komen. Die moeten sinds dit jaar rekening houden met wachttijden van drie uur bij incheckbalies, beveiligingsscanners en douane. Ik betrapte mezelf op een bitter leedvermaak toen ik ze daar zo zielloos zag staan, vreugdeloze vakantiegangers, gevangen tussen de afzetlinten en de dranghekken: ja jongens, wat willen jullie nou…?

Schiphol ligt op de rug van de Haarlemmermeer als een dikke, vieze melanoom. En die moet blijven groeien, beweren sommige doctoren. Tegen elke prijs. Wandel door de Houtrakpolder (bij IKEA Haarlem) en je ziet dat de vliegtuigen kop aan staart door het luchtruim razen. Maar hoeveel kunst- en (ahum) vliegwerk je ook toepast, ééns houdt het op. En misschien is dat moment nu gekomen? Eigen schuld, dikke bult.

Dat leedvermaak was klein van me, wist ik direct. Die sip kijkende mensen konden het ook niet helpen. Die deden ook maar wat iedereen doet. Want zijn de meesten van ons geen zombies, braaf tussen de lijntjes kleurend? Gebonden aan gedragscodes, afspraken, bepalingen, geboden, wetten, regels, protocollen, voorschriften, verplichtingen, formaliteiten en beloftes? Zelfs die actievoerders uit Hamburg komen na de G20 thuis, wassen het grijs uit hun haar en beseffen dan dat ze niets kunnen schrappen uit hun beduimelde A tot Z van de wereldproblemen: Asielzoekersstromen, Bio-industrie, CO2, Denivellering, Erosie, Fiscale fraude door multinationals tot en met Xenofobie, Yogablessures en Ziekte door armoede of welvaart. Boven hun hoofd vliegen nog steeds de prijsvechters af en aan.

Lieve mensen op Schiphol, ik bedoelde het niet rot. Ga naar jullie verre oorden. Zet het verstand op nul, vergeet je baas en je sores, hang de beest uit en laad de batterij op. Jullie hebben het verdiend, zo makkelijk is het leven niet. En straks proberen we er zo goed en zo kwaad en zo principieel als het gaat, allemaal weer het beste van te maken. Prettige vakantie!

Parkeerreferendum

Zoals verschenen in Straatjournaal juli 2017

De stad gaat spreken: op 19 juli houdt Haarlem een parkeerreferendum. Er wordt rekening gehouden met een ongekend hoge opkomst van 97%. Eindelijk krijgen de burgers namelijk een principiële keuze voorgelegd: moet parkeren op straat worden toegestaan of verboden?

Andere steden blijven eindeloos doormodderen met hun suffe vignetten, parkeerschijven, haperende parkeer-apps en vandalismegevoelige parkeerautomaten. Amsterdam heeft meer Amsterdammertjes dan Amsterdammers. En verder is het overal hetzelfde: alleen een afgestudeerd parkeroloog kan wijs uit de wirwar aan vergunningen en bepalingen. Denk aan gereserveerde parkeerzones en de felbegeerde invalideplekken. Of de tijdsrestricties (parkeren uitsluitend toegestaan van 7.45 uur tot 9.50 uur op zondag, behalve als Tweede Pinksterdag en Vaderdag samenvallen). Dit hele dolgedraaide, krakende systeem wordt gefinancierd uit exorbitante parkeertarieven en dito boetes, uitgeschreven door een gedemoraliseerd leger even wraakzuchtige als pietluttige handhavers.

Volgens cijfers van het CBS belopen de economische kosten door blikschade en parkeerstress op jaarbasis drie miljard euro. Want 15% van de Nederlanders met een rijbewijs kan helemaal niet parkeren. Niet doordat ze geen ‘plekje’ kunnen bemachtigen – nee, als ze dat plekje na lang zoeken eindelijk hebben, begint de narigheid pas echt: door motorische beperkingen, het ontbreken van ieder ruimtelijk inzicht en/of een bedilzieke partner die averechts uitpakkende adviezen geeft. Hoge bloeddruk en posttraumatische nachtmerries (de bestuurder moet uitparkeren met 1,6 cm speling bij voor- en achterbumper) leiden tot extra ziekteverzuim en oplopende zorgkosten.

Alleen daarom al strekt het Haarlem tot eer dat het als eerste stad de enige wezenlijke vraag durft te stellen: bent u VOOR of TEGEN parkeren op straat? Ik ken mensen in mijn omgeving die worstelen met dit dilemma, maar zelf was ik er direct uit. Tegen! Want we zijn met z’n allen ergens in gestonken. En hebben vervolgens een blinde vlek ontwikkeld.

Loop eens door je eigen buurt en kíjk. Kijk-kijk. Links stilstaande auto’s. Rechts stilstaande auto’s. Daartussen een krappe doorgang, breed genoeg voor één fiets en één stapvoets rijdende auto. De straten lijken nauw en verstopt. Maar dan… Doe in zo’n geconstipeerde wijk eens het volgende gedachte-experiment. Denk al die auto’s weg – ja, ook je eigen blinkend gepoetste Audi. Er gebeurt dan iets eigenaardigs. De straten worden twee keer zo breed. Ineens kloppen de verhoudingen weer. Ook (nee, juist!) in volksbuurten is de vrijgekomen ruimte verbluffend. Ineens besef je hoeveel kubieke meter al die particuliere wagens (van Mini tot patserbak) samen in beslag nemen. Onttrekken aan het algemeen gebruik.

Wie het aan fantasie ontbreekt, kan ook bladeren in een boekje als Oud Haarlem in beeld, met fotomateriaal van de stad rond 1900. Dan zie je wat er sluipenderwijs verloren is gegaan en ongemerkt is bijgekomen. We hebben het zonder protest laten gebeuren. Sneu voor de kinderen, die moeten spelen in een uitsparing tussen twee wanden van blik. Maar niet alleen de kleinsten worden gedupeerd. Wijzelf evenzeer, tenzij je zo’n volwassene bent die de stoep alleen gebruikt als de kortste route van huisdeur naar autoportier. En daarom zou ik (geen nostalgicus!) zo blij geweest zijn met een referendum over parkeren dat de enige juiste vraag stelt: willen we het nog langer?

Helaas, in werkelijkheid is er op 19 juli weliswaar een referendum over het parkeerbeleid, maar voor een gewoon mens is er geen sleepkabel aan vast te knopen. Na de nodige volksmennerij en volksverlakkerij, met name door de VVD, werden genoeg boze handtekeningen ingezameld om het af te dwingen. Dus stemt de héle stad nu over een pakket van negentien (19!) eerder door de gemeenteraad en de betrokken wijkraden goedgekeurde maatregelen. U snapt het: ik blijf thuis en hoop op een opkomst van 6%. Immers, mijn vraag wordt niet gesteld.

.

parkeerreferendum

Paars P.S.: in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Tierelantijntjes

Mijn juni-column voor Straatjournaal

Het idee zal langzaam gerijpt zijn, dus waar ik de tierelantijntjestoeslag bedacht herinner ik me niet. Was het in Haarlem-Noord of in Zuid-Polen? In Zakopane of langs de Vondelweg?

Hoe dan ook, het begon ermee dat ik me afvroeg of Haarlem nog wel een mooie stad is, zoals wij sinds 1245 geconditioneerd worden te denken. Eensgezindheid daarover baat iedereen: stadsbestuur, horeca, ondernemers en huizenbezitters. Het voelde haast als heiligschennis om als trotse Haarlemmer en zelfbenoemd bavocentrist die vraag in mijn bewustzijn toe te laten. De aanleiding was mijn afgrijzen over de bouw van een nieuw hotel op een miezerig, smal strookje grond bij de ijsbaan, aan de Westelijke Randweg. Afgaande op de bouwtekening wordt dat hotel niet alleen nieuw, maar ook fantasieloos en lelijk.

.

IJsbaanhotel

.

Nieuw, fantasieloos en lelijk – synoniemen mogen die woorden niet heten, maar in de naoorlogse stedenbouwkundige praktijk komt het er wel vaak op neer. Fiets eens vanuit de het bewierookte stadcentrum noordwaarts – anders gezegd, tijdreis van 1245 naar 2017. De Kleverparkbuurt (1900-1920) en de Bomenbuurt (jaren ’30) hebben veel fraais te bieden qua architectuur, maar van wat nadien werd opgetrokken kan eigenlijk alleen het Slauerhoff-complex mij bekoren. De kilometers steriele nieuwbouw langs het Spaarne bieden niets waar het oog voor zijn plezier nog een tweede of derde keer overheen glijdt.

Visueel genot vond ik des te meer in Polen, waar ik in april was. In de zwaar gebombardeerde maar liefdevol gerestaureerde binnenstad van Poznan verlustigde ik me aan de gietijzeren balkons. Niet alleen art deco; ook nadien werd veel inventiviteit en kunstzinnigheid aan de dag gelegd. De hoogbouw in de buitenwijken oogde frisser en avontuurlijker dan de grimmige, bijna zwarte huizenblokken waarmee Nederlanders zich hebben leren verzoenen. Maar de echte eye-opener was het stadje Zakopane, in het zuiden, in een vallei van het Tatragebergte. De streekbewoners hechten er aan hun tradities en aan hun houten huizen.

Het was even knipperen bij onze eerste wandeling. Anton Pieck on crack, die los was gegaan met de 3D-printer. Kitschopane, humorden we flauw. Maar algauw leerden we het alomtegenwoordige houtsnijwerk waarderen. Zeg ‘dakkapel’ en hier in Nederland denk je aan een kunststof cabine met dubbel glas die via een hoogwerker in het huis wordt geprakt. Kit en PUR-schuim toevoegen en klaar is Kees. Daar in Zakopane waren geen twee dakkapellen identiek; idem voor balustrades, bordessen en torentjes. Alles daar zwierde, draaide, boog, welfde en wentelde. Ik (geen klusser) verbaasde me over zo veel creatief vakmanschap. Hoe fiksten ze ‘m dat?

Van mijn eigen toegewijde timmerman leende ik vorig jaar (sorry, Maarten, je krijgt het snel terug!) het Verklarend woordenboek van Bouwkundige Termen. Na thuiskomst grasduinde ik er weer eens in. Er bestaan steekbeitels, hak- of vermoordbeitels, schietbeitels, kantbeitels, fitsbeitels en vermetgutsen. Kraanzagen, handzagen, toffelzagen, spanzagen en trekzagen. Bladerend door zo’n boek zie je een estafette van timmerlieden door de eeuwen heen, zich bekwamend en van elkaar lerend – onder wie die nijvere Zakopaners, eindeloos schavend, zagend en beitsend om iets moois af te leveren. Voor zichzelf en volgende generaties, al stond dat laatste niet voorop.

Lelijkheid is als luchtvervuiling: je went eraan. Je weet op een gegeven moment niet beter meer, tot je aan een verre kust loopt of op een zuurstofrijk bergpaadje. Als je het mij vraagt, is na zeventig barre jaren een kritieke grens bereikt. Weg met betonnen blokkendozen en systeembouw. Maak mij minister van VROM en ik stel een straffe belasting in op alle hoeken van 90 graden. En met de opbrengst subsidieer ik ornamenten, frutseltjes en tutseltjes, arabesken, zuilen, kantelen, klokgevels, gotische gekkigheid en barokke uitwassen. Leve de tierelantijntjes!

.

poznan

.

P.S. Hierboven een muurschildering(!) in Poznan – dit is dus niet mijn gedroomde architectuur.

Paars PS: In de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

90

Mijn mei-column voor Straatjournaal:

Negentig worden, hoe doe je dat? Soms vraag ik aan mijn lieve moeder wat haar geheim is. Maar laten we vooropstellen dat het enorm helpt als je in de juiste eeuw wordt geboren. Liever de 20ste dan de 19e of de 16e.

En dan nog komt er de nodige mazzel bij kijken. Deze week las ik een indrukwekkend pleidooi van de Engelse auteur Helen Dunmore, die uitlegt wat het schrijven van fictie voor haar betekent. Literatuur is een celebration of the nameless: een hulde aan onze vergeten voorouders, van wie verreweg de meesten anoniem hun graf in gingen, zonder iets blijvends na te laten. Een goede roman doet recht aan hun gezwoeg, getob, dromen en stille triomfen.

Terloops meldt Dunmore dat bij haar kanker is vastgesteld. De prognose is slecht. Ze is nu 64 jaar. Te jong om al heen te gaan? Naar huidige westerse maatstaven wel. Maar, plaatst Dunmore haar naderende einde in perspectief, een paar generaties terug had je het heel behoorlijk gedaan als je de 64 haalde. Nog aan het begin van de vorige eeuw, voor de ontdekking van penicilline en andere antibiotica, waren besmettelijke ziektes en ontstekingen levensbedreigend. Het kraambed werd vaak een sterfbed. Beulsachtig zware lichamelijke arbeid eiste zijn tol. Spaanse griep en Eerste Wereldoorlog maakten miljoenen slachtoffers. Wegkijken was destijds niet mogelijk: Death and the living walked hand in hand and could not easily pretend that they had nothing to do with each other.

Verdriet, ziekte en verlies bestaan nog steeds, maar dankzij medische en sanitaire vooruitgang zijn een goede gezondheid en een lang leven de norm geworden. Reden tot grote dankbaarheid natuurlijk, al brengt het weer andere problemen met zich mee. Pechvogels accepteren hun lijden moeilijker, om iets te noemen. Waarom uitgerekend zij? En veel ouderen kwijnen weg of voelen zich overbodig.

De allerbeste bejaarde die ik ken is mijn eigen moeder, die deze week haar negentigste verjaardag viert.

.

krakagera

.

Ze heeft de souplesse van een tienermeisje en woont nog alleen (zonder huishoudelijke hulp). ’s Zomers bivakkeert ze graag in een vakantiehuisje in het bos. Ze mankeert niks ernstigs – ja, soms vraagt ze zich af hoe het kan dat ze wat sneller moe is dan vroeger (uh… iemand suggesties?). De actualiteit volgt ze selectief (van narigheid en rampen heeft ze haar bekomst), maar haar interesse voor geschiedenis en kunst bloeit onverminderd.

Uit haar omgang met de dood spreekt wijsheid. Trouw bezoekt ze het kerkhof waar mijn vader en mijn oudste broer liggen, die in 2011 kort na elkaar overleden. Haar woning heeft ze alvast ontdaan van alle overbodige troep. ‘Anders moeten jullie straks…’ En als ze een mooi muziekstuk hoort, zegt ze opzettelijk onnadrukkelijk: “Wacht, dat zet ik even op mijn lijstje. Je weet wel…’

Negentig worden kent een onvermijdelijk nadeel: niet iedereen om je heen wordt zo oud als jij. Er ontvallen je familieleden, vrienden en leeftijdgenoten – en daarmee de gelegenheid om herinneringen op te halen aan een gedeeld verleden: de nonnenschool, de oorlog (waarin ze het nodige meemaakte), de bevrijding door Poolse troepen, haar geboortestad Breda zoals die ooit was. Het gemis aan zulke contacten voelt ze de laatste tijd sterker.

Gelukkig duikt er ook wel eens iemand onverwacht op. Laatst was daar ineens neef Lou uit Delft, sinds haar jeugd uit het oog verloren. 97 jaar. Zonder hulp beklom hij de trappen naar haar verdieping. Urenlang zat het duo geanimeerd te babbelen – elk hun betere oor naar de ander gekeerd. Dat gaan ze vaker doen, namen ze zich voor. ‘En weet je, hij wil 102 worden. Want hij heeft niet voor niets net zijn rijbewijs verlengd.’

Papieren Tijgers

Mijn april-column voor Straatjournaal nu op het RaDa

cover

Zoals u wellicht al weet, is dit het laatste papieren nummer van Straatjournaal. Volgende maand maakt dit blad de langverwachte sprong naar de 21ste eeuw. Met ingang van het mei-nummer wordt het leven van de verkopers aanmerkelijk lichter. Niet langer hoeven ze de hele dag een baal papier op hun arm te torsen. In plaats daarvan krijgen ze op hun hesje een QR-code. Wie voortaan Straatjournaal wil lezen, houdt zijn smartphone ervoor, waarna 2 euro wordt afgeschreven en het actuele nummer zonder mankeren wordt gedownload via de StraJo-app.

Zoals u wellicht al weet, snugger als u bent, verschijnt dit nummer op 1 april, een dag waarop wij Nederlanders – een humorvol volkje – elkaar graag in het ootje nemen en in de luren leggen. Nou, dit was zo’n luur (haha!). Maar nu serieus. Stel dat dit bericht klopte, had u zich dan verheugd op onze eerste digitale editie? Niet langer hannesen met muntgeld en dan (meestal in een meedogenloze stortbui) zo’n smoezelige, klamme krant in je boodschappentas frommelen. Of leest u sowieso liever papierloos? Milieuvriendelijk, hip en hygiënisch? Onder het motto, de toekomst hou je niet tegen?

Dan bent u anders dan ik. Ik schaar me vrijwillig in een sneu rijtje. De losers die destijds de kroontjespen wilden behouden voor het onderwijs (inktpot en inktlap incluis). Rond 1900 de Prot. Christelijke Vereniging Een tien met een Griffel en zijn RK zusje De Schone Lei, beide fel gekant tegen de onstuitbare opmars van het potlood. Voordien de actiegroep Permanent Perkament en het genootschap Laat je niet Plukken! dat zich verzette tegen het in onbruik raken van de ganzenveer. En niet te vergeten in 2900 v. Chr. de kansloze sukkels van Red het Kleitablet, voorvechters van het spijkerschrift.

Ik maak me dus weinig illusies over de papieren media op de lange termijn. Maar hoe langer die termijn, hoe beter! Als ik ergens in Noord-Holland een kneuterig koffiehuis binnenkom (ja, ik ben óók voor kneuterige koffiehuizen, met gemoedelijke bediening en liefst een slobberende hond ergens op het versleten vloerkleed – weg, weg, weg met die ijdele barista’s!) dan wil ik naast mijn appeltaart een Schager Courant of Dagblad Waterland. Om te weten wat er speelt, waar ze mee tobben en wie er na 50 jaar trouwe dienst gestopt is als havenmeester. Haarlems Dagblad heb ik nodig als het hommeles is in de lokale politiek; maar evenzeer om te lezen over die omgewaaide boom om de hoek of die plaatselijke auteur wiens boek door Trouw en NRC wordt versmaad.

De regionale bladen zitten in zwaar weer, al tijden, maar nu dreigen ze – van de Helderse Courant tot de Gooi- en Eemlander – om zeep te worden geholpen door een harde ingreep van TMG (Telegraaf Media Groep, waaronder ze ressorteren). Op Oudejaarsavond (sadistischer kon niet) werd bekendgemaakt dat de redacties met een kwart worden ingekrompen. Reorganisatie? Amputatie! Het betekent het einde van de verslaggever die alle kroegen en krochten in de omgeving kent, en er zijn eigen tipgevers en connecties heeft.

Een complicerende factor is dat TMG zelf verwikkeld is in een grimmige overnamestrijd. Niettemin, het baart mij zorgen hoe stil het blijft tot op heden. Waar hebben ze die arme journalisten mee gechanteerd? Er is niet gestaakt en ze hebben de provinciale wegen niet geblokkeerd met stapels regio-bijlagen. Ja, er waren een paar schuchtere pogingen om sympathie te wekken bij het publiek, maar die staan in geen verhouding tot de ernst van de situatie. Het HD verschijnt sinds 1656. Als we niet oppassen verdwijnt er, terwijl wij suf onze gladde schermpjes vingeren, een hele cultuur.

Gewone mensen

In mijn Straatjournaal-column van maart bepleit ik een hervorming van het kiesstelsel.

Ons land heeft 17 miljoen bondscoaches (iemand schijnt ze ooit geteld te hebben) en kabinetsformateurs zullen er niet veel minder zijn. Jeffrey Bruma als centrumverdediger in plaats van Daley Blind? Sybrand Buma als hoeder van de middenklasse, of liever Alexander Pechtold? We hebben er graag een mening over. Derhalve hoeft het niemand te verbazen dat een recordaantal van 81 partijen naar deelname aan de Kamerverkiezingen streefde.

De Kiesraad vreesde aanvankelijk dat het stembiljet een groter oppervlak zou beslaan dan menig spandoek in de Arena, maar na de definitieve schifting bleven er ‘slechts’ 28 partijen over. JEZUS LEEFT, MenS en Spirit/Basisinkomen Partij, de Burger Beweging, Niet Stemmers en de Libertarische Partij haalden het; onder de afvallers waren Het Gezond Verstand, de Integriteitspartij, Respect, Partij Bonte Koe en Rechtdoor.

Haarlem had een aspirant-lijsttrekker in Sander van den Raadt (een gedreven gemeenteraadslid), die Trots op Nederland wilde reanimeren op landelijke niveau. Helaas bleven ze in gebreke met de waarborgsom van €11.250. Waarna Sander ‘de hele procedure’ een poppenkast noemde en aankondigde in beroep te gaan. Overigens wilde Trots (nu ‘Gekrenkte Trots’) de verkiezingen in met het afgestofte maar ongewijzigde verkiezingsprogramma waarmee good old Rita Verdonk in 2010 roemloos ten onder ging. Immers, haar gedachtegoed stond nog als een huis.

Amateurisme, opportunisme, naïef idealisme en kansloos optimisme – het is makkelijk schamperen om al die splinterpartijen, dromend van een of twee armzalige zetels. Maar ik geef het je te doen, opboksen tegen de gevestigde partijen, met hun campagneteams, sluwe slogans en uitgekiende strategieën. Voorafgaand aan ieder tv-debat worden hun voormannen compleet gedemonteerd en van de grond af aan opgebouwd: spontaniteit, lef & bluf, standpunten, syntax, spitsvondigheden, teint, houding, maatkostuum, de mate van zwierigheid van die ene losse haarlok… het is allemaal even natuurlijk als een genetisch gemanipuleerde gele paprika uit een Westlandse broeikas.

Is het raar dat de kiezer zich niet herkent in deze humanoïde schepsels? Dat we snakken naar echte mensen, die nog gewoon kunnen doen zónder daar dagen op te studeren?

Daarom veerde ik op toen ik las over een onderzoek aan de Universiteit van Catania (Sicilië) met de titel Accidental Politicians: How Randomly Selected Legislators Can Improve Parliament Efficiency. Wetenschappers hadden aan de hand van rekenmodellen aangetoond dat het voor het landsbelang en algemeen welzijn beter zou zijn als er naast de bekende fracties een aantal op goed geluk aangestelde Kamerleden zat – de ideale mix verschilt per land. Het achterliggende idee is dat (geloof het of niet!) beroepspolitici vaak oneigenlijke motieven koesteren: de partijdiscipline, hun eigen hachje, loyaliteit aan de coalitie, enz. Bij wijze van tegenwicht moet je daarom een allegaartje van mensen benoemen (zullen we zeggen veertig?) dat zich bij stemmingen laat leiden door intuïtie, een jeukend eksteroog, angst voor hun schoonmoeder, hun goede/slechte inborst of Trouw van die ochtend.

Het is dus niet zo dat alle oude politici er uit worden geknikkerd. Hun bestuurlijke ervaring en dossierkennis worden niet bij het oud vuil gezet. Die zijn onmisbaar bij hete hangijzers als de gedeeltelijke terugdraaiing van de partiële aanvullende tegemoetkoming van de pitloze hypotheekrenteaftrek met achterwaartse schroef voor ontwormde steunberen zonder toegevoegde waarde in monumentenpanden gebouwd voor 1765. Het dagelijkse politieke handwerk, zeg maar.

Een belachelijk plan? In rechtszalen in diverse landen kennen ze iets vergelijkbaars: de lekenjury (niet juridisch geschoold). Stel je voor, dankzij een dergelijk systeem zou de gewone mens zijn rentree kunnen maken in de politiek. Ik voorzie alleen één onneembare hobbel: je krijgt er nooit een parlementaire meerderheid voor. De gewone mens?! Doe effe normaal! Coalitie en oppositie zullen er kamerbreed vóór gaan liggen, eensgezind als nimmer tevoren.

.

mensengewoon

Enkele voorbeelden van gewone mensen

PS In de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Debat of de BA’?

Gepubliceerd in Straatjournaal feb. 2017

Het maatschappelijk debat is in dit land van een armetierig niveau. Zelden hoor je zorgvuldig opgebouwde betogen en doorwrochte argumenten. De kiezer wordt afgescheept met geschimp, verdachtmakingen, simplificaties, leugens en drogredeneringen – op hoge toon gelanceerd door partijen die elkaar niet blieven of alleen als karikatuur kennen. Dat verbaal geweld schaadt de democratie en ik zou daarom liever politiek gewicht toekennen aan een andere, gezondere vorm van spierballenvertoon.

Ik kwam op het idee toen ik de jaarwisseling doorbracht in Orkney, een eilandengroep ten noorden van Schotland. Daar vieren ze Nieuwjaar met de BA’, een soort massarugby. BA’ is de korte vorm van ‘ball’, de speelbal. En dus niet van ‘barricaden’ – ook geen gekke theorie, want op de wedstrijddag zijn in Kirkwall (met 7000 inwoners de belangrijkste nederzetting) alle etalages, voordeuren en zelfs PIN-automaten met zware planken afgezet, zodat de meute in het heetst van de strijd behalve de eigen botten en schedels niet ook het onroerend goed beschadigt.

.

ba'1

.

Er wordt gespeeld door de stoerste mannen van het stadje, die traditioneel worden onderverdeeld in uppies en doonies. Eerstgenoemden zijn landrotten, terwijl doonies beroepshalve het ruime sop kiezen, als visser of matroos. Het doel van het spel is simpel: de uppies moeten de ba’ (jaarlijks speciaal vervaardigd van met kurk gevuld leer) vanaf Broad Street doen belanden bij de haven van Kirkwall Bay, daarbij meer dan stevig gehinderd door enkele honderden – jullie raden het al – onverzettelijke doonies, wier primitief streven het is dezelfde ba’ tegen een muurtje aan de andere kant van het stadje te drukken. Dat lukt niet altijd voor het invallen der duisternis.

De opkomst van de matadoren, ieder van hun eigen kant van de stad, had iets tribaals; dit was een stammenoorlog. Mannetjesputters, schouder aan schouder; gebundelde vastberadenheid, eendracht en oerkracht. De ba’ werd opgegooid en… daarna heb ík ‘m nooit meer teruggezien. Hij was er, ongetwijfeld, ergens tussen de zwoegende lijven, daar waar de dierlijke geluiden het luidst klonken – gebrul, gegrom, gekreun. Hij was op de plek waar de stoomwolk uit de mêlee oprees – een cocktail van zweet, schuimvlokken en testosteron. Na een halfuur waren wij vernikkeld; de onzichtbare ba’ had toen hemelsbreed hoogstens 5 meter afgelegd. We gingen ergens soep eten en bij terugkomst bleek de situatie onveranderd.

.

Kirkwall Ba'

.

“Hoe weten ze wie bij elkaar horen?” vroeg mijn vrouw, zich voor het eerst van haar leven verdiepend in een teamsport. Ik opperde dat uppies naar schapenkeutels roken en doonies naar vis. Geintje, die mannen kennen elkaar natuurlijk allemaal. Dus als we de BA’ integreren in het Nederlandse kiesstelsel moet daar wat op gevonden worden. Populisten met platinablonde pruiken laten spelen leek ons onpraktisch. De linkse kerk in rood tenue? We keken nog een tijdje hoe de krachtpatsers sleurden en sjorden, waarna we het voor gezien hielden. In The Orcadian lazen we later dat de ba’ met aanhangende mannen anderhalf uur in een steegje had vertoefd, maar uiteindelijk hadden de doonies gewonnen. Of anders de uppies.

Maar jullie snappen waar ik heen wil. Voor de sociale cohesie en het wederzijds respect is het uiteraard bevorderlijk als rivaliserende groeperingen elkaar ontmoeten (en intiem leren kennen). Ik stel daarom voor dat 30 Kamerzetels kunnen worden behaald in landelijke BA’-rondes. Op een punt slechts ben ik er niet uit. Want te doen met de vrouwen? Want dit was de Men’s BA’. Ooit was er ook een Women’s BA’, maar die werd afgeschaft. Niet wegens gebrek aan belangstelling, vertelde ons een toeschouwer, met een veelbetekenende knipoog. Integendeel. Too violent… De vrouwen vochten als straatkatten en na afloop was er geen gemoedelijk glaasje whisky…

P.S. in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Kletskoppen

[Verschenen in Straatjournaal jan. 2017]

‘You gotta give the world credit for beauty.’

Ik kwam deze zin tegen in Days Without End van Sebastian Barry, een recente roman over het Wilde Westen, waarin op grote schaal verminkt, verkracht, geroofd, gemoord en uitgeroeid wordt. De verteller zit op de veranda van een tabaksplantage en geniet van de verbluffende zonsondergang en het uitbundige gekwinkeleer van de whippoorwills. Helaas niet lang. Aan de horizon tekenen zich silhouetten van ruiters af en ja… dan is het weer gedaan met de vrede.

‘Je kunt veel van de wereld zeggen, maar mooi is ie wel.’ Die tamelijk wrange observatie sluit goed aan bij mijn eigen merkwaardige gemoedstoestand. Want het is in deze wereld lang niet overal koek en ei en dikke mik, zoveel is jullie mogelijk ook opgevallen? Dus je zult mij niet horen over degenen die de wintermaanden in gepaste somberte doorbrengen. Alle begrip voor iedereen die tobt, sikkeneurt, doemdenkt, kniest en zwartkijkt.

Alleen, mij lukt het niet. Sorry. Het begint al op weg naar mijn werk. Het lijkt wel een complot, zo vaak als de hemelschilders experimentele nieuwe tinten aan hun palet toevoegen de laatste tijd. Grillige wolken buitelen over elkaar heen, smekend om te worden gefotografeerd. Soms is het of er ’s nachts stiekem triljoenen pixels zijn toegevoegd aan de vrieslucht. De koeien in het weiland dampen, stampen en briesen theatraal, speciaal voor mij.

.

koelik

.

Ja, dat malle gevoel kan ik af en toe hebben. Dat ze (weldoeners!) de hele wereld speciaal voor mij hebben aangelegd en ingericht. Met alles erop en eraan. Met zijn oneindige complexiteit en dynamiek. Dat die zwoegende fietsers in poncho’s en regenbroeken allemaal talentvolle figuranten zijn in het toneelstuk van mijn leven, evenals de automobilisten in hun files, trimmers, hondenuitlaters en het jonge slagersechtpaar dat als ik langskom de winkel gereedmaakt voor de eerste klanten.

.

koezijn

.

Op hun laatste CD zingt De Kift met schorre stem: Het geluk dat wacht je niet af, dat moet je bejagen. Maar op veel dagen gebeurt het omgekeerde. Het geluk komt me gewoon aanwaaien, gratis. En (voor wie nu al op het punt staat de mannen met de witte jassen van de dichtstbijzijnde GGZ-instelling te bellen om een gedwongen opname voor me te regelen) het wordt nog gekker. Soms vind ik geluk in een waspak of een kletskop. Op mijn blij-met-allesdagen kan het gebeuren dat ik een streekkrant oppak en daar het succesverhaal lees van Fred de Ridder uit Hoorn, overtuigd glazenwasser sinds zijn veertiende en uitvinder van het waspak voor gebruikers van de telescoopsteel. Fred heeft – met katrollen en stukjes fietsband – een soort harnas uitgedokterd waarmee het 13(!) meter lange apparaat beter te hanteren valt. Van Chicago tot China maakt Fred uit Hoorn furore! Zulke bescheiden wereldverbeteraars, daar kunnen we er niet genoeg van hebben.

Of neem kletskopknapperigheidkeuringsmachineontwerpers. Tot voor kort had ik geen benul van hun bestaan. Dat zit zo: koek (kletskop, krakeling, speculaas) moet knapperig uit de verpakking komen en het gebit precies genoeg weerstand bieden als je erin bijt. Tot zover is het niet al te technisch, hè? Maar welke zoetekauw beseft (ik heb het uit een wetenschapsbijlage) dat er apparatuur is ontwikkeld die koek op knapperigheid test? Speciaal ontworpen machines vermorzelen kletskoppen en meten de versheid af aan het lawaai dat daarbij wordt geproduceerd. KKGGRKKRRKK! Leve het menselijk vernuft en doorzettingsvermogen… Denk daar eens aan, voor je lusteloos een koekje in de koffie doopt!

Ik wens alle lezers een krokant 2017, met veel kraak en smaak.