Geluk

Voor cynisme, pessimisme en achterdocht hoef je je tegenover anderen zelden te verontschuldigen. Die zijn een soort geboorterecht van de moderne mens en hij mag er zijn omgeving straffeloos mee vervuilen.

Zou voor geluk het omgekeerde gelden? Vanavond werd ik getroffen door een onverhoedse aanval van geluk. Er ging het een en ander aan aangenaams aan vooraf (een tuinfeestje bij school, een glas goede whisky, een fietstocht over de Bergweg), maar het geluk begon pas serieus toen ik van huis uit naar de Dekamarkt wandelde voor wat overbodige boodschappen.

Ineens was het er. Alsof het me had opgewacht op de hoek van de Jan Steenstraat. Ik/het vertraagde mijn pas, ademde langzamer en zag dezelfde dingen – mooi en lelijk – die ik anders ook zag, maar dan anders… alsof ze voor me poseerden en glimlachten.

.

krabdeur

.Gewone deur maar dan anders

In het buitenbiebje in de Santpoorterstraat vond ik Goethe, kunstwerk van het leven van Safranski (600 pagina’s, het zat nog in het cellofaan!); meegenomen (in de dubbele zin des woords), maar essentieel voor mijn geluk was het niet. Dat had geen essentie. Het was overal. In de Deka zei een chef tegen een winkelmeisje: “Vind je het erg om de rand van die afvalbak even af te nemen met een vochtig doekje?” Hij vroeg het zo zuiver, zo keurig, zo zonder aanmatiging, dat ik er nog gelukkiger van werd.

Ik zou het er niet over moeten hebben, althans zo voelt dat – ik wil me verdedigen en indekken. Gelukkig zijn om niks dat doe je maar stiekem, daar hoor je anderen niet mee lastig te vallen, denk ik dat de mensen denken. Geluk is een guilty pleasure.

Ter geruststelling: inmiddels ben ik weer normaal.

.

vaartmindere

.

Kinderyoga

Vanavond rond zeven uur. Ik fietste door het duister (er was geen keus, er was geen licht) van Driehuis naar Haarlem. Een enkeling haalde mij in of kwam mij tegemoet. Slechts tweemaal ving ik langs de 10 km van mijn route een menselijke stem op. Beide malen luid telefonerende eenlingen.

Ergens bij Westerveld uitte een petdragende jongeling deze intrigerende tekst: “Da’s bij ons op het werk nationale snuifdag, ouwe!”

Hij articuleerde goed, dus daar lag het niet aan dat ik zijn mededeling niet kon plaatsen. Op het Zwarte Pad bij Santpoort-Zuid naderde een fel verlichte fiets. Terwijl ze mij passeerde, krijste de berijdster met een schelle uithaal tegen haar mobiel: “Kom op, het is maar fokking kinderyoga!”

Metrisch vond ik het sterk – had ik in het wild een jambische pentameter gevangen? Nah… bij nader inzien niet, maar voor een beetje rapper of tekstdichter moet er toch iets te doen zijn met “Kom op, het is maar fokking kinderyoga!”

Vervolgens voelde ik me een beetje mismoedig worden. Snuifdag? Kinderyoga? Fokking kinderyoga? Hoeveel (of hoe weinig?) begrijp ik nog van mijn medemensen? Overigens, ik wil van mijn twijfel niet die twee toevallige telefoneurs de schuld geven. Ik had het me vandaag al diverse malen eerder afgevraagd.

.

lighht

.

.propbouw2

.

P.S. Foto’s genomen langs bovengenoemde route: fel verlichte sportvelden en de Propbouw bij het Mendel/honkbalstadion die ras vordert.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Zitten, zo heerlijk

Nooit eerder liet een zomervakantie zo lang op zich wachten. Hij draalde, teutte, draaide om zijn as, deed een sur place, nam een verkeerde afslag, verdween volledig uit het zicht, keerde terug als een treiterig lachende fata morgana. 20 juli als wrede luchtspiegeling.

Ondertussen vloeiden de krachten weg. De nakijkstapel weigerde te slinken. Rode inkt vermengde zich osmotisch met mijn bloed tot een verhouding 50:50. Sluipstress en ordinaire recht-voor-zijn-raap-stress tastten in eendrachtige samenwerking de vitaliteit aan. Donderdag – een dag voor 20 juli – hadden we een activiteitendag, afscheid van vijf collega’s (veteranen), een buffet en ‘s avonds een schoolfeest.

Op weg naar dat feest in het prachtige Thalia Theater zag ik een bankje. Ik kneep in de remmen. Het was in een vreugdeloze IJmuidense wijk. Ik zeeg neer om de huisdichteres even te app-en/eppen/appen. Het appie/eppie vloog naar Gent, waar zij optrad, en ik bleef zitten. Zitten, wat kan dat heerlijk zijn. De straat was verlaten, dat zit meteen een stuk beter. Ik zat naast een viskar en dat rook je. Een half uur deed ik niets ander dan blijven zitten en me afvragen of in het visaroma de wijting overheerste of de kabeljauw.

.

visspecialist2

.

Gisteren (15, 16, 17, 18, 19, 20 juli!) was de laatste dag. Een dag van toespraken, cadeautjes en tranen. Veel tranen: ondanks alle waarschuwingen tegen watermisbruik werd er door de collega’s danig op los geplengd. Primaire tranen en secundaire tranen: tranen zien doet tranen. Daarna besprenkelden we het voorbije jaar alcoholisch en toen was ik echt vrij.

‘s Avonds om tien uur lag ik – drained – op de bank toen de huisdichteres me opporde om nog even te wandelen. Dat viel nog lang niet mee. De benen deden een soort langzaam-aan-staking. Het is vakantie, dreinden ze, we zouden toch niks meer moeten? Gelukkig was er bij het Dolhuys een openluchtconcert. Van verre hoorden we dat het mooi was (wat wil je, Carina Vinke deed mee, ontdekten we later). Wat een tractatie! Maar ook al was het Dingetje geweest, die daar optrad met Rubberen Kaplaarzen (als ze maar waterdicht zijn, om garnalen mee te vissen), dan nog zou ik dat hebben aangegrepen om te gaan zitten en te blijven zitten.

.

struikelmuziek

.

P.S. Maar alle vermoeidheid is relatief. Vanochtend in het koffiehuis werd mij van een naburig tafeltje een millennial-gesprek opgedrongen over iemand die een dermate heftige burn-out had dat alle lichaamsfuncties dienst weigerden als hij een woord hoorde dat met een ‘w’ begon of met ‘erk’ eindigde. Hij werd ‘s nachts hyper- of non-ventilerend op een brancard afgevoerd, dat soort w*rk. Zo, wat zal ik nu eens gaan doen?

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Hard gelag

In de Sir Edmund van vorige week las ik de rubriek Beter Leven (wat is dat toch met het leven, dat het zo zelden goed genoeg is?) over de vraag of je minder gaat lachen naarmate je ouder wordt. 

Jammer, het artikel verschafte geen eenduidig antwoord, er bestaat te weinig steekhoudend onderzoek naar lachfrequentie. Alleen in Canada werd deelnemers gevraagd bij te houden hoe vaak ze per dag lachten. Het gemiddelde was 17 keer daags.

Zeventien? Twee keer per uur…? Ik heb het niet geturfd, maar daar zit ik al dik boven in de tien minuten dat ik aan dit tot u toe nog niet bijster humoristische stukje tik. En er zijn dagen… Mijn gegniffel / gegrinnik / gegnuif / geschater is zeker niet altijd pure vrolijkheid. Gisteren was een goede lachdag, die zijn climax kreeg in het café waar we de werkweek graag afsluiten. Deze week was ik daar nog harder aan toe dan gebruikelijk. Ik zat net, de eerste Brugse Zot was nog niet ingeschonken toen ik via whats-app vernam dat een vriendin was overleden. Vijftig. Ik wist dat dat bericht een dezer dagen moest komen. Maar toch… De Dood was sowieso opdringerig de afgelopen tien dagen (hoe vaak lacht die per dag?).

Ik verkeerde in erg prettig gezelschap, precies de collega’s die ik zelf uitgekozen zou hebben, en de stemming steeg. We bereikten het moment dat iedereen zijn ideale uggelage bereikt heeft – zichzelf grappig vindt en anderen bovendien (= 130 lachjes per uur? Dat moet je laten volgen door dagenlange norsheid om weer op die 17 te komen).

Er kwam een gebrilde man binnen, een bekende van een van ons, met een innemende, rimpelige, loszittende lach. Hij hield zich een tijdje op bij de kapstok en maakte een das los van het haakje. Hij liep ermee naar een lamp, keek en keerde terug naar de kapstok. “Een vriend van mij heeft hier gisteren een grijze das laten liggen.” Er hing nóg een grijze das. Ook die hield hij bij het licht. Hij twijfelde. Grijs, maar was het het goede grijs? “Kan je het anders niet ruiken?” vroeg een van mijn tafeldames jolig. Toen hij wéér een grijze sjaal had opgespeurd en in dubio stond, was het mijn beurt blijk te geven van mijn geestigheid én enorme belezenheid. “Meneer, dit is hopeloos. Weet u hoeveel tinten grijs er zijn? Vijftig!”

Dat erwtje van verdriet voelde ik wel ergens zitten, maar wat was ik blij met die middag, Met die mensen, de ongein, de verbondenheid, de aangeschotenheid en ons gelach, om hoe weinig soms ook.

.

vrijmibo

.

P.S. Het Engels heeft voor zover ik kan nagaan geen woord voor ‘goedlachs’. Wat zegt dat over een land met zoveel humoristen?

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Bekering

Afgeragde sofa’s, roestige barbecue-roosters, kinderwagenwrakken en krakkemikkige krantenbakken… Bij de ondergrondse afvalcontainer hier op de hoek wordt van alles gedumpt. Hoewel ik geen straatjutter ben, kijk ik altijd wel even. Was hier iemand van zijn geloof gevallen?

.

Smile

.

BE HAPPY – TELL THE TRUTH – BE THANKFUL – WORK HARD – LOVE ONE ANOTHER – USE KIND WORDS – HELP OTHERS – SMILE – BELIEVE IN YOURSELF – KEEP YOUR PROMISES – LAUGH OUT LOUD – BE NICE – TRY NEW THINGS. Hing er aan de muur tegenwoordig een ander credo? Mopper – lieg – wees ondankbaar – lanterfant – veracht elkaar – scheld en beledig – laat anderen stikken – kijk grimmig – twijfel aan jezelf – breek je beloften – gniffel – bek af – roest vast.

Was alles mislukt? Of verwezenlijkt? En waarom was dat paneel ooit aangeschaft?

.

smilemore

.

Er lag nog een aantal kleinere raadgevingen onder – veel met ‘love’ en andere risicoloze commerciële klefheid, waar ik me nu graag vrolijk over zou maken, ware het niet dat ik net terug ben van een bezoekje aan het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis. Op de gang praatten we met een oude man aan zo’n mobiel infuus, die aan zijn slokdarm was geopereerd. Uit zijn hals stak een plastic container zo breed als een Spa-flesje. Hij mocht na vier maanden behandeling nog hopen op herstel. Bij ‘ons’ bed waren de vooruitzichten somberder. En iedere glimlach die we zagen was er een. SMILE. BE THANKFUL. USE KIND WORDS. LOVE ONE ANOTHER. Iets anders was er niet meer.

.

metalenrozen

.

Aan een muur in de straat viel mij ineens een aantal metalen rozen op. Nieuw? Of gewoon nooit eerder gezien?

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Slipstreamen

De nacht was niet lang genoeg geweest om allerlei schoolmuizenissen uit mijn hoofd te verjagen; het kussen niet zacht genoeg om de door onmatige en dwangmatige correctiewerkzaamheden verkrampte schouderspieren weer los te masseren.

Bij het betreden van de huiskamer knipte ik de lamp aan. Knip. Knap! Kapot. Ik stond weer in het schemerduister. De dag/week/maand begon weer goed. Dat het niet regende was een regiefoutje. Wel was mijn versnelling in het ongerede geraakt – hij pakte de drie niet meer. Onderweg vond ik moeiteloos van alles om me sappel over te maken. Oude wrevel, chronische ergernissen, een veelbelovend jong conflictje en de tijdgeest zat ook niet mee de laatste tien jaar.

Op de Velserenderlaan liep ik, hoewel ik niet bepaald over het asfalt speerde, langzaam in op een onooglijk autootje. Met een stijf vaantje. Het maakte deel uit van een lijkstoet van maar vijf wagens, ongetwijfeld op weg naar Crematorium Westerveld. Ik kon er (met wat geluk) rechts langs en stevig doortrappen. Of anders, ambitieuzer, het hele filetje in een keer links inhalen. Of…

Ik toomde me in. Eerbied! Anderhalve kilometer volgde ik de rouwauto’s op korte afstand, alsof ik de enige niet gemotoriseerde nabestaande was. Slipstreamen achter de dood, dat zouden jullie ook eens moeten doen. Aan het eind van de Duin en Kruidbergerweg scheidden onze wegen, maar toen had ik me allang weer met het leven verzoend.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Stop the rot

De dag was weleens beter begonnen (ook weleens nóg slechter, maar toch). Beetje klam en katterig ontwaakt. De weergoden weerduivels bewerkten de slaapkamerramen met hogedrukspuiten. De brom van de buren bromde door. Een bits mailtje pingpongde ik nog bitser terug. ‘s Middags lag een bezoek aan de tandarts in het verschiet.

Ach, het werd droog, dat was tenminste iets. Ik haalde bij De Vries een bestelling op (verhalen van Nguyen – The Sympathizer smaakte naar meer). In de etalage van galerie Année fotografeerde ik een geinig beeldje van Jan Verschueren, een Segway, met weerspiegelde gevels als bijvangst.

.

sedgescare

.

Mijn humeur draaide bij (trouwe RaDa-lezers voelen de euforie al naderen) en voor ik het Verwulft bereikte zag ik zelfs schoonheid in de houtrotreparaties in de kozijnen. Epoxyhars, wat zou dit land zonder moeten?

.

houtrot3

.

houtrot8

.

houtrot10

.

houtrot11

.

Jaap Pop (ex-Muggenmeester) heeft een nieuwe pacemaker en geeft eindelijk weer de juiste tijd aan. Dat het tot het volgende millennium zo moge blijven!

.

poploopt

.

En er waren ontmoetingen. Goede morgen, meneer Aynan! Moussa had een bakfiets met inhoud bij zich. Een nogal stuurs kindje. Nee, de Beweging had nog geen naam. We namen wat suggesties door. Ja, moeilijk… Het kindje probeerde een glimlach op mij uit. Ik lachte terug. Na een praatje over de gemeenteraad, namen Moussa en ik afscheid. Het kindje wuifde me hartstochtelijk na, alsof we elkaar al jaren kenden.

En zo liep de humeurbarometer steeds verder op.

.

afplakbandboeket

..

Ik zag onder een steiger een boeketje afplakband. Schitterend, toch? Thuis bleek de brom weg! Oh nee, toch niet. De huisdichteres had koekjes gebakken. Zo ging het maar door. Wie een feelgood/geen gaatjes-RaDaatje nodig heeft, moet nu stoppen met lezen. De tandarts trok mijn kies niet direct, maar zal proberen ‘m te redden met een wortelkanaalbehandeling en een opbouw of kroon. Volgende week een nieuwe afspraak.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Moe

If you liked school, you will love work heet een verhalenbundel van Irvine Welsh die ik niet gelezen heb. Maar die titel schiet nogal eens daar mijn hoofd. Voor mij vallen werk en school samen, dat speelt mee.

Na zes weken vakantie meldde ik me weer, zonder tegenzin. Fit, gebruind, het hoofd pruttelend en zoemend van plannen en nieuwe ideetjes. Zo’n eerste dag zijn alleen de collega’s er nog (fit, gebruind). Er wordt druk vergaderd en overlegd en met agenda’s gezwaaid en voor ik er erg in had, zat ik aan een infuus van andermans/-vrouws stress. Dinsdag ontmoette ik de eerste nieuwe klassen (fit, gebruind, sommige zelfs gemotiveerd en blij me te zien) en aan het eind van die eerste, op zich fijne lesdag vond ik mijzelf thuis terug op mijn allesbegrijpende bankstel. Afgebladderd, leeggezogen, het hoofd suizend en knetterend van bulletpoints, afvinklijstjes en onbeantwoorde post. Mijn nek zat in een krik, de stofwisseling was per direct gestaakt, de ogen weigerden te focussen op de krant. Het was die intense vermoeidheid die ik verdrongen had en waar ik dus na elke vakantie weer van schrik. Zal het iedere dag zo zijn?

Gisteren, na de tweede lesdag (zes lesuren), was ik weer afgeknoedeld en bezoedeld, maar er was een begin van gewenning (verzoening?) en donderdag is mijn vrije dag. Ik wandelde het centrum in, zo langzaam mogelijk, om ergens te gaan eten, zo langzaam mogelijk. De stad druppelde mijn bewustzijn binnen, maar het ging niet van harte. Hé, een nieuwe Haarlemse hersenkraker…

.

puzzelmaker

.

Nadenken, daar was ik nog niet aan toe. De koe aan de Vleeshal heeft (hoe lang al?) een roetneus, zag ik.

.

vleeshalkoe

.

Ik at Indonesisch bij Flamboyant (hoe lang zitten die daar al niet?) en wandelde terug, de stad een eerlijke kans gevend mij terug te vinden. De Vernieuwde Gracht bijvoorbeeld.

.

vernieuwde gracht

.

Nou ja, zo zag hij er niet echt uit… Mijn fotoprogramma heeft een knop waarmee je het beeld verBreitnert.

Vanochtend werd ik verkwikt wakker. Trek in koffie, een bezoekje aan de boekwinkel en geïnteresseerd in de wereld en wijde omgeving. Zin om een RaDaatje te schrijven.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Vaderkloek

Een ander mens worden, dat kan snel gaan. We pasten een week op een huis in een Drents boerengehucht. Dat huis redde zich prima (wifi, boiler en electriciteit bleven het doen zonder interventies van onze kant). Daarnaast zorgden we voor de dieren: twee katten, de zwart-witte Deci/Daisy/Desi (?) en Rode Poes (een rode poes), plus de kippen.

Atilla de Haan en Atilla de Hen zaten de hele dag in een ruime volière; moederkloek Piep bevrijdden we ‘s ochtends uit haar ren en dan struinde ze het erf en de tuin af, op de voet gevolgd door de zes door haar uitgebroede kuikens. Aanvankelijk was Piep erg druk met aansturen, corrigeren en beschermen (als wij tussen haar en zo’n scharminkeltje kwamen, vloog ze ons aan). Naarmate de week vorderde (en de kuikens aan volume en zelfvertrouwen wonnen) vatte ze haar opvoedkundige taak lichter op en gunde haar gezin meer ruimte voor initiatief.

Wij zelf hadden nauwelijks taken. Ik zat veel op het erf met koffie, stelde Deci af en toe tevreden met een aai en zag dat het goed was. Het was een doorlopende voorstelling van vlinders, ketende mussen en stuntende zwaluwen, waarvan wij vonden dat het boerenzwaluwen moesten zijn – je zit in een agrarisch gebied of niet – maar de vogel-app sprak ons tegen.

.

zwaluwen

.

Die grappige kippen hielden me steeds meer bezig, met hun niet aflatende bedrijvigheid. Ze waren rap, kwiek en ongelooflijk alert. Als we Atilla een bosbes gaven of een restje havermout kwamen ze van verre aansprinten om te schooien. De schriele bruine (door ons Vivianne genoemd, naar een productieve EK-Leeuwin) was mijn favoriet. Al kijkend of strooiend voelde ik me verbonden met al die mensen door de eeuwen heen die plezier hebben beleefd aan zo iets gewoons als een kip.

Tegen de tijd dat we weer naar huis gingen, had ik een soort kippenradar ontwikkeld. Als ik zat te lezen was ik me ervan bewust of ze tussen de bramenstruiken aan het wroeten waren of op de hooiberg. En als ik ze desondanks even kwijt was, vreesde ik een buizerd of vos. Het moest niet gekker worden. Ik (nooit een kinderwens gehad) was veranderd in een vaderkloek…

.

moederkloek

.

P.S. In de NRC van dit weekend vertelt Gerrie Hondius hoe ze dagenlang naar de eenden in haar tuin kan koekeloeren (na of voor een creatieve uitbarsting).

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Examenuitslag

“Een veelvoud van tien, je mag kiezen”, zei de toverfee. “Zeg maar, hoeveel jaar jonger zou je willen zijn? Maar ik moet het wel NU weten! Vijftig, veertig, dertig…?”

[Blanco RaDa-alinea, waarin jullie in gedachte ook even mogen stamelen, hakkelen en zuchten… Of pardoes voor een tweede jeugd kunnen kiezen, met alles wat daarop volgt….

…………………………………………………………………………………………………………………………………………..

…………………………………………………………………………………………………………………………………………. ]

Ik vermoed dat mijn fee onverrichterzake weer weg zou vliegen. Is dat beschetenheid van me? Of luiheid? Natuurlijk zou ik nog wel eens een bal in de kruising willen jensen, stuurloos verliefd willen zijn of Flann O’Brien lezen met de gretigheid van de eerste keer. En heus, ook na mijn twintigste waren er genoeg onvervangbare momenten, maar om nou minstens één zo’n heel decennium over te doen, met al het lief en leed van dien, plus alle alledaagse besognes? Ook opnieuw instappen op mijn veertigste of vijftigste zou als een soort verloochening voelen van alle ervaringen en inspanningen van de afgelopen tijd. Ik heb het toch niet voor niks gedaan allemaal?

.

examevlag2

.

Toch… Dit zijn van die dagen dat ik onwillekeurig vergelijkingen maak. En (het is geen gewoonte van me) af en toe de jeugd benijd. Vandaag werden de eindexamenuitslagen bekend gemaakt. Voor de school een spannende dag; de kandidaten werden gebeld en om 4 uur was er een ongedwongen samenzijn voor de geslaagden. Ik heb het al zo vaak meegemaakt, maar die elkaar omhelzende kinderen en hun vreugde-uitbarstingen laten me nooit onberoerd. En toen ik na afloop wegfietste zag ik er een stuk of twintig zitten bij hun vaste hangplek, een omgezaagde boom. Bevrijd; opgewonden napratend en uitspattingen beramend voor de lange avond en nacht. Dan gaan mijn gedachten uit naar wijlen het Triniteitslyceum en de feesten van toen. Als ik van die fee her en der een maandje of wat uit mocht kiezen om over te doen, zou díe maand er zeker bij zitten.

Op de terugweg hield mijn geluk aan, geholpen door de vlaggen-en tassenmasten langs de route, waaronder deze Zweedse.

.

examenvlag

.

Paars PS: In de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.