Verlieslatend

Bij het begin van de Boekenweek beleef ik meer literair plezier aan De Haarlemmer (een wekelijkse uitgave van de Buijze Pers) dan aan NRC Handelsblad.

Bij laatstgenoemde naast de reguliere boekenbijlage drie pagina’s over bestsellers en worstsellers, verkoopcijfers (dalend bij de Nederlandse literaire roman), het aantal lezers volgens CPNB (dalend) en de invloed van het almachtige boekenpanel van DWDD. Over Big Data (de nieuwe goden, vandaar de hoofdletters) die uitgevers in de nabije toekomst in staat zouden moeten stellen zich te behoeden voor zeperds. Patrick Swart van uitgeefconcern WPG (o.a. Bezige Bij): “Als je straks een manuscript in de machine stopt, kun je de recensie schrijven zonder het gelezen te hebben.”

Ik geef toe, vies uit zijn verband gerukt, Patrick, maarruh… het staat er echt. Wat mij benieuwt, waarom zou je een recensie willen schrijven zonder het boek te lezen? Een boek lezen en géén recensie schrijven, daar kan het RaDa zich nog iets bij voorstellen, maar andersom? “Van elke honderd boeken die uitgevers op de markt brengen zijn er zo’n negentig verlieslatend. Stel je voor dat we dat kunnen terugbrengen naar zeventig, of misschien wel vijftig.”

Stel je voor! De natte droom van deze algoritmekoning is natuurlijk om – zonder zelf iets te lezen – slechts drie boeken uit te brengen die alle drie winstlatend zijn (of heet dat nog wél ‘winstgevend’?). De RaDa-reda wordt er mismoedig van. Voor het geestesoog verschijnen nare beelden van het manuscript van Hier moet ik ingrijpen dat ongelezen in Swarts Succespredictor wordt gestopt. Na 30 seconden begint het apparaat te rochelen en zieltogen.

.

9200000046205063

.

Op het display verschijnt de mededeling: genre ???? > hapklaar xxxx > 0 bolletjes > kans op Libris <0,000002074%. “Ik kan het meteen voor u shredden als u wilt”, biedt Swart gedienstig aan, de hand op een rode knop. “Dat scheelt u weer werk…”

Nou blijf ik jullie alleen de boekenofferande van De Haarlemmer nog schuldig. Maar goed, morgen is er weer een RaDa (of anders overmorgen).

PS Een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen? Abonneer je via ‘Over RaDa’ of in de zijbalk.

De Dikke de Vries

Ik had al weet van het bestaan van het Grote Gastenboek voordat ik het afgelopen zaterdag voor het eerst onder ogen kreeg – in zijn volle lijvigheid. Na afloop van een gemoedelijke voorleessessie bij boekhandel De Vries, samen met andere Haarlemse grootheden als Lucas Hirsch en Bas Belleman, werd de huisdichteres gevraagd om een van haar gevreesde poëtische impromptus.

.

dikkevries

.

Terwijl zij talmde (verscheurd tussen ‘leuk om hier te zijn’ of ‘goed om hier te zijn’, of bij nader inzien toch maar ‘erg fijn om hier te zijn’) bladerde ik vluchtig maar vervuld van diep ontzag door de bijdragen van haar vele, vele, vaak roemruchte voorgangers. Wat een schatkamer! In de eerste jaren (het gaat terug tot 1980, als ik het wel heb) doen ook de gewone klanten hun duit in het zakje (‘Lees de Bijbel!’ / ‘Lezen is voor de dommen’ / ‘Een boek is voor mij om te vergeten wie ik ben, waar ik ben en wat ik ben (hoe heerlijk soms!’), maar gaandeweg nemen de literatoren het over. En anderen met een boek. Wacht, eerst even de snobs wegjagen:

.

ratelvries

.

Donderdag ging ik nog even terug om op mijn gemak te snuffelen. Wat ik desondanks niet kon vinden was de pagina waar Harry Mulisch opbiecht als jongen het een ander uit de winkel ontvreemd te hebben (Daan van der Valk had er glunderend gewag van gemaakt). Wel trof ik van onze ereburger deze pagina, met een andere jeugdherinnering.

.

mulischvries

.

Charlotte Mutsaers is rap klaar bij het signeren, die heeft haar eigen stempeltje – wel zo praktisch.

.

mutsaersvries

.

Dit vaardige zelfportret van Jean-Pierre Rawie zou ook niet misstaan op een stempel.

.

Rawievries

.

Terecht veel lofprijzingen voor het pand en de zaak zelf: Zo mooi als Blackwell’s, Oxford / Zo dichtbij als Haarlem / Ik hoop dit boekenparadijs nog eens/ rustig te bezoeken. Is getekend, Andreas Burnier. Govert Schilling (wetenschapspublicist) verlegt de grens nog een stukje.

.

schillingvries

.

Voor de amateurgrafoloog in mij is zo’n boek ook smullen. Wat te denken van de handtekening van een bergbeklimmer die

.

bartvosvries

.

wel erg de diepte in gaat, richting ravijn? En zo is er om de zoveel bladzijden wel iets om je over te verwonderen of verkneukelen. Tim Krabbé publiceerde een boek over de Babson Task, een berucht schaakprobleem, en improviseert onder zijn handtekening de diagramstelling, met de naam van de oplosser ervan, (Leonid Vladimirovitsj) Jarosj.

.

Krabbevries

 

Het zou mooi zijn als De Vries ooit nog met een facsimile-uitgave komt van de fraaiste bladzijden uit dit rijke boekwerk. En in afwachting daarvan kan je het personeel (liefst op een rustig tijdstip en na aanschaf van een mud boeken) natuurlijk altijd lief aankijken en wie weet mag je dan net als ik… Nou, nog eentje dan, omdat hij ons nog maar zo kort geleden is ontvallen.

.

Verstraatenvries

.

P.S. in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Stadsdichter

Haarlem kiest deze maand een opvolger voor Nuel Gieles, die zijn termijn van vier jaar bijna heeft volbracht. De nieuw te benoemen stadsdichter wordt een van vijf onlangs door de vakjury genomineerde kandidaten. Het publiek heeft nu tot 19 december om zijn voorkeur kenbaar te maken.

Traditioneel gaat de verkiezing gepaard met uitbundig gekrakeel over de procedure en hoon voor het dilettantisme van de organiserende partij, de gemeente. Aan kinnesinne en animositeit schort het nimmer in dichterskringen; men kent en scant elkaar sinds jaar en dag, schurkt veelal tegen dezelfde toog en verdringt zich nu kortstondig rond dezelfde eenpersoons ruif.

Voor de liefhebber pookt Max Sipkes een aantal oude vuurtjes nog eens op in het HD van vandaag en steekt nieuwe aan. Wat een bof, dat nam het RaDa werk uit handen en stelde mij in staat te kiezen voor een onconventionele, volstrekt originele benadering: ik besloot ALLE vijf de gedichten integraal te gaan LEZEN en beoordelen. Op hun merites, wel te verstaan.

Wat een rotwerk! Niet het lezen, wel het beoordelen. Want je wijst – hoe je ze ook prijst – vier afvallers aan (wordt ‘wegnomineren’ nog gebruikt op tv?). En het zijn niet de minsten in de line up: Bas Belleman, Bies van Ede, Gerrie Hondius, Willemien Spook of Grim Bouwmeester [hé, elk vier lettergrepen, als je bij Gerrie een beetje smokkelt].

Grims gedicht was me te wee. Die dus niet. Gerries ‘Verklaring’ blijft ondanks de inventiviteit (‘Zeker, er zijn flammkuchen, / en selfiesticks, en zestig soorten gin. / Quinoa en kombucha, / ik ga nergens tegenin’) precies wat de titel belooft en stijgt niet onverhoeds tot grote poëtische hoogte. Bas Bellemans ‘Anthony Fokker’ stijgt zoals bekend wel op maar zijn gedicht blijft voor mij te ijl, boven de stad zwevend in plaats van mij er met de neus in wrijvend. Bies’ Homerus gaat op de begane grond neo-anarchistisch tekeer – nietsontziend, blind om zich heen meppend.

Nachtegalen zingen niet, ze vloeken en verketteren
in een taal die alleen nachtegalen spreken.

Dat is Bies op zijn best! Zonder de neus van Mulisch (een beetje te prominent, zo centraal in het gedicht) had ik misschien op hem gestemd. Hoewel, ‘Oever van de stad’ van Willemien Spook is volkomen gaaf en overtreft voor mij de andere inzendingen qua doorleefd Haarlem-gevoel. Het voelt als verminking er een strofe uit weg te rukken, dus plaats ik het hier helemaal (voorlopig zonder toestemming van de auteuse maar het is voor een goed doel).

.

Oever van de stad

Ik sta in een regen die kuiltjes tikt
aan de ringdijk, dwaze dwingeland
goedmoedig van aard en aarde
de slaap gevat als een huilend kind
op een gruizig grijs hemelbed
in een polder vol plassen en poelen

ik ben geen wind, geen dijk, geen water
ik ben voeten en handen, oren, ogen
voor R-net, flat en minaret
gebroederlijk aan de rand gezet
voel de wind die scheert langs het
Schalkwijk waarover men schampert

maar waar ik dit vind – dit alles

waar Heer Weiland zich wijdt aan
zijn koeien, hun hoofden gebogen
als ik: klein van schaamte
geen vee te zijn waar zoveel vee is
geen gras waar groots het groen en
geen vleugels waar alles vogel

een hooggeschouderde reiger
speelt Bavo aan een Spaarnesloot
het klatert goud voor wie wil horen
hoe regen zachtjes kuiltjes tikt in het
Schalkwijk waarover men schampert
en mijn hart in mijn huis is gaan wonen

Kritisch onvermogen

Dat je al zo’n vijftig jaar romans leest, inmiddels met gerijpt inzicht en kritisch vermogen (mag ik hopen) en dat je dan in een scène belandt waarbij je denkt, nee toch, dit is al zó vaak gedaan (vooral in kinderboeken), ze (Scarlett Thomas) zal toch niet kiezen voor deze even onwaarschijnlijke als afgezaagde ontknoping???? Dat kán toch niet?

Een nerdy twaalfjarig meisje dat gekrenkt en vernederd wordt door haar wiskundeleraar Mr Morgan (alias Moron) als het zich hoopvol aanmeldt voor de schoolschaakclub en met betraand gezicht het speellokaal verlaat, vervolgens samen met haar grootvader studeert op alle facetten van het spel, en dan bij het jaarlijkse schooltoernooi niet alleen al die onuitstaanbare treiterknulletjes van het bord zwiept, maar óók – in de finale, met veel toeschouwers – de gehate leraar zelf in de luren legt en met de trofee naar huis gaat. Wat ook niet kan, dat je dan als geharde leesveteraan (terwijl die ongelooflijke en ongelofelijk voorspelbare ontknoping nadert) in gloeiende spanning zit en meeleeft zoals je zelden meeleeft in het gewone (mee)leven met echte medemensen. En blij bent voor dat meisje, zo blij dat je je eigen literaire smaak niet meer vertrouwt?

Nou ja, moet je klagen als zoiets je overkomt? Er valt best iets op PopCo af te dingen, maar ik beleef er erg fijne uren mee (grappig, het is het tweede achtereenvolgende boek waarin de Riemann-hypothese een rol speelt, na The Humans. En geloof ik al het vierde boek dat ik lees uit de Guardian-serie Books to Give you Hope).

Mopperkont

Vanochtend twittertripte ik naar een artikel in The Guardian over een te verschijnen essaybundel van de Engelse romancier J.B. Priestley (1894-1984), Grumbling at Large . Priestley? Die hoorde voor mij bij een oubollige generatie (Galsworthy, Somerset Maugham) waarnaar ik niet nieuwsgierig hoorde te zijn, maar in het artikel stond iets over de oppeppende werking van die essays dat perfect aansloot bij mijn verzuchting in Vakantieboek.

Ik haalde bij Kobo een andere essaybundel van hem op, Delight. * In het voorwoord legt Priestley een volledige bekentenis af: hij is een mopperkont. ‘If I have not had a good breakfast, I argue, at least I have had a good grumble.’

.

priestley

.

Als tegenwicht bevat Delight uitsluitend stukjes over de verrukkingen van het leven. Het begint met een ode aan fonteinen. 99 van de 100 mensen zijn dol op fonteinen, stelt Priestley. But where are they, these fountains we love? We hunger for them and are not fed.

(Bavocentristisch vraagje: wij hebben in Haarlem het schuimfonteintje op de Gr. Markt, bij het Kennemerplein is er een met ejaculatiestoornissen, in de vijver van het Schoterbos klatert het, maar… komen we tot tien?)

Priestley pleit voor een brede maatschappelijke beweging (moet kunnen met 99%) die hardnekkig actie voert, ‘te beginnen met ingezonden brieven aan The Times, gevolgd door unaniem aangenomen resoluties en afvaardigingen naar Downing Street, en zo nodig eindigend met optochten en massademonstraties en hardhandige schermutselingen. Wat hebben we eraan als we te horen krijgen dat we in een democratie leven als we fonteinen willen en geen fonteinen krijgen? Te duur? Ze kosten een habbekrats vergeleken bij allerlei andere dingen die we wel krijgen en niet willen. Onze steden staan volgepropt met allerlei tinnef waar geen weldenkend mens ooit om vroeg, maar waar zijn de fonteinen? Niks mis met het streven naar volledige werkgelegenheid, omzetverhoging, een goede handelsbalans, sociale zekerheid, een uitgewogen Zus en een uitgekiend Zo, maar geef ons ook fonteinen – meer en meer fonteinen – hogere en hogere fonteinen – fonteinen als wijnen, als blauw en groen vuur, fonteinen als diamanten en regenbogen op iedere plein. Gek? Waarschijnlijk wel. Maar we hebben al getracht gek te worden door middel van hete oorlogen en koude oorlogen, op een akelige manier. Dus waarom zouden we het niet eens wagen op een aangename manier? Waarom zouden we niet eens ophouden met schuimbekken en het schuimen overlaten aan gracieuze fonteinen, exquise fonteinen, schitterende fonteinen?**

* Voor de liefhebbers: op Youtube leest hij er stukjes uit voor (pas 1822 keer bekeken)

** Vertaling hapsnapholadijee door RaDa-reda

Vakantieboek?

Sommigen scheuren direct weg met de caravan of gooien onvervaard de trossen van hun zeiljacht los. Ik moet een nieuwe grote vakantie altijd eerst even besnuffelen. Ik verwacht toch nog listig verstopte wekkers of schoolbellen te horen, of opgejut te worden omdat dít echt niet kan wachten of díe anders begint te stressen.

Gisterochtend voor het ontbijt riste ik bessen. Rode en witte aalbessen, grotere, roodpaarse jostabessen (?).

.jostabes

.

Geen klusje voor een rouwdouwer – als je teveel druk uitoefent met de vork, prak je de bessen of vliegen ze de hele keuken door. Ik was goed bezig, al zeg ik het zelf. Dat ik desondanks wel eens lekkerder gerist heb kwam door die moordzuchtige truck in Nice en de coup in Turkije.

Kan er voor geweld ook niet een gesloten seizoen komen, net als voor de jacht, dacht ik dom (ik kan het ook niet helpen dat ik af en toe stomme dingen denk). Zoals zovelen was ik murw en moedeloos.

Het boek waar ik net aan was begonnen hielp evenmin: The Mandibles van Lionel Shriver. Geen science fiction, maar een serieuze roman. Daarin is de hele bliksemse boel al in elkaar gedonderd. Het verhaal speelt in 2029, in de VS, post-crisis. Water is schaars, voedsel schier onbetaalbaar. Door het uit de pan gerezen Amerikaanse begrotingstekort accepteren de grote economische mogendheden (China, India) geen dollars meer; zij hebben een eigen munteenheid geïntroduceerd, de ‘bancor’. De Amerikaanse overheid ziet zich genoopt tot bizarre maatregelen, zoals het confisqueren van al het goud van de inwoners (inclusief trouwringen, er zijn huiszoekingen!). Ik ben pas op bladzijde 110 en als ik het goed inschat gaat het verval van de maatschappij onstuitbaar verder en krijgen de hoogopgeleide, welgestelde Mandibles nog veel meer voor hun kiezen. En die meltdown klinkt griezelig aannemelijk (net als in The Book of Strange New Things van Michel Faber).

Misschien moet ik (kop in het zand!) toch eerst iets anders lezen. Beatlebone van Kevin Barry ligt hier ook klaar, over de 37-jarige John Lennon, op zoek naar zichzelf, drie dagen op een onbewoond Iers eiland. Hoewel…? Dat klinkt toch ook niet echt als vakantie.

Book abuse

Mijn e-reader is in onbruik geraakt. Hij mag nog wel mee op vakantie, maar hier thuis op de bank lees ik (uitzonderingen daargelaten) liever van papier.

Met een vakkundig vervaardigd boek is dat een groot genoegen. Maar vooral met moderne paperbacks heb je af en toe veel te stellen. Sommige vlijen zich behaaglijk op je schoot en beginnen te spinnen, zoals het hoort. Andere verzetten zich of prikken scherp door je broek heen, tot welke houding je ze ook dwingt. Op allerlei ongewenste manieren vestigen ze de aandacht op zichzelf.

Mijn leesstapel van deze week is uitzonderlijk weerspannig.  Het exemplaar van Churchills My Early Life heeft inhoudelijk veel te bieden, maar het vereist een krachtsinspanning van beide handen om het boek zo open te houden dat je ook het gedeelte kunt lezen waar twee pagina’s elkaar raken. Met alle respect, uitgeverij Eland, ik verlang naar het moment dat ik ver genoeg gevorderd ben in het boek om het ruggetje te kunnen breken.

Verder deed ik deze week aan koppelaankoop. Van Anne Brontë een door mij tot nu toe versmade klassieker, The Tenant of Wildfell Hall en een thriller van Sam Baker, die geënt is op dat 19e eeuwse gruwelverhaal. Ik lees The Woman who Ran op zich met plezier, maar onder mijn handen voelde ik het veranderen in een pulkboek (niet te verwarren met Bulkboek): van de voorkant maakte zich een randje dun plasticachtig materiaal los. En zo’n randje, Harper Collins Publishers!, kan ik vervolgens niet meer met rust laten.

pulkboek

Het boek is niet alleen ‘wildly gripping and unputdownable’, maar ook unleavealoneable & mustfrettable. Ook hier zal ik binnenkort de kritieke grens bereiken waarop ik mij niet langer beheers en…

Voor book abuse bestaan verzachtende omstandigheden.

 

P.S. zojuist ontdekte ik dat aan mijn rechterwijsvinger een strookje ‘leeseelt’ heb. Dat kan niet alleen van dat boek van Churchill komen.

Kleurenlit

Op het Haarlemse Boekengala *** sprak ik met de vrouw van een Haarlemse schrijver (‘the great and the good’ wil je zien op zo’n avond of tenminste hun partners).

“Heeft hij het heilige vuur nog?” overstemde ik Vic van de Reijts daverende disco-circus. “Is ie met iets nieuws bezig?” Het was geen literaire spionage, ik ken haar en haar schrijfman net genoeg om zoiets te kunnen vragen zonder indiscretie. Het antwoord was geruststellend. En hij was zijn nalatenschap aan het doorspitten, met ook voor hemzelf verrassende vondsten. Onder meer een gave, nooit uitgegeven verhalenbundel – die was hij nu aan het herschrijven. Het was naar zijn huidige smaak iets te veel op de lach geschreven, gewild geestig, maar verder…

Dehumorisatie?!? Ik was het er op voorhand niet mee eens! Wat natuurlijk nergens op sloeg, maar het bracht me wel op een revolutionair marketingconcept. Want stel nou dat beide versies (met leut/zonder leut) bestaansrecht hadden? Dan moest het in deze tijd (en dat bedoel ik positief) toch een fluitje van een eurocent zijn om ze naast elkaar uit te geven?

Ik dacht aan Het Verzamelde Werk van Kafka, waarvan het omslag (om voor mij onnaspeurlijke redenen) in verschillende kleuren is uitgegeven.

 

kafkakleuren

 

In mijn concept zouden die kleuren staan voor de grondtoon van het werk. In grote lijnen hetzelfde verhaal, maar naast de oerversie in ultramarijn wordt ook een lichtblauwe, licht verteerbare lite-versie gepubliceerd. In de boekhandel staat straks een romige, custardkleurige katholieke uitgave oecumenisch naast een schriele, vaalgrijze protestantse. Een wulps exemplaar in pulserend paars schurkt tegen het kuise wit van zijn seksarme zusje. Het lang verwachte, nihilistische meesterwerk met een verpletterend einde krijgt vanzelfsprekend een zwart jasje; het alternatief is zwart met sterretjes voor een toegevoegd sprankje hoop. Een signaalrode kaft lokt haastige, eigentijdse lezers en er is oudroze voor wie bedaagde Couperus-achtige rust wenst. Enzovoort.

Ingewikkeld? Elke yoghurtfabrikant kan jullie helpen bij de uitwerking, Prometheus, Querido, Atlas Contact. En de auteurs, ach, die moeten gewoon mee – verplicht ze contractueel om minstens drie varianten van elk boek te leveren. Aanvankelijk zullen ze morren, maar alras zullen ze het als een bevrijding ervaren: weg met martelende afwegingen, het krampachtige redigeren, het eindeloze zoeken naar de juiste verhoudingen en doseringen in dat ene, unieke, doorwrochte magnum opus dat hen onsterfelijkheid moet garanderen. Leve de nieuwe losheid! Als hun roman flopt in oranje, hebben ze altijd nog kans om DWDD te halen met pistache of antraciet.

 

***Met enige trots citeer ik het HD over de huisdichteres: ‘Het optreden van Hubers met haar ultrakorte verhalen is een komisch hoogtepunt van de avond. In verhalen van soms minder dan een minuut uit haar boek ’Hier moet ik ingrijpen’ weet ze telkens een twist aan te brengen, wat ervoor zorgt dat het gelach door de ruimte schalt. Bij het laatste verhaal roept ze de hulp in van een man uit het publiek, die een klein zinnetje tekst krijgt, terwijl zij een ratelende vrouw nadoet die op stilte retraite wil.’

Tweeëenheid

Gisteravond was de voltallige eenpersoons literaire RaDa-reda bij de tweede uitreiking van de J.M.A. Biesheuvelprijs, die werd toegekend aan Marente de Moors bundel Gezellige Verhalen.

Iedere schrijver die het afgelopen jaar een boek met kort proza had uitgebracht was uitgenodigd voor de huldigingsceremonie in het Lloyd Hotel, dus dat Haarlem (San Bos, Sylvia Hubers, Joubert Pignon) naast de cheque greep was geen daverende deceptie. En vooropgesteld, alle inspanningen om het kort verhaal als genre iets meer glans te geven vallen te prijzen.

Niettemin schortte er iets aan de avond, voor mijn gevoel. Misschien lag het aan de presentatie. Die was toevertrouwd aan een ingespeeld duo: Ivo Victoria (de man met de afgrijselijkste ij/ei van de Lage Landen) en Rob Waumans. Net even te stoer en afstandelijk. ‘Puberiel’, tikte ik nijdig, in het volle besef dat dat woord niet bestaat – o ja, toch: Google vist het uit een vertaling van Finnegans Wake. Maar ook het voorgelezen juryrapport legde de nadruk meer op de tekortkomingen van de niet-winnaars dan op hun kwaliteiten.

Het gebrek aan warmte werd ruimschoots gecompenseerd door de aanwezigheid van Maarten Biesheuvel en zijn Eva zelf.

 

biesheuvel

 

Het toeval wilde dat zij dichtbij op de rij voor ons zaten. Het was een bijzondere gewaarwording – alsof er een straalkacheltje was geplaatst, dat zijn aanwezigheid meer liet voelen naarmate de avond vorderde. Uit niets kon ik opmaken of het programma hen raakte, of zelfs maar bereikte. Zij zaten daar, als een heilige tweeëenheid, een sculptuur van toegenegenheid. Aan Philemon en Baucis moest ik denken, het stokoude echtpaar uit de Griekse mythologie, dat als beloning voor zijn gastvrijheid door de goden werd veranderd in een eik en een linde, in elkaar verstrengeld, voor altijd samen.

Hier moet ik ingrijpen

‘Stap achterop, dan rijden we ons te pletter,  sprak Michonis, met het pistool achter Frisia’s rug. Hij wees op zijn motorfiets, naar het plaatsje achterop, dat met hem aan het stuur zou worden uitgespaard.
Het is een klein plaatsje, dacht Frisia, ik zou me onderweg ook in mijn eentje naar achteren kunnen laten vallen, dan sterf ik in ieder geval zonder hem. Maar ze verwierp deze gedachte want ze wilde nog niet dood.

Zo begint het allereerste verhaaltje uit Doodskreten worden graag gehoord. Het literaire debuut van de huisdichteres uit 1988 en mijn favoriete titel uit de wereldliteratuur (lees die titel, drie keer – het boek zelf is helaas niet meer te krijgen).

Juvenilia? Een jeugdzonde? Het was toen ik Sylvia dertien jaar geleden leerde kennen haar enige gepubliceerde werk – Men zegt liefde verscheen kort daarna. Ik begon er met enige huiver aan. Hoe leg ik haar uit dat ik een zure lezer ben, die zich niet licht gewonnen geeft? Gelukkig, de verhalen waren geschreven in een frisse stijl, zonder opsmuk. En er gebeurden vreemde dingen in. Potloden plegen een putsch en nemen onverbiddelijk de macht over in het huis van een eenzaam meisje. Een amoureuze pollepel zuigt zich vacuüm aan de mond van ene Frisbia en zo is er meer. Ik citeer nog een paar eerste zinnen (zodat Hubers-kenners vertrouwde thema’s kunnen spotten) en dan is het tijd voor het HEUGLIJKE NIEUWS.

Ik ben altijd bang geweest voor mijn eigen skelet.
Er was eens een kaarsenstandaard die weigerde alleen maar vuurdrager te zijn.
Ieder gezond mens heeft weleens een fobie gehad, of wordt er nog steeds door dwarsgezeten.
Bent u bang voor de liefde? Ik niet. Althans tot gisteren niet.

 

76c1375c-cbd3-4a06-8598-c2c68a8235d0

 

De afgelopen dertig jaar is Sylvia steeds proza blijven schrijven. In dichtbundels als Vandaar dit huwelijksleven en God gaf ons apparaten zaten ‘prozagedichten’ als verstekeling. En de laatste jaren kreeg het proza een krachtige impuls door de oprichting van de Utrechtse Vorlesebühne. En nu is er Hier moet ik ingrijpen, een gulle bloemlezing uit de veelheid aan korte absurdistische stukjes die ze de afgelopen decennia schreef. 268 maar liefst!

 

De feestelijke presentatie is op zaterdag 10 oktober in Athenaeum Haarlem, om 17 uur.

 

Toegift:

Bij de Gamma

We wilden een nieuw universum in elkaar zetten, want dat wat we hadden, was niet goed. Dus wij aan de slag, met driehoekjes, vierkantjes en allemaal van dat wiskundige gedoe. Nou. Wat dacht je dat we uiteindelijk kregen?
Precies hetzelfde! Hetzelfde universum als we al hadden! We liepen naar buiten in ons nieuwe ouwe universum, kwam ons de buurvrouw tegemoet en de buurman en ze vertelden ons dat ze vandaag nieuwe tegeltjes hadden gekocht, bij de Gamma. En keken erbij alsof ze zojuist Volledig Nieuwe Perspectieven hadden aangeschaft.

Ja, zo kort kunnen ze zijn. Op Youtube staat een tiental appetizers, opgenomen door Max Sipkes en voorgedragen door diverse lezers (onder wie de auteuse zelf). Je kunt ze vinden door te klikken op de link links (of op deze, voor wie niet helemaal terug wil, of op deze). De afbeeldingen zijn van de Haarlemse kunstenares Angela Bogaard.