Datadozen

Straatjournaal juli ‘18

Voor een datahotel moet je niet bij Booking.com zijn. Ik weet helaas niet bij wie wel. Het is een van die dingen waar je nooit bij stilstaat. Mijn eigen data gaan via een gordiaanse wirwar van snoertjes en draden naar router en modem en bij de voordeur naar buiten, vanwaar ze samen verder reizen met de bits en bytes van de buren: UPC345679 (beveiligd), NetwerkvanNol, 2-girls-one-router, Van-god-los, Netgek (onbeveiligd), enz.

Hier om de hoek staat een kastje dat soms een inwendig onderzoek krijgt van een buikige man in een Ziggo-hesje, maar dan? Ik stel me dikkere en dikkere kabels voor in primaire kleuren – glasvezel? – en die moeten ergens aansluiting vinden bij hun overzeese vrienden. Maar waar? Ja, bij een ‘hub’, maar veel kan ik me er niet bij voorstellen. Normaal etaleer ik mijn onbenulligheid niet graag, maar in dit geval durf ik het omdat ik vermoed dat u er evenmin veel digi-kaas van hebt gegeten. We sturen onze foto’s blijmoedig ‘the cloud’ in, maar waar zweeft die wolk?

Een paar maanden geleden stond in de Volkskrant een interessant stuk over de Equinixtoren, een 73 meter hoog datapakhuis in het Amsterdamse Science Park. Acht van de twaalf verdiepingen (11.500 m2) bestaan uit verhuurbare ‘white space’. Er is ruimte voor 4200 ‘kooien’; in een kooi passen 32 servers. Dan kom je op 134.400 servers, met daartussen looppaadjes voor de reparatiedienst. Verder bevat het gebouw koeltorens, dieselgeneratoren, elektrische installaties en een brandblussysteem. Gezellig!

.

equanax

. 

Bij de Equinixtoren is volgens het artikel een bewuste poging gedaan het uiterlijk niet al te afstotelijk te maken. Het mocht geen ‘doodse loods’ worden, was de uitdrukkelijke opdracht aan de architecten. Ga d’r maar aan staan, zonder ramen. Een geraffineerd streepjespatroon op de gevel doet het gebouw minder plomp lijken. Niettemin, van buitenaf is de functie er niet aan af te zien. Een kluis zo groot als een flatgebouw? De grootste straalkachel ter wereld?

De meeste bedrijven huren servercapaciteit in een ‘datahotel’. Echt grote jongens als Google en Facebook bouwen hun eigen doodse loodsen en blokkendozen. In Wieringerwerf zette Microsoft voor 5 miljard euro een ‘hyperscale datacenter’ neer. Alles van Office 365 gaat daarheen. En onlangs werd bekend dat in datzelfde glastuinbouwgebied, met de romantische naam Agriport A7, een vergelijkbaar complex komt, van 70 hectare (zet u dat zelf even om naar voetbalvelden?). Van wie, wordt angstvallig geheimgehouden door de provincie Noord-Holland en andere betrokkenen, maar volgens geruchten is het Amazon*.

En Rutte rules! Stijn Grove van NIFA (Netherlands Foreign Investment Agency) bejubelt in het HD het ‘fantastische vestigingsklimaat’ voor datacenters en ik… Ik kan moeilijk protesteren (Netgek, UPC345679 en ik doen net zo hard mee met de data). Wel voel ik me steeds vaker een ‘boertje van buten’, maar dan omgekeerd.

Als ik incidenteel op de snelweg kom – voor mij vreemd gebied – zie ik aan de andere kant van de vangrail zuurstofloze sloten en weiland zonder weidevogels, met alleen een paar symbolische sierkoeien. En verder een verbazingwekkende verscheidenheid aan schaamteloos utilitaire gebouwen. Van een agressieve lelijkheid. Wat zijn het? Gigantische distributiecentra? Koelcellen? Megastallen? Champignonkwekerijen? Opslagbedrijven? Brandt binnen altijd licht? Werken er robots? Illegalen?

Terug in mijn vertrouwde Haarlem zie ik gevels uit de Gouden Eeuw en beschermde stadsgezichten. In mijn tuttige bakfietsbuurt zijn de winkeltjes en horeca o zo trendy en o zo duurzaam. Zolang wifi en iPod het doen en de bezorgers van Bol.com en Ali Express binnen 24 uur arriveren, zoemt iedereen tevreden als een server in een vijfsterren datahotel. Dat die luxe alleen mogelijk is door ontelbare lelijke rechthoekige dozen langs de snelweg, vergeten we maar al te graag.


*Het bleek Google

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Pottenkijker

Ons huis is van 1914 en de wc-pot vermoedelijk ook. Het huis houdt zich kranig, maar bij de pot is het beste er echt af. Het beste was er tien jaar geleden eerlijk gezegd ook al af, maar in ons huishouden leidt zo’n constatering niet tot onmiddellijke actie. Dus die gammele pot had er nog jaren kunnen staan, als we niet op een leuk feestje een dito vrouw hadden ontmoet die in het sanitair zat. Niet op dat feestje, maar beroepshalve.

En zo kon het gebeuren dat mijn vrouw en ik niet naar de dichtstbijzijnde Gamma gingen, maar naar een TOONZAAL. Kan het nog banaler, waar gaat dit over, vraagt u zich wellicht af. Maar bedenk dan dat een toonzaal voor mij een even exotisch oord is als Madagaskar of de Malediven. Ik ben daar op vreemd grondgebied; de bezoekers konden qua mentaliteit niet verder van mij af staan als ze peniskokers droegen en mij bestookten met gifpijltjes. Ik zie ze weleens op tv, in programma’s als BinnensteBuiten. Een echtpaar uit Sulstevaart (Overijssel) dat zóóóó in zijn sas is met de lambrisering van de logeerkamer – toevallig ontdekt in een vergeten weeshuis in het nabijgelegen Oost-Dufferschans! Ze kwijlen van interieurgeluk! Het is een soort extase waar ik niet in kan geloven. Ik weet het zeker, zodra de camera’s uit gaan, tuigen die twee elkaar lelijk af met die ambachtelijk gerestaureerde tengels en hun geliefde kersenhouten schrootjes.

In de toonzaal bekijk ik eerst de douches. Grenzeloos douchen, luidt het bovenschrift, wat me direct confronteert met mijn eigen primitieve inzepen-afspoelen-benadering van hygiëne. Sommige douchekoppen zijn rechthoekig en nauwelijks kleiner dan het hele plafond van de badcel thuis. De badkuipen, ogenschijnlijk van kostbaar marmer of ivoor, hebben stuk voor stuk de afmetingen van een zeewaardig jacht. De modale Romeinse keizer zou zich er niet in hoeven schamen. Gelukkig is mijn vrouw niet van de luxe, we lopen zonder oponthoud door naar de wc-potten.

Wij hebben onze wensen op een eenvoudig briefje geschreven, maar mijn potteus bewustzijn blijkt te hebben stilgestaan. Zo is de opkomst van het soft close toilet mij ontgaan. De bril klettert niet naar beneden, maar sluit zich geruisloos als een bloemkelk in de avondschemering. En dan is er het douchetoilet. Geen wc-papier meer, maar een uitschuifbare sproeikop, die je achterste na gedane zaken schoonspoelt. Op zich niets om nerveus van te worden, tot ik de afstandsbediening zie: plussen, minnen, pijltjes, een gradenboog… Ik ben slecht met afstandsbedieningen. Ik voorzie doorweekt ondergoed, paniekerig drukken op verkeerde knoppen, een intense aarsstraal die onverhoeds mijn neusgat bereikt of de namen op de wc-kalender uitwist. En wat is dat enge icoontje dat op een scheepsschroef lijkt?! Een schrapertje? Een dunschiller?

We leven in een wondere wereld, zo bleek mij eens te meer toen ik onlangs ver van alle toonzalen in de duinen bij Castricum wandelde. Uit een kalm meertje verrees een intrigerende, bruisende waterbol met een doorsnee van een meter. Een kunstwerk? Ja en nee. Op dat punt eindigde – ik heb het van PWN zelf – een pijpleiding van 53 kilometer uit Andijk, met ‘voorgezuiverd’ IJsselmeerwater. We hebben het over 45 miljoen m³ per jaar! Al dat water wordt voor verdere reiniging geloosd in infiltratiekanalen en zakt vervolgens door het duinzand naar een diepte van 40 meter (virussen en bacteriën doen onderwijl hun nobele werk). Om het weer op te pompen zijn winputten nodig.

En met wat geluk… mits u op het goede knopje van de afstandsbediening drukt, komt dat water via het juiste gaatje uit bij het juiste gaatje. Leg dat maar eens uit aan iemand uit Madagaskar. Of uit 1914.

.

waterbel

.

Column voor Straatjournaal juni ‘18

.

Paars PS: In de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Eieren lopen

Festivals of rust, vogels of massa’s, mijn Straatjournaal-column van mei ‘18.

MUD MATTERS, verlas ik me toen ik begin april het persbericht zag. Modder maakt het verschil, of Modder, zo belangrijk! Ik was het er direct mee eens. Alleen stond er Mud Masters: Modderkampioenen of Slijkhelden (het Nederlands laat ons hier toch enigszins in de steek). Als alles goed/fout ging, zouden die op 21 en 22 april deelnemen aan een evenement bij Vijfhuizen. Wel of niet, want de Vogelwerkgroep Zuid-Kennemerland had een kort geding aangespannen, dat binnenkort diende.

De vogelvrienden vreesden dat pakweg 16.000 door sloten en weilanden baggerende atleten het broedseizoen danig zouden kunnen verstoren. Geen denkbeeldige gedachte. Het was niet de Jo-met-de-banjo-wandelclub van Jasperina de Jong die door de polder zou flierefluiten. Kaatje met haar mondharmonicaatje? Deelnemers aan Mud Masters worden voortgestuwd door elektronisch gestamp en gedreun, turbodecibellen waarin de zoete lokroep van de leeuwerik evenveel kans heeft als een kindersleetje in een Alpenlawine. En dan was er nog de opbouw van de hindernissen. De Mud Masters hebben drie fulltime parcoursingenieurs in dienst en de opbouwploeg telt veertig leden, zodat de Monkey Bars, de Execution en de Horizon Climber vakkundig worden gemonteerd. Nieuw was de Wave Maker: Laat zien dat je een sterke teamplayer bent wanneer je je over levensgrote draaiende deegrollers in het water manoeuvreert.

De moddermensen betalen €65 per inschrijving en dan mag je een uiterst professionele organisatie verwachten, met de hoge standaard waaraan wij gewend zijn geraakt bij de party scene, pretparken, allerhande festivals en massale sportevenementen. Het is verbluffend hoeveel gedrevenheid en perfectionisme dit kleine land kan opbrengen, zolang het om vermaak en ontspanning gaat en niet om een VN-missie of om vrijwel alle belangrijke inspectiediensten. Saillant was dan ook dat de vogelbeschermers hun zaak hadden aangespannen tegen de in hun ogen falende provinciale toezichthouder RUD, die genoegen had genomen met een flodderig ecologisch rapport, dat luchthartig heenstapte over de aanwezigheid van 25.000 deelnemers en supporters in het gebied.

Wat zou mijn uitspraak zijn, als ik rechter was? Uitstel van de Mud Masters eisen tot het broedseizoen voorbij is, of door laten gaan? Voor het goede begrip, ik kan zelf geen boomklever van een bumperklever onderscheiden. Ik lig in mijn vrije tijd niet met een verrekijker in het struweel in de hoop een druilgorsje of de o zo zeldzame struisvink te betrappen. Maar ik heb wel oog voor de natuur. Zo geniet ik dit voorjaar buitengewoon van een zwerm sijsjes en groenlingen die kwartier maakt in de tuin van de buurvrouw. Die heeft ze gelokt met zonnebloempitten. Het is een vrolijk en muzikaal gezelschap.

En vorige week, in Duin en Kruidberg, was ik met mijn vrouw getuige van een bijna magisch moment. In een meertje deden twee baltsende futen hun verplichte figuren. Een kruising tussen ballet en breakdance te water. We zagen het geflikflooi vertederd aan. Plotseling zwommen ze gedecideerd bij elkaar weg, doken synchroon onder en kwamen weer boven met iets in hun snavel. Zonder aarzeling zwommen ze recht op elkaar af en toen de frontale botsing onvermijdelijk leek, rezen ze verticaal op uit het water en leken elkaar rechtstandig iets te voeren. Was het de paring? Hoe dan ook, over een paar weken tuft daar een fuut rond met een kuikentje op de rug, daar twijfel ik geen moment aan. Dus…

Op 12 april oordeelde de rechter echter dat onvoldoende was aangetoond dat de Natuurbeschermingswet zou worden overtreden (vraagje: hoe toon je aan waardoor een lijster van de leg raakt?). Dus als u dit leest, zijn de deelnemers alweer schoongespoeld en opgedroogd. Ik hoop dat ze genoten hebben tussen de draaiende deegrollers, zo ben ik dan ook wel weer.

.

futen

.

Paars PS: In de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Messcherp

Straatjournaal april ‘18 (met voor RaDa-lezers een bekend onderwerp)

Jullie kennen die beroemde pijp die geen pijp was, toch? Die van Magritte, bedoel ik: Ceci n’est pas une pipe, een surrealistisch grapje dat deze maand een absurdistische nazaat bleek te hebben.

In het HD las ik over een ‘geweldsincident’ in de kantine van een Haarlemse middelbare school. Geweldsincident? Het woord kwam me voor als een moeizaam construct, een verdoezelend knutselarijtje van een PR-afdeling. Heibel! Gevecht! Kloppartij! Matten! Een scholier had zich met een bloedende wond aan zijn hand in het ziekenhuis laten behandelen – er werd gewag gemaakt van ‘een scherp voorwerp’.

In mijn verhitte fantasie ging direct een parade van start met al dan niet schoolgerelateerde scherpe voorwerpen: Een geodriehoek? Passer? Kegelsnede? Een slagroompunt? Een feesthoedje? Een haak- of injectienaald? Een taartvorkje? Het zal warempel toch geen…?!?

Nee, nee… De rector van het Lyceum Sancta Maria haastte zich in de krant te melden dat het geen ‘steekpartij’ was. Arme Claasje Quadekker! Ontsnappende rode vloeistof in de kantine (het woord bloed leest ze vast liever niet)! Zoiets wens je geen schoolleider toe; en de timing had niet beroerder gekund. Die week konden hoopvolle, nieuwe brugklassers zich inschrijven, de bekroning van de jaarlijkse wervingscampagne waar scholen zoveel energie in steken. Onschuldige achtstegroepers leid je liever niet langs een rood-wit afzetlint.

Niettemin, zelfs als geharde onderwijsveteraan was ik geschokt door wat er onder druk allemaal uit zo’n professional lekt. “Veiligheid staat hier bij ons juist voorop”, vertelt rector Claasje Quadekker. “We hebben niet voor niets het keurmerk Gezonde School gekregen, waarbij we juist voor onze inzet op veiligheid zijn geprezen.” Desondanks zullen ze ‘het beleid nog weer eens tegen het licht houden.’

Het licht, het licht, het nooit klagende, altijd geduldige polderlicht! Steeds weer nieuwe procedures en protocollen worden ertegen gehouden en, zo lijkt Quadekker te geloven, als school, website en leerlingen dicht genoeg beplakt zijn met keurmerken en vignetten, worden scherpe voorwerpen vanzelf stomp en bot. Of wellicht zien haar beroeps-gedeformeerde ogen de scherpe voorwerpen niet meer… zo scherp?

Bij talrijke getuigen lag dat anders. Had C.Q. zich niet even kunnen laten bijpraten door haar leerlingen? Jongens, help me even, jullie zijn streetwise. Hoe noem je zo’n akelig voorwerp ook weer, ik kan er even niet opkomen, onze school is zó veilig geworden de laatste jaren… Het bestaat uit een stalen lemmet, met daaraan bevestigd een zogenaamd heft. Samen een centimeter of twintig in dit geval. Als een vierdeklasser het in een onveilige situatie tegen je voorhoofd zet (bijvoorbeeld om zijn argumenten kracht bij te zetten) kun je beter geen onverhoedse armbeweging maken, want dan zou de buitenwacht kunnen denken dat er sprake is van een steekpartij…

Overigens schuwde ook de woordvoerder van de Haarlemse politie – het recherchewerk was toen al twee dagen bezig – hardnekkig het woord ‘mes’. Ceci n’est pas un couteau.

.

messenset

.

Het blijft iets wat ik weiger te geloven, met mijn recht-voor-zijn-raap-hoofd. Dat zo’n rector zich in de vingers snijdt ahum… haar eigen belang schade zou berokkenen door de dingen bij de naam te noemen. Door te verklaren: “Wij staan bekend als een voortreffelijke school, met 1400 leerlingen. Daar zitten geheid 15 ploerten tussen en met wat pech dragen er daarvan vijf een mes. Dat voorkom je niet. Met wat geluk blijven die messen op zak. Helaas, wij hadden pech. Ik zal er alles aan doen dat laffe sujet een tuchthuisstraf te bezorgen.”

Waarbij ik er optimistisch vanuit ga dat Quadekker en andere officiële woordvoerders welbewust met meel in hun mond spreken. Er is een andere, ergere mogelijkheid: dat ze niet beseffen hoezeer hun wereldbeeld wordt vervormd door al dat laffe beleidsjargon.

Paars PS: In de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Busbaan

Straatjournaal feb. ‘18

Werken, waarom doen zoveel mensen het eigenlijk nog? Complete sectoren brengen hun werknemers louter stress, treurnis en frustratie. Onderbezetting, overbelasting, wanbetaling. Bureaucratie, beknotting en ontmenselijking. Bezuinigingsoperaties en reorganisaties. Bestaansonzekerheid door fusies en overnames.

Het rijtje zwaarbeproefde beroepsgroepen kan iedereen opdreunen: lager, middelbaar en hoger onderwijs, brandweer en politie (met uitzondering van een enkele zelfverwennende ondernemingsraad), bankpersoneel, de gezondheidszorg van eerste hulp tot laatste hulp, de belastingdienst, de verzamelde uitgeklede keuringsdiensten, schoonmakers, rechters, cipiers en alle managers die lijden onder weer andere managers.

When I was just a little girl, I asked my mother, what will I be? zong ooit Mary Hopkin in Que sera, sera. Ja, meissie, blij dat je het niet aan mij vraagt. Soms heb ik even de illusie dat er mensen zijn die dagelijks fluitend naar hun werk gaan. Zo reden er in deze regio eind december ineens nieuwe, glimmende bussen. Sommige zo lang dat je na het inchecken bijna alternatief vervoer nodig had om de achterbank te bereiken. En felrode dubbeldekkers die met hoge frequentie soeverein van A naar B zoefden. Zo’n voertuig besturen, dat moet toch een machtig gevoel zijn, dacht ik in mijn onschuld.

Alleen, op 4 januari staakte het streekvervoer. Voornaamste grief van de chauffeurs was hun hoge werkdruk. Aan het idee van een dienstregeling zijn ze van oudsher gewend, maar tegenwoordig telt iedere seconde, zozeer dat ze bij de halte in gewetensnood komen als er iemand op het laatste moment aan komt hollen. Gassen (en op schema blijven) of vriendelijk wachten en van de baas op hun donder krijgen? En de ritten sluiten zo naadloos op elkaar aan dat een fatsoenlijk plaspauze erbij inschiet. Het rijdt niet lekker als je op knappen staat.

Worden jullie nou ook pissig als je zoiets leest? Kan Connexxion geen bus ontwerpen die op urine rijdt, vroeg ik me af, dan kan de bestuurder 8 uur achter elkaar doorjakkeren zonder losgekoppeld te worden. Intuïtief wil je de schuld geven aan ‘de moderne tijd’ als je leest hoe die chauffeurs worden afgeknepen, maar dat is larie. Ga maar na, kort na die staking las ik in NRC over de gamification van het autorijden.

Steeds meer automerken ‘belonen’ goed rijgedrag, las ik in een geestig artikel van Maarten van Gestel. De bestuurder van een Toyota Prius verzamelt punten. Wie langzaam optrekt en veel cruiset, krijgt 80 punten op een schaal van 100. Bumperklevers en afsnijders krijgen strafpunten. Hoe infantiel het ook klinkt, het werkt. Die autogiganten zijn niet gek. Bezitters van een Opel Ampera proberen een balletje in het midden van hun scherm te houden, zuinige Ford-rijders zien een boompje in hun display […] en wie een Nissan Leaf heeft, strijdt online om de titel ‘beste Leaf-rijder’ ter wereld.

De Faculteit Industrial Design van de TU Eindhoven heeft zelfs een Smart-mobility-squad. Het moet voor die gasten toch een koud kunstje zijn een dergelijk spelletje te ontwerpen voor buschauffeurs? Gewacht tot alle passagiers op hun stoel zitten alvorens op te trekken? Duimpje omhoog! Verdwaalde toeristen afgepoeierd? Duimpje omlaag! Voldoende gedronken én geplast tussen de ritten? Petje af! En de scores worden zichtbaar gemaakt voor het publiek: eens per maand krijgt iedere chauffeur door de directeur van Arriva of Connexxion nieuwe insignes op de revers van zijn uniform gespeld. De besten krijgen een bonus. Zó pak je dat aan in deze app-happy tijden!

En zo was dit stukje bijna op een optimistische noot geëindigd. Bijna, want waar hebben we het over? Dit is de eenentwintigste eeuw. Voordat die chauffeurs nog drie keer een plas kunnen doen worden ze vervangen door een robot, al dan niet met het uiterlijk van Fred Teeven.

.

busbij

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Tarzanbocht

Straatjournaal december ‘17

Werd Max met de helm geboren? Het gerucht gaat, maar zeker is dat vader Jos de eerste kinderwagen van zijn zoon al voor de geboorte had uitgerust met regenbanden en een knalpijp. Zijn eerste knuffel was een pluchen pitpoes en de Bambix werd al vroeg aangelengd met Red Bull. Max’ eerste woordje? TAR-ZAN-BOCHT! En daarna is het hard gegaan – letterlijk en figuurlijk.

Aanvankelijk waren er diverse tegenslagen en teleurstellingen. In zijn geboorteplaats Maaseik (België) maakte Max als 3-jarige zijn racedebuut in een trapauto van Bart Smit, waarbij hij in de laatste bocht door een onbesuisde inhaalmanoeuvre in de strobalen belandde. Karakteristieke overmoed? Onervarenheid? Max keek met betraand gezicht toe hoe zijn grootste rivaal, Rogier de Gasgever het podium triomfantelijk met een magnum Jip en Janneke-champagne besproeide. “Hij moet leren tot de finish het koppie erbij te houden” grauwde vader Jos. “Hopelijk kan hij hiermee dealen. En vanavond geen Sesamstraat natuurlijk.”

Drie weken later, in het naburige Gapenhoven, ging het wederom mis met Max, ditmaal door materiaalpech. De crankspie van de linker trapper begaf het en de bejaarde mecanicien Ludo de Sleutelaere was door opspelende jicht niet snel genoeg ter plekke om het euvel te verhelpen. Verstappen père destijds, net niet overstemd door een onbedaarlijk snikkende Max (die Bert & Ernie wederom aan zich voorbij zag gaan): “We hebben ons team nog niet rond – kwestie van sponsorgeld. Kijk naar Max zijn kruippakje en je ziet plekken zonder reclame. Dat zegt genoeg…” Later dat seizoen vielen alle stukjes van de puzzel alsnog op hun plek. Grote concurrent Wannes Rousdou werd in de chicane brutaal voorbijgestoken, waarna Max de eerste positie niet meer uit handen gaf.

Karten was een logische volgende stap. “Max is er als zevenjarige rijp voor,” sprak Jos. Bij zijn eerste wedstrijd werd het knulletje door de jury nog gediskwalificeerd wegens duimzuigen. De volgende 356 kartraces won hij.

Waarna geschiedde wat de kenners al hadden zien aankomen: ook in de Formule 1 staat er geen maat op Max. Inmiddels heeft de 20-jarige drie Grand Prix-overwinningen op zak en elke Nederlander die weleens in de file heeft gestaan, volgt iedere wielomwenteling. Want is het niet prachtig om, als je zelf net een uur hebt staan kniezen bij knooppunt Rottepolderplein, via de boordcamera mee te beleven hoe onze nationale coureur in Brazilië in een soort onderwaterrace tussen zijn rivalen door slalomt en bij die waanzinnige inhaalrace niet wordt geflitst? Bij de fandagen in Zandvoort kwamen vorig jaar 100.000 Max-maniakken opdagen om hun idool toe te juichen. Wir leben Max!

Onlangs verscheen Bernhard van Oranje in het journaal, zoon van prinses Margriet en Pieter van Vollenhoven, ons nationale geweten als het gaat om risicomanagement en verkeersveiligheid. En die Bernhard (zelf snelheidsduivel) presenteerde glunderend een haalbaarheidsonderzoek naar de terugkeer van het Formule 1-circus naar Zandvoort. En jawel! Het kon!! Binnen een paar jaar!!! Mits er een slordige 30 miljoen wordt opgehoest door overheid en bedrijfsleven, staat het licht op groen. En gelukkig, burgemeester Nick Meijer kent in zijn dorp maar ‘vijf of tien mensen’ die tegen zijn.

Lees: zuurpruimen en azijnpissers. Vreugdeloze types als ik, die anderen het licht in de ogen niet gunnen en de teringherrie in hun oren. Die miepen als ze op ‘geluidsdagen’ door Middenduin of het Kraansvlak lopen en er kilometers verderop iemand met een zwart-wit geblokte vlag zwaait, waarna motorengebulder en -geknetter urenlang de stilte verdrijven. Die dan tegen elkaar zeggen, kan er niet eens een haalbaarheidsonderzoek komen? Wat zijn de kosten en de baten als we dat helse circuit teruggeven aan de natuur?

,

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Waantaal

Straatjournaal-column, nov. 2017

Volgens sommige geleerden is menselijke taal ontstaan als een soort vogelzang: lange, melodieuze klankvariaties, met veel gevoel. Het zou best eens waar kunnen zijn, afgaande op het wijdogige gesprek van de twee jonge vrouwen in de stille koffiezaak.

Ze begrijpen elkaar volkomen en beamen grif alles wat de ander zegt. Ja, heb jij dat ook…? Radde praters zijn het, op haperingen of adempauzes betrap ik ze niet. De brunette (‘graag een latte met weinig melk en heel veel schuim’) claimt ietsje meer zendtijd dan de roodharige, maar ze zijn aan elkaar gewaagd. Hun gekwinkeleer deert mij niet; ook zonder luistervink te spelen kan ik wel raden waar de conversatie heen gaat. De een heeft een Krijn (jonge vader, harde werker) en een James (8 maanden, blieft geen vruchtenprakjes), de ander een Mats (groenteweigeraar) en een Aart (36 jaar, die ongedurig is als hij Mats de groentehapjes voert). Beiden werken, beiden fitnessen om hun figuur te redden, beiden hebben het druk en proberen alles goed te doen en… en… De bruinharige wordt gebeld, de poes loopt ineens kreupel en haar aanwezigheid is thuis vereist. ‘We moeten dit véél vaker doen!’ Ze betalen ieder hun eigen latte en gaan naar Krijn, Aart, Mats, poes en James.

De intimiteit van hun gesprek wantrouw ik (zoveel inlevingsvermogen, kan dat?) en inhoudelijk was het weinig melk en veel schuim. Maar het voorzag duidelijk in een diepgevoelde behoefte. Het contrast is groot als hun plek wordt ingenomen door een tassen torsend echtpaar. North Face-jacks. Jaar of zestig, type ‘hèhè, nou daar zitten we dan’. Koffie, appeltaart en amper tekst. Na een korte observatie over de storm blijft het langdurig stil. Een lege, almaar luidere stilte. Niet nors, maar er komt gewoon niks. Dan begint de man luid mee te neuriën met de achtergrondmuziek; af en toe brabbelt hij een regel mee. Het houdt weer op. Zij onthoudt zich van commentaar. Hij hervat zijn geneurie en die vrouw kijkt berustend naar buiten met zo’n gezicht van ‘ik kan het hem helaas niet afleren’.

Praten, je denkt er zelden over na – tenzij een woordenstroom buiten zijn oevers treedt of juist opdroogt. Spreken lijkt even vanzelfsprekend als ademen – wij mensen maken geluidjes zoals mussen tsjilpen. We kibbelen over een broodkorstje. We laten weten dat we er nog zijn of het beste met elkaar voorhebben. De bijbehorende woorden wellen op zonder dat we er moeite voor hoeven doen. Woorden zijn altijd voorradig wanneer we ze nodig hebben, toch?

Misschien was het daarom wel dat het boekje Zo tollig en zwarrig me zo raakte. Waantaal van Nico is het bijschrift, wat verwijst naar een man die op zijn 95ste werd getroffen door afasie. Een normaal gesprek was er niet meer bij: de eenvoudigste woorden lagen ineens buiten zijn bereik, wat hij trachtte te compenseren met een onbegrijpelijke privétaal. Nico zei dingen als Als ik zwijg kan ik lempen. Gefrappeerd door de geheimzinnige schoonheid ervan, tekende zijn geliefde die op.

Korte rokken en russe klassen, alles is snel verachteld. En Je moet gezond eten: pijpels en uppels en zo. Of Een of twee om lekker door te steken in het prunt. Het zijn eigenlijk lekkere fluien uit de vrije buis komende. Jan Stroeve zette zijn associaties bij die wonderlijke woorden om in ontroerende schilderijen, die eveneens in het boekje staan.

Daarmee is deze uitgave een prachtig eerbetoon geworden aan Nico’s eenzame zoektocht naar contact. En tegelijk een troost voor iedereen die dierbaren wanhopig heeft zien grabbelen naar taal die er eerst nog was. Lees dat boek, want, zoals Nico het uitdrukt: Lukjes en slaapjes en doodjes, je vindt er van alles.

downloads

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Vijfie

Mijn Straatjournaal-column (Hollen of Stilstaan) bevat voor trouwe RaDa-lezers deze maand weinig nieuws. Ik plaats hem hier voor de volledigheid toch maar. En ja, hij bestaat uit één zin.

Als u de naam van deze rubriek niet kent, ga dan terug naar AF – ach, wacht, ik doe niet moeilijk, ik schrijf ‘m een gewoon even voor u op, gewaardeerde lezer, Hollen of Stilstaan dus, sedert vijf jaar (qua anciënniteit nog niet Kruijveriaans, maar toch respectabel) en destijds koos ik die naam om het bipolaire karakter van mijn columns te benadrukken, dat wil zeggen nietsontziende, genadeloze, galopperende tirades vol sweeping statements en krasse beweringen gericht tegen alle categorieën ijdeltuiten en minkukels, booswichten en zwart-witdenkers, de vijand kortom, afgewisseld met momenten van verstilling en contemplatie waarin ik opzettelijk treuzel, mijmer, mediteer bijna, oftewel stilsta (ga terug naar AF als…) bij alles wat het leven voor mijzelf de moeite waard maakt en waar ik anderen – amechtig jakkerende anderen, vol van hun eigen sores en mores – veelal klakkeloos voorbij zie stiefelen zonder op of om te kijken,

.

cijferraadsel3

.

onachtzaam, onverschillig, meegesleurd door de kolkende maalstroom van hun complexe levens, want ga in het spitsuur eens bij de NS-poortjes staan in de stationshal en afgaand op de strakke gezichten zou je kunnen concluderen dat de meute met een tasje haastig bijeengeraapte schamele bezittingen op de vlucht is voor Harvey of Irma of hoe de eerstvolgende orkaan in de wachtrij mag heten (Jesse, Jezabel, Jiffy of Johannes Paulus III), al is het waarschijnlijker dat ze van hun vrouw bij AH de Japanse notenmix niet mogen vergeten of vrezen op hun falie te krijgen als ze hun dochter niet bijtijds naar badmintontraining vervoeren, kortom problemen van minder epische proporties,

,

cijferraadsel1

.

al weet je het nooit, bij anderen, wat hun preoccupaties zijn, er is een boel leed en pech in de wereld en trouwens, mijn eigen hoofd is geen haar beter, daarin krioelt en wurmt ook alles door elkaar, het madenbakje van brasemvisser Dries op zijn vaste stekkie aan de Jan Gijzenvaart is er niks bij, zo veel indrukken, waarnemingen, associaties en ideeën rijp en rot hengelen constant om aandacht – de Japanse notenmix en de Noord-Koreaanse bommenmix van Kim Jong Un, malle liedjes en leuzen en dat experimentele boek van de Ierse schrijver Mike McCormack dat ik net heb gelezen, een stream of consciousness à la James Joyce,

.

cijferraadsel2

.

Solar Bones heet het en het bestaat uit één machtige zin van 223 pagina’s, zoals (bent u daar nog?) wij allemaal in zekere zin (ahum) ook uit één zin bestaan, of erin gevangen zitten, het is maar hoe je het noemen wilt, van wieg tot kist, en dan is het heilzaam, daarover zijn zielzorgers, filosofen en levenskunstenaars eensgezind, dat in die ene meeslepende zin af en toe een rustpunt wordt aangegeven, hetzij komma of gedachtestreepje (-) ter bestrijding van monomanie, egocentrisme en dreigende burnout en iedereen die zulke pauzes bij zijn medemens teweegbrengt zie ik als mijn natuurlijke bondgenoot, zoals onlangs die geheimzinnige maar inmiddels geïdentificeerde puzzelmaker wiens rekensommen en cijferraadsels (met triplex op muren aangebracht) vele voorbijgangers in Haarlems straten een pas op de plaats deden maken om even, even maar, te piekeren & prakkezeren over andere dan hun eigen beslommeringen, wat je noemt een welkom initiatief van deze Jeroen Jongeleen uit Rotterdam (kunstenaar van beroep), dat duidelijk in een alom gevoelde behoefte voorzag, waarvoor hulde!

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Zombies op reis

Mijn augustus-column voor Straatjournaal

Molotovcocktails en bakstenen gooien naar de oproerpolitie is voor anarchisten en linksradicalen een soort folklore, vergelijkbaar met koekhappen en zaklopen voor de jeugd van Noordkneuterveen op Koningsdag. In hun strijd voor een betere wereld nemen de alto’s van het Schwarze Block die 500 gewonde agenten bij de G20 graag voor lief.

Gelukkig was er behalve dat brute geweld in Hamburg ook een werkelijk indrukwekkende protestactie. Vreedzaam. 1000 Gestalten heette het streng geregisseerde project. Alle deelnemers waren geheel in het grijs uitgedost. Hun haar was asgrijs geverfd en hun huid grauw geschminkt met klei. Duizend zombies schuifelden futloos en willoos door de straten. Murw, hersendood, slaven van het systeem (jullie kennen dat systeem, het staat bekend als kapitalisme of neoliberalisme). Ze sjokten gedwee naar een noodlottig einde, want van de op de G20 verzamelde wereldleiders hoeft de mensheid geen heil te verwachten.

.

zombiegrijs

.

Toen was er in de massa plots een flard kleur. Een van de deelnemers had met een van pijn verwrongen gezicht zijn grijze uniform uitgetrokken en bleek daaronder een blauw T-shirt te dragen. Alsof er een korenbloem was ontloken op een geasfalteerde parkeerplaats! De man juichte naar de meute en bevrijdde een lotgenote uit haar grijze tenue, waaronder zij iets groens droeg. Groen en blauw omhelsden elkaar verheugd en zetten een kettingreactie in werking, waarbij steeds meer bonte kleren en pruiken de vaalheid verdreven, tot iedereen was ontwaakt uit zijn trance. Dansen, zingen en vrijen, ja, zo ontdoe je je van knellende banden! Weg met apathie en berusting!

.

G20-Zombie-protest-hamburg-1

.

Diezelfde dag zag ik nog meer zombies, dankzij een soort beeldrijm; de NRC had een reportage over de eindeloze passagiersrijen in de vertrekhallen van onze nationale luchthaven, waar op ‘piekdagen’ meer dan 200.000 reizigers komen. Die moeten sinds dit jaar rekening houden met wachttijden van drie uur bij incheckbalies, beveiligingsscanners en douane. Ik betrapte mezelf op een bitter leedvermaak toen ik ze daar zo zielloos zag staan, vreugdeloze vakantiegangers, gevangen tussen de afzetlinten en de dranghekken: ja jongens, wat willen jullie nou…?

Schiphol ligt op de rug van de Haarlemmermeer als een dikke, vieze melanoom. En die moet blijven groeien, beweren sommige doctoren. Tegen elke prijs. Wandel door de Houtrakpolder (bij IKEA Haarlem) en je ziet dat de vliegtuigen kop aan staart door het luchtruim razen. Maar hoeveel kunst- en (ahum) vliegwerk je ook toepast, ééns houdt het op. En misschien is dat moment nu gekomen? Eigen schuld, dikke bult.

Dat leedvermaak was klein van me, wist ik direct. Die sip kijkende mensen konden het ook niet helpen. Die deden ook maar wat iedereen doet. Want zijn de meesten van ons geen zombies, braaf tussen de lijntjes kleurend? Gebonden aan gedragscodes, afspraken, bepalingen, geboden, wetten, regels, protocollen, voorschriften, verplichtingen, formaliteiten en beloftes? Zelfs die actievoerders uit Hamburg komen na de G20 thuis, wassen het grijs uit hun haar en beseffen dan dat ze niets kunnen schrappen uit hun beduimelde A tot Z van de wereldproblemen: Asielzoekersstromen, Bio-industrie, CO2, Denivellering, Erosie, Fiscale fraude door multinationals tot en met Xenofobie, Yogablessures en Ziekte door armoede of welvaart. Boven hun hoofd vliegen nog steeds de prijsvechters af en aan.

Lieve mensen op Schiphol, ik bedoelde het niet rot. Ga naar jullie verre oorden. Zet het verstand op nul, vergeet je baas en je sores, hang de beest uit en laad de batterij op. Jullie hebben het verdiend, zo makkelijk is het leven niet. En straks proberen we er zo goed en zo kwaad en zo principieel als het gaat, allemaal weer het beste van te maken. Prettige vakantie!

Parkeerreferendum

Zoals verschenen in Straatjournaal juli 2017

De stad gaat spreken: op 19 juli houdt Haarlem een parkeerreferendum. Er wordt rekening gehouden met een ongekend hoge opkomst van 97%. Eindelijk krijgen de burgers namelijk een principiële keuze voorgelegd: moet parkeren op straat worden toegestaan of verboden?

Andere steden blijven eindeloos doormodderen met hun suffe vignetten, parkeerschijven, haperende parkeer-apps en vandalismegevoelige parkeerautomaten. Amsterdam heeft meer Amsterdammertjes dan Amsterdammers. En verder is het overal hetzelfde: alleen een afgestudeerd parkeroloog kan wijs uit de wirwar aan vergunningen en bepalingen. Denk aan gereserveerde parkeerzones en de felbegeerde invalideplekken. Of de tijdsrestricties (parkeren uitsluitend toegestaan van 7.45 uur tot 9.50 uur op zondag, behalve als Tweede Pinksterdag en Vaderdag samenvallen). Dit hele dolgedraaide, krakende systeem wordt gefinancierd uit exorbitante parkeertarieven en dito boetes, uitgeschreven door een gedemoraliseerd leger even wraakzuchtige als pietluttige handhavers.

Volgens cijfers van het CBS belopen de economische kosten door blikschade en parkeerstress op jaarbasis drie miljard euro. Want 15% van de Nederlanders met een rijbewijs kan helemaal niet parkeren. Niet doordat ze geen ‘plekje’ kunnen bemachtigen – nee, als ze dat plekje na lang zoeken eindelijk hebben, begint de narigheid pas echt: door motorische beperkingen, het ontbreken van ieder ruimtelijk inzicht en/of een bedilzieke partner die averechts uitpakkende adviezen geeft. Hoge bloeddruk en posttraumatische nachtmerries (de bestuurder moet uitparkeren met 1,6 cm speling bij voor- en achterbumper) leiden tot extra ziekteverzuim en oplopende zorgkosten.

Alleen daarom al strekt het Haarlem tot eer dat het als eerste stad de enige wezenlijke vraag durft te stellen: bent u VOOR of TEGEN parkeren op straat? Ik ken mensen in mijn omgeving die worstelen met dit dilemma, maar zelf was ik er direct uit. Tegen! Want we zijn met z’n allen ergens in gestonken. En hebben vervolgens een blinde vlek ontwikkeld.

Loop eens door je eigen buurt en kíjk. Kijk-kijk. Links stilstaande auto’s. Rechts stilstaande auto’s. Daartussen een krappe doorgang, breed genoeg voor één fiets en één stapvoets rijdende auto. De straten lijken nauw en verstopt. Maar dan… Doe in zo’n geconstipeerde wijk eens het volgende gedachte-experiment. Denk al die auto’s weg – ja, ook je eigen blinkend gepoetste Audi. Er gebeurt dan iets eigenaardigs. De straten worden twee keer zo breed. Ineens kloppen de verhoudingen weer. Ook (nee, juist!) in volksbuurten is de vrijgekomen ruimte verbluffend. Ineens besef je hoeveel kubieke meter al die particuliere wagens (van Mini tot patserbak) samen in beslag nemen. Onttrekken aan het algemeen gebruik.

Wie het aan fantasie ontbreekt, kan ook bladeren in een boekje als Oud Haarlem in beeld, met fotomateriaal van de stad rond 1900. Dan zie je wat er sluipenderwijs verloren is gegaan en ongemerkt is bijgekomen. We hebben het zonder protest laten gebeuren. Sneu voor de kinderen, die moeten spelen in een uitsparing tussen twee wanden van blik. Maar niet alleen de kleinsten worden gedupeerd. Wijzelf evenzeer, tenzij je zo’n volwassene bent die de stoep alleen gebruikt als de kortste route van huisdeur naar autoportier. En daarom zou ik (geen nostalgicus!) zo blij geweest zijn met een referendum over parkeren dat de enige juiste vraag stelt: willen we het nog langer?

Helaas, in werkelijkheid is er op 19 juli weliswaar een referendum over het parkeerbeleid, maar voor een gewoon mens is er geen sleepkabel aan vast te knopen. Na de nodige volksmennerij en volksverlakkerij, met name door de VVD, werden genoeg boze handtekeningen ingezameld om het af te dwingen. Dus stemt de héle stad nu over een pakket van negentien (19!) eerder door de gemeenteraad en de betrokken wijkraden goedgekeurde maatregelen. U snapt het: ik blijf thuis en hoop op een opkomst van 6%. Immers, mijn vraag wordt niet gesteld.

.

parkeerreferendum

Paars P.S.: in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.